3 tips voor een betere zelfcontrole bij diabetespatiënten

U kent het wel: stripje d’r in, prikkie doen, eerste druppel wegvegen en meten maar. Het bepalen van bloedglucosewaarden stelt tegenwoordig eigenlijk weinig voor. Diabetesverpleegkundige Hanneke Hortensius ontdekte echter de fijne nuances en promoveert 15 mei a.s. op haar bevindingen bij zelfcontrole bij insulineafhankelijke diabetespatiënten.
Naar aanleiding van haar bevindingen wordt de richtlijn ‘Zelfcontrole bloedglucosegehalte bij diabetes mellitus‘ aangepast. Da’s geen sinecure! Hortensius komt met drie handige, makkelijk te volgen tips:
- bij schone (water en zeep!) handen moet bij zelfmeting de eerste bloeddruppel worden genomen
- is handen wassen niet mogelijk maar zijn de handen niet zichtbaar vervuild, dan moet de eerste druppel weg worden geveegd en de tweede worden gebruikt
- is handen wassen niet mogelijk en zijn de handen zichtbaar vervuild, dan is de meting onbetrouwbaar en af te raden.
So now you know!
Deelnemen aan onderzoek naar delier
Uit de reactie-sectie getild:
Het delier, ook wel acute verwardheid genoemd, is een onderkend probleem met soms ingrijpende gevolgen. Wij willen door middel van een onderzoek deze gevolgen in kaart brengen. Hiervoor zullen wij een eenvoudige vragenlijst bij u willen afnemen.
Deze vragenlijst is zowel voor de patienten zelf als voor de mantelzorgers.
Heeft u zelf een delier gehad of bent u mantelzorger van iemand die delirant is geweest, dan willen we heel graag met u in contact komen. Als u een mailtje met uw gegevens naar onderstaand email-adres stuurt nemen wij contact met u op. Ook kunt u zich melden op onze faceboek-pagina: delier onderzoek
Alvast bedankt!
Dit onderzoek vindt plaats binnen het kader van een masther-onderzoek
op de Universiteit van Amsterdam.Freya van der Meer
Marijke Schonewille
Facebookpagina hierrrr. Laat u horen!
Kadootje van Vilans: (ruim) 60 alternatieven voor vrijheidsbeperkende maatregelen
De afgelopen jaren is het gebruik van vrijheidsbeperkende regels scherp onder de loep gehouden. En terecht. In 2006 gaf 50% van de verpleegkundigen in de verstandelijk gehandicapten zorg in een survey aan wel eens een middel als een zweedse band te gebruiken. [1] Met die zweedse band als icoon van deze vaak te snel of verkeerd toegepaste maatregelen was de juiste tijdsgeest ontstaan om er wat aan te doen. Het ‘Ban de band‘-virus greep om zich heen. Met resultaat, zo lijkt het.
Het blijft echter een feit dat sommige mensen in de zorg ‘probleemgedrag’ (excusez le mot) blijven vertonen. En dan heb ik het dit keer niet over zorgverleners. Wat moet je dan? Vilans doet een duit in het zakje met het boekje ‘(ruim) 60 alternatieven voor vrijheidsbeperkende maatregelen.’ Vrijgeving als ze zijn is het hierrrr te downloaden. Voorzien van een ‘VBM-score’ passeren onder vele andere valmatten, acceptatie van het gevaar en met je kleren aan naar bed de revue.
Een ongeluk zit in een klein hoekje, de oplossing blijkbaar ook.
- de Veer, A. J. E., Francke, A. L., de Kruif, A., and Bolle, F. (2006). Vrijheidsbeperkende interventies door verpleegkundigen. TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen, (4):30-33. [PDF]
Evidence Based Injecteren: ‘Bovenste Buitenste Kwadrant’? Of …?
Het is waarschijnlijk een van de meest bekende vuistregels binnen de verpleegkunde: het ‘bovenste buitenste kwadrant’. De meeste verpleegkundigen hoef je dan niet eens meer uit te leggen waar je het over hebt: het geven van een intramusculaire injectie in het dorsogluteale gebied. Het ezelsbruggetje is zo vastgebakken in het onderwijs en de praktijk dat ik tot op heden nog niet van een andere methode had gehoord om in dat gebied te injecteren. Maar er zijn redenen om aan te nemen dat het wel eens een van de vele rituelen zou kunnen zijn die ons vak ‘rijk’ is. Een injectie techniek die reeds sinds 1953 bekend is zou wel eens veel beter kunnen zijn…
Evidence Based Wondzorg (2): Zilververbanden

Diabetisch ulcus
Regelmatig kom ik in de zorg zilververbanden tegen (vaak in de vorm van AquaCel Ag). Hier zit een hoeveelheid zilverdeeltjes in, die een anti-microbiële werking hebben. Dat zilver deze werking heeft is reeds lang bekend en in principe zou het dus een rol kunnen spelen bij geïnfecteerde wonden. Maar werken deze (niet bijzonder goedkope) middelen ook echt? Een kijkje in de Cochrane Database of Systematic Reviews levert het volgende op:
Diagnostiek voor dummies
Diagnostiek is een verbazingwekkend interessant gebied, met een aantal valkuilen die op het eerste gezicht niet bepaald evident zijn. Om dit moeras te doorkruisen zijn een aantal mogelijkheden Eén optie is bijvoorbeeld het lezen van ‘Bad Science‘ van Ben Goldacre te lezen en andere om ‘Grobbee‘ door te spitten. Ik heb beide gedaan en in beide wordt het onderwerp in aparte hoofdstukken behandeld. Goldacre’s boek is toegankelijk en leuk, de tweede is zakelijk en diepgravend. Een veel makkelijker manier is het lezen van een recent artikel in Medisch Contact door Frits van Dam en Lukas Stalpers: Geef commerciële bodyscans geen kans
Aan de hand van een aantal valkuilen wordt de wereld van de diagnostiek inzichtelijk gemaakt en staat aan het eind van het liedje het bedrijf PreScan in het hemd.
Het nut van een nieuwe screeningsmethode, zoals de total bodyscan, moet dan ook eerst in een gerandomiseerd onderzoek met een strenge medisch-ethische toetsing worden onderzocht. Het gebruik van medische tests voor screening buiten een ethisch getoetste wetenschappelijke studie valt wat ons betreft onder een overtreding van de Neurenbergcode die ervan uitgaat dat:
Spot on. Ter aanvulling: een diagnostische test wordt in eerste instantie praktisch altijd in een crossectioneel onderzoek bekeken, waarin het wordt vergeleken met een ‘gouden standaard’ (de best beschikbare test). Een gerandomiseerd onderzoek komt meer aan het einde van de route, wanneer een reeds bewezen accurate test in de praktijk wordt onderzocht om het werkelijk effect van te testen. Aangezien de scans zoals die door PreScan worden gebruikt voldoende zijn onderzocht, is het inderdaad wel zo ethisch om de handel en wandel van PreScan aan een gerandomiseerd onderzoek te onderwerpen.
‘Kwetsbare ouderen kunnen beter in verpleeghuis dan ziekenhuis revalideren’
Van de Volkskrantwebsite:
Ruim 25 procent van de patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, is 70 jaar of ouder. Het ziekenhuis vervult dus een belangrijke rol bij het verlenen van zorg aan ouderen. ‘Maar het blijkt dat de oudere patiënt gedeeltelijk achteruit kan gaan bij een ziekenhuisopname’, stelt Andrea van den Dool, verpleegkundig specialist.
[..]
Een groot deel van deze problematiek heeft echter niets te maken met de reden van opname. Kennelijk leidt de opname zelf tot achteruitgang, bijvoorbeeld door gebrek aan fysieke activiteiten en door depressieve gevoelens. Het ziekenhuis probeert de ziekte zo goed mogelijk te behandelen, maar er is te weinig aandacht voor het behoud van de zelfstandigheid en de kwaliteit van leven van de patiënt. Eenmaal thuis is de patiënt grotendeels op zichzelf en op familie/vrienden, die een deel van de zorg op zich nemen als mantelzorgers, aangewezen; die daardoor zwaar belast kunnen raken.
Revalidatie voor kwetsbare ouderen op lichamelijk en geestelijk gebied wordt daardoor binnen de verpleeghuizen, als verlengde van het ziekenhuis, steeds belangrijker.
Weinig aan toe te voegen, dus zeker even lezen. Behalve natuurlijk: got evidence? Maar die vraag heb ik reeds neergelegd bij mw. van den Dool.
Ben je ‘oud’ als je 71 bent?
Uit de Crossfit timeline:
Meet Bill. He’s 71 and he just got his first lever.

(dit is ECHT moeilijk: het is nl. de bedoeling om stil te blijven hangen in deze positie)
Dag van de verpleging 2012: ‘Overbrug de kloof!’
Morgen is het weer de dag van de verpleging. Komt door ons aller Florence, zoals u hopelijk wel weet. Het thema van dit jaar ‘Van onderzoek naar praktijk: overbrug de kloof’ spreekt mij 100% aan. Wij moeten die kloof overbruggen, niemand kan of zal het voor ons doen.
Maar hoe? Dat is, toegegeven, een wat lastige kwestie. Er komt nogal wat bij kijken. In het AMC geven ze een voorzetje:
Stel dus kritisch vragen aan uzelf en zoek! Daar zijn vaardigheden voor nodig, absoluut. In het AMC hebben ze wat dat betreft misschien wat makkelijk praten. Zij hebben Hester. Maar ook dáár is het ergens begonnen. Ook zij zijn voor het eerst om tafel gaan zitten voor een dossierbespreking. Ook mevrouw Vermeulen hoorde ooit voor het eerst de term ‘gerandomiseerd onderzoek’.
U bent als verpleegkundige dus een uitermate belangrijk persoon om in uw instelling (of als ZZP’er natuurlijk!) de vraag te stellen of de zorg optimaal verloopt. En ook u kunt een stukje Hester hebben: abonneer u op ‘Het Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice‘. Lees de Ja/Nee rubriek in vakblad Nursing. Bestook een Nurse Practitioner in uw omgeving met uw vragen. Kent u iemand die de opleiding Master of Evidence Based Practice heeft gevolgd? Stalk hem of haar, zet uw tent in diens voortuin, tot u het onderste uit de kan weet! Of nog beter (en met minder gevaar voor justitiële vervolging): doe de opleiding zelf! (klik)
Ooit hebt u namelijk gezworen bepaalde zaken te doen en na te laten. Even een stukje opfrissen:
Ik zweer / beloof dat ik mijn beroep als verpleegkundige op een verantwoorde en betrouwbare wijze zal uitoefenen. Dat betekent dat ik mijn eigen kennis en vaardigheden en die van collega’s zal bevorderen
Belofte maakt schuld. En niet alleen morgen.
Evidence Based Wondzorg (1): Honing
In de Nursing van April 2012 wordt pijnlijk duidelijk hoe het staat met de evidence based praktijken die de Nederlandse verpleegkundige wondzorg kenmerken. En dat is niet best. Ik geef direct toe, dat doet pijn. Een flink deel van de directe zorg die ik lever als verpleegkundige bestaat uit wondzorg. Daarom vanaf nu een serietje Cochrane Reviews. Al was het alleen maar om er voor te zorgen dat bij een volgende survey 75% van de verpleegkundigen WEL van de Cochrane Database heeft gehoord.
Een zoet begin, om het hapbaar te maken:
Honing
Ik heb het afgelopen jaar een aantal keer de vraag gehad hoe dat nu zit met honing in de wondzorg. Dit betreft zowel cliënten als familie daarvan. Kleine trials laten soms hoopvolle zaken zien, maar de Cochrane Review aangaande deze kwestie1 luidt als volgt:
Honey is a viscous, supersaturated sugar solution derived from nectar gathered and modified by the honeybee, Apis mellifera. Honey has been used since ancient times as a remedy in wound care. More recently trials have evaluated the effects of using honey to help wound healing in both acute wounds (for example burns, lacerations) and chronic wounds (for example venous leg ulcers, pressure ulcers). Although honey may improve healing times in mild to moderate superficial and partial thickness burns compared with some conventional dressings, it was found that honey dressings used alongside compression therapy do not significantly increase leg ulcer healing at 12 weeks. There is insufficient evidence to guide clinical practice for other wound types.
Conclusie
Mocht u dus de vraag krijgen, dan kunt u bij deze een evidence based antwoord geven wat betreft effectiviteit van honing naast zwachtelen bij ulcera aan het been: die is niet aangetoond. Bij brandwonden is er mogelijk een positief effect op de genezingsduur. Voor andere wonden is er gewoonweg te niets te zeggen over honing. In die gevallen is het dus zaak om uit te zoeken of er wel bewezen effectieve opties zijn.
Bron
- Jull, A. B., Rodgers, A., and Walker, N. (2008). Honey as a topical treatment for wounds. Cochrane database of systematic reviews (Online), (4). [abstract]
Publicatie in NTvEBP (unabridged): Fall prevention in acute care hospitals
Komt ‘ie dan, de niet-ingekorte versie van de publicatie die ik samen met dr. Hester Vermeulen schreef voor het Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice.
Fall prevention in acute care hospitals.
Dykes, P.C., Carroll, D.L., Hurley, A., Lipsitz, S., Benoit, A., Chang, F., Meltzer, S., Tsurikova, R., Zuyov, L. & Middleton, B.
Bespreking door:
Bram Hengeveld, wijkverpleegkundige bij Livio en student Universitaire Master EBP
Dr. Hester Vermeulen, stafadviseur en senior onderzoeker afdeling Kwaliteit en Proces Innovatie, AMC en de Amsterdam School of Health Professions
Context
Valincidenten zorgen in diverse zorgsettings voor een verhoogde morbiditeit en mortaliteit en zorgkosten maar kenmerken zich vooral door toenemende frequentie en ernstige (vermijdbare) gevolgen onder ouderen [2,3]. Binnen de geriatrie wordt vallen gekenmerkt als een van de ‘geriatrische reuzen’, naast verminderde cognitie, mobiliteit, visus en gehoor en vergrote kans op incontinentie4. Meta-analyses geven wisselend bewijs en matige onderzoekskwaliteit aan als het gaat om preventie van vallen en daaraan gerelateerde verwondingen [5,6,7,8,9]. Het vinden van effectieve methoden om vallen te beperken is zeer wenselijk.
Ohw yeah! Publicatie in Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice
Vandaag is het online ook een feit! De gedrukte editie van het NTvEBP was al enige tijd uit, maar nu maakt de website er ook gewag van: de bespreking die ik samen met dr. Hester Vermeulen schreef over het onderzoek “Fall prevention in acute care hospitals” [1].
Teaser:
Valincidenten zorgen in diverse zorgsettings voor verhoogde morbiditeit en mortaliteit en zorgkosten maar kenmerken zich vooral door toenemende frequentie en ernstige (vermijdbare) gevolgen onder ouderen. Binnen de geriatrie wordt vallen gekenmerkt als een van de ‘geriatrische reuzen’, naast verminderde cognitie, mobiliteit, visus en gehoor en vergrote kans op incontinentie. 4 Meta-analyses geven wisselend bewijs en matige onderzoekskwaliteit aan als het gaat om preventie van vallen en daaraan gerelateerde verwondingen. Het vinden van effectieve methoden om vallen te beperken is zeer wenselijk.
Voor de rest rent u nu nog even naar / logt u in bij de bibliotheek van uw opleidingsinstituut of werkgever. (stiekem is het hier ook te lezen…)
- Dykes, P. C., Carroll, D. L., Hurley, A., Lipsitz, S., Benoit, A., Chang, F., Meltzer, S., Tsurikova, R., Zuyov, L., and Middleton, B. (2010). Fall prevention in acute care hospitals. JAMA: The Journal of the American Medical Association, 304(17):1912-1918. [Fulltext]
Tien geboden voor het sterven
Geestelijk verzorger Simon Prie gooit een knuppel in het hoenderhok:
Jaarlijks sterven zo’n 135.000 Nederlanders. De komende 25 jaar stijgt dit aantal met ruim 50 procent naar 215.000. Tegen het licht van deze toename, wordt het tijd wat collectieve afspraken te maken over de vraag hoe we dat gaat doen, dat sterven.
De noodzaak voor die afspraken is aanwezig door te verwijzen naar de praktijk: niet iedereen kan weken- of zelfs maandenlang een sterfbed hebben met tientallen zorgverleners om zich heen. Daarvoor zijn simpelweg te weinig verzorgenden, verpleegkundigen, artsen en wat niet al. Kostenaspecten buiten het personeel om, zoals de kosten die gepaard gaan met medische handelingen, schroeven de noodzaak nog eens extra op.

Simon Prie
Om de problemen voor te zijn, schept hij met zijn Cursus Tien Geboden voor Goed Sterven mogelijkheden om u – en de maatschappij – te vergewissen van optimale sterfte. Hij doet dat op een opmerkelijke manier, want zijn stukjes zijn niet voor de ‘faint hearted’. Geslepen en bij wijlen spijkerhard legt Prie vingers op zere plekken.
Een beetje schoorvoetend geef ik toe dat ik af en toe hard moest lachen. Nu ja, een verpleegkundige als leidraad nemen voor ‘gezonde’ humor is volgens mij bij voorbaat een slecht plan. Tenminste als ik mijn reactie afzet tegen comments onder de stukjes van Prie.
En u? Tenenkrommend? Of weet Prie op een unieke manier de harde kanten van het sterven in de komende jaren bloot te leggen?
Alle 10 geboden op een rijtje:
- Gebod 1 – Sterf acuut!
- Gebod 2 – Doe het zelf (1)
- Gebod 2 – Doe het zelf (2)
- Gebod 3 – Wens jezelf dood
- Gebod 4 – Wees te allen tijde duidelijk
- Gebod 5 – Verlies snel uw gewicht
- Gebod 6 – Denk positief
- Gebod 7 – Behoud uw decorum
- Gebod 8 – Doe het persoonlijk
- Gebod 9 – Houd rekening met de klok
- Gebod 10 – Laat wat na
Hardlopers zijn…

U bent 70 jaar of ouder en begint de hete adem van Magere Hein reeds in uw nek te voelen, althans zo is uw indruk. Nu heeft u nog lang geen zin in tikkertje spelen met de Dood, maar face it, u kunt het ook niet blijven ontlopen. Toch? Cutting edge onderzoek doet mogelijk anders vermoeden.
In het gerenommeerde medische tijdschrift BMJ verscheen voor het kerstnummer een interessant artikel betreffende de loopsnelheid van magere Hein. Want, mochten we diens topsnelheid weten, dan gloort er hoop aan de horizon.
Lees meer over de loopsnelheid van Magere Hein in mijn laatste weblog bij Cryptocheilus. Niet geheel onrelevant voor de ouderenzorg!
HBO vs. MBO?
Er is maar weer eens een lijk uit de kast getrokken: welke meerwaarde heeft een HBO-V’er? In de Tweede Kamer weten ze het zo net nog niet en de V&VN is een beroepsprofiel in elkaar aan het drukken. De discussie die m.b.t. dit onderwerp ontstaat bekijk ik doorgaans met argusogen. Niet in de laatste plaats omdat de gebezigde argumenten nogal eens curieus zijn. Ter illustratie:
ik ken mbo-v’ers die op heel hoog niveau presteren en hbo-v’ers die ik niet aan m’n bed wil hebben, dus…
Natuurlijk is dat een nogal wankel argument. Er zullen immers vast hbo-v’ers zijn die op zéér hoog niveau werken, zich bezighouden met kwaliteitsverbeteringen en keihard EBP-minded zijn. En ook mbo-v’ers die er de kantjes vanaf lopen. Als we dan de logica van het bovenstaande argument volgen, dan zien we dat we de mbo-v wel op kunnen doeken. En dat lijkt me een slecht plan.
Een ander vooreeld is te vinden bij Noortje Spengers die op haar nursing weblog zegt dat men op haar afdeling verbaasd reageert als ze zegt dat ze een mbo diploma heeft. (wat natuurlijk heel tof is!) Even verderop stelt ze echter dat 95% van haar collega’s een hbo-v diploma heeft. De optie dat dit haar niveau opkrikt (wat een wisselwerking oplevert) mogen we niet zomaar uitvlakken! Daarentegen kan het demotiverend werken om als hbo’er regelmatig te horen dat ‘die twee linker handen hebben en alleen met hun hoofd in de boeken zitten’. (ervaringsverhaal)
Niettemin word ik ook kriebelig van (pas afgestudeerde) hbo-v’ers die beginnen met een baan en zich dan ergeren aan het feit dat ze zo weinig verdienen. Aan de top van deze argumentenreeks staat: mijn vriend(in) heeft een economische hbo-opleiding gedaan en verdient vééél meer. Tja, dan ga je lekker een economische opleiding volgen…
Kort gezegd ben ik wat dit vraagstuk betreft meritocratisch ingesteld: beoordeling op merits, oftewel verdiensten. Als hbo’er zijn er bepaalde onderdelen van het vak die duidelijk in de aandacht staan. Werken volgens en invoering van richtlijnen vind ik persoonlijk een goed voorbeeld. We hebben prachtige richtlijnen, bijvoorbeeld voor ambulante compressie therapie. Maar over bijvoorbeeld het al dan niet aanbrengen van polstering doen zich in de praktijk schijnbaar heel verschillende meningen de ronde. Nu mag iedereen z’n eigen mening hebben, maar feiten zijn niet zo vrijblijvend. En dus is er één goede manier. Het adagium ‘iedereen heeft zo z’n eigen wijze’ mag voor mijn part de prullenmand in. En daar mag je van hbo-v’ers wat verwachten. Of beter: daar moet je wat van verwachten. Dus: wat gaan we doen met die enkel-arm index? Dat laat direct de mogelijkheid open dat mbo’ers óók op dat vlak gaan werken. Het gaat om competenties en die zijn niet per definitie gebonden aan een papiertje!
Ik denk dat hbo-v’ers duidelijk meerwaarde kunnen bieden. Maar dat is wél voor een flink deel van die hbo’er afhankelijk. Al de tijd die ondertussen verdaan is met geklaag over mbo’ers en hbo’ers en het verschil daartussen is eigenlijk een schande voor onze patiënten. Dus ik ga het hier denk ik maar eens bij laten.
Presentaties Oud & Nieuw in de Ouderenzorg
Afgelopen donderdag was het zover: het seminar ‘Oud & Nieuw in de Ouderenzorg‘ vond plaats te Ede, als onderdeel van het Nursingevent. Samen met Erik van Rossum en Jan Bouwmeester mocht ik ongeveer 25 deelnemers twee uur lang vermaken met allerlei interessants over de ouderenzorg. Persoonlijk vind ik het seminar geslaagd en ben ik benieuwd naar de beoordelingen door de deelnemers.
Bij deze nogmaals mijn hartelijke dank aan bovengenoemde heren! En, zoals beloofd aan de deelnemers, hieronder de presentaties:
Erik van Rossum:
De ouderenzorg door een wetenschappelijke bril
Verminderen van vrijheidsbeperkende maatregelenin het verpleeghuis (“EXBELT”)
Jan Bouwmeester:
Op zoek naar Zin: Hoe kijken we aan tegen ouderen?
Bram Hengeveld:
Agora, social media, ethiek en een prachtig boek
Gister heb ik een uiterst leuke middag gehad in Houten tijdens het symposium Wat kun je met Social Media in de palliatieve zorg?, georganiseerd door Agora. Enige weken geleden kreeg een email met de vraag of ik mee wilde werken aan een workshop over de ethiek van social media waarop ik natuurlijk graag inging! Ik heb gepoogd om in de workshop een discussie op gang te brengen. Waarschijnlijk lukte dit dankzij het veelzijdige publiek (goed 15 persoon) best redelijk. Erg leuk om te zien hoe er verschillend over het gebruik van social media wordt gedacht.
Want: vindt u het bijvoorbeeld een goede zet om zorgverleners per definitie te verbieden contacten aan te gaan met zorgvragers op media als Facebook? Googeled u patiënten? En wat vindt u van de ontwikkeling dat u direct wordt gegoogled bij een sollicitatie?
Ik had graag de aandacht ook gericht op wat we in de zorg juist wél moeten doen als het gaat om social media? Hoe verhoudt de noodzaak van het goed begeleiden van stagiaires zich tot social media? En wat doen we met het op peil houden van ons kennis niveau? Helaas was de tijd vlotter voorbij dan de discussie. (of ben ik weer eens teveel aan het woord geweest?)
Verder luisterde ik naar Rob ‘Pallium‘ Bruntink en zijn twitterqueeste en heb ik genoten van een lekkere lunch. Ik kon helaas niet aanwezig zijn bij het ochtendprogramma. Ik had bijvoorbeeld graag m’n exemplaar van ‘De meeste mensen gaan hier dood‘ laten signeren. (klik voor auteur) Bij deze wel even een aanrader dus!
Ten leste bedank ik Agora voor een fraaie attentie en ik hoop nog eens een uitnodiging tegemoet te kunnen zien! Ik houd me in ieder geval van harte aanbevolen.
Nursing Event 2011 feat. Oud & Nieuw in de ouderenzorg!
Goed, u bent dus verpleegkundige. U wilt op de hoogte blijven. En dat natuurlijk het liefst samen met vakgenoten uit den lande. Dat komt goed uit, want op 8 en 9 december vindt het Nursing Event 2011 plaats. Uw aller weblogger heeft daarvoor op 8 december een seminar mogen organiseren getiteld:
“Oud & Nieuw in de ouderenzorg”
Direct opgeven dus! Het seminar kost 65 Euro en een korte intro en beschrijving van de sprekers vindt u hieronder:
De ouderenzorg staat voor flinke uitdagingen. Daarbij spelen de jonge en aanstormende generaties verpleegkundigen, de wetenschap en de maatschappelijke kijk op de ouderenzorg een centrale rol. Het seminar ‘Oud & Nieuw in de Ouderenzorg’ bestaat uit 3 lezingen door personen met diverse achtergronden. Maar deze mannen delen allemaal één eigenschap: de ouderenzorg is ‘hun ding’.
lezing: de ouderenzorg door een wetenschappelijke bril
dr. Erik van Rossum, lector zorg voor kwetsbare ouderen aan HS Zuyd zal een lezing geven over de plaats van de wetenschap in de ouderenzorg. Erik studeerde gezondheidswetenschappen en promoveerde op een studie naar de effecten van preventieve ouderenbezoeken door wijkverpleegkundigen. Hij is lid van de kenniskring Autonomie en Participatie en is vanuit die positie betrokken bij projecten rondom zorginnovaties voor ouderen en chronisch zieken en ‘de verwetenschappelijking van het onderwijs’.
lezing: de ouderenzorg en onze maatschappij
Jan Bouwmeester, geestelijk verzorger in een ouderenzorgorganisatie, zal spreken over de maatschappelijke kanten van de ouderenzorg en de hedendaagse ontwikkelingen daarin. Hij is vooral geinteresseerd in de relatie tussen visie op het leven en uitwerking in de dagelijkse praktijk van de zorg en houdt een pleidooi voor meer aandacht voor motieven van zorgverleners om dit werk te doen. Hij zal concreet ingaan op nieuwe initiatieven op dit gebied. Jan is afgestudeerd als orthopedagoog en kwam via de verstandelijk gehadicaptenzorg na afronding van een studie theologie uiteindelijk aan het werk gegaan in de ouderenzorg als geestelijk verzorger.
lezing: nieuwelingen in de ouderenzorg
Bram Hengeveld, wijkverpleegkundige, zal spreken over verpleegkundestudenten en beginnende beroepsbeoefenaren. Waar lopen zij tegen aan en hoe kunnen zorgverleners hen helpen het beste uit zichzelf te halen? Bram studeerde hbo-verpleegkunde en volgt thans een masterstudie evidence based practice aan de universiteit van Amsterdam.
Ouderen in veilige handen
Begin juni 2011 is er, als onderdeel actieplan ‘Ouderen in veilige handen‘ [PDF], een meldpunt Ouderenmishandeling opgezicht. Er zijn ondertussen reeds tientallen meldingen gedaan; TC Tubantia geeft aan dat het om 21 ‘gegronde’ (aldus IGZ) meldingen gaat, alle vanwege mishandeling door zorgverleners. Laat dat even inwerken…
De oorzaken zijn nogal divers, maar het komt volgens Movisie telkens op hetzelfde neer:
Ouderenmishandeling is het handelen of nalaten van handelen waardoor de oudere persoon lijdt. Dit lijden kan lichamelijk of psychisch zijn maar ook materieel. Ouderenmishandeling komt in iedere bevolkingsgroep voor.
Volgens mij een vrij brede definitie, maar enkele praktijkvoorbeelden die worden gegeven laten weinig aan de verbeelding over: schoppen, slaan, schelden, stelen en zelfs seksueel misbruik. Maar ook: het verkeerd gebruik van tilliften, waardoor ouderen onder de blauwe plekken komen te zitten.
Wat ik me bij de definitie afvraag: is (bijvoorbeeld) het te weinig inzetten van pijnbestrijding (of onvoldoende voorlichting daarover) in geval van, zeg, dementie, een heupoperatie of in de terminale fase dan ook mishandeling? Zo ja (en daar valt veel voor te zeggen), dan gaat de inspectie het druk krijgen. En hoe zit het met de diep depressieve oudere die gaarne wil sterven, maar daar niet de kans toe krijgt?
Ikzelf ken vooral voorbeelden van mishandeling door bejegening en toegegeven, ik stond er met m’n bek vol tanden na te kijken en te luisteren. Maar ook op het gebied van inadequate hulp bij/verzorging van voeding heb ik het regelmatig zien gebeuren. Tijd wordt daarbij vaak als reden genoemd en, alhoewel ik het probleem absoluut niet wil ontkennen, word ik soms wel een beetje gallisch van dat argument. Wanneer telkens dezelfde personen als laatste aan hun (lauwe) hap geholpen worden, gaat er ook op andere vlakken iets fout.
Wat dan wel aan me knaagt: heb ikzelf ouderen mishandeld? Zo ja, op welke wijze? Goed, ik ben me van geen kwaad bewust, heb nog nooit gestolen, heb niemand geschopt en ik hoop dat u mij op m’n woord geloof dat mij er alles aan gelegen is om de beste zorg te leveren die ik me kan bedenken. Maar ik ben slechts een mens (en beginnend zorgverlener). Waar bevinden zich blinde vlekken? Ben ik een zorgverlener die géén melding maakt van mishandeling (of die dat niet opvalt zoals een mogelijk trombosebeen opgemerkt dient te worden) en juist daardoor mishandelt?
Lieve lezers, laat gerust in de comments uw ervaringen achter, maar onthoudt dat het écht melden van specifieke gevallen via een van de meldpunten ouderenmishandeling dient te gebeuren, of in geval van mishandeling door zorgverleners via telefoonnummer 088-1205050
Voor verdere vragen: zie ook hier
eHealth of eHype?
Elke zorgverlener zal heden ten dage op enig moment in de week achter een scherm zitten. Nu vraag ik me nogwel eens af hoeveel tijd er verloren gaat met, zeg, de typsnelheden die minder digitaal onderlegde collega’s aan de dag leggen. Maar er zijn meer prangende vragen, want wat hebben we er aan al die ehealth systemen? Worden onze patiënten sneller beter? Is hun kwaliteit van leven groter? is de zorg veiliger? Typische evidence based practice vragen. Via de website van het Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice kwam ik een bespreking [1] van een systematische review [2] tegen die nu juist dit probleem aansnijdt. Hoeveel evidence hebben we voor het gebruik van al die technologie?


Recente reacties