Categorie archief: Evidence Based Nursing

Vastgeroeste vooruitgang?

wd40

Over de wetenschap schreef John P Ioannidis: ‘de meeste onderzoekpublicaties zijn fout‘ (Ioannidis 2005). Iedereen kent de publicatie, maar daar blijft het vaak bij. Wat betekent die wetenschap nu voor onze fraaie evidence-based richtlijnen?  Roesten we ook vast in een archaïsch beeld?

Lees verder

Getagged , , , , , ,

Vissers van mensen: elementaire diagnostiek

Diagnosen stellen komt zeer veelvuldig voor in het werk van iedere zorgverlener. Zo testen verpleegkundigen bijna dagelijks wel een of meerdere keren of iemand mogelijk een infectie heeft, of dat er sprake is van delier of een zelfzorgtekort. Maar het stellen van diagnosen kent een aantal eigenaardigheden die onder het oppervlak verscholen blijven, zeker bij het screenen van groepen mensen. In deze blog zullen we deze eigenaardigheden belichten aan de hand van de sensitiviteit, specificiteit en voorspellende waarden van een diagnostische test. Voor de die-hards komen ook de likelihood ratio’s aan bod! Lees verder onder de streep… Lees verder

Getagged , , , , , ,

Dwalingen in de methodologie (NTvG)

Nederlands Tijdschrift voor GeneeskundeDwalingen in de methodologie is een serie van 39 artikelen over wetenschappelijk onderzoek uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, verschenen tussen 1998 en 2002. De artikelen zijn geschreven door grote namen uit de Nederlandse klinische epidemiologie. Het betreft een breed scala aan onderwerpen, van diagnostiek tot genetisch populatieonderzoek.

Gratis beschikbaar en hieronder door yours truly voor u op een rijtje gezet, met handige link naar de volledige tekst. Doe er uw voordeel mee!

Lees verder

Getagged , ,

Urineweginfecties voorkomen met cranberry?

Update: in de JAMA van 8 november 2016 is een publicatie verschenen over het effect van cranberrycapsules bij oudere vrouwen in het verpleeghuis. Het gaat er niet op vooruit voor cranberry adepten…

Among older women living in nursing homes, cranberry capsules, compared with placebo, did not have a significant effect on the presence of bacteriuria plus pyuria over 1 year.

http://jamanetwork.com/journals/jama/fullarticle/2576822#full-text-tab

Zoals het bekende adagium luidt is voorkomen nog altijd beter dan genezen. Maar hoe doe je dat als het gaat om urineweginfecties? Een urineweginfectie is geen sinecure en komt nogal eens voor: in 2010 had ong. 1,5% van de Nederlandse ziekenhuispatiënten een symptomatische urineweginfectie. [1] Van zo’n infectie kan je flink ziek zijn. De oplettende verpleegkundige zal bij een plotseling verwarde 90 jarige dame direct denken aan een urineweginfectie.

Om urineweginfecties te voorkomen gebruiken veel mensen een bepaalde vorm van cranberry extract zoals capsules of drankjes. Hoe dat zou werken is niet duidelijk. Daarnaast is de afgelopen jaren ook de vraag gerezen óf het wel werkt.  In de laatste JAMA [1] wordt er e.e.a. in het kort weergegeven naar aanleiding van een geupdate Cochrane review [2]

De auteurs van het artikel in JAMA zijn er kort over; geen significante effecten gevonden voor welke toedieningsvorm dan ook :

Cranberry products are not associated with prevention of UTIs. However, lack of association of cranberry products with a reduced incidence of UTIs in clinical trials may be
due to lack of participant adherence, lack of sufficient active ingredient in the cranberry product, or lack of sufficient statistical power.

Deze conclusie wordt getrokken na het bij elkaar rapen van de onderzoekgegevens van meer dan 4400 personen, variërend in leeftijd van 7,5 – 81 jaar en afkomstig uit verschillende klinische settings en landen (waaronder Nederland). De cranberry onderzoekers hebben niet stil gezeten, maar liefst 14 nieuwe onderzoeken konden aan de vorige editie van de review worden toegevoegd. Als u van plaatjes houdt:

Forestplot gestratificeerd naar geslacht/leeftijd. Hoe groter het blokje, hoe groter het gewicht van de studie. Hoe verder het blokje links van de middellijn staat, hoe beter cranberry presteerde. Hoe kleiner het streepje door het blokje (het betrouwbaarheidsinterval) hoe beter. Tabel uit JAMA Klik voor groter.

Forestplot gestratificeerd naar geslacht/leeftijd. Hoe groter het blokje, hoe groter het gewicht van de studie. Hoe verder het blokje links van de middellijn staat, hoe beter cranberry presteerde. Hoe kleiner het streepje door het blokje (het betrouwbaarheidsinterval) hoe beter. Tabel uit JAMA Klik voor groter.

Van de grotere onderzoeken in de review schommelen de effectschatters rond de nullijn; niet beter dan de controleinterventie of een placebo. In gedachten moet worden gehouden dat de cranberry producten mogelijk te weinig werkzame stof bevatten (wat dat ook zijn mag), niet goed werden ingenomen (de drankjes zijn niet te zuipen) en de onderzoeken niet altijd veel power hadden. Interessant is wel dat de Cochrane Review vermeld dat er geen verschil in effectiviteit werd gevonden tussen cranberry en antibiotica bij vrouwen en kinderen.

Conclusie

Mocht een patiënt mij de vraag stellen of het innemen van cranberry om urineweginfecties te voorkomen zin heeft, dan zou ik zeggen dat daar geen goed bewijs voor is (zeker als het niet om kinderen gaat) en ik het als professional niet aan kan raden. Tenzij men het lekker spul vindt; genieten in het leven is belangrijk, maar dat is een ander verhaal.

Referenties

  1. RIVM (2011) Trend in prevalentie van ziekenhuisinfecties in Nederland 2007-2009 Infectieziektenbulletin (21) [link]
  2. Jepson, R, Craig, J & Williams G (2013) Cranberry products and prevention of urinary tract infections. JAMA. 2013;310(13):1395-1396 [link]
  3. Jepson RG, Williams G &Craig JC. (2012) Cranberries for preventing urinary tract infections. Cochrane Database of Systematic Reviews, Issue 10. Art. No.: CD001321. [link]
Getagged , , ,

3 tips voor een betere zelfcontrole bij diabetespatiënten

vingerprik

U kent het wel: stripje d’r in, prikkie doen, eerste druppel wegvegen en meten maar. Het bepalen van bloedglucosewaarden stelt tegenwoordig eigenlijk weinig voor. Diabetesverpleegkundige Hanneke Hortensius ontdekte echter de fijne nuances en promoveert 15 mei a.s. op haar bevindingen bij zelfcontrole bij insulineafhankelijke diabetespatiënten.

Naar aanleiding van haar bevindingen wordt de richtlijn ‘Zelfcontrole bloedglucosegehalte bij diabetes mellitus‘ aangepast. Da’s geen sinecure! Hortensius komt met drie handige, makkelijk te volgen tips:

  1. bij schone (water en zeep!) handen moet bij zelfmeting de eerste bloeddruppel worden genomen
  2. is handen wassen niet mogelijk maar zijn de handen niet zichtbaar vervuild, dan moet de eerste druppel weg worden geveegd en de tweede worden gebruikt
  3. is handen wassen niet mogelijk en zijn de handen zichtbaar vervuild, dan is de meting onbetrouwbaar en af te raden.

So now you know!

Getagged , ,

Evidence Based Injecteren: ‘Bovenste Buitenste Kwadrant’? Of …?

Het is waarschijnlijk een van de meest bekende vuistregels binnen de verpleegkunde: het ‘bovenste buitenste kwadrant’. De meeste verpleegkundigen hoef je dan niet eens meer uit te leggen waar je het over hebt: het geven van een intramusculaire injectie in het dorsogluteale gebied. Het ezelsbruggetje is zo vastgebakken in het onderwijs en de praktijk dat ik tot op heden nog niet van een andere methode had gehoord om in dat gebied te injecteren. Maar er zijn redenen om aan te nemen dat het wel eens een van de vele rituelen zou kunnen zijn die ons vak ‘rijk’ is. Een injectie techniek die reeds sinds 1953 bekend is zou wel eens veel beter kunnen zijn…

Lees verder

Getagged

Evidence Based Wondzorg (2): Zilververbanden

Diabetisch ulcus

Regelmatig kom ik in de zorg zilververbanden tegen (vaak in de vorm van AquaCel Ag). Hier zit een hoeveelheid zilverdeeltjes in, die een anti-microbiële werking hebben. Dat zilver deze werking heeft is reeds lang bekend en in principe zou het dus een rol kunnen spelen bij geïnfecteerde wonden. Maar werken deze (niet bijzonder goedkope) middelen ook echt? Een kijkje in de Cochrane Database of Systematic Reviews levert het volgende op:

Lees verder

Getagged , , , ,

Dag van de verpleging 2012: ‘Overbrug de kloof!’

Morgen is het weer de dag van de verpleging. Komt door ons aller Florence, zoals u hopelijk wel weet. Het thema van dit jaar ‘Van onderzoek naar praktijk: overbrug de kloof’ spreekt mij 100% aan. Wij moeten die kloof overbruggen, niemand kan of zal het voor ons doen.

Maar hoe? Dat is, toegegeven, een wat lastige kwestie. Er komt nogal wat bij kijken. In het AMC geven ze een voorzetje:

Stel dus kritisch vragen aan uzelf en zoek! Daar zijn vaardigheden voor nodig, absoluut. In het AMC hebben ze wat dat betreft misschien wat makkelijk praten. Zij hebben Hester. Maar ook dáár is het ergens begonnen. Ook zij zijn voor het eerst om tafel gaan zitten voor een dossierbespreking. Ook mevrouw Vermeulen hoorde ooit voor het eerst de term ‘gerandomiseerd onderzoek’.

U bent als verpleegkundige dus een uitermate belangrijk persoon om in uw instelling (of als ZZP’er natuurlijk!) de vraag te stellen of de zorg optimaal verloopt. En ook u kunt een stukje Hester hebben: abonneer u op ‘Het Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice‘. Lees de Ja/Nee rubriek in vakblad Nursing. Bestook een Nurse Practitioner in uw omgeving met uw vragen. Kent u iemand die de opleiding Master of Evidence Based Practice heeft gevolgd? Stalk hem of haar, zet uw tent in diens voortuin, tot u het onderste uit de kan weet! Of nog beter (en met minder gevaar voor justitiële vervolging): doe de opleiding zelf! (klik)

Ooit hebt u namelijk gezworen bepaalde zaken te doen en na te laten. Even een stukje opfrissen:

Ik zweer / beloof dat ik mijn beroep als verpleegkundige op een verantwoorde en betrouwbare wijze zal uitoefenen. Dat betekent dat ik mijn eigen kennis en vaardigheden en die van collega’s zal bevorderen

Belofte maakt schuld. En niet alleen morgen.

Getagged ,

Evidence Based Wondzorg (1): Honing

honing

[update 3-6-2014]

Er is in 2013 een update van de hier vermelde Cochrane Review gepubliceerd. De nieuwe informatie is toegevoegd.

In de Nursing van April 2012 wordt pijnlijk duidelijk hoe het staat met de evidence based praktijken die de Nederlandse verpleegkundige wondzorg kenmerken. En dat is niet best. Ik geef direct toe, dat doet pijn. Een flink deel van de directe zorg die ik lever als verpleegkundige bestaat uit wondzorg. Daarom vanaf nu een serietje Cochrane Reviews. Al was het alleen maar om er voor te zorgen dat bij een volgende survey 75% van de verpleegkundigen WEL van de Cochrane Database heeft gehoord.

Een zoet begin, om het hapbaar te maken:

Honing

Ik heb het afgelopen jaar een aantal keer de vraag gehad hoe dat nu zit met honing in de wondzorg. Dit betreft zowel cliënten als familie daarvan. Kleine trials laten soms hoopvolle zaken zien, maar de Cochrane Review aangaande deze kwestie[1] luidt als volgt:

Honey is a viscous, supersaturated sugar solution derived from nectar gathered and modified by the honeybee, Apis mellifera. Honey has been used since ancient times as a remedy in wound care. More recently trials have evaluated the effects of using honey to help wound healing in both acute wounds (for example burns, lacerations) and chronic wounds (for example venous leg ulcers, pressure ulcers). Although honey may improve healing times in mild to moderate superficial and partial thickness burns compared with some conventional dressings, it was found that honey dressings used alongside compression therapy do not significantly increase leg ulcer healing at 12 weeks. There is insufficient evidence to guide clinical practice for other wound types.

In de update uit 2013 (waarin 6 extra gerandomiseerde onderzoeken konden worden toegevoegd) trekken de auteurs de volgende conclusie [2]

Honey dressings do not increase rates of healing significantly in venous leg ulcers when used as an adjuvant to compression. Honey may delay healing in partial- and full-thickness burns in comparison to early excision and grafting, and in cutaneous Leishmaniasis when used as an adjuvant with meglumine antimoniate. Honey might be superior to some conventional dressing materials, but there is considerable uncertainty about the replicability and applicability of this evidence. There is insufficient evidence to guide clinical practice in other types of wounds, and purchasers should refrain from providing honey dressings for routine use until sufficient evidence of effect is available.

De conclusie hieronder moet dus worden aangepast, helaas ten nadele van honing

Conclusie

Mocht u dus de vraag krijgen of honing niet een goed idee zou zijn bij de wond van mw Jansen, dan kunt u bij deze een evidence based antwoord geven wat betreft effectiviteit van honing naast zwachtelen bij ulcera aan het been: die is niet aangetoond. Bij brandwonden is er mogelijk een negatief (!) effect op de genezingsduur. Voor andere wonden is er gewoonweg te niets te zeggen over honing. In die gevallen is het dus zaak om uit te zoeken of er wel bewezen effectieve opties zijn.

Bron

  1. Jull, A. B., Rodgers, A., & Walker, N. (2008). Honey as a topical treatment for wounds. Cochrane database of systematic reviews (Online), (4). [abstract]
  2. Jull, A. B., Walker, N., & Deshpande, S. (2013). Honey as a topical treatment for wounds. The Cochrane database of systematic reviews. [abstract]
Getagged , , , ,

Onrust bij dementie; rigoureus pijn bestrijden?

In Noorwegen heeft men opzienbarende resultaten geboekt in een onderzoek naar de effecten van pijnbestrijding bij mensen met dementie in verpleeghuizen [1]. Volgens onderzoekers Husebo et al. werkt systematische medicinale pijnbestrijding om onrust (agitation) bij dementerenden significant te verminderen in vergelijking met dementerenden die standaardzorg ontvingen. Nursing en Trouw kopten reeds in de trend van: ‘Paracetamol helpt tegen onrust’.

De filosofie: onrust is een uiting van pijn bij mensen die zich niet goed verbaal kunnen uiten en kampen met cognitieve stoornissen. Effectieve behandeling van niet-gediagnosticeerde pijn kan de oorzaak van deze onrust wegnemen. Het bewijs: de uitkomsten van een cluster randomised controlled trial.

Welnu, de conclusie in de koppen van Trouw en Nursing zijn wat voortijdig, de uitkomsten hoopgevend en teleurstellend tegelijk en de methode van onderzoek interessant.

Lees verder

Getagged , , , , , ,

Wetenschapsfilosofie voor beginners: wat is Kennis?

Het werd weer eens tijd voor een digitale publicatie van uw aller. Surf daarvoor snel naar het fameuze Cryptocheilus weblog! Naast dat dit blog voor medi-Nederland überhaupt verplichte kost is, kunt u er nu terecht voor een vertaling van een van de beste blogposts die ik tot op heden heb gelezen: ‘Alternative Medicine. Does belief exonerate?‘, dat oorspronkelijk verscheen op het weblog Anaximperator. Ik heb hier een vertaling van in elkaar geprutst waarvan deel 1 verscheen onder de titel:

Wetenschapsfilosofie voor beginners: wat is Kennis?

Hoewel oorspronkelijk gericht op de hocus pocus van kwakzalverij, is het een document dat een veel bredere aandacht verdient.

Getagged ,

Het olfactorisch genot van fysiologisch zout via een infuus. Of: proeven wat je spuit.

[update 19-7-2014] Na bijna vier jaar ben ik helaas weer terug op de afdeling cardiologie. Nu is de situatie duidelijk ernstiger; ik behoor tot de lucky few die een OHCA na kunnen vertellen. Komende week zal ik een ICD krijgen. Het is natuurlijk wel bere-interessant om deze blog weer te doen herleven. Werk in uitvoering…..

Binnen de ‘hoe-kan-dat-nou-categorie’ bevinden zich vele onderwerpen. Voorbeeldje: het proeven van een vloeistof die je per intraveneus infuus krijgt ingespoten. Ja u leest het goed. Proeven. Verbaasd? U bent niet de enige. BMC Nursing, een open access internetperiodiek – verplichte kost voor iedere verpleegkundige – publiceerde begin dit jaar een artikel dat me gezien de woeste vreemdheid van het onderwerp direct aantrok:

Experience of unpleasant sensations in the mouth after injection of saline from prefilled syringes (Kongsgaard et al. 2010)

Vertaald betekent dat zoveel als: “Beleving van een onplezierige sensatie in de mond na injectie van een fysiologische zoutoplossing m.b.v. voorgevulde spuiten.” Meer weten? Lees verder…

Lees verder

Getagged , , , , , , , , , , , ,

Bestrijding der Kwakzalverij wérkt.

De trouwe lezer van Ars GeriatriCare – voor zover bestaand – weet dat ondergetekende een ronduit enorme hekel heeft aan ‘kwakzalverij‘. Nadat mijn vriendin ontdaan met een artikel over homeopathie voor nierpatiënten in ‘Dialoog’, het periodiek van de Nierpatiëntenvereniging Oost Nederland, op de proppen kwam waren de spreekwoordelijke rapen dan ook flink gaar.

We konden de strapatsen van auteur Hilhorst, homeopaat te Hengelo niet over onze kant laten gaan. Niet in de laatste plaats omdat verpleegkundigen de ethische plicht hebben op te komen voor de veiligheid en juiste informering van patiënten, die hevig in het gedrang zou kunnen komen door de informatie zoals geboden door Hilhorst. Mijn vriendin en ik hebben een – evidence based – brief opgesteld aan de NON. En met effect! Ze nemen stellig afstand van het stuk zoals nu al is te lezen op de website niernieuws.nl. Hulde aan de NON!

Lees meer bij uw aller Cryptocheilus.

Getagged , , ,

Neem uw kruis op en wandel. Over het proces van bedlegerig worden.

De oude Nightingale in haar bed, waar ze 30 jaar doorbracht.

[rectificatie: er is ten onrechte gesteld dat er geen informatie werd geboden over de wijze waarop de door Zegelin uitgevoerde literatuurstudie plaats heeft gevonden. Deze informatie is nu gecorrigeerd.]

Over in bed liggen doen de meest verschillende gevoelens de ronde. Veelal geassocieerd met slapen vindt de een het heerlijk en ziet de andere er nodeloze oefening voor de dood in. Maar of men het nu doet op een waterbed, boxspring of een luchmatras: opstaan is een belangrijk onderdeel van het in bed liggen. Uit bed; werk aan de winkel. Een leven moet geleefd, niewaar? Prijs uzelf gelukkig voor dat opstaan. Want het kan ook anders: ‘bedlegerig’ zijn’. Je leven leven in bed. En daar schreef Angelika Zegelin haar proefschrift over, waar een artikel (‘Gekluisterd aan bed’) over is geplaatst in Verpleegkunde. (Zegelin, 2006) Het is zo’n artikel dat je veel te lang ligt aan te staren vanuit allerlei hoeken met de boodschap: blog over mij! Bij deze…

Lees verder

Getagged , , , , ,

Mevrouw heeft een plekje op haar stuit… Update 2009

[noot: dit is een ‘heruitgave’ van een in juni 2008 verschenen blogbericht. Het origineel is hier te vinden. De nieuwe versie is op een aantal punten aangepast. Zo hebben sinds het originele blogbericht alweer twee nieuwe LPZ metingen plaatsgevonden en verscheen er in december 2008 een systematische review over de behandeling van decubitus in JAMA.]

Decubitus: wie heeft er niet van gehoord of ermee te maken gehad tijdens de opleiding, stage of het werk? Duizenden hebben het gezien, gevoeld en/of geroken. In de 17e eeuw duikt de term decubitus op, afgeleid van het Latijnse woord decumbere dat ‘zich neerleggen’ betekent. Om precies te zijn wordt er in 1777 door Wohlleben gesproken van gangraena per decubitum, ‘afsterven door te gaan liggen’. De link met bedlegerigheid lijkt dus al heel lang duidelijk te zijn, al weten we nu natuurlijk dat decubitus meerdere oorzaken kan hebben. (bijv. decubitus van de urethra t.g.v. een verblijfskatheter, of ‘doorzit’-plekken t.g.v. rolstoelgebruik). Voor meer actuele opvattingen en kennis: lees verder onder de streep.

Lees verder

Getagged , , , , ,

Parels & ezelsbrug based practice

Evidence Based Practice (EBP), kort door de bocht het bewust toepassen van wetenschappelijk bewijs in patiëntzorg, is een algemeen geaccepteerd principe. Zo ook in de verpleegkunde, al is daar volgens een publicatie door Pagani et al. (2009) nog wel het een en ander in te verbeteren. Zo schrijven zij in Creative Nursing:

Despite the increasing importance of evidence-based practice for the nursing profession, some nurses remain unable to use scientific evidence in their clinical practice to support their critical thinking and nursing skills. PERL (Print, Electronic, Resource Persons, and Location) is an acronym that nurses can use to categorize available resources to practice evidence-based nursing, thereby enhancing patient outcomes.

Om verpleegkundigen een handvat te bieden ontwierpen ze dus een ezelsburg: de ´PERL-ezelsbrug´. PERL staat voor Print, Electronic, Resource persons en Location; vier aspecten van EBP die van belang zijn voor verpleegkundigen aan het bed. Dat laat zich, met enige verbeelding, in het Nederlands vertalen als Papier, Elektronisch, Relaties en Lokatie.

Leuk is dat het feitelijke ezelsbruggetje zich óók prima laat vertalen naar het Nederlands: PERL klinkt als ‘pearl’, dat parel betekent. (Parel -> EBP, vat je ‘m?) En laten PApier, Relatie, Elektronisch bewijs en Locatie nu prima in het acroniem PAREL te passen zijn. Dus… Anyway: lees verder onder de streep!

Lees verder

Getagged , , , , , ,

Oeps, vergeten: gisteren was het Wereld Alzheimerdag

alzheimerGisteren was het Wereld Alzheimerdag, zo lezen we via Nursing.nl. Het centrale thema lag bij het tijdig stellen van de juiste diagnose, hetgeen in veel gevallen te laat gebeurt. Een pijnlijke gebeurtenis voor veel mensen (dementie is behoorlijk stigmatiserend), maar ook kan het twijfel en onduidelijkheid wegnemen. Ik raad wat dat betreft de DVD ‘Leven met dementie’ aan, dat een veelzijdig beeld schetst van ‘de dementerende mens’ en diens omgeving.   

Terug naar Alzheimerdag: opmerkelijk vind ik de bevinding van een onderzoek door Maurice de Hond: tweederde van de Nederlanders lijkt te denken dat geheugentraining het dementieel proces vertraagt. Ook denkt men dat het grootste deel van de Nederlandse dementerenden in een verpleeghuis woont. Pseudowetenschappelijke uitlatingen. Niets nieuws onder de zon natuurlijk, maar wel vervelend. We kwamen reeds appelsap tegen in de strijd tegen Alzheimer en glazen water als algemeen panacee.

Hoe komen mensen erbij? De ‘braintrainmythe’  wordt wellicht gevoed door een soepel lopende PR machine van bedrijven als Nintendo en wat algemene ‘volkswijsheid’. Maar volgens mij ligt het ook aan een gebrek aan skepsisme. Mensen slikken teveel onzin zonder na te gaan waarop gepresenteerde feiten berusten. Althans zo lijkt het, als we de Hond mogen geloven. Niettemin heeft het appelsapbericht de nodige hits opgeleverd via zoekmachines de afgelopen tijd. Het is dan de vraag of mensen bezig zijn met het een ongezonde portie  ‘confirmation bias’, of met een skeptische bril kaf van koren te scheiden. Ik hoop het laatste en zal m’n best doen het skepsisme verder te promoten. Want het is mij een schrikbeeld: dementerenden die zich geen raad weten met de hoeveelheid appelsap, water en een Nintendo DS. Allemaal voor niets. Verspilde moeite.

Getagged , ,

Proefschrift: depression in dementia. Development and testing of a nursing guideline

Renate Verkaik promoveerde 20 april jl. op haar proefschrift ‘Depression in dementia. Development and testing of a nursing guideline’, waarin zij een behoorlijke berg onderzoek naar depressie bij demente personen presenteert, waaronder enkele systematische reviews. Doe er uw voordeel mee PG’end Nederland, want volgens mij heeft Verkaik enkele zeer essentiele dingen onderzocht – van snoezelen tot symptomen van depressie – waarbij het verpleegkundig onderdeel niet vergeten is! Om het gehele proefschrift te lezen: hier eventje klikken. Abstracts onder de streep!

Lees verder

Getagged , , , ,

Wil je zorg op maat? Kies dan voor ‘complementair’! Yeah right…

Binnen de verpleegkunde is ‘complementair’ werken een hot issue. Wat hier precies onder wordt verstaan is me nog niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat mijn hogeschool er een minor in aanbiedt. In de beschrijving daarvan lezen we:

Wil je zorg op maat?
Kies dan voor de minor “complementair werken”: de minor “complementair werken” richt zich op het verbeteren van het persoonlijk welbevinden van patiënten en cliënten! Om de kwaliteit van leven te verhogen worden een aantal complementaire (of: aanvullende) zorgvormen ingezet. Met complementaire zorgvormen wordt onder meer gedoeld op massage, het gebruik van etherische oliën of kruiden, ontspanningsoefeningen, therapeutic touch, maar ook de toepassing van geschikte architectuur, vormen en kleuren.
Want….hulpverlening kan zoveel meer zijn dan een praatje en een pilletje!

(cursivering door mijzelf). Etherische oliën, kruiden, ontspanningsoefeningen en therapeutic touch dus. Kwakzalverij? Wat betreft therapeutic touch kunnen we dat denk ik met een gerust hart zeggen. Ik weet niet waar men etherische oliën voor wil gebruiken, maar ook dit valt snel binnen het kader van ‘evidence based’ werken. Je past het toe met een beoogd effect en dat effect is uiteindelijk te meten. Gewoon even de cijfertjes verzamelen. In de miljarden die het NCCAM de afgelopen jaren heeft mogen spenderen moet er toch wel iets te vinden zijn dat de genoemde interventies van wetenschappelijke onderbouwing kan voorzien? ZonMw heeft onlangs ook nog 2,5 ton over de balk gesmeten; het grote beeld dat daaruit naar voren komt is dat CAM beoefenaren met name inzicht in wetenschap nodig lijken te hebben. En ook het laatste zinnetje uit het citaat stuit me nogal tegen de borst: ‘want hulpverlening kan zoveel meer zijn dan een praatje en een pilletje’. Alsof je een minor complementaire zorg voor nodig hebtvoor het leveren van zorg op maat! Dat is standaard het werk van verpleegkundigen en op deze manier lijkt er sprake te zijn van landjepik. Mijns inziens is complementair werken absoluut niet nodig om zorg meer te laten zijn dan een praatje en een pilletje. (voor zover dat nodig is) Het schept op deze manier een karikatuur van zorg. En; in een tijd waarin één van de meest gehoorde klachten is dat er geen tijd is voor een praatje: is er wel tijd voor ‘therapeutic touch’? Vanuit die visie zou complementair werken een verdere beknotting opleveren van die tijd voor een praatje. Nu staat het een ieder vrij om aan te tonen dat het gebruik van etherische olie hoger op de agenda staat van zorgvragers, maar zolang dat bewijs er niet is…

Wat betreft het gebruiken van geschikte architectuur; in ‘Levenskunst op Leeftijd’ door Hans Becker lezen we hierover als ‘empathic design’, hetgeen ik zie als het prettig aanpassen van de omgeving. Heeft dit met complementaire zorg te maken? Wellicht. Het is evidence based dat de omgeving van invloed is op het welbevinden danwel de productiviteit; nog onlangs werd de goudpalm uitgeroepen tot beste kantoorplant, inclusief wetenschappelijke onderbouwing. Ook zijn er aanwijzingen dat het uiterlijk van de omgeving van invloed is op zaken als heling na een heupoperatie; hang een leuk schilderij in de kamer en het gemiddeld gezien zijn patiënten sneller de deur uit. En ik zie ook zeker connectie met het verpleegkundig vlak m.b.t. de omgeving. (de vpk dient bijv. te zorgen voor een ‘therapeutisch leefklimaat’) Maar hierbij zie ik grotere noden; zolang ik in de zorg werk- danwel leerzaam ben zie ik gebouwen waar een duidelijk verpleegkundige invloed mist. We hebben het dan over de indeling van gebouwen, gebruikte materiaal (kranen!), kwaliteit van watervoorziening, afstanden die moeten worden afgelegd, etc. Wederom zie ik er een aspect van landjepik in; is het complementair om te zorgen voor een leuk kleurtje aan de wand? Ik zou zeggen dat het primair is.

Een ander probleem dat ik heb met ‘complementair’ is het feit dat, zodra het nut van een interventie wetenschappelijk is bewezen, het uit het domein van complementaire zorg valt. Het is dan ‘Evidence Based’ en behoort, net zoals het juist handelen bij decubitus, tot het standaard domein van de verpleegkundige. Als er een effect is (en dat wordt beweerd) is het te meten. Punt. Misschien niet in een RCT, maar het is te meten. Of is er een complementaire vorm van wondbehandeling? Gezien de beweringen die Therapeutic Touch beoefenaren doen over hun ‘magie’ moet dit een mooie uitdaging zijn: herstel dat energieveld en laat die wond sneller helen! Helaas niets van dat al. (anders zou het immers behoren tot de standaard zorg)

En waar is de minor ‘Evidence Based werken’? Nergens! En dat in een tijd waarin daar zoveel gewicht aan wordt gehangen en de gemiddelde verpleegkundestudent hierbij toch wel enige ondersteuning kan gebruiken: wat is Pubmed om te beginnen? Wat is de Cochrane database of systematic reviews? Wat is een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek? Waarom is het zo belangrijk gebruik te maken van controlegroepen? En hoe maak je gebruik van publicaties in de dagelijkse praktijk? Dergelijke informatie wordt wel aangeboden, maar bij lange niet in de mate waarin we er een complete minor mee kunnen vullen, laat staan de werkelijke implicaties ervan door te laten dringen. Ik herinner me een module ‘Vinden van Digitale Informatie’ tijdens de propedeuse en een module ‘Onderzoek’ tijdens de differentiatie, waarin zaken als databanken en de PICO strategie worden behandeld. Maar dit is niet afdoende om voldoende inzicht te krijgen in wat ‘evidence based’ practice is en hoe het tot stand komt. Tijdens het maken van een verslag over mondzorg werd ik bijvoorbeeld nogal moeilijk aangekeken toen ik een onderzoek naar het effect van goede mondzorg op de hoestreflex bij verpleeghuispatienten wilde toevoegen aan het verslag; moet dat nu? We zijn al bijna klaar…

Na twee jaar van zelfstudie begint het lichtjes te dagen, maar soms heb ik het gevoel dat ik gewoon gek genoeg ben om het interessant te vinden. Een waar gemis Saxion! Wat mij betreft zaagt men aan de verkeerde kant van de tak. Het idee dat zorg meer is dan een praatje en een pilletje zie ik als een karikatuur, maar dan wel een die absoluut niet in een minor complementaire zorg hoort. Het psychologische aspect van het vak is bij voorbaat veel meer dan ‘complementair’ (wellicht ook toe aan meer aandacht binnen de opleiding?) en perifere activiteiten als therapeutic touch zijn hocuspocus; tijdverspilling.

Doe mij maar een praatje. Vinden de mensen gezellig. En voor dat pilletje hebben we de dokter.

Getagged , , ,

Evidence based keukenprinsessen. Een broodje aap alstublieft, met therapeutische saus.

keukenprinses copy

“Verplegen houdt zich bezig met de gevolgen van een psychisch of somatisch probleem en richt zich niet op het wegnemen van de oorzaken daarvan. De verpleegkundige komt sterker in beeld naarmate de medische wetenschap meer faalt. In hun werk worden verpleegkundigen met levensvragen, existentiële vragen geconfronteerd.”

Bovenstaande is een citaat uit het artikel ‘Verplegen als existentiële ervaring en de verlokkingen van de evidence-based keukenprinses’. (de Vocht & Burger, 2009) Het artikel is een verkorte weergave van de afscheidsrede van Gerard Burger, docent gedragswetenschappen aan Saxion Hogescholen. Ik heb slechts twee keer les van hem gehad en dat is eigenlijk wel jammer, want ik vond hem een intrigerende verschijning: een levende boekenkast op sandalen met een zacht karakter.

Lees verder

Getagged , , ,