Categorie archief: Literatuur

Evidence Based Injecteren: ‘Bovenste Buitenste Kwadrant’? Of …?

Het is waarschijnlijk een van de meest bekende vuistregels binnen de verpleegkunde: het ‘bovenste buitenste kwadrant’. De meeste verpleegkundigen hoef je dan niet eens meer uit te leggen waar je het over hebt: het geven van een intramusculaire injectie in het dorsogluteale gebied. Het ezelsbruggetje is zo vastgebakken in het onderwijs en de praktijk dat ik tot op heden nog niet van een andere methode had gehoord om in dat gebied te injecteren. Maar er zijn redenen om aan te nemen dat het wel eens een van de vele rituelen zou kunnen zijn die ons vak ‘rijk’ is. Een injectie techniek die reeds sinds 1953 bekend is zou wel eens veel beter kunnen zijn…

Lees verder

Getagged

Uit liefde voor mensen

Via Twitter las ik een tip over een boekje gemaakt door fotograaf Leo de Bock: ‘Uit liefde voor mensen‘. Het is een mengeling van foto’s en anecdotes van (Vlaamse) verpleegkundigen over hun vak: waarom hebben ze ervoor gekozen en wat waren de mooie of hilarische momenten? Lachen:

Ik herinner me een knap meisje van twintig jaar, dat langskwam voor een radiografie. Ik leg haar vriendelijk de procedure uit: kleedhokje in, kleren uit, slipje aanhouden, en even wachten  tot ik u kom halen. Een minuutje later klop ik op de deur van dat kleedhokje. Geen antwoord. Ik klop iets harder. Nog geen antwoord. Ik open voorzichtig de deur. Tot mijn verbazing is dat kleedhokje leeg, maar al haar kleren hangen er nog. Het ergste vrezend neem ik een kijkje in de wachtzaal, en ja hoor: ze had de verkeerde deur genomen en was terug in de wachtzaal gaan zitten. Met enkel haar slipje aan.

Het aardige is dat het boekje gratis kan worden gedownload als PDF. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het aantal ‘handje-vasthouden-foto’s’ wat hoog vindt. Voor de verpleegkunde is dat wellicht beetje cliché, maar in het kader van de aanleiding tot het boekje kan ik het me voorstellen. De oudste zoon van Leo de Bock kreeg in 2005 een ernstig ongeluk, belandde op de IC, maar overleefde het gelukkig wel. Op die momenten heb je wel even behoefte aan een hand. In de woorden van Leo de Bock:

Je denkt er pas aan als het je overkomt. Dat er mensen zijn die je dan helpen. Die je zelfs begrijpen. Ze werken in dat ziekenhuis. Ik mocht ze alles vragen. Ze namen hun tijd. Ze waren er.

Gelukkig heb ik al sinds m’n jeugd een fascinatie voor handen, dus mij hoort u verder niet klagen. Leo, bedankt!

Afbeelding boven aan dit blogbericht: Leo de Bock.

Getagged , ,

Zakkaartjes vitale functies (aka ‘het acroniemencircus’) ORCA, SBAR, ABCDE, IPASStheBATON

Een drietal zakkaartjes ontworpen door Nurse Practitioner Jeroen Rademaker op basis van zijn ORCA strategie. (Observeren, Redeneren, Communiceren, Acties ondernemen) Wie van acroniemen houdt: eat your heart out. Rademakers promoveerde op de vroegtijdige herkenning van vitaal bedreigde patiënten, waarin ‘Niets is wat het lijkt!‘. In oktober 2009 ontving hij de Jeltje de Bosch Kemper Beste Practice Award voor zijn inspanningen.

Download de zakkaartjes als PDF via de website van Nursing: Zakkaartjes vitale functies. Klik hier voor een directe link naar het PDF bestand.

Lees verder

Getagged , , , , , , , ,

Kluun is gek. Het atheïsme dood.

Als niet-gelovige en vegetariër is kerst voor mij een enigszins vreemde aangelegenheid: de mij vroeger aangeleerde gedachte aan kerst – de geboorte van Jezus – zegt me weinig meer en de tonnen vlees die tijdens kerst verorberd worden hebben voor mij weinig met ‘vrede op aarde’ te maken. Het zal wel meer slaan op het ‘in de mensen een welbehagen’.

Wellicht uit enige frustratie, maar ik dacht: laat ik het eens over een andere boeg gooien. Daarom het volgende schrijfsel, dat ik enige tijd geleden opzette na het lezen van het boekje ‘God is gek’. Het boekje is geschreven door Kluun, het inmiddels overbekende schrijversbegrip dat ‘Komt een vrouw bij de dokter’ en ‘de Weduwnaar’ uitpoepte. Hoewel ze beide naast me in de boekenkast staan, heb ik ze zelf niet gelezen. Vriendinlief verslond ze. Ieder z’n ding denk ik. Maar ‘God is gek’ heb ik wel gelezen. Gaat ook snel, met nog geen zestig pagina’s en een wat egotrippende maar humoristische stijl van schrijven.

Lees verder

Getagged , , ,

90 jaar na dato; wat zijn we opgeschoten sinds de Spaanse griep?

influenzavirusNa een kort bezoek aan een  boekhandel kwam ik thuis met een bescheiden stapeltje bladzijden in matchende (paperback) kaft; In veel huizen wordt gerouwd. De Spaanse griep in Nederland, geschreven door Reinold Vugs. Het boek geeft een indringend beeld van de weerloosheid van mensen tegen wat we nu kennen als de Influenza A H1N1 pandemie van 1918/1919. We maken nu dus kennis met een familielid. Vugs vond dat het beschikbare materiaal over de pandemie wel erg schaars was en neemt de handschoen op. Met verdienste. Voor wie onbekend is met de Spaanse griep een zeer beknopte samenvatting, met dank aan Vugs:

In veel huizen wordt gerouwd (omslag)

Ten tijde van de eerste, milde golf in de zomer van 1918 was men verdeeld enthousiast over de griepgolf. Dr. Norden schrijft dat ‘er in het geheel geen reden tot ongerustheid is’. De meer skeptische artsen, die de optredende symptomen ernstiger inschatten krijgen snel gelijk. Het virus gaat als een lopend vuurtje, november 1918 schrijft meer dan 10.000 doden. Over preventie en behandeling is men ook nogal verdeeld; tot mijn verassing zag ik collargol, wellicht beter bekend als colloïdaal zilver, opdoemen tussen de voorgestelde behandelingen. Even prikje IV en klaar. Wat zou Röver daarvan denken? Anyway…

De tweede golf van de Spaanse griep teistert de gehele wereld en de overgang van 1918 naar 1919 biedt weinig reden tot gelukkig nieuwjaarwensen: schattingen lopen uiteen van 20 tot 100 miljoen doden, een veelvoud daarvan is ziek geweest. Nederland tekent meer dan 21.000 doden op, waarvan een groot deel in twee maanden is gestorven (oktober en november 1918). In Alaska is in sommige kleine dorpjes 90% van de bevolking overleden. De inbreuk op de maatschappij is enorm, zeker in combinatie met de (gevolgen van de) Eerste Wereld Oorlog. Want, hoewel Nederland in grote mate neutraal is gebleven, eist WO I het nodige van de Nederlandse Staat en diens burgers; het dagrantsoen(!) brood werd voor de gelegenheid van de Spaanse griep verhoogd tot een verbluffende hoeveelheid van 280 gram. (p. 63) Misery loves company.

Kapitein-apotheek van Essen geeft advies over preventie (p. 56):

” ’t Verdient aanbeveling om den mond zoveel mogelijk gesloten te houden en te ademen door den neus. Indien men met iemand spreekt, laat men dan op eenigen afstand van elkaar staan. Het beste is zo min mogelijk handen te geven. ‘Wascht verder dikwijls uwe handen, het liefste met zeep, doch bij dezen zeepnood met zand, vette klei of pijpaarde in den vorm van kunstzeep. […] Wandel liever in de frissche buitenlucht, dan plaats te nemen in een volle tram. Indien niet noodzakelijk, vermijdt dan verzamelplaatsen van menschen. Verder is roken goed, omdat de mond dan dichtgehouden wordt. Een suikerbal, hopje of pepermunt kan daarom ook goede diensten bewijzen. Nu en dan gorgelen met mondwater of chloraskaliumoplossing is aan te bevelen.”

Dat geeft redelijk aan wat er verder aan maatregelen besproken wordt door Vugs. Handjes wassen, onnodige drukte vermijden en een beetje van ‘laten-we-dit-eens-proberen-want-ik-weet-het-ook-niet-meer’. De minister van Binnenlandsche Zaken stelt voor de hulp van god in te roepen (p. 59):

“De Regeering gevoelt, met het oog op de tijdsomstandigheden, behoefte om, in overleg met de Kerkgenootschappen, een algemeenen biddag of bidstond te doen houden. De nood der tijden, die zich ook in ons land zoozeer doet gevoelen, dringt in het bijzonder tot verootmoediging en tot het inroepen van Gods hulp”

Ik hoop niet dat dat al te veel bijeenkomsten heeft opgeleverd. Ironisch genoeg zijn we nu, 90 jaar later, niet heel gek veel verder op het vlak van ‘algemene preventieve maatregelen’. Nou ja, we weten héél wat meer over het virus en diens evolutie, verspreiding, bouw, etc. Afgezien van het feit dat we tegenwoordig ons heil doorgaans niet meer in pijpaarde, mondwater en bidstonden zullen zoeken, is het bericht op de RIVM site echter niet veel anders dan het krantenbericht van kapitein van Essen uit 1918.

Niettemin zijn er twee grote verschillen; wij hebben medicijnen (anti-virale middelen, antibiotica  & vaccins) en genoeg te eten, al voorkom je met dat laatste volgens mij geen influenza, noch zal je het er mee bestrijden mocht je het eenmaal hebben. We zijn, afgezien van de vooruitgang der medische wetenschap dus niet héél gek veel verder. Voorlopig lijkt de kust veilig, maar we hebben ook nog geen vaccin en er duiken met enige regelmaat Tamiflu-resistente stammen op. Over het toekomstig verloop van de pandemie valt met geen zinnig woord wat te zeggen. Waar blijven die onderzoeken Ab? Ik wil een spuitje.

Ondertussen kan ik Vugs’ boekje van harte aanbevelen!

Vugs, R. (2002). In veel huizen wordt gerouwd. De Spaanse griep in Nederland. Soesterberg: Aspekt [ISBN: 9059110811]

p.s.: Ik hoor trouwens regelmatig dat vooral jonge mensen vatbaar zouden zijn voor de Sombrero variant. Persoonlijk vraag ik me af waar men zich daarbij op baseert. De hypothese die ik ken is dat de gevolgen van een cytokinestorm (een reactie van het immuunsysteem) veel van de jongelingen fataal is geworden in 1918/1919. Althans dat is de verwachting die men heeft op basis van diermodellen met een Frankenstein 1918 virus. Een sterker imuunsysteem zorgt voor een grotere storm. Het lijkt me echter geen reden om de situatie van 55+ te bagatelliseren op dit moment. Mocht iemand het fijne er van weten: let me know!

Getagged , , ,

My CiteULike Tags

Klik om naar citeulike.org te gaan

Hieronder een copy-paste van de tags van mijn CiteULike bibliotheek. Zit er iets bij dat je leuk vindt? Meer personen met een CiteULike account? Ik gebruik deze social bookmarkingsite regelmatig voor m’n opleiding bij het schrijven van verslagen, dit blog, reflecties, etc.  Via deze site kan je ook automatische literatuurlijsten maken: klik hier om ter illustratie een TXT, RTF of een PDF bestand te downloaden van mijn bibliotheek. Je kan ook kiezen welk referentiesysteem je wil gebruiken. Erg handig! Scheelt veel typewerk en je kan overzicht houden. Studenten kunnen ook in groepen hun materiaal delen en elkaar op de hoogte houden via een RSS feed. Mogelijkheden te over.

Dan nu, de tags (door op een van de tags te klikken ga je naar een overzicht van de items in m’n bibliotheek die ik getagged heb):

abbeypainscale absenteisme abstract abstracts acuut agc alternatief altruisme alzheimer amantadine antidepressiva antipsychotica antiviraal ari artsen assessment asthma attitude bad bde bijwerkingen biologie bloeddruk blog circadiaan cnpi cochrane cognitie consort copd coronair cva cysticfibrosis decubitus delier dementie depressie diabetes dieet dieren dierproeven dna doloplus2 drosophila ebm ecpa ecs educatie eenzaamheid effectiveness effectiviteit efficacy enquete ethiek europa euthanasie evolutie faecaal feminisme filosofie foetus fracturen fysiologie gedrag gehoorzaamheid geneesmiddelen genetica geriatrie geuren handhygiene handicap hartaanval hartfalen hip hiv homeopathie hospitalisatie humor incontinentie infectie influenza influenzaongeschikt innovatie internet kanker kosten kruiden kunst kwaliteitszorg levensboom levenskwaliteit lichamelijkonderzoek luchtvochtigheid luchtweginfectie maculadegeneratie mantelzorg matiggeschikt medicatie meetinstrument meta mgz milgram mishandeling muziek nainhibitor nederland neurobiologie neurofysiologie neurologie nietgeschikt nightingale non-farmacologisch nonvpk noppain nursepractitioner obesitas observationalpainbehaviourtool onderwijs opmerkelijk oseltamivir oud ouderen pacslac pade painad palliatief pandemie pasgeborenen pathofysiologie penis pijn pneumokokken pneumonie polyfarmacie preventie printed prokaryoten prothese psychologie psychometrie psychose rapid rct revalidatie richtlijnen rimantadine salience sedatie sex soortvorming speltheorie squash sterven terminaal thuiszorg toprint total transvet urine vaccin vaccinatie vaccination vaccine vallen vegetarisme verkoudheid verpleeghuis verpleegkunde verpleegkundigen verplegingswetenschappen virus vitaminec voeding vogels voorkeur vrijwilliger vs web20 wetenschap wiki zanamivir zelfherkenning zenuwstelsel ziekenhuis ziektekosten ziekteverloop zorgverleners zwangerschap

Getagged , , ,

Ars GeriatriCare Hutspotpost; leesvoer voor de hongerigen

Kleine hapjes random literatuur, licht verteerbaar. Eet u smakelijk!

Tijdschrift Gerontologie & Geriatrie 2009: 40
(website: http://www.nvgerontologie.nl/)

Loopstoornissen zijn de vroegste voorspellers van dementie (p. 37)
Loopstoornissen blijken de eerste indicatoren van dementie te zijn bij huisartsenbezoek. Gemiddeld beginnen deze stoornissen vijf jaar voordat de diagnose ‘dementieel syndroom’ dan ook daadwerkelijk klinkt. Na de loopstoornissen volgen op gemiddeld drie jaar voor de diagnose cognitieve stoornissen, die in het jaar voor de diagnose sterk toenemen.
Blogging on Peer Reviewed ResearchProefschrift: Rademakers, Inez. (2008). Prodromal Alzheimer’s disease in subjects with Mild Cognitive Impairment. Predictive and diagnostic aspects. Geen weblinks gevonden.

De REPOS: een pijnobservatieschaal voor mensen met een uitingsbeperking. (p. 39)
Pijninstrumenten bij dementie (of iets in die strekking) is een van de Google zoektermen die veel mensen bij Ars GeriatriCare brengt. Eerder blogde ik over een onderzoek naar meetinstrumenten, waarin helaas de REPOS ontbrak. Wel nu, die blijkt de afgelopen jaren in het Pijnkenniscentrum van het Erasmus MC – Sophia Kinderziekenhuis ontwikkeld en getest. De gevalideerde REPOS telt tien gedragingen die op pijn duiden bij ouderen met een uitingsbeperking, waarvan drie betrekking hebben op gezichtsuitdrukkingen (ogen dichtknijpen, optrekken v/d bovenlip, grimas en angstig kijken), en zeven gedragingen die bewegingen en verbale uitingen van pijn betreffen. Ook de psychische beleving van de cliënt is opgenomen in de REPOS, die qua materialen bestaat uit een instructiekaart, een scoreformulier en een beslisboom. Gebruik van het instrument vergt enige oefening, waarin voorzien wordt door een trainingscd (e-mail naar: a.boerlage@erasusmusmc.nl) en twee maal per jaar een train-detrainerbijeenkomst, waarvan ik geen idee heb wat het zijn, maar ook daar kan drs. Anneke Boerlage u via haar zojuist genoemde e-mail adres meer over vertellen.

Hier vindt u in ieder geval een powerpoint over de REPOS: http://tinyurl.com/dzzytn en in ‘Pijnmeter gelanceerd’ (http://tinyurl.com/cxhrpl)  leest u verder over mevr. Boerlage en diens collega Anneke Zwakhalen.

Moeilijk hanteerbaar gedrag bij dementie: gerandomiseerd klinisch onderzoek toont werkzaamheid van psychologische interventies aan. Door Hans Diesfeldt. (p. 36)
Op basis van een meta-analyse (Logsdon et al., 2007) heeft een Amerikaanse studiegroep de werkzaamheid van psychologische interventies bij dementerende zorgvrager aangetoond. Na analyse bleek dat uiteindelijk zeven studies overtuigend genoeg geacht om als wetenschappelijk bewijs door het leven te gaan. Twee van die studies gingen over Progressively lowered stress treshold (PLST) en vijf over gedragstherapeutische interventies (GTI). Het PLST model gaat uit van interventies die compenseren voor de cognitieve beperkingen van de patiënt, een individueel dagbehandelplan (opsteltijd: 4 uur(!) per cliënt) en stimulering van deelname aan plezierige activiteiten. Het ging in de studie om extramurale patiënten. Bij de GTI interventies vond men een bewezen effectiviteiten bij extramurale cliënten (3 studies) en verpleeghuiscliënten (2 studies). Effectieve interventies deelden de eigenschap van het aanleren van observatie a.d.h.v het ABC-schema: A: wat gaat er aan het gedrag vooraf? B: wat houdt het gedrag in? C: wat gebeurt er vervolgens? Vervolgens werden omgeving, dagbesteding of persoonlijk interacties waar nodig aangepast.
Blogging on Peer Reviewed ResearchLogsdon, R. G., McCurry, S. M., and Teri, L. (2007). Evidence-based psychological treatments for disruptive behaviors in individuals with dementia. Psychology and aging, 22(1):28-36. [DOI] [CUL]

Patiënten met een heupprothese moeten meer bewegen. (p. 38):
Robert Wagenaar, 40 jaar en orthopedisch chirurg betoogt in zijn proefschrift Physical activity after Total Hip Arthroplasty dat patienten met een ‘nieuwe heup’ net zoveel bewegen als hun leeftijdsgenoten. Helaas bewegen die ook niet genoeg, dus zal er meer bewogen moeten worden, vooral door vrouwen. Wagenaar deed onderzoek naar de SQUASH (short questionnaire to assess health-enhancing physical activity), de eerste vragenlijst die een gedetailleerd inzicht geeft in het lichamelijke activeitenpatroon van patiënten met herbouwd scharnierwerk.
Blogging on Peer Reviewed ResearchWagenmakers, R., van den Akker-Scheek, I., Groothoff, J. W., Zijlstra, W., Bulstra, S. K., Kootstra, J. W. J., Wendel-Vos, W. G. C., van Raaij, J. J. A. M., & Stevens, M. (2008). Reliability and validity of the short questionnaire to assess health-enhancing physical activity (squash) in patients after total hip arthroplasty. BMC Musculoskeletal Disorders, 9:141+. [DOI] [CUL]

Edities van de Ars GeriatriCare hutspotpost:
22-03-2009: Ars GeriatriCare Hutspotpost; leesvoer voor de hongerigen
16-01-2009: Hutspotpost; weekendvoer

Getagged , , , , , , , , , , ,

Lasten en geneugten van de ouderdom

Ik houd van boeken. Zonder ze te lezen is dat al zo. Een mooie boekenkast is als een schilderij en een joods spreekwoord schijnt zelfs te zeggen: ‘geef een huis een bibliotheek, het geeft het een ziel’. Nu ben ik niet zo heel erg thuis in zielen en het jodendom, maar een mooi spreekwoord is het wel. (en van spreekwoorden houd ik ook) 
Aangezien mijn ouders willen gaan verhuizen en een beetje overtollig veel boeken hebben, ben ik daar van het weekend eens in gaan ziften en mocht ik het Spectrum Citatenboek uit 1973 van C. Buddingh meenemen, met daarin o.a. het hoofdstuk ‘Over de lasten en geneugten van de ouderdom’. Een selectie:

Vanuit het standpunt der jeugd bezien, is het leven een oneindig lange toekomst, vanuit het standpunt van de ouderdom een zeer kort verleden.
– Arthur Schopenhauer

De tragedie van de ouderdom is niet dat men oud is, doch dat men jong is.
– Oscar Wilde

De ouderdom vangt aan juist op het ogenblik, waarin men vrede met de wereld sluit.
– Jan Greshoff

Het is vervelend om oud te worden, en toch is het ’t enige middel dat men gevonden heeft om lang te leven.
– Auber

De kruik bewaart lang de geur van datgene waarmee zij eens, toen zij nog nieuw was, doortrokken is geweest.
– Horatius

Niets maakt sneller oud, dan de voortdurende gedachte dat men oud wordt.
– Georg Christoph Lichtenberg

De ouderdom verwezenlijkt de dromen der jeugd; dat ziet men aan Swift; in zijn jeugd heeft hij het gekkenhuis gebouwd en op zijn oude dag is hij er zelf in terechtgekomen.
– Sören Kierkegaard

De mooiste van alle jeugden; de jeugd van de geest wanneer men niet meer jong is.
– Paul Léautaud

Men hoopt oud te worden, en men vreest de ouderdom.
– Jean de La Bruyère

Middelbare leeftijd: wanneer men symptomen in plaats van gevoelens gaat krijgen.
– Irvin Shrewsbury Cobb

Als wij jong zijn, vertrouwen wij onszelf teveel, als wij oud zijn, anderen te weinig.
– Charles Caleb Colton

Mensen, die opgehouden hebben jong te zijn, zeggen ‘ik ben de oude niet meer’.
– Fliegende Blätter

We worden oud als de mensen tegen ons zeggen dat we jong uitzien.
– Fliegende Blätter

Het komt er niet op aan, hoe oud men is, doch hoe men oud is.
– Fliegende Blätter

Getagged

verplichte kost: Reflectie in de verpleegkundige beroepsuitoefening

reflectieboekTer voorbereiding op een begeleidingsactiviteit op mijn stage-afdeling heb ik het boek ‘Reflectie in de verpleegkundige beroepsuitoefening’ gelezen, dat door een aantal auteurs is geschreven. En eigenlijk had ik het boek veel eerder moeten lezen, want, naast dat het een duidelijk en to-the-point boek is over (de rol van) reflectie en reflecteren, is het inzicht in de hbo-v opleiding als geheel ook gegroeid. Termen als ‘beginner’, ‘gevorderd’ en ‘competent’, die de opbouw van competenties van studenten gedurende de jaren van opleiding weergeven, krijgen ineens meer diepte als je leest dat deze door P. Benner al in 1984 werden gebezigd in het boek ‘from novice to expert’. En zo heb ik vaker het gevoel gehad dat delen uit mijn ‘differentiatiemap’ (waarin staat beschreven hoe we lieve en hardwerkende studenten moeten/kunnen zijn) bijna letterlijk van de bladzijden van dit boek afgeplukt zijn.

Naast de gebruikelijk inleidingen, voorwoorden en literatuurlijsten bestaat het boek uit 8 hoofdstukken die een duidelijke opbouw vertegenwoordigen binnen het boek. De hoofdstukken 2, 3 en 4 gaan over de plek en het nut van reflectie in de verpleegkunde, veranderde (maatschappelijke) opvattingen over leren en de het leren van reflecteren als zodanig. Hoofdstuk 3 (p. 33) opent als volgt:

“Reflectie als bezinnig op het beroep is cruciaal voor de ontwikkeling van een competente verpleegkundige”

De hoofdstukken 5 en 6 gaan vervolgens meer in op mogelijkheden van reflectie, door het geven van informatie over verschillende modellen, methoden en hulpmiddelen voor het reflecteren, zoals het portfolio of een logboek. (waarvan ik weet dat de laatste z’n intrede heeft gedaan in de propedeuse van de opleiding hbo-v, al ken ik de specifieke ins & outs er (nog) niet van) Alle methoden, modellen en hulpmiddelen zijn ruimschoots voorzien van casuïstieken en voorbeelden, al lijkt het soms om wat gechargeerde voorstellingen te gaan.

Hoofdstuk 7 en 8 gaan in op de ethiek en reflectie en cultuurverschillen bij reflectie. Persoonlijk heb ik deze hoofdstukken erg waardevol gevonden, omdat ik de verschillende onderwerpen nog niet eerder zo met elkaar in verbinding gebracht heb zien worden. Na het lezen van ‘in de wachtkamer van de dood’, is het me ook duidelijk geworden dat cultuurverschillen voor grote communicatieproblemen en onbegrip kunnen zorgen en dat hier zeker aandacht voor moet zijn bij reflectie. Uitgaande van de theorie van Pinto, wordt het probleem uiteengezet aan de hand van de vergelijking van ‘fijnmazige’ (F) en ‘grofmazige’ (G) systemen. Binnen een fijnmazig systeem is de omgang sterk getekend door heersende culturele opvattingen en liggen plaats en rol van de persoon in grote mate vast. Ook zijn de gedragsregels vast en kan het tornen aan deze regels grote gevolgen hebben voor de persoon in kwestie. Binnen het grofmazige systeem, waar volgens Pinto de meeste moderne westerse culturen toe gerekend kunnen worden, is er een grote mare van vrijheid wat betreft sociaal netwerk, gedragsregels en het afwijken van gebaande/gebruikelijke paden. Iedere maatschappij of cultuur is te positioneren binnen de twee uitersten F en G en iedere cultuur bevat elementen van beide: binnen de westerse cultuur is er, ondanks een overwegend ‘G-geörienteerd’ systeem, binnen kleinere kringen zoals hechte families of kerkgenootschappen vaak ook sprake van elementen die bij een F-systeem horen.

Hoofdstuk 9 tenslotte biedt een aantal voorbeelduitwerkingen van de praktische toepassing van drie eerder in het boek besproken reflectiemethoden.

Al met al een prettig boek om te lezen, dat duidelijk is opgebouwd en een schat aan (achtergrond)informatie levert over het hoe en waarom van reflecteren. Verplichte kost wat mij betreft.

Koetsenruijter, R., van der Heide, W. (red.), Wit, K. (red.) (2002). Reflectie in de verpleegkundige beroepsuitoefening. Utrecht: Lemma
ISBN: 9051898487

In de wachtkamer van de dood. Happy Valentine’s day.

wachtkamerdoodVandaag is mijn vriendin jarig. Vanochtend heb ik haar verrast met een ontbijtje op bed (waar ik een goede kameraad voor wist te strikken die voor roomservice kwam spelen om half negen) en een vannacht versierde huiskamer. Prettig als het is dat ze op valentijnsdag jarig is (en ik dus niet of nauwelijks mee hoef te doen aan die onzin), werd dat nog iets prettiger toen ik toch een cadeautje van haar kreeg: een boek.
Nu zit je met een boek praktisch altijd goed bij mij, maar ik was hevig verblijd toen ik zag dat het ging om ‘In de wachtkamer van de dood : Over leven en sterven in het verpleeghuis’, van Anne-mei The. Ik zal weinig anders posten dan:

LEES HET.

Ik heb er nog maar 75 pagina’s opzitten, maar nu al zit ik er ‘helemaal middenin’. Iedereen die ooit met enige regelmaat een PG-afdeling heeft bezocht of er heeft gewerkt zal de verhalen, de personen, de ontzettend warme momenten en de zeer pijnlijke en hartverscheurende situaties direct herkennen. The schrijft vlot, indringend en verhalend. De eerste stappen en terminologische hindernissen op een PG afdeling die ze zelf ook moest maken en nemen voor haar twee jaar durende onderzoek beschrijft ze zeer herkenbaar. Maar juist het grote plaatje dat zij schetst is van een zeldzame complexiteit, die hapklaar wordt geserveerd en met name de verhoudingen tussen, bewoners, verzorging, familie en het management komen fantastisch uit de verf (nu al). Daarbij lijkt ze duidelijk geholpen door haar antropologische achtergrond, wat haar boek naar mijn korte eerste indruk een echte meerwaarde geeft.  Wellicht een wat morbide valentijnscadeau, maar een beter cadeau had ik niet kunnen krijgen vandaag.

Máár, waarde mevrouw The, als u op bladzijde 12 schrijft dat het wassen van bewoners onder de ‘eenvoudige taken’ valt, kan ik niet anders dan mijn wenkbrauwen in een frons trekken en een diepe zucht slaken.

Oké, dat wilde ik even kwijt. Als u, geachte lezer, nu even naar Bol.com surft en alvast bestelt, lees ik weer verder.

The, A.M. (2005). In de wachtkamer van de dood. Over leven en sterven in het verpleeghuis. Amsterdam: Rainbow Pockets

Getagged ,

ALTIS, TIME & Henri Post MANP: wondanamnese bij decubitus

Tijdens een verloren uurtje ben ik op school de bibliotheek ingedoken om eens wat ‘good old’ papieren vakbladen te lezen. De geur van inkt en papier i.p.v. toetsen en beeldschermen. In de uitgave van Bijzijn XL van december 2008 staat een alleraardigst artikel over twee manieren om aan anamnese af te nemen bij de behandeling van decubitus: Grondige anamnese om de wond te analyseren. De informatie is afkomstig van Nurse Practitioner Henri Post, die al eerder voorbij is gekomen op Ars GeriatriCare. In die post is o.a. te lezen over het (ontstaan van het) TIME model.

De andere mogelijkhei dvoor anamnese, waar ik in deze post aandacht wil besteden, is bekend onder de noemer ALTIS. ALTIS staat voor: Aard, Lokalisatie, Tijdsduur, Intensiteit en Samenhang en dient ervoor om acht dimensies van klachten bij (decubitus)wonden methodisch te gebruiken. Deze acht dimensies zijn als volgt te omschrijven:

  1. lokalisatie: van de wond en de pijn
  2. karakter van de wond: in het artikel gaat het met name om het karakter van de pijn: kloppend, stekend, borend, etc.
  3. ernst van de decubituswond: aan te geven in graden
  4. tijdsduur: sinds wanneer is er sprake van decubitus?
  5. beloop van de klachten: zijn de klachten of de wond erger geworden sinds het ontstaan?
  6. begeleidende verschijnselen: bijv. koorts, jeuk, eczeem, etc.
  7. uitlokkende & verergerende factoren: verminderde mobiliteit, allergische reacties, etc.
  8. Verzachtende factoren: wat kan de patiënt zelf tegen de pijn doen, tijdstippen dat de pijn minder is, etc

Door gebruik te maken van het ALTIS ezelsbruggetje zijn de verschillende dimensies te beschrijven, al heb ik de indruk dat de dimensie ‘beloop van de klachten’ enigszins buiten de boot valt. Een mooi aspect vind ik het holistische karakter van het systeem; pijn en beloop van klachten zoals deze door de patiënt ervaren worden vormen er een belangrijk onderdeel van. Ook wordt in het artikel aangeraden om de psychische en sociale gevolgen van de wond duidelijk te krijgen. Om een meer specifieke anamnese af te nemen, kan men daarnaast gebruik maken van het TIME-model, dat bruikbare informatie oplevert voor de behandeling van de wond en het wondbed.

T (Tissue) vitaal of niet vitaal? Necrotisch weefsel is dood, dus niet vitaal.
I (Infection): is er sprake van een infectie? Waarmee? Maar ook: hoe staat het met de biochemische balans van de wond?
M (Moisture): Is de wond vochtig of juist droog? Exsudaatproductie? Sprake van oedeem?
E (Edges): hoe is het gesteld met de wondranden? Zijn deze intact? Intacte wondranden zijn belangrijk voor de re-epithialisatie (opnieuw bedekken met een laagje opperhuid)

Om meer ins en outs te lezen verwijs ik naar het betreffende artikel in Bijzijn XL, of de website wondenwijzer.nl. Ook is er in samenwerking met E-nursing een tot 13 februari gratis toegankelijke online cursus te raadplegen, met daarin heel veel informatie over decubitus. (wees er dus nog snel even bij!)

Getagged , , , , ,

Meeste mensen gehoorzamen (nog steeds) opdracht tot martelen


Op het blog ‘Dispatches from the culture wars‘ las ik over een vernieuwde versie van een wereldberoemd experiment door Stanley Milgram. Een Nederlands persbericht is te vinden via Nu.nl: Nu.nl – Wetenschap – Meeste mensen gehoorzamen opdracht tot martelen. Het deed me direct denken aan een boek erover dat ik een tijdje geleden op de kop tikte (1 euro) bij de Openbare Bibliotheek: Grenzeloze gehoorzaamheid. Een experimenteel onderzoek (Milgram, 1975). Het stond tussen de ‘afgeschreven’ boeken. Maar ‘afgeschreven’ is het allerminst, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Helaas, zo kunnen we wel zeggen…

(lees met behulp van de ‘pages’ verder):

Getagged , , , , ,

Op het verlanglijstje: Florence Nightingale

Er is een nieuw boek over Florence Nightingale uitgekomen van de hand van Mark Bostridge: ‘Florence Nightingale; The Woman And Her Legend’. De recensies zijn zeker niet negatief. Voorlopig heb ikzelf even geen tijd voor een dergelijk dik boek. (672 pag.) Maar het staat op het verlanglijstje. Voor degenen met vrije tijd genoeg: have fun. Als we HLN.be mogen geloven kon het wel eens een leuk boek zijn:

“Eigenlijk”, zo zegt Bostrigde, “was ze helemaal geen verpleegster. In de grond was ze een administrator die vooral veel van haar tijd besteedde aan het inkopen van voedsel en kleding voor de patiënten. En als ze ’s nachts, met haar lamp, de ronde deed langs de ziekenzalen was ze meer geïnteresseerd in de mogelijkheid dat verpleegsters zich misdroegen met de zieken, dan in het verlenen van medische bijstand”.

Ik weet niet of dat een direct citaat is uit het boek, maar het klinkt uitdagend. Ook Nursing schreef soortgelijks. Misschien is het wel een mooi cadeau voor m’n vriendin, als ze jarig is…

Over my dead body!

Zo opent Stella Braam haar boek ‘Ik blijf thuis; Het verhaal van mijn moeder’.
Over my dead body. Het is één van de vele welluidende citaten uit het boek dat verhaalt over het gedonder met onze zorg. Het gedonder dat ontstaat als je moeder na het doormaken van een CVA (in de rechter hemisfeer, voor de informatiezuchtigen) met alle geweld thuis wil blijven wonen.

Marijke Braam, de held uit een epos van een goede 120 pagina’s. Een poëtische Hercules, zij het een halfzijdig aangedane Hercules. Net als Rene van Neer, de hoofdrolspeler uit ‘Ik heb Alzheimer’, is de moeder van Stella Braam nogal een opmerkelijke figuur. Sneldichter, feministe en een enorm doorzettingsvermogen in de wereld van het CIZ, indicaties, bureaucratie, revalidatie, inzinking en hoop. Met name het CIZ is doorlopend onderwerp van scherpe kritiek.

Vanuit mijn interesse voor de extramurale zorg voor geriatrische zorgvragers, sprak het boek mij erg aan. In de hogere regionen van de indicatiebesluiten (klasse 4) kan het voor cliënten bijzonder lastig zijn om voldoende tijd geïndiceerd te krijgen om thuis te blijven wonen. ‘Ik blijf thuis’ is hier een bij wijlen wanhopige manifestatie van. Enige minpunt aan het boekje vind ik de manier waarop Stella Braam menigmaal de lezer aanspreekt; ‘Houdt u het nog vol, lieve lezer? U bent intussen diep in het zorglabyrint afgedaald.
Afgezien daarvan: Lees het, dit is Verplichte Kost!

Prijsvraag van start

Zo, een week druk (en een weekend ziek) geweest, weinig geblogd, even iets tussendoor.

Een x aantal weken geleden hoorde ik over een opdracht voor tweedejaars studenten studenten verpleegkunde van Saxion Hogescholen: schrijf een recensie over het boek ‘Ik heb Alzheimer’ van Stella Braam. Ik heb het boek een tijd geleden gelezen en vond het echt een tof boek. Ik raad het nog steeds regelmatig mensen aan. Net als sinds kort haar nieuwste boek ‘Ik blijf thuis’ overigens.

Daarop kreeg ik het idee om er een prijsvraag bij te maken. Stuur je recensie op, win een boekenbon en eeuwige eer. In overleg met twee docenten geschiedde; de ‘Ik heb Alzheimer prijsvraag’ is vorige week van start gegaan! In overleg met de studieverenigin en de Academie GezondheidsZorg van Saxion is een boekenbon van 25 euro opgehoest en:

Stella Braam stelde na een korte email (gestuurd om 23.00 uur) een gesigneerd exemplaar van het boek beschikbaar. Om 0.00 uur diezelfde nacht. Kijk, daar kunnen we wat mee!

Nu maar hopen dat er wat studenten bereid zijn zulks een mooie prijs te bemachtigen…

Aan de rechterzijde staat een afbeelding van het boek, klik erop als je er meer over wilt lezen.

p.s. Het lijkt alsof het organiseren van zo’n prijsvraagje een fluitje van een cent is. Mocht die indruk zijn ontstaan: stand corrected.

nummer honderd; een terugblik, we gaan vooruit!

Nummertje honderd, een rustpuntje… Een aantal keer per week. Vaste prik. Maar deze keer toch wel een beetje speciaal: dit is het honderste bericht dat er op VGG Actueel! wordt gepost. Tijd om even een beetje terug te kijken!

In december 2007 legde ik de eerste hand aan de opzet van het VGG Blog, waarvan tegenwoordig alleen nog maar een internetadres rest en het idee: schrijven over hetgeen een groot deel van mijn tijd opslokt: de opleiding tot verpleegkundige gerontologie geriatrie.
Verder is er weinig meer van de eerste opzet te ontdekken. Eén blog werden drie sites, onderdeel van het VGG Weblog.
Het complete VGG competentieprofiel werd online gepubliceerd (een flinke klus…) en het eigenlijke ‘bloggen’ kreeg een eigen plek op VGG Actueel!, dit blog dus. VGG Project, de site waar het allemaal mee begon, werd ingericht als onderdeel met informatie over de differentiatierichting VGG.

Ondertussen zijn we halverwege de differentiatie en hard op weg naar een diploma. Vele onderwerpen die daar betrekking op hebben zijn voorbij gekomen op het blog: kwaliteitszorg, ethiek, innovatie, evidence based nursing, onderzoeken etc. Ook binnen de opleiding heeft het VGG Weblog aan bekendheid geworven: het is opgenomen in het lesmateriaal voor eerste en tweede jaars studenten en docenten hebben er lesmateriaal vandaan weten te halen van de VGG project site! Bloggen is op die manier een leuke toevoeging aan de opleiding en je leert ook nog eens mensen kennen.
Zo stond ik vorige week op het perron in Heemskerk (na een rit van drie uur) voor een gesprek met Lex Tabak, auteur van het Thuiszorg-blog. In week 44 zal ik nl. met 7 andere verpleegkunde studenten uit Nederland deelnemen aan een internationaal congres over (de politieke kanten van) verpleegkunde, waar studenten en docenten bij elkaar komen om uit te wisselen over de verschillende aspecten van zorg binnen Europa.
Om beslagen ten ijs te komen met betrekking tot de zorgmarkt had ik dus iemand nodig die daar een goede kijk op heeft; een afspraak met meneer Tabak was snel gemaakt. Een bijzonder interessant gesprek volgde, waarin de zorgmarkt, professionalisering, competentiegericht werken en natuurlijk de mooie kanten van het vak passeerden de revue. Ik vind het altijd prachtig als mensen vol passie over hun vak en hun kijk daarop kunnen praten en daarvoor was ik aan het juiste adres! Een bult wijzer en een lekkere vegetarische hap verder kon ik aan de terugreis beginnen richting Enschede.

Maar we moeten verder: Het ‘competente’ niveau moet behaald worden. En dat kost het nodige aan tijd! Uitstippelen van de leerweg, bepalen van beroepsproducten, contacten leggen, afspraken maken, cliënten verzorgen, ethiek, reflecties, verslagen, klinische lessen, congressen, zorgrollen, kerncompetenties, kwaliteitsverbetering, overstijgend denken, mondzorg, medicijnen, netwerken binnen de instelling, wat gaan we doen met het VGG Weblog na de opleiding, etc. etc.
Ik heb er in ieder geval zin in. Op naar de tweehonderd!

Om deze honderste post een vrolijk tintje te geven:

SUPER GRANNY!
(met dank aan Wendy voor het doormailen van de link!)

Natuurlijk kunnen de leerzame links ook niet ontbreken. Via de VGG projectleidster kreeg ik een aantal goede tips:

De vernieuwde Actiz-site is online: http://www.actiz.nl/
Hierop is veel informatie over ondernemers in de zorg en hun verwikkelingen te vinden.

Tijdens een bijeenkomst op school kregen we ook de site van Idé (Innovatiekring Dementie) http://www.innovatiekringdementie.nl/ in de schoot geworpen. Ik had er zelf nog nooit van gehoord en ga de site van Idé (waar Stella Braam een drijvende kracht achter schijnt te zijn) zeker aan een nader onderzoek onderwerpen, want het ziet er zeer interessant uit. Zo lezen we bijvoorbeeld dat zingen tijdens de zorg een positieve uitwerking heeft op dementerenden! Daarbij kan ik het niet helpen terug te denken aan een dementerende cliënt in de thuiszorg, waarbij ik ’s ochtend vroeg ‘in een groen, groen, groen, groen knolleee knollenland…’ stond te zingen. In koor. Prachtig! Ook het project ‘Ik bind hou vast‘ ga ik binnenkort eens doorspitten. Van alle werkzaamheden die ik heb verricht in de zorg tot nog toe vond ik dat eigenlijk VERUIT het meest verschrikkelijk: mensen ‘fixeren’. Alternatieven zijn er, weg met die zweedse banden en stoelbladen!

Ook aandacht voor de ‘Internationale dag van de Palliatieve Zorg‘ op 11 oktober graag. Op de website lees je meer over de verschillende activiteiten, symposia en andere activiteiten rondom deze dag, zoals de krant: ‘Palliatieve zorg, doodgewoon’, die als PDF bestand is te downloaden. Hierin komen onderwerpen als mantelzorg, kinder hospices, stervensbegeleiding en vele andere zaken aan bod.

Een dag eerder is er de dag van de geestelijke gezondheid, met als thema ‘Dwangstoornissen’. Klik hier voor meer informatie.

Rest mij u nog een literaire tip te geven: ‘De stoel van God’ door dr. Paul Brand, waarin de auteur in romanvorm verhandelt over lijden en euthanasie bij kinderen. Verwacht geen Mulisch metaforen, maar wel kippevel en een brok in je keel. Echt weer zo’n boek dat je in één ruk uit zou lezen als het vakantie is. Ik kwam dit boek tegen in een artikel in één van de gratis krantjes die op de Nederlandse treinstations de ronde doen en wilde het direct lezen. Dat duurde dus ongeveer twee jaar, maar mein Himmel… Ik lees het nu als voorbereiding op het hierboven genoemde internationale congres (waar euthanasie één van de onderwerpen is) en ik denk dat ik er een goede bodem mee kan leggen, zeker in combinatie met Peter Singer’s ‘Tussen dood en leven’, waar ik eerder over blogde.

Brand, P (2006). De stoel van God. Houten: Sapienta

Pim van Lommel in Nursing

eindeloos_bewustzijn_largeEen tijd terug kreeg ik via mijn ouders het boek ‘oneindig bewustzijn’ van Pim van Lommel te lezen. Ook op de website van Nursing en in het blad zelf is van Lommel terug te vinden. Van Lommel, die bijna dertig jaar als cardioloog heeft gewerkt, is onlangs in de belangstelling gekomen na publicatie van dit boek, waarvan de volledige titel ‘Eindeloos bewustzijn; een wetenschappelijk visie op de bijna-dood ervaring‘ luidt.

De titel van zijn boek geeft direct de spagaat aan waarin van Lommel zich heeft begeven, want de kritiek op zijn boek is niet mals. Zo heeft Dick Swaab (neuroloog) en plein public voor de TV verklaard dat het voorkomen van het woord ‘wetenschappelijk’ in de ondertitel misleidend is.

Niet ieder medium is even kritisch. In de Nursing van juli/augustus van dit jaar prijkt een artikel van drieëneenhalve pagina waarin Lommel uiteenzet over de bijna dood ervaring (BDE). Van Lommel heeft op dit gebied vrij baanbrekend onderzoek uitgevoerd, dat in 2001 resulteerde in een publicatie in het gerenommeerde tijdschrift The Lancet.

Om de ervaring van een BDE kunnen we moeilijk heen. Beschrijvingen van de gevoelens doorkruisen leeftijdsgroepen, religie en culturele achtergrond. Het artikel in Nursing roept op tot verpleegkundig begrip voor mensen met een BDE. Hier lijkt mij natuurlijk helemaal niets mis mee. ‘Feelings are facts’, zo plachtte de docent Relationele Vaardigheden in mijn eerste en tweede jaar van de opleiding menigmaal in onze hersenpannen te verzinken. Maar een ervaring wil echter allerminst zeggen dat er daadwerkelijk een ‘non lokaal bewustzijn’ is of een ‘hiernamaals’.

Van Lommel gaat in het artikel in Nursing het boekje van de BDE niet te buiten. Het boek dat aangeraden wordt ter verdieping, niet geheel onverwacht zijn eigen boek, is echter van een heel ander laken een pak. Naast de beschrijving en bevindingen van en uit zijn onderzoek gaat van Lommel aan de haal met ons bewustzijn en zoekt een verklaring waarin zaken als genetica, geheugen en quantummechanica een belangrijke rol spelen. Nu gaat bij het aanhalen van deze wondere wetenschappen bij mij meestal het alarmlicht op rood, met Deepak Chopra als opper-pseudo-guru in het achterhood. Ik kan niet ontkennen dat veel onderwerpen in van Lommel’s boek niet mijn kennisgebieden betreffen. Zijn boek ademt op veel punten echter wel erg veel pseudowetenschappelijks uit, wat betreft de kijk en onderbouwing van het bewustzijn.

Mensen aanraden om zich in te lezen op het gebied van wat hen is overkomen is mijns inziens meestal een goede zaak. Maar laten we wel het kaf van het koren blijven scheiden! Zoals bijvoorbeeld Gert Korthof op zijn blog heeft gedaan in een uitgebreide en meerdelige bespreking van het boek, onder de titel, ‘Fouten in het boek van van Lommel‘. Onderdeel ervan zijn ook twee gastbrijgen van Martin van Staveren (fysicus). (Het blog van Korthof is trouwens van harte aan te raden voor iedereen die zich interesseert in filosofie, biologie en evolutie) Er zijn overigens meer kritieken geleverd, op de gebieden die van Lommel hopeloos krakkemikkig weergeeft. Kijk bijvoorbeeld op de website van Skepsis: hier, hier, hier, hier, hier en hier.

Het boek van van Lommel heeft voor mij, zeker na het lezen van verschillende kritieken, in ieder geval geen enkele meerwaarde gehad. Ook heb ik geen inzichten verkregen van waaruit ik mensen die een BDE hebben ervaren anders zou moeten benaderen. Mensen en hun ervaringen dien je sowieso met respect te benaderen. Maar dat spreekt voor zich. Toch? Niet helemaal, zo blijkt uit de verklaringen van mensen die verpleegd werden na het doormaken van een BDE in het artikel in Nursing. Maar om dat onderwerp op deze manier aan de man te brengen?

Hieronder zijn in chronologische volgorde de blogberichten van Gert Korthof en Martin van Staveren te vinden m.b.t. het boek van van Lommel. Serieuze en zware kost, maar zeker de moeite waard:

31 december 2007 Fouten in het boek van Pim van Lommel (1)
4 januari 2008 Fouten in het boek van Pim van Lommel (2)
7 januari 2008 Pim van Lommel en kwantummechanica
8 januari 2008 Pim van Lommel over hersenen en bewustzijn
10 januari 2008 Fouten in het boek van Pim van Lommel (3)
21 januari 2008 Fouten in het boek van Pim van Lommel (4)
25 januari 2008 Fouten in het boek van Pim van Lommel (5)

Blogging on Peer Reviewed ResearchDouma, L. (2008): Zweven tussen dood en leven. Nursing juli/augustus p.36-39
van Lommel, P. (2007). Eindeloos bewustzijn; een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring. Kampen: Ten Have
van Lommel, P., van Wees, R., Meyers, V., and Elfferich, I. (2001). Near-death experience in survivors of cardiac arrest: a prospective study in the netherlands. Lancet, 358(9298):2039-2045. [DOI]

Getagged , , , ,

Het recht om waardig te sterven


Een tijd geleden heb ik, in navolging van het lezen van ‘lessen voor levenden; gesprekken met stervenden’ van Elisabeth Kübler-Ross het boek ‘Het recht om waardig te sterven’ van David Kessler gekocht. Gisteren heb ik het weer van de plank gepakt. Kessler was een student van Kübler-Ross en draagt haar werk verder. In zijn werk als huisarts is Kessler zeer regelmatig in aanraking gekomen met stervende mensen. Hierbij stuitte hij op allerlei vooroordelen en misconcepties over de dood en het sterven. Om mensen te leren met het sterven om te gaan heeft hij een aantal rechten van stervenden uiteengezet:

1. Het recht om als een levend mens behandeld te worden.

2. Het recht om de hoop niet te verliezen, ook al verandert het perspectief van die hoop.

3. Het recht om verzorgd te worden door mensen die de hoop niet verliezen, ook al verandert het perspectief van die hoop.

4. Het recht om op je eigen manier uiting te geven aan gedachten en gevoelens over de dood.

5. Het recht om betrokken te worden bij elke beslissing over je behandeling en verzorging.

6. Het recht om verzorgd te worden door belangstellende, gevoelige, kundige mensen die proberen te begrijpen waar je behoefte aan hebt.

7. Het recht op medische behandeling, ook wanneer het doel niet langer genezing is maar bestrijding van ongemak

8. Het recht om op elke vraag een eerlijk en volledig antwoord te krijgen

9. Het recht om te zoeken naar spiritualiteit

10. Het recht om vrij te zijn van lichamelijke pijn

11. Het recht om op je eigen manier uiting te geven aan gedachten en gevoelens over pijn

12. Het recht om kinderen bij de dood te betrekken

13. Het recht om het stervensproces te begrijpen

14. Het recht om te sterven

15. Het recht om rustig en waardig te sterven

16. Het recht om niet alleen te sterven

17. Het recht om te verwachten dat het lichaam als tempel van de ziel ook na de dood gerespecteerd wordt

Binnenkort zal ik op het blog een bespreking van het boek posten. Ik wil deze blogpost graag afsluiten met een citaat van Kübler-Ross, dat te vinden is aan het eind van hoofdstuk 1. Na een herseninfarct en een heupfractuur is zij zelf beland in het stadium waar ze haar werkende leven aan heeft gegeven; ‘het laatste stadium van innerlijke groei’. Kessler komt bij haar op bezoek en stelt haar de vraag of ze advies heeft bij het schrijven van zijn boek over de rechten van stervenden. Haar antwoord:

“Als we ons maar zouden realiseren dat we levende mensen goed moeten behandelen, zouden we niet stil hoeven staan bij de rechten van stervende mensen”

Bron:
Kessler, David (1998): Het recht om waardig te sterven. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes

Dekkers over de vergankelijkheid

Persoonlijk vind ik Midas Dekkers een erg prettige schrijver om te lezen. Zijn stijl is op een bepaalde manier vrij controversieel: zo is hij met ‘lichamelijke beweging‘ een offensief gestart tegen de verheerlijking van sport. De ‘kip en de pinguin‘ is een verzameling verassende kijkjes in de dierenwereld. In ‘de vergankelijkheid‘ weet hij wederom een zaak van een opmerkelijke kant te belichten. Ditmaal geen neushoorns, hitlerkevers of pinguins, maar in de vergankelijkheid neemt Dekkers de veroudering van de mens tot onderwerp:

Tegen de tijd dat de eerste grijze haar verschijnt en je erg krijgt in je aftakeling, is het ergste achter de rug. Verouderen doe je het meest wanneer je het jongst bent. Met zijn kale koppie en tandeloze bekkie lijkt een pasgeboren baby niet alleen op een oud mannetje, hij is het in zekere in ook. Hij veroudert sneller dan hij ooit nog eens zal doen. In zijn jonge lijfje wordt niet alleen koortsachtig gebouwd, er wordt ook koortsachtig afgebroken. Een baby is een soort Rotterdam, waar ze gebouwen al slopen waneer ze net zijn opgeleverd, om er nog nieuwere, ook weer snel te slopen gebouwen voor in de plaats te zetten. In een volwassen lichaam wordt er veel langzamer gesloopt en gebouwd, meer zoals in oud Amsterdam. Maar weefsels zijn niet van steen. Hun vernieuwingskracht neemt steeds meer af. Bij oude mensen is de fut eruit en sterven ze. Maar dat is niet hun schuld. Niet het oude maar het jonge lichaam heeft de vitaliteit gebruikt. In een babymaand neemt het vermogen om versleten cellen door nieuwe te vervangen sneller af dan in een heel bejaardenjaar“(pag. 23)

Dekkers weet een eloquente platvloersheid te combineren met een bijzonder grote kennis en gevoel voor illustratie. Vrij cynisch (daar moet je van houden), maar evenzo vermakelijk. En gegarandeerd wenkbrauwoptrekkend.

Dekkers, Midas (1997): De vergankelijkheid. Amsterdam: Contact

Verplichte kost: Peter Singer’s ‘Tussen dood en leven’

Om maar met de deur in huis te vallen: dit boek is schokkend. Singer schrijft zelf:

Veel mensen zullen de ideeën zo schokkend vinden dat zij die niet eens serieus kunnen nemen. (pag. 175)

Dit geldt voor de gedachten van Singer in het algemeen; zo werd een Duitse conferentie waarop hij zou spreken vlak van te voren afgelast: er werd protest aangetekend door mensen die in zijn ideeën de zo gevreesde Nazi praktijk terug dachten te zien.

Voor velen zal het boek op z’n minst baanbrekend zijn. Even geleden blogde ik al over het boek, dat ik tijdens een prettig verblijf in de belgische Ardennen soldaat had gemaakt, met de belofte een kleine bespreking ervan te doen.

Bij deze dus:

Peter Singer’s ‘Tussen dood en leven; de teloorgang van onze traditionele ethiek’.

Maar allereerst een weinig informatie over de auteur Peter Singer(1946): De in Australië geboren filosoof studeerde in 1967  af aan de universiteit van Melbourne, waar hij twee jaar later zijn Masters degree haalde. Tegenwoordig is hij professor aan de Princeton universiteit in de VS.
Singer heeft een flinke waslijst aan boeken en artikelen geschreven, waarin hij zijn utilitaristische standpunten uiteen zet. Zo ook in ‘Tussen dood en leven’.

Singer bindt in negen hoofdstukken, opgedeeld in drie delen de strijd aan met enkele van onze diepste overtuigingen en normen en waarden, daarbij voor de Nederlands sprekende wereldbevolking geholpen met een vertaling door Mieke Maassen.

Het eerste deel ‘een twijfelachtig einde’ is een bespreking van de hedendaagse opvatting van de dood en de problemen die er bij zijn ontstaan. Wanneer is iemand ‘dood’? Ook maakt hij een begin van de uiteenzetting van de vraag: kunnen we op basis van kwaliteit van leven overwegingen maken over het in laten treden van de dood? Met heftige casuïstieken schets Singer de in zijn ogen scheefgegroeide samengang van oude ethische waarden en nieuwe technologie.

In het tweede deel ‘afbrokkelende waarden’, wordt de ‘heiligheid van het leven’ door Singer verder aan de tand gevoeld. Hij behandelt ook de vraag ‘wanneer begint (menselijk) leven’? En ‘mogen we dit weghalen?’ (abortus) En zo ja: ‘wanneer kan dit wel en wanneer niet meer?’. Voor- en tegenstanders van abortus (resp. de pro-choice en de pro life beweging) krijgen links en rechts om de oren, vanwege hun halfslachtige en eenzijdige denkwijzen op dit gebied. Het duidelijkst komt dit naar voren in het syllogisme dat Singer voorstelt als formele beredenering van het anti-abortusstandpunt (pag. 98):

1. Een onschuldig menselijk leven mag niet worden beëindigd
2. De ongeboren vrucht is vanaf het moment van bevruchting onschuldig, menselijk en levend.

conclusie: Het leven van de ongeboren vrucht mag niet worden beëindigd. (en abortus dient verboden te worden)

Formeel gezien is deze redenering geldig. (met een kleine aanpassing zou ook het vraagstuk rondom euthanasie uit kunnen worden gebeeld) Als premisse 1 en 2 waar zijn, dan is de conclusie correct. Willen we de conclusie (abortus mag niet) verwerpen, dan zal minimaal één van de twee premisses verworpen moeten worden.
Volgens Singer valt de pro-choice beweging doorgaans de tweede premisse aan, door te betuigen dat de ongeboren vrucht niet zo levend of menselijk is als en geboren vrucht. Deze redenatie wordt met verve door Singer ondermijnd, steunend op de uiteenzettingen van de voorgaande hoofdstukken.

In plaats daarvan stelt hij voor om de eerste premisse te verwerpen, hetgeen er op neer komt dat Singer stelt dat ‘levend zijn’ niet genoeg ethische waarde bezit om zonder meer in leven te worden gehouden.

De rest van deel II besteedt hij aan het uiteenzetten van ‘oordelen op grond van kwaliteit van leven’, waarbij de voor Singer onaanvaardbare scheidslijn tussen niet-behandelen, of behandelen gericht op het sterven (kort door de bocht: palliatieve sedatie waarbij levensverkorting optreedt) en actieve veroorzaking van de dood (euthanasie, hulp bij zelfdoding) aan de orde wordt gesteld. In hoofdstuk 7 ‘Sterven op verzoek’, komt Nederland veel aan de orde, gezien de vooruitstrevende kijk op euthanasie.

Bottom line is dat de kwantiteit van het leven (het wel of niet in leven zijn) heeft dus afgedaan voor Singer om ethische beslissingen op te baseren.

Deel III, dat uit één hoofdstuk bestaat genaamd ‘In plaats van de oude ethiek’, is feitelijk een voorstel voor verwerping van de halfslachtige gedachten over dood en leven en de beschermwaardige heiligheid ervan. Singer stelt vijf nieuwe ‘geboden’ voor, waarbij vijf oude de prullenmand in moeten:

eerste oude gebod: Behandel elk menselijk leven gelijkwaardig
eerste nieuwe gebod: Erken verschillen in de waarde van menselijk leven

Het eerste nieuwe gebod stelt dus de kwaliteit van leven boven de aanwezigheid (kwantiteit) van leven. Het is beter voor sommige mensen om te sterven, gezien hun vooruitzichten.

Tweede oude gebod: Maak nooit doelbewust een eind aan onschuldig menselijk leven
Tweede nieuwe gebod: Neem verantwoordelijkheid voor de consequenties van uw beslissingen

Het tweede nieuwe gebod is gericht op de tweeslachtigheid van het verschil tussen ‘afzien van behandeling’ en ‘euthanasie’. We dienen in te zien dat beslissingen van leven en dood ook genomen worden bij de bepaling om ‘niet te behandelen’, of wanner versterving van een mens (al dan niet een persoon) als hoofddoel van de behandeling
wordt gezien. We beëindigen in beide gevallen een leven. Maar het tweede nieuwe gebod gaat verder dan alleen de artsenpraktijk, zoals bij de bespreking van het vierde gebod duidelijk zal worden.

Derde oude gebod: Maak geen eind aan uw eigen leven en probeer altijd te voorkomen dat anderen een eind aan hún leven maken.
Derde nieuwe gebod: Respecteer iemands wens om te leven of te sterven

Dit behoeft weinig toelichting behalve dan een verwijzing naar de praktijken van dr. Jack Kevorkian (pag. 126 e.v.) in Michigan, die een pionier was op het gebied van hulp bij zelfdoding van zeer ernstig zieke personen. Hierbij werd hij gedwongen zich te behelpen in laadruimtes van bestelauto’s, ondanks dat hulp bij zelfdoding niet wettelijk strafbaar was in die tijd in Michigan.

Vierde oude gebod: Weest vruchtbaar en wordt talrijk
Vierde nieuwe gebod: breng alleen gewenste kinderen ter wereld

Dit gebod is naar mijn idee een voortvloeisel van het eerste en het tweede gebod. Singer neemt voor de uiteenzetting van het vierde gebod ook de huidige wereldbevolking en diens beslaglegging op het milieu mee; het is onethisch om vanuit de tegenwoordige bevolkingsgroei en masse voort te planten, aangezien we daarmee onherroepelijk een beslissing nemen over een ander deel van de wereldbevolking, waarbij we de consequenties van ons handelen moeten aanvaarden en meenemen in onze ethische overweging.

Vijfde oude gebod: Menselijk leven is meer waarde dan niet menselijk leven
Vijfde nieuwe gebod: maak geen onderscheid op basis van soort.

Kwaliteit van leven staat voor Singer op een belangrijke plaats, zo hebben we gezien. Een ander belangrijk onderdeel van zijn filosofie is de ‘persoon’, zoals hierboven beschreven in de definitie van Locke. We weten dat bepaalde mensen door beschadiging van de hersenen minder ‘persoon’ zijn dan bijvoorbeeld een aap of een varken. Aan het begin van hoofdstuk acht beschrijft Singer dit (enigszins indirect) bijzonder duidelijk en indringend met de schets van een bepaalde levensgemeenschap. (ik zal de clou niet verklappen).
Door de eeuwen heen zijn enkele basisovertuigingen van de (westerse) mensheid hopeloos verouderd geraakt: niemand zal met zinnigheid beweren dat de aarde het middelpunt van het zonnestelsel of het heelal is. Niemand zal met zinnigheid beweren dat het houden van slaven of het minderwaardig behandelen van vrouwen of anders gekleurden niet verwerpelijk is. Toch waren het ooit vaste onderdelen van ons gedachtengoed. In het rijtje slaaf, vrouw, kleurling wil Singer dus ook ‘soort’ opnemen. (Singer staat ook bekend om zijn in 1975 verschenen boek ‘Animal Liberation’, waarin hij de strijd aanbindt met de vaak verwerpelijk behandeling van dieren in bijvoorbeeld de bio-industrie. Het moge duidelijk zijn dat Singer een sterk vegetarisch dieet voorstaat, iets waar ondergetekende zich volledig in kan vinden)

Een groot deel van het boek is dus vrij polemisch. Oude ethische pijlers, zoals de ‘heiligheid van het menselijk leven’ worden door Singer scherp op de korrel genomen. Hij doet dit aan de hand van enkele zeer schrijnende voorbeelden uit de medische praktijk, waarbij vragen van leven en dood door bijzonder tegenstrijdige gedachten en onder mensonterende omstandigheden beantwoord (moeten) worden. En laat gezegd zijn: lang niet altijd met bevredigend resultaat, dankzij feitelijk halfslachtige wetgeving, gebouwd op achterhaalde ethische principes. Aldus Singer.
Singer’s boek moet naar mijn idee gezien worden in de context van de voortschrijdende (medische) techniek en maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste decennia. Aan beide zijde van het leven heeft de mens een gigantische invloed weten te scheppen: de levenverwachting is de laatste eeuw spectaculair gestegen (we worden stokoud) en de levensvatbaarheid van prematuren is rond een leeftijd van 26 weken tegenwoordig behoorlijk te noemen. Met hetzelfde spreekwoordelijke ‘gemak’ kunnen we echter ook embryo’s en foetussen aborteren en zeer zieke mensen ter dood brengen. Maar ook zijn we in staat om hersendode of diep comateuze mensen volledig kunstmatig in leven te houden. Jaren lang. De door Singer als belangrijke pijler geziene definitie van ‘een persoon’, zoals beschreven door de filosoof John Locke is voor hem van groot belang.

Een denkend, intelligent wezen met het vermogen tot redelijk denken, dat in staat is zichzelf als zichzelf te ien, als datzelfde denkende wezen op verschillende tijdstippen en plaatsen” (pag. 152)

Maar ook beslissingen die snel genomen moeten worden maken onderdeel van de ethische kwesties die worden opgeroepen door de medische wetenschap. Op pagina 46 schetst Singer de volgende situatie:

“Een baby met een ernstige hartafwijking moet in het ziekenhuis in leven worden gehouden met behulp van kunstmatige beademing en medicatie. De vooruitzichten zijn hopeloos vanwege de ernst van de hartafwijkingen van de baby, die op die afwijking na kerngezond is.
In een aangrenzend bedje op Intensive Care ligt een andere ernstig zieke baby: een aantal afwijkende bloedvaten in zijn hersenen waren gesprongen, waardoor de hersenschors compleet beschadigd is geraakt. De hersenstam echter functioneerde nog gedeeltelijk, waardoor de baby met behulp van beademingsapparatuur in leven kon worden gehouden en er van een hersendoodverklaring geen sprake kon zijn. In het ene bedje ligt dus een gezonde baby met een ernstige hartafwijking en in het ander bedje een baby waarvan de hersenschors dood was, maar het hart normaal functioneerde. Ze hebben dezelfde bloedgroep, waardoor transplantatie (weer een medisch-technologische vooruitgang) goede vooruitzichten kent.
Korte tijd later zijn beide baby’s echter dood, zonder dat men iets heeft kunnen doen. Dit in verband met de wetgeving, die verbiedt dat het hart getransplanteerd wordt naar de ‘gezonde’ baby met hartafwijking.

Voor utilitarist Singer is dit natuurlijk een stevige trap tegen het zere been. De gehanteerde waarden en normen in bovenstaande casus zorgen voor een uitkomst waarin alles voor niets is, terwijl één van de baby’s, dankzij de hedendaagse medische technologie had kunnen worden gered.

Naar mijn idee levert Singer in ‘tussen dood en leven’ vrij solide argumenten voor instrumenten om de vragen van vandaag en morgen te beantwoorden. Vragen waar we, gezien de vooruitzicht van bijvoorbeeld het voorkomen van Alzheimer en het verregaand in leven kunnen houden van oude personen antwoorden op zullen moeten vinden, als we kwaliteit van leven als speerpunt van onze ethische besluiten willen blijven hanteren, hetgeen volgens Singer dus het enige werkbare aspect is van leven om ethische beslissing op te baseren. ‘Tussen dood en leven’, in feite al een enigszins oud boek, blijft een bijzonder actueel boek, dat naar mijn idee gemeengoed zou moeten zijn in de boekenkasten van iedereen die zich bezighoudt met leven en dood.

Bron:
Singer, Peter (1997): Tussen dood en leven; de teloorgang van onze traditionele ethiek. Utrecht: Jan van Arkel. ISBN: 90 6224 377 0