Compassie volgens van der Cingel: het Grote Gemis van de verpleegkunde?

Geplaatst op17 maart 2011

19


Het verhaal gaat dat de ‘grand dame’ van de verpleegkunde, Nightingale, ‘s nachts met haar olielampje langs de zieken ging om te kijken hoe het met ze ging. Een troostend woord hier, een warme hand daar. Die vrouw zat vol compassie! Dat het best een zou kunnen zijn dat ze het deed om te controleren of de zusters niet met de patiënten aan het rotzooien waren laten we even in het midden. Want ‘compassie’ is weer helemaal hot! Leest u verder…

Zo hebben enkele enthousiaste geneeskundestudenten de schouders onder Compassion for Care gezet. Klikt u hier voor een filmpje van het programma Ochtendspits en spoel even door naar 7:40. Enige weken geleden hadden ze een bijeenkomst in Nijmegen waar ik ook aanwezig was en de dame ontmoette waar de rest van deze blog over zal gaan. (nou ja, over haar ideeën dan).

van der Cingel

Dat compassie meer is dan ‘ach en wee’ en als iets anders moet worden gezien dan ‘medelijden’, is namelijk goed uit een te zetten aan de hand van het werk van Margreet van der Cingel, Neerlands hoop in de compassionele verpleegkunde. Met ‘Compassie in de verpleegkundige praktijk. Een onderzoek naar de aard en betekenis van compassie voor chronisch zieke ouderen’ (van der Cingel, 2010) breekt ze een lans voor compassievol verplegen. Daarnaast is ze niet bang voor flink kritische geluiden richting Karen Armstrong, een van de initiatiefnemers van de ‘compassionbeweging’. Volgens van der Cingel’s boekbespreking van Twelve steps to a compassionate life, maakt Armstrong nogal wat ongefundeerde beweringen, is ze intern contradictoir en laat ze zich nogal door haar religieuze achtergrond leiden.

Compassie

Om te beginnen is het handig te weten wat er volgens van der Cingel dan wél onder compassie wordt verstaan, aangezien het artikel rept over een onderzoek onder cliënten en verpleegkundigen naar hoe zij compassie beleven. Hier deed van der Cingel eerder verslag van (van der Cingel 2008, 2010) en komt tot de volgende conclusie

[...] compassie is een concept met een procesmatig karakter dat affectieve, cognitieve, gedragsmatige en morele dimensies kent en dat primair door leed wordt getriggerd.

Als u daar niet wijzer van wordt: van der Cingel komt op basis van 60 interviews tot een constructie waarin compassie als opgebouwd uit zeven opeenvolgende dimensies kan worden beschouwd. Deze komen later aan bod. Maar allereerst merkt van der Cingel een merkwaardige situatie op:

[...] de term compassie is in veel verpleegkundige theorieën slechts marginaal aanwezig, hoewel er sterke aanwijzingen in de literatuur zijn om compassie als centraal concept voor menselijke zorg te hanteren.

Als van der Cingel gelijk heeft, heeft de verpleegkunde als vak te maken met een groot gemis. Het zou betekenen dat de verpleegkunde juist de kern mist waar het om draait! Iedere verpleegkundige zal in opleiding en werkveld de ‘professionele afstand’ tegen het lijf lopen. Het wordt als essentieel gezien dat deze niet wordt overschreden. Maar hoe doe je dat, zonder een kil monster te zijn dat uit de ‘caritas’ traditie put’? Kan compassie een balansstok zijn om dit koord te bewandelen? Aangezien er niets zo praktisch is als een goede theorie is enige contemplatie wellicht op z’n plek.

Wat deed ze?

Voorbeeldvragen. Klik voor groot.

Van der Cingel voerde een kwalitatief onderzoek uit, waarin ze aan de hand van interviews bij zorgvragers en zorgverleners op zoek ging naar ‘emergente thema’s'; terugkerend woordgebruik van de geïnterviewden. Om structuur in de interviews aan te brengen werd er gebruik gemaakt van lijsten met daarop verschillende thema’s, die qua vraagstelling aangepast werden aan de geïnterviewden. Zie ook de afbeelding hiernaast. Tijdens de interviews werd er vooral naar ‘de beleving van en ervaring met compassie’ gevraagd.

Gegevens van geïnterviewden. Klik voor groot.

De onderzochte groep bestond uit COPD- en reumapatiënten (>65 jaar), thuiszorg- en revalidatie-verpleegkundigen (>5 jaar ervaring) en verpleegkundig specialisten. Hier werd voor gekozen vanwege de relationele aard van compassie; het komt van twee kanten.

Kwalitatief onderzoek is van meet af aan natuurlijk gevoelig voor bias. Gebruikt u gerust het reactieveld om aan te geven waar u knelpunten verwacht. Kwalitatief onderzoek is dan ook bestempelt als makke in de verpleegkundige wetenschap die een enorme berg van kwalitatief onderzoek heeft voortgebracht, maar een tekort aan harde wetenschap kent. (Paley, 2002) Niettemin beweert van der Cingel:

Deze studie geeft erkenning aan degenen die compassie als basis voor zorg bepleiten en biedt verpleegkundigen houvast om compassie in de praktijk ‘toe te passen’.

Ze voegt daar aan toe dat er ‘geen statistische generalisatie mogelijk is’ op basis van het onderzoek: het is geen harde wetenschap zoals kwantitatief onderzoek dat kan leveren. Nu zou ik niet weten hoe je dergelijke gebieden kwantitatief te lijf wil gaan, maar haar visie wordt volgens van der Cingel wel ondersteunt door vrij recente ontdekkingen in de neuropsychologische wetenschap.

Stay tuned voor ‘Compassie volgens van der Cingel: zeven dimensies‘. Daarin zullen – surprise surprise – de zeven door van der Cingel ontdekte dimensies aan het licht komen. U kunt natuurlijk ook gewoon het artikel van van der Cingel zelf lezen, zoals het hoort :)

Literatuur

Paley, J. (2002). Caring as a slave morality: Nietzschean themes in nursing ethics. Journal of Advanced Nursing , 40 (1), 25-35. [DOI]

van der Cingel, M. (2010). Compassie in de verpleegkundige praktijk. een onderzoek naar de aard en betekenis van compassie voor chronisch zieke ouderen. Verpleegkunde, (4):18–25. [Fulltext PDF] [URL]