Compassie volgens van der Cingel: het Grote Gemis van de verpleegkunde?

Het verhaal gaat dat de ‘grand dame’ van de verpleegkunde, Nightingale, ’s nachts met haar olielampje langs de zieken ging om te kijken hoe het met ze ging. Een troostend woord hier, een warme hand daar. Die vrouw zat vol compassie! Dat het best een zou kunnen zijn dat ze het deed om te controleren of de zusters niet met de patiënten aan het rotzooien waren laten we even in het midden. Want ‘compassie’ is weer helemaal hot! Leest u verder…

Zo hebben enkele enthousiaste geneeskundestudenten de schouders onder Compassion for Care gezet. Klikt u hier voor een filmpje van het programma Ochtendspits en spoel even door naar 7:40. Enige weken geleden hadden ze een bijeenkomst in Nijmegen waar ik ook aanwezig was en de dame ontmoette waar de rest van deze blog over zal gaan. (nou ja, over haar ideeën dan).

van der Cingel

Dat compassie meer is dan ‘ach en wee’ en als iets anders moet worden gezien dan ‘medelijden’, is namelijk goed uit een te zetten aan de hand van het werk van Margreet van der Cingel, Neerlands hoop in de compassionele verpleegkunde. Met ‘Compassie in de verpleegkundige praktijk. Een onderzoek naar de aard en betekenis van compassie voor chronisch zieke ouderen’ (van der Cingel, 2010) breekt ze een lans voor compassievol verplegen. Daarnaast is ze niet bang voor flink kritische geluiden richting Karen Armstrong, een van de initiatiefnemers van de ‘compassionbeweging’. Volgens van der Cingel’s boekbespreking van Twelve steps to a compassionate life, maakt Armstrong nogal wat ongefundeerde beweringen, is ze intern contradictoir en laat ze zich nogal door haar religieuze achtergrond leiden.

Compassie

Om te beginnen is het handig te weten wat er volgens van der Cingel dan wél onder compassie wordt verstaan, aangezien het artikel rept over een onderzoek onder cliënten en verpleegkundigen naar hoe zij compassie beleven. Hier deed van der Cingel eerder verslag van (van der Cingel 2008, 2010) en komt tot de volgende conclusie

[…] compassie is een concept met een procesmatig karakter dat affectieve, cognitieve, gedragsmatige en morele dimensies kent en dat primair door leed wordt getriggerd.

Als u daar niet wijzer van wordt: van der Cingel komt op basis van 60 interviews tot een constructie waarin compassie als opgebouwd uit zeven opeenvolgende dimensies kan worden beschouwd. Deze komen later aan bod. Maar allereerst merkt van der Cingel een merkwaardige situatie op:

[…] de term compassie is in veel verpleegkundige theorieën slechts marginaal aanwezig, hoewel er sterke aanwijzingen in de literatuur zijn om compassie als centraal concept voor menselijke zorg te hanteren.

Als van der Cingel gelijk heeft, heeft de verpleegkunde als vak te maken met een groot gemis. Het zou betekenen dat de verpleegkunde juist de kern mist waar het om draait! Iedere verpleegkundige zal in opleiding en werkveld de ‘professionele afstand’ tegen het lijf lopen. Het wordt als essentieel gezien dat deze niet wordt overschreden. Maar hoe doe je dat, zonder een kil monster te zijn dat uit de ‘caritas’ traditie put’? Kan compassie een balansstok zijn om dit koord te bewandelen? Aangezien er niets zo praktisch is als een goede theorie is enige contemplatie wellicht op z’n plek.

Wat deed ze?

Voorbeeldvragen. Klik voor groot.

Van der Cingel voerde een kwalitatief onderzoek uit, waarin ze aan de hand van interviews bij zorgvragers en zorgverleners op zoek ging naar ‘emergente thema’s’; terugkerend woordgebruik van de geïnterviewden. Om structuur in de interviews aan te brengen werd er gebruik gemaakt van lijsten met daarop verschillende thema’s, die qua vraagstelling aangepast werden aan de geïnterviewden. Zie ook de afbeelding hiernaast. Tijdens de interviews werd er vooral naar ‘de beleving van en ervaring met compassie’ gevraagd.

Gegevens van geïnterviewden. Klik voor groot.

De onderzochte groep bestond uit COPD- en reumapatiënten (>65 jaar), thuiszorg- en revalidatie-verpleegkundigen (>5 jaar ervaring) en verpleegkundig specialisten. Hier werd voor gekozen vanwege de relationele aard van compassie; het komt van twee kanten.

Kwalitatief onderzoek is van meet af aan natuurlijk gevoelig voor bias. Gebruikt u gerust het reactieveld om aan te geven waar u knelpunten verwacht. Kwalitatief onderzoek is dan ook bestempelt als makke in de verpleegkundige wetenschap die een enorme berg van kwalitatief onderzoek heeft voortgebracht, maar een tekort aan harde wetenschap kent. (Paley, 2002) Niettemin beweert van der Cingel:

Deze studie geeft erkenning aan degenen die compassie als basis voor zorg bepleiten en biedt verpleegkundigen houvast om compassie in de praktijk ‘toe te passen’.

Ze voegt daar aan toe dat er ‘geen statistische generalisatie mogelijk is’ op basis van het onderzoek: het is geen harde wetenschap zoals kwantitatief onderzoek dat kan leveren. Nu zou ik niet weten hoe je dergelijke gebieden kwantitatief te lijf wil gaan, maar haar visie wordt volgens van der Cingel wel ondersteunt door vrij recente ontdekkingen in de neuropsychologische wetenschap.

Stay tuned voor ‘Compassie volgens van der Cingel: zeven dimensies‘. Daarin zullen – surprise surprise – de zeven door van der Cingel ontdekte dimensies aan het licht komen. U kunt natuurlijk ook gewoon het artikel van van der Cingel zelf lezen, zoals het hoort :)

Literatuur

Paley, J. (2002). Caring as a slave morality: Nietzschean themes in nursing ethics. Journal of Advanced Nursing , 40 (1), 25-35. [DOI]

van der Cingel, M. (2010). Compassie in de verpleegkundige praktijk. een onderzoek naar de aard en betekenis van compassie voor chronisch zieke ouderen. Verpleegkunde, (4):18–25. [Fulltext PDF] [URL]

Getagged , , ,

19 thoughts on “Compassie volgens van der Cingel: het Grote Gemis van de verpleegkunde?

  1. LK zegt:

    Ik heb niet dat onderzoek doorgekeken, wel die website bezocht.

    Ik citeer:

    Anne Spanjaart, studente Geneeskunde aan de VU: “Opleiding en werk gaan al lang niet meer over het helpen van mensen. Het gaat over competitie en strijd der ego’s. Dit resulteert in grote aantallen overwerkte, verslaafde en depressieve artsen. Wij denken dat compassie als intrinsieke drijfveer hierin een omslag teweeg kan brengen.”

    Dit soort frases zie je telkens terugkomen op de site. Nu is het zeker zo dat er overwerkte (wat denk je met werkweken van >>40 uur), verslaafde (als arts zit je in één van de risicoberoepen voor verslaving, maar dat is niet iets van de afgelopen jaren) en depressieve (is 10% van de bevolking op een zeker moment niet depressief?) artsen zijn, maar dat opleiding en werk niet over het helpen van mensen gaan? Studeert die student aan dezelfde universiteit als die ik afgelopen jaar heb verlaten?

    Maar goed, je kunt mij beter niet serieus nemen, ik ben een nogal sceptische, cynische arts…

    • “Maar goed, je kunt mij beter niet serieus nemen, ik ben een nogal sceptische, cynische arts…”
      Onder cynisme wordt een houding verstaan die vaak in taal tot uiting komt maar die ook onuitgesproken kan blijven. De houding is er een van wantrouwen tegen iemands goede bedoelingen of tegen het nut van instituties of van grote ongevoeligheid voor de gevolgen van de eigen daden.
      Cynisme is één van de indicatoren voor burnout.

      • LK zegt:

        Dat was een verwijzing naar de uitspraak van de VU-student dat haar enthousiasme en optimisme werd ontvangen met scepsis en cynisme: (Voor extreem wollig stuk, zie:
        http://www.compassionforcare.com/?p=129 )

        Overigens herken ik mij enigszins in het eerste deel van de omschrijving: ik geloof dat er goede bedoelingen spelen, maar ik geloof niet helemaal in het nut van dit instituut. Ik snap alleen niet wat cynisme te maken heeft met ongevoeligheid voor de gevolgen van de eigen daden, die omschrijving past totaal niet bij mij. Maar goed, wikipedia is ieders beste vriend.

        Ik vind deze omschrijving mooier: Cynisme is een houding die voortkomt uit wantrouwen, scepsis (‘gerede twijfel’) tegenover de goede bedoelingen van de medemens en kan hoogstens spottend worden opgevat.
        (http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/430/)

        En burn out? Zomaar internetdiagnoses stellen als niet-arts? Foei toch!

  2. LK zegt:

    Och kijk, je was één van de sprekers:

    Bram Hengeveld – gepassioneerd verpleegkundige, columnist bij het vakblad ‘Nursing” en zelf patiënt

    :D

    • Mja, het was een ‘tien voor twaalf’-idee, dus geen spreker zoals dat doorgaans gebruikelijk is. Helaas was de microfoon me blijkbaar niet echt gegund, dus om mezelf nu als ‘spreker’ te betitelen, neh. Door omstandigheden moest ik ook vroeg weg en kon ik nog net een post-it ‘evidence based practice’ op het ‘compassie is…’ bord ophangen.

      Wat betreft de frases over het geneeskundig onderwijs. Is het niet ook zo dat artsen gemiddeld korter leven? (ook binnen de verpleegkunde wordt overigens gesteld dat ‘nurses eat their young’) Anyway, mij gaat het met name om het concept compassie in de verpleegkunde en hoe van der Cingel dat uiteenzet. Wat jullie doktoren doen moeten jullie zelf maar weten, als je maar lief bent voor verpleegkundigen. :)

      • LK zegt:

        Sorry, zo sta je toch echt op de site benoemd, met foto en al. Was het, ondanks dat je jouw vast geniale inbreng niet hebt kunnen geven, toch een geslaagde discussie? Met mooie overdenkingen en rake opmerkingen? Ik doe namelijk mijn best om uit die site te destilleren wat ze nou eigenlijk willen, maar het wordt me niet duidelijk. Een hoop aankondigingen en belangrijke sprekers en sympathisanten en wat algemene termen over wat er mis is, maar wat er nou precies mis is, is me niet duidelijk (er ontbreekt dus compassie? Over de hele linie in de zorg, of alleen bij de coschappen van de initatiefnemers, of is het er wel, maar niet genoeg en waar blijkt dat dan uit? Want dat ze oplopen tegen een muur van cynische artsen die zeggen dat het in de ‘echte wereld’ zo makkelijk allemaal niet ligt, willen ze blijkbaar niet accepteren. Dus wat is er dan precies mis? Concrete voorbeelden?)

        Het schijnt dat artsen inderdaad korter leven. Enerzijds is dat een direct beroepsrisico (blootstelling aan straling, ongezonde leefstijl), anderszijds wat indirecter: toegang tot (verslavende) middelen waar den gewone sterveling niet aankomt zonder doktersrecept. Zo heb ik mij laten wijsmaken dat onder anesthesisten het hoogste percentage zelfdoding van alle beroepsgroepen voorkomt, omdat zij toegang hebben tot geschikte zelfdodingmedicatie (waarom ze zelfmoord plegen is mij dan niet duidelijk) en dat de gemiddelde overlijdensleeftijd van een arts ergens tussen de 50 en 60 ligt.
        Of dat allemaal waar is? Ik denk dat we deze cijfers met een korreltje zout moeten nemen…

        En wat valt me dat weer vies van je tegen: Compassie, Bram, Compassie voor die patiënt zul je hebben! En dat kan toch alleen als ook de dokter vol compassie zit. Compassie naar de patiënt (en naar de verpleegkundige is dan vanzelfsprekend :p).

        Ik vind dit bijzonder taaie kost moet ik eerlijk bekennen en het gaat volgens mij meer over filosofie dan de dagelijkse praktijk, eens?

  3. […] Ars GeriatriCare Verpleegkunde, ouderenzorg en meer… Spring naar inhoud HomeBibliotheekLinksBlogrollEvidence Based PracticeGerontologie & GeriatrieVakliteratuurVerpleegkundeEen leven lang lerenRichtlijnen GeriatrieVGG profielCiteulikeGeschiedenisOver Ars GeriatriCareDe auteurGastbijdragenDisclaimerOver de disclaimerRSS ← Compassie volgens van der Cingel: het Grote Gemis van de verpleegkunde? […]

  4. Ja, goed idee! Laten we vooral Godt weer terugbrengen in het vak en zijn aanhangers de ruimte geven ons weer eens de les te lezen.

  5. Ik heb het linkje naar de boekbespreking niet in het blog opgenomen. Misschien wel goed idee. So thanx, wie immer :)

    edit: toegevoegd

  6. JennyJo zegt:

    Bram,

    Goed dat je de link hebt toegevoegd want vd Cingel zit daar – gelukkig – heel anders in dan Armstrong.

  7. Ergens ook wel een beetje schandelijk dat ik dat niet direct heb gedaan. Nou ja, beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.

  8. LK zegt:

    Ik heb het even opgezocht in de Van Dale:

    com·pas·sie de; v medelijden

    Dus…

    • Laten we direct het basale gebruik van ‘significant’ overal toepassen. Fuck de statistiek.

      Want dat ze oplopen tegen een muur van cynische artsen die zeggen dat het in de ‘echte wereld’ zo makkelijk allemaal niet ligt, willen ze blijkbaar niet accepteren. Dus wat is er dan precies mis? Concrete voorbeelden?

      Dat kwam tijdens het gesprek zelf op een gegeven moment ook ter sprake; een geneeskunde student gaf aan dat een arts ten eerste een goed diagnosticus moet zijn. Ik ben het daar mee eens; alhoewel de voorkeur uitgaat naar iemand die op beide vlakken kundig is, kies ik (als het moet) zonder blikken of blozen voor de hufter die me medisch gezien juist weet te behandelen. De drijvende krachten achter de compassiebeweging liggen volgens mij ook voor een deel op het gebied van de ‘patient empowerment’. Op dat vlak ben ik denk ik ook meer van de oude stempel. Een arts is een arts, heeft daar flink voor gestudeerd en verdient daar een status mee. Ik kan daar als leek niet aan tippen. (moet dat ook niet willen) Kwestie van vertrouwen naar de arts toe.

      Een concreet voorbeeld geef ik overigens in het stuk ‘Compassie […]: zeven dimensies’

      En wat valt me dat weer vies van je tegen

      Ach ja, zelf het beste paard struikelt wel eens :D, maar zo te zien ben je al helemaal pro-compassie:

      Compassie, Bram, Compassie voor die patiënt zul je hebben! En dat kan toch alleen als ook de dokter vol compassie zit. Compassie naar de patiënt (en naar de verpleegkundige is dan vanzelfsprekend :p).

      Tijdens de discussie in Nijmegen noemde ik compassie ‘normaal doen’. Je zou denken dat dat inderdaad vanzelfsprekend is, maar dat blijkt het nogal eens niet te zijn. Wat jullie doktoren uitspoken is mijn pakkie aan dus niet zo heel erg; Oud en wijs genoeg enzo, maar binnen de verpleegkunde vind ik het aspect van afstand-nabijheid donders interessant. Ik denk dat het begrip compassie daarin een belangrijke factor is/kan zijn. Tegelijktijd is binnen de verpleegkunde dergelijke academische discussie minder ‘salonfähig’. Ikzelf ben overigens van mening dat het op zich nog wel meevalt; mijn ervaringen als patiënt zijn grosso modo erg positief. Ik vraag me ook af of de insteek op de gezondheid van artsen heel zinvol is, maar dat is jullie pakkie an.

      Ik vind dit bijzonder taaie kost moet ik eerlijk bekennen en het gaat volgens mij meer over filosofie dan de dagelijkse praktijk, eens?

      Zeker filosofisch van aard, ik geef in deze ‘serie’ ook aan dat enige harde wetenschap wenselijk is. Maar ik denk dat filosofie nogal eens met de dagelijkse praktijk te maken heeft, zeker in de verpleegkunde en helemaal in de ouderenzorg.

      • LK zegt:

        Vanuit verpleegkundig standpunt inderdaad wel interessant. Ik denk dat de problematiek die door de geneeskundestudenten genoemd wordt namelijk meer bij verpleegkundigen speelt dan bij artsen. En dan heb ik het vooral over de discrepantie tussen je idealen in het begin van je opleiding en de uiteindelijke praktijk. Iedereen wil er voor de patiënt zijn en tot diep in de nacht essentiele levensvragen met de terminale patient bespreken, etc… Maar als puntje bij paaltje komt, ben je vooral veel tijd kwijt aan protocollen en patienten ‘afwerken’ en moet je maar kijken of er ergens nog tijd is voor dat gesprek, zeker als alle zalen vol liggen, twee collega’s zich om 8 uur vanochtend hebben ziekgemeld, die dag 5 patienten naar huis gaan en er 5 nieuwe voor in de plek komen…

        Als arts kom ik wel protocollen tegen, maar meer in de vorm van richtlijnen en van richtlijnen mag afgeweken worden, mits je daar goede redenen voor hebt. Die vrijheid heb ik in de verpleegkunde nog niet teruggezien.
        Ook is mijn ervaring dat einde werktijd voor een verpleegkundige echt einde werktijd is, terwijl de zaalarts gemakkelijk rond een uur of zeven nog medicijnen staat uit te schrijven als die daar die dag nog niet aan toegekomen is. Niet dat ik dat toejuich, maar het werk van een verpleegkundige is over het algemeen fysiek zwaarder, waardoor lange werkdagen gewoon niet vol te houden zijn, wat ook weer consequenties heeft voor je ‘compassietijd’ (sorry, ik vind het echt een vreselijke term, die ‘compassie’. Ik snap dat je het pakkend wil brengen, maar ik krijg er acuut pruritis van.)

  9. Bram zegt:

    LK,
    Je snijdt een aantal interessante punten aan in de verschillen tussen vpk’s en artsen, waarvan ik denk dat ik ze ook in de praktijk heb gezien. Ik denk dat er wat meer achter schuilt dan je hier kenschetst (ik denk nl. niet dat het fysieke deel het enige is), maar interessant is het zeker.

    Ik denk overigens niet dat compassie iets is dat pas kan plaatsvinden als er ‘tijd voor is’. Het is, indien aanwezig een integraal onderdeel van de zorg die je levert. Daarom denk ik ook niet dat je al te zwaar aan de term moet tillen. But just in case: http://download.nhg.org/FTP_NHG/standaarden/FTR/Pruritus_ani_text.html

  10. […] nooit, maar hier is deel drie van ‘Compassie volgens van der Cingel’. Deel 1 vind je hier, deel 2 hier. Van der Cingel voerde een onderzoek uit onder patiënten en verpleegkundigen naar de […]

  11. […] aan het zetten is. Hoe cool is dat! Als u niet weet waar dit allemaal over gaat, kijkt u dan hier, hier en hier. Het eerste deel van haar reactie leest u hier. Verplicht leesvoer zijn haar […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: