Tagarchief: dementie

Onrust bij dementie; rigoureus pijn bestrijden?

In Noorwegen heeft men opzienbarende resultaten geboekt in een onderzoek naar de effecten van pijnbestrijding bij mensen met dementie in verpleeghuizen [1]. Volgens onderzoekers Husebo et al. werkt systematische medicinale pijnbestrijding om onrust (agitation) bij dementerenden significant te verminderen in vergelijking met dementerenden die standaardzorg ontvingen. Nursing en Trouw kopten reeds in de trend van: ‘Paracetamol helpt tegen onrust’.

De filosofie: onrust is een uiting van pijn bij mensen die zich niet goed verbaal kunnen uiten en kampen met cognitieve stoornissen. Effectieve behandeling van niet-gediagnosticeerde pijn kan de oorzaak van deze onrust wegnemen. Het bewijs: de uitkomsten van een cluster randomised controlled trial.

Welnu, de conclusie in de koppen van Trouw en Nursing zijn wat voortijdig, de uitkomsten hoopgevend en teleurstellend tegelijk en de methode van onderzoek interessant.

Lees verder

Advertenties
Getagged , , , , , ,

“Als je één keer verkeerd andijvie bestelt ligt verdomme voor het hele jaar je budget op z’n achterste”

Bert Keizer. Klik om de uitzending te bekijken.
afb: Trouw.nl

Bert Keizer windt er weer eens weinig doekjes omheen in een interview uit de serie ‘Spraakmakende Zaken’. Onderwerp is (natuurlijk) de ouderenzorg. Uitgezonden in 2005 dus niet nieuw, maar wel uit m’n hart gegrepen. Net als in z’n schrijfsels – waarvan u op z’n minst de ‘Het refrein is Hein‘ en ‘Onverklaarbaar bewoond‘ moet hebben gelezen – zijn weldenkendheid en openhartigheid kenmerkend voor z’n boodschap.

Ook van harte aan te bevelen zijn Keizer’s columns in Trouw en Medisch Contact. Tenslotte: door Aliette Jonkers werd ik getipt over twee lezingen door Bert Keizer, waarvan er één gratis bij te wonen is! Zie hier en hier voor meer info.

Getagged , , , , ,

Happy birthday Bram! Heb je nog een cadeautje voor ons?

Ongeveer 27 jaar geleden werd ik op de wereld gezet. Ik had al vrij snel een punthoofd van de toestanden in de wereld (zuignappie), dus dat moest, achteraf gezien, uiteindelijk wel resulteren in het spuwen van gal en inzicht (*kuch*) op een weblog. Dat dat veelal over de ouderenzorg zou gaan is een kwestie van prettige chaos geweest. Leuk is het in ieder geval.

Om deze heugelijke dag met mijn bescheiden lezersschare (dank!) te fêteren, heb ik twee oude artikelen opgepoetst. (voorzien van wat extra beeldmateriaal, spel- en typefoutjes verwijderd etc.)  Mocht je ze dus nog niet hebben gelezen, of benieuwd zijn naar het nieuwe jasje, they’re all yours:

De invloed van omgevingslicht op dementerende mensen
Het wachten is op de tsunami van dementie; over een niet al te lange tijd zal Nederland een enorme groei van het aantal dementerende mensen doormaken. Het wordt alle hens aan dek. Joost van Hoof, een jonge Nederlandse ingenieur die zich heeft toegelegd op het onderzoek naar het gebruik van domotica bij dementerenden,  deed onderzoek naar de invloed van het omgevingslicht op dementerenden. Verdomd interessant! Lees hier verder…

Meeste mensen gehoorzamen (nog steeds) opdracht tot martelen
In de jaren zestig van de vorige eeuw voerde Stanley Milgram een onderzoek uit dat hem (en z’n onderzoek) wereldberoemd en berucht maakte. Het kostte hem z’n carrière. In 2008 werd het onderzoek ontdaan van ethische problemen en opnieuw herhaald door Jerry Burger. Milgram had gelijk. Shocking. Of logisch? In het blogbericht een uiteenzetting van wat Milgram en Burger allemaal hebben uitgespookt tijdens hun experimenteerdrang. Lees hier verder…

Reacties van harte welkom en een fijne dag!

(p.s. mocht het grapje in het aller-bovenste plaatje je zijn ontgaan, kijk dan even hier)

Getagged , , , , , ,

Hutspotpost: stamppotje van helaasheid en saai

Omdat wetenschappers het soms ook niet meer weten in deze hutspotpost een verzameling interessante, nuttige dan wel nutteloze bijdragen in de wetenschappelijke literatuur. Want soms is wetenschap te saai, te slecht of te marginaal om het wat zinnig te laten zeggen.

Ohw ja; bij iedere referentie staat een blauw icoontje: door er op te klikken ga je rechtstreeks naar het desbetreffende item in mijn Citeulike bibliotheek. Weet je niet wat Citeulike is? Klik dan hier.

Bon apetit!

Lees verder

Getagged , , , , , , , , ,

Proefschrift: depression in dementia. Development and testing of a nursing guideline

Renate Verkaik promoveerde 20 april jl. op haar proefschrift ‘Depression in dementia. Development and testing of a nursing guideline’, waarin zij een behoorlijke berg onderzoek naar depressie bij demente personen presenteert, waaronder enkele systematische reviews. Doe er uw voordeel mee PG’end Nederland, want volgens mij heeft Verkaik enkele zeer essentiele dingen onderzocht – van snoezelen tot symptomen van depressie – waarbij het verpleegkundig onderdeel niet vergeten is! Om het gehele proefschrift te lezen: hier eventje klikken. Abstracts onder de streep!

Lees verder

Getagged , , , ,

delier en dementie: houd ze uit elkaar. Maar hoe?

Het delier en dementie: je komt ze nogal eens tegen. Althans, je komt in de zorg nogal eens mensen tegen die het hebben. Op het eerste gezicht vertonen ze overeenkomsten, maar verschillend zijn ze zeker. In een artikel in Men in Nursing (Hills, 2008) dat ik al een tijdje klaar had liggen om over te bloggen wordt het een en ander duidelijk.

Dementia or delirium? Understand the difference

Het artikel begint al goed: wees gewaarschuwd! Het achterwege blijven van een juiste diagnose kan leiden tot verhoogde mortaliteit en  morbiditeit. Gelukkig volgen in de pagina’s daarop de nodige handvatten om een en ander uit elkaar te houden. Allereest is het belangrijk, aldus mevr. Hills, om beide aandoeningen goed te kennen. Dementie kent een geleidelijk ziekteproces, dat zich in de loop van maanden en jaren ontvouwt en met name invloed heeft op het geheugen, inzicht, abstract denkvermogen, oriëntatie en taal. De drie belangrijkste vormen zijn de ziekte van Alzheimer, Lewy Body dementie en vasculaire dementie, waarvan de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende is. Wat betreft de symptomen komen ze redelijk overeen. Interessant detail: de prevalentie van de ziekte van Alzheimer vertoont een verdubbeling voor iedere periode van vijf jaar in de leeftijd van 65 tot 85 jaar. In laatst genoemde leeftijdscategorie is de prevalentie ong. 30-40% Risicofactoren voor het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer zijn: doorgemaakt hersentrauma, roken, lage graad van opleiding en de leeftijd van de ouders op het moment van geboorte. (mijn ouders waren zo’n beetje 40 jaar toen ik geboren werd).

De eerste tekenen van dementie vertonen zich doorgaans op het vlak van geheugen. (briefjes! voor wie ‘Ik heb Alzheimer’ heeft gelezen). En, zoals onlangs te lezen viel in een AGC Hutspotpost, het loopvermogen blijkt ook een vroege indicator te zijn. Mensen met dementie krijgen moeite met het uitvoeren van taken op het werk, of hebben moeite met het uitoefenen van hobbies. Verdere progressie van de ziekte resulteert in het zichzelf herhalen in woorden en een verergerende afasie. Ook de oriëntatie in ruimte krijgt te lijden: autorijden wordt moeilijk en men is vaak dingen kwijt. In de latere stadia kunnen gedrags- en psychiatrische problematiek ook het toneel betreden.

diagnose van Alzheimer

Tot op heden is een definitieve vaststelling van de ziekte van Alzheimer pas mogelijk na de dood. (alhoewel ze vorderingen maken om dit eerder voor elkaar te krijgen). Ondertussen moeten we ons tevreden stellen met een multidisciplinaire benadering, waarin door een team van professionals op basis van testen en onderzoek een diagnose wordt gesteld. Instrumenten die daarbij gebruikt worden zijn bijvoorbeeld een MMSE, of het tekenen van een klok: laat de persoon die verdacht wordt van dementie een klok tekenen waarop een specifieke tijd wordt weergegeven en daarna een voorgetekende klok na tekenen. Hoe ‘beter’ de klok is, hoe kleiner het cognitieve verval. Belangrijk is dat er onderzoeken worden gedaan om andere oorzaken van symptomen uit te sluiten, zoals bijv. medicijngebruik. Ook is het stellen van de diagnose dementie gedurende of vlak na het doormaken van een delier problematisch; er dient een minimale periode van zes deliervrije weken te zijn voor men dementie zou kunnen diagnosticeren.

Behandeling

Ook op het gebied van behandeling van Alzheimer tast men op veel vlakken nog in het duister. Alzheimer is niet te genezen en farmacologische behandeling staat in de kinderschoenen. Er zijn enkele middelen waarvan men verwacht dat ze het proces vertragen, maar effecten op de lange termijn zijn niet bewezen. Behandeling met bijv. anti-psychotica komt ook voor, maar kent bij mensen met Alzheimer verhoogde kansen op extrapiramidale symptomen. DrShock heeft nog enkele andere bijwerkingen van anti-psychotica beblogd.

Wat is een delier?

In tegenstelling tot dementie, dat gekenmerkt wordt door een geleidelijk verergeren van symptomen, wordt het delier omschreven als:

[…] an acute state of mental confusion resulting in impairment in cognition and behavior as manifested by fluctuating levels of alertness and attention along with sleep-wake cycle disturbances and emotional lability […]

Oftewel: het plotseling opzetten van verwarring resulterend in cognitieve beperkingen en gedragsproblematiek zoals wisselende alertheid en aandacht en verstoringen van het slaap-waakritme. Hill duidt aan dat gemiddeld 10-30% van de gevallen kan worden behandeld, als men snel genoeg tot een diagnose kan komen. Ze geeft tevens aan dat het delier nogal eens voorkomt: 6 – 30% van de in een ziekenhuis opgenomen personen maakt een delier door. Voor ouderen is het helemaal kwaad kersen eten, 10 – 40% zou een delier doormaken tijdens opname in het ziekenhuis en nog eens 25 – 60% na de opname. Mortaliteitscijfers zijn weinig positief: tot 65% wanneer het delier niet juist wordt onderkend… Complicaties ten gevolge van een delier (zoals het uittrekken van infuuslijnen of catheters) kunnen zorgen voor een verlengde opname en verhoogde mortaliteit.

Het delier wordt gekenmerkt door cognitieve en gedragsproblemen, waardoor men bijvoorbeeld moeite heeft met het in zich opnemen en begrijpen van de omgeving. Vaak is er ook sprake van concentratiestoornissen, problemen met het kortetermijnsgeheugen, desoriëntatie en taalproblemen. Hallucinaties, paranoia en illusionaire gedachten komen ook nogal eens om de hoek kijken.

Hills geeft aan dat het delier in twee subtypen is in te delen, gebaseerd op psychomotorische activiteit en mate van opwinding. Het eerste type is het hyperactieve delier, dat vaak in verband wordt gebracht met hallucinaties, wanen, desoriëntatie en agitatie. Het tweede type is het hypoactieve delier, waarbij de delirante persoon verminderd alert is of lethargisch. Om het makkelijk te maken kunnen de twee typen natuurlijk ook gemengd voorkomen in één persoon.

Risicofactoren voor het delier

De DSM-IV verdeelt de risicofactoren voor het optreden van een delier in vier groepen:

  • Aanwezigheid van medische aandoening
  • Middelenmisbruik of ontwenning
  • Multiple oorzaken
  • Onbekende oorzaken

Mensen met bijv. COPD, hoge bloeddruk en CVA hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een delier, maar ook een aanwezige infectie, pijn, botbreuken en zuurstoftekort (hypoxie) verhoogt dit risico. Psychotropische medicamenten kunnen de kans op een delier met een factor 3 – 11 verhogen! In het artikel wordt een lijst gegeven met ‘risicomiddelen’: propanolol, metoprolol, verapamil, levodopa, amitriptyline, fluoxetine, haloperidol, diazepam en lorazepam om enkele bekende pillen en poeders te noemen.

[update 30-5-2014] In de in 2013 verschenen richtlijn delier Volwassenen van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie wordt na literatuuronderzoek de volgende conclusie getrokken over predisponerende factoren:

Risicofactoren voor het optreden van een delier tijdens ziekenhuisopname zijn:
– leeftijd boven de 65 jaar;
– cognitieve stoornis of dementie;
– ernst van de ziekte;
– (heup)fractuur bij opname;
– visusstoornis;
– infectie;
– fixatie.

Met toenemende leeftijd duurt een delier langer en is het beloop ernstiger.

Andere factoren die samenhangen met een ernstiger beloop van het delier zijn:
– ICU opname;
– kamerwisselingen tijdens ziekenhuisverblijf;
– afwezigheid van klok, kalender, leesbril of familie.

Er zijn geen aanwijzingen dat risicofactoren voor een delier bij een patiënt in de langdurige zorg duidelijk anders zijn dan in het algemeen ziekenhuis.

De gegevens over de effecten van geneesmiddelen op het voorkomen van delier zijn van beperkte kwaliteit en omvang. Er zijn wel enige aanwijzingen dat het
gebruik van lorazepam, opioiden en meperidine leidt tot een verhoogde kans op een delier.

Voor deze factoren is een lage bewijskracht. De volgende aanbeveling wordt gedaan:

Documenteer bij iedere opname de volgende factoren in het patiëntendossier: leeftijd, acute opname-indicatie, medicatiegebruik, infectie, fixatie, cognitieve stoornissen of dementie, ernst van de ziekte, visusstoornis.

Diagnose van het delier

Het vaststellen van de aanwezigheid van een delier is moeilijk. Hills geeft aan dat grondig lichamelijk onderzoek belangrijk is. Maar ook de aanwezigheid van pijn, of afwezigheid van pijnbehandeling is een belangrijke factor, evenals medicamenteuze behandelingen die de persoon in kwestie ondergaat. Maar ook bepaalde omgevingen kunnen funest zijn: zo kan de Intensive Care wat teveel van het goede zijn. Met name ouderen kunnen overprikkeld raken door alle alarmen, lampjes en bedrijvigheid en problemen ontwikkelen in het slaap-waakritme met een delier als gevolg (‘IC psychose’). Ook kan het uit het dagelijks ritme gerukt worden door een ziekenhuis opname funest zijn voor ouderen: het Sundown syndroom wordt genoemd (nog nooit van gehoord), waarbij agitatie en verwarring met name gedurende de nachtelijke uren optreden.

Voor de vaststelling van een delier is men ook aangewezen op fysiologisch onderzoek (Vit B12 niv., foliumzuur, bloedgassen etc.) en bijvoorbeeld MRI of CT scans als voorgaande onderzoeken niets opleveren. Hills meldt een batterij aan meetinstrumenten voor de vaststelling van het delier, zoals de Clinical Assessment of Confusion, de Confusion Rating Scale en de Confusion Assessment Method. Laatstgenoemde bestaat uit 11 aspecten waaronder plotseling opkomen, aandacht, coherent denkvermogen, desoriëntatie en een veranderd slaap-waakritme. Overigens valt op te merken dat de Richtlijn Delier uit 2005 van het NVVP weinig positief is over deze instrumenten, zie pag. 25-30 van de Richtlijn:

“De werkgroep acht het gebruik van instrumenten voor screening, diagnostiek en ernstmeting in de dagelijkse praktijk niet noodzakelijk.” (p. 30)

[update 30-5-2014]: In de in 2013 verschenen richtlijn delier Volwassenen van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie wordt na literatuur onderzoek de volgende aanbeveling gedaan:

beoordelen van de potentiële aanwezigheid van een delier is onderdeel van de geboden basiszorg, vergelijkbaar met het meten van bloeddruk, temperatuur en pols. Bij aanwijzingen
voor symptomen van een delier dient een lid van het behandelteam, vaak de verpleegkundige, een delier screeningsinstrument, bijvoorbeeld de DOSS, af te nemen om aard en ernst van de symptomen te kwalificeren en kwantificeren.

De DOSS (Delirium Observatie Screening Schaal) is o.a. via de VMS website te downloaden.

Behandeling van het delier

Ook bij de behandeling van het delier zijn verschillende opties aanwezig, met hun voors en tegens. Hoewel het vinden van de onderliggende reden voor het delier erg belangrijk is, kan het nodig zijn om eerst symptomen te bestrijden, om bijv. valgevaar te verminderen. Zorgen voor een prikkelarme omgeving waarin een duidelijke dagstructuur kan worden aangeboden kan bevorderend werken, evenals zorgdragen voor goedgedragen brillen en hoortoestellen. Invloed van familie wordt met enige argwaan bekeken. Volgens Hills kan het zowel positieve als negatieve gevolgen hebben voor de delirante persoon en is het een taak van verpleegkundigen om dit te bepalen. De familie kan ook zorgen voor enkele herkenbare materialen, zoals foto’s, zodat men zich wat minder ontheemd voelt.

Wat betreft de medicamenteuze behandeling geeft Hills aan dat een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek [PubMed Link] uit 1996 heeft aangetoond dat haloperidol significante verbetering oplevert:

“Symptoms of delirium in medically hospitalized AIDS patients may be treated efficaciously with few side effects by using low-dose neuroleptics (haloperidol or chlorpromazine). Lorazepam alone appears to be ineffective and associated with treatment-limiting adverse effects.”

Overigens dient vermeld te worden dat de interventiegroepen in dit onderzoek niet ontzettend groot zijn en het onderzoek niet genoemd wordt in de hierboven vermelde Richtlijn Delirium van de NVVP.

Wanneer gebruik wordt gemaakt van anti-psychotica dient men echter zeer alert te zijn op de toestand van een patiënt, aangezien dergelijke middelen het QT interval kunnen verlengen, wat nare gevolgen kan hebben voor de rikketik: houd de ECG’s in de gaten! Maar ook de verpleegkundige moet in de gaten worden gehouden: het verplegen van delirante patiënten kan veeleisend en zwaar zijn. Zorg goed voor jezelf en neem tijdig afstand als de situatie te zwaar wordt. Moeilijk of zelfs agressief gedrag van een patiënt moet in de juiste context worden geplaatst, aangezien het niet om bewust of moedwillig gedrag gaat. Mijn eigen ervaring is dat dit gedrag voor mensen zelf ook erg confronterend is: ‘Ik was mezelf niet’. Schaamte en twijfel liggen op de loer.

Afsluitend een klein overzicht van de verschillen en overeenkomsten:

verschillen en overeenkomsten delier en dementie

tabel: verschillen en overeenkomsten delier en dementie. Naar: Hills, 2008 p. 16

Ervaringen met een delier of dementie kunnen natuurlijk in een reactie worden achtergelaten!

Hills, T. (2008). dementia of delirium? Understand the difference. Men in Nursing. june 2008 14-21 [PDF]

Getagged , , , , , ,

Heb ik genoeg? Met de KRO naar een PG afdeling

afbeelding: Oberazzi

Gisteravond kwam er op TV een interessante aflevering van ‘Heb ik genoeg?‘ voorbij. In dit programma krijgt de presentratice en lijdend voorwerp Karin de Groot iedere week een opdracht die het een en ander van haar vraagt. In de aflevering van gisteren wordt ze ‘verpleegster’, op een afdeling voor dementerende zorgvrager: heeft zij genoeg? Hier is de aflevering online te bekijken.

De aflevering begint na een korte intro met het begin van de dag: ochtend ADL! En hier zag ons aller Karin toch wat tegenop. Bij demente mensen dacht ze eigenlijk altijd aan ‘wassen’ en ‘overal poep’. Eerlijk en recht voor z’n raap. Natuurlijk heeft het werk ook wel een onaangename kant: Halverwege de aflevering wordt de drang naar frisse lucht zo groot dat ze zich even afzondert om bij een open raam te gaan uitwaaien. Ze is zichtbaar onder de indruk. En met de gebitten had ze niet eens rekening gehouden: ogen dicht en gaan voor het vaderland. Waarom de handschoenen overal afwezig zijn in de filmpjes vind ik wat vreemd. Contact met excreta lijkt me een indicatie voor het dragen van handschoenen. En met handschoenen aan wordt het allemaal een stuk draaglijker, al geef ik toe al enige tijd geen volle waskar meer te hebben geleegd…

De verzorgenden van de verpleegafdeling komen warm over; ‘hoe zou je zelf verzorgd willen worden’ is een vraag die ze binnen het team regelmatig herhalen, aldus een van de verzorgenden. Dat dat geen makkelijke vraag is op zo’n afdeling wordt duidelijk in een shot waarin Karin de Groot ontdaan is over de toestand van een van de bewoners nadat ze heeft geholpen met het douchen van de bewoner: ‘deze vrouw kan helemaal niks meer’.

Hoe kunnen we bepalen hoe we verzorgd willen worden als we in zo’n toestand zijn beland? Waar ga je in mee, waar leg je de grens? geeft een verzorgende aan. Spot on. De asymmetrie in de verhouding tussen bewoner en verzorgende is enorm. Het is dezelfde verzorgende die even verderop aangeeft dat ze vindt dat ze ‘mag’ zorgen. Mogen zorgen kan verschillende ladingen hebben, maar ik moest sterk denken aan de afhankelijkheid van de bewoners: hoeveel van dat ‘mogen zorgen’ is maatschappelijk bepaald: aan wie laten we de zorg voor (zeer) kwetsbare ouderen over? Wie mogen dat van ons? Ik denk dat het een grote verdienste is van de aflevering dat deze vraag zich opdringt, over een beroepsgroep met een relatief laag aanzien. Anne Mei The trekt zelfs parallellen tussen de werkzaamheden van gastarbeiders ‘toen en nu’. De werkjes die we zelf niet willen doen lieten we over aan medewerkers van allochtone komaf, om The ietwat kort samen te vatten. De ‘kleine wereldjes’ waarin deze zorg plaatsvindt op vele plekken in Nederland onttrekken het makkelijk aan het oog.

Tegelijkertijd is het ook een beroep waarin ook de zorgverlener kwetsbaar is. In al haar cognitieve overmacht heeft Karin het moeilijk tijdens het bieden van hulp bij het eten. ‘Dat vond ik heel naar. Ik dacht: ‘doe ik het niet goed?’ en even later:  ‘Ik geloof echt niet dat ik dit werk zou kunnen doen’. Ook het helpen met eten heb ik zelf al enige tijd niet veel gedaan, maar ik vond het altijd een moeilijke, maar leuke klus, zeker bij mensen in de latere fase van het dementieel proces. Ik heb altijd de indruk gehad dat hierbij meer nog dan bij de ADL tijdsgebrek funest is. Rammelende etenskarren, eten uit een keuken ver weg (geen tijd om het water in de mond te krijgen omdat het zo lekker ruikt op de afdeling), geen tijd voor een kauw- en slikproces dat soms veel trager gaat verlopen (slecht zittende kunstgebitten!). Zo bijna nietszeggend als het proces van eten, verteren en uitscheiden zich voltrekt bij goede gezondheid, zo veelbepalend kan het zijn bij een syndroom als dementie. Vijfenveertig minuten ben je meer dan eens kwijt… Van ‘mond tot kont’ is er oneerbiedig gezegd hulp nodig, de mens nadert op dat vlak de natuur waar we met riolen, zeep en tandpasta zover vandaan hebben weten te hollen.

Maar op sociaal vlak is het met een gewassen gezicht en een net pak nog steeds geen rozengeur en maneschijn. Joop is een man die behoorlijk in z’n eigen wereldje is teruggekeerd, om met de woorden van z’n vrouw te spreken. Al 3 jaar bezoekt ze haar man op de afdeling en sinds het laatste jaar is verbale communicatie flink veel moeilijker geworden. Een gesprek is niet te voeren, van het gebrabbel valt weinig te maken. Het accent van de vrouw doet me vermoeden dat ze van redelijke komaf is, of in ieder geval niet in minste milieu’s heeft verkeerd; hoe groot zal het contrast zijn geweest toen ze die ‘vreselijke beslissing’ moest nemen? De aflevering wordt besloten met een feestje waarin volop gedanst wordt.

Een mooie docu: zeker de moeite van het kijken waard. Weer een puntje d’r bij voor de KRO.

Getagged , , , ,

Ars GeriatriCare Hutspotpost; leesvoer voor de hongerigen

Kleine hapjes random literatuur, licht verteerbaar. Eet u smakelijk!

Tijdschrift Gerontologie & Geriatrie 2009: 40
(website: http://www.nvgerontologie.nl/)

Loopstoornissen zijn de vroegste voorspellers van dementie (p. 37)
Loopstoornissen blijken de eerste indicatoren van dementie te zijn bij huisartsenbezoek. Gemiddeld beginnen deze stoornissen vijf jaar voordat de diagnose ‘dementieel syndroom’ dan ook daadwerkelijk klinkt. Na de loopstoornissen volgen op gemiddeld drie jaar voor de diagnose cognitieve stoornissen, die in het jaar voor de diagnose sterk toenemen.
Blogging on Peer Reviewed ResearchProefschrift: Rademakers, Inez. (2008). Prodromal Alzheimer’s disease in subjects with Mild Cognitive Impairment. Predictive and diagnostic aspects. Geen weblinks gevonden.

De REPOS: een pijnobservatieschaal voor mensen met een uitingsbeperking. (p. 39)
Pijninstrumenten bij dementie (of iets in die strekking) is een van de Google zoektermen die veel mensen bij Ars GeriatriCare brengt. Eerder blogde ik over een onderzoek naar meetinstrumenten, waarin helaas de REPOS ontbrak. Wel nu, die blijkt de afgelopen jaren in het Pijnkenniscentrum van het Erasmus MC – Sophia Kinderziekenhuis ontwikkeld en getest. De gevalideerde REPOS telt tien gedragingen die op pijn duiden bij ouderen met een uitingsbeperking, waarvan drie betrekking hebben op gezichtsuitdrukkingen (ogen dichtknijpen, optrekken v/d bovenlip, grimas en angstig kijken), en zeven gedragingen die bewegingen en verbale uitingen van pijn betreffen. Ook de psychische beleving van de cliënt is opgenomen in de REPOS, die qua materialen bestaat uit een instructiekaart, een scoreformulier en een beslisboom. Gebruik van het instrument vergt enige oefening, waarin voorzien wordt door een trainingscd (e-mail naar: a.boerlage@erasusmusmc.nl) en twee maal per jaar een train-detrainerbijeenkomst, waarvan ik geen idee heb wat het zijn, maar ook daar kan drs. Anneke Boerlage u via haar zojuist genoemde e-mail adres meer over vertellen.

Hier vindt u in ieder geval een powerpoint over de REPOS: http://tinyurl.com/dzzytn en in ‘Pijnmeter gelanceerd’ (http://tinyurl.com/cxhrpl)  leest u verder over mevr. Boerlage en diens collega Anneke Zwakhalen.

Moeilijk hanteerbaar gedrag bij dementie: gerandomiseerd klinisch onderzoek toont werkzaamheid van psychologische interventies aan. Door Hans Diesfeldt. (p. 36)
Op basis van een meta-analyse (Logsdon et al., 2007) heeft een Amerikaanse studiegroep de werkzaamheid van psychologische interventies bij dementerende zorgvrager aangetoond. Na analyse bleek dat uiteindelijk zeven studies overtuigend genoeg geacht om als wetenschappelijk bewijs door het leven te gaan. Twee van die studies gingen over Progressively lowered stress treshold (PLST) en vijf over gedragstherapeutische interventies (GTI). Het PLST model gaat uit van interventies die compenseren voor de cognitieve beperkingen van de patiënt, een individueel dagbehandelplan (opsteltijd: 4 uur(!) per cliënt) en stimulering van deelname aan plezierige activiteiten. Het ging in de studie om extramurale patiënten. Bij de GTI interventies vond men een bewezen effectiviteiten bij extramurale cliënten (3 studies) en verpleeghuiscliënten (2 studies). Effectieve interventies deelden de eigenschap van het aanleren van observatie a.d.h.v het ABC-schema: A: wat gaat er aan het gedrag vooraf? B: wat houdt het gedrag in? C: wat gebeurt er vervolgens? Vervolgens werden omgeving, dagbesteding of persoonlijk interacties waar nodig aangepast.
Blogging on Peer Reviewed ResearchLogsdon, R. G., McCurry, S. M., and Teri, L. (2007). Evidence-based psychological treatments for disruptive behaviors in individuals with dementia. Psychology and aging, 22(1):28-36. [DOI] [CUL]

Patiënten met een heupprothese moeten meer bewegen. (p. 38):
Robert Wagenaar, 40 jaar en orthopedisch chirurg betoogt in zijn proefschrift Physical activity after Total Hip Arthroplasty dat patienten met een ‘nieuwe heup’ net zoveel bewegen als hun leeftijdsgenoten. Helaas bewegen die ook niet genoeg, dus zal er meer bewogen moeten worden, vooral door vrouwen. Wagenaar deed onderzoek naar de SQUASH (short questionnaire to assess health-enhancing physical activity), de eerste vragenlijst die een gedetailleerd inzicht geeft in het lichamelijke activeitenpatroon van patiënten met herbouwd scharnierwerk.
Blogging on Peer Reviewed ResearchWagenmakers, R., van den Akker-Scheek, I., Groothoff, J. W., Zijlstra, W., Bulstra, S. K., Kootstra, J. W. J., Wendel-Vos, W. G. C., van Raaij, J. J. A. M., & Stevens, M. (2008). Reliability and validity of the short questionnaire to assess health-enhancing physical activity (squash) in patients after total hip arthroplasty. BMC Musculoskeletal Disorders, 9:141+. [DOI] [CUL]

Edities van de Ars GeriatriCare hutspotpost:
22-03-2009: Ars GeriatriCare Hutspotpost; leesvoer voor de hongerigen
16-01-2009: Hutspotpost; weekendvoer

Getagged , , , , , , , , , , ,

Meten van pijn bij ernstig demente zorgvragers

Het weblog ‘Ervaringen met een verpleeghuis’ waarop Mieka, zoals ze zich bekend maakt, verhaalt over de belevenissen van haar en haar moeder in het verpleeghuis. Haar moeder brak in 2002 haar heup en op het moment is haar moeder ‘ver weg’. Haar blogbericht ‘Van bezoeken naar waken’, deed me denken aan een onderzoeksverslag dat ik een tijdje geleden las: ‘Pain in elderly people with severe dementia: A systematic review of behavioural pain assessment tools’ uit 2006. (het is een open access publicatie, die gratis is te downloaden, zie literatuuropgave onderaan deze post) Pijn, zo beginnen de onderzoekers hun publicatie, komt veel voor onder ouderen in verpleeghuizen (40-80% van de verpleeghuisbewoners heeft volgens ander onderzoek last van pijn). Ook blijkt dat het meten van pijn bij dementerenden grote problemen kent, te weinig gebeurt en dementerenden dientengevolge onderbehandeld blijven. (Achterberg, 2008) 

Lees verder

Getagged , , , , , ,

Een derde van Britse mantelzorgers van dementerenden geeft mishandeling toe

geweldresearchEen onderzoek in Groot Britannie heeft een bittere realiteit aan het licht gebracht. Mishandeling van mensen met een dementieel syndroom door mantelzorgers komt vaak voor: 50% van de mantelzorgers gaf tijdens het onderzoek aan hun naaste te hebben mishandeld en 37% had dit in de laatste drie maanden gedaan. Dit betekent overigens niet dat in al die gevallen sprake was van lichamelijk geweld, maar voor een negatieve impact op het leven van een dementerende hoef je ook absoluut niet te slaan

Lees verder

Getagged , , ,

De invloed van omgevingslicht op dementerende mensen

Update 20-7-2016: Ik kwam er achter dat de eerst vermelde 25 uurs periode van ons circadiaan ritme niet correct is. Hoewel het lang gedacht werd 25 uur te zijn, en dit dus ook nogal eens wordt gedacht, heeft onderzoek uitgewezen dat dit waarschijnlijk dichter bij de 24 uur zit dan gedacht. Harvard onderzoekers kwamen  reeds 1999 via ingenieuze experimenten op 24 uur en 11 minuten uit. (gepubliceerd in Science) Het artikel hieronder is hierop aangepast.

In september blogde ik over een lezing door ir. J. van Hoof over domotica en dementie. Afgelopen week heb ik via Sciencedirect een publicatie gedownload, waarin uiteen wordt gezet hoe hij samen met M.P.J. Aarts, C.G. Rense en A.M.C. Schoutens onderzocht heeft wat de invloed van de intensiteit en de temperatuur van (omgevings)licht is op het circadiaan ritme en gedrag van bewoners van een afdeling voor psychogeriatrie.

Inleiding & samenvatting
De temperatuur van licht correspondeert met de wijze waarop wij deze waarnemen en wordt uitgedrukt in Kelvin (K). In het onderzoek gebruikten van Hoof et al. lampen met een lichttemperatuur van 6500K (blauwig) en lampen met een lichttemperatuur van 2700K (gelig). Ze  rustten een aantal plafonds van deel van een PG afdeling in Eindhoven uit met ‘lichtbakken’ die gedurende een bepaalde fase van het experiment ofwel blauwig, ofwel gelig licht verspreiden en observeerden het gedrag en de circadiaan ritmes van de bewoners die werden blootgesteld aan het licht. Deze observaties deden ze aan de hand van de ‘Dutch Behaviour Observation Scale for Intramural Psychogeriatrics’. De Nederlandse naam van deze test is: Gedragsobservatieschaal voor de Intramurale Psychogeriatrie, kortweg GIP. Van Hoof et al. vonden significante verbetering van rusteloos gedrag in de ‘blauwe’ groep. Ook vonden ze een significante toename van het bereik van de waarden van de ‘tympanic temperature’, d.w.z. de temperatuur zoals die gemeten wordt in het oor. Maar nu een beetje anatomie/fysiologie. Want waarom is licht nu zo van belang, hoe werkt het in op ons lichaam en wat gebeurt er met dat proces als we oud en/of dement worden?

Lees verder

Getagged , , , , , , , ,
Advertenties