Categorie archief: Innovatie

eHealth of eHype?

Elke zorgverlener zal heden ten dage op enig moment in de week achter een scherm zitten. Nu vraag ik me nogwel eens af hoeveel tijd er verloren gaat met, zeg, de typsnelheden die minder digitaal onderlegde collega’s aan de dag leggen. Maar er zijn meer prangende vragen, want wat hebben we er aan al die ehealth systemen? Worden onze patiënten sneller beter? Is hun kwaliteit van leven groter? is de zorg veiliger? Typische evidence based practice vragen. Via de website van het Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice kwam ik een bespreking [1] van een systematische review [2] tegen die nu juist dit probleem aansnijdt. Hoeveel evidence hebben we voor het gebruik van al die technologie?

Lees verder

Advertenties
Getagged ,

Onrust bij dementie; rigoureus pijn bestrijden?

In Noorwegen heeft men opzienbarende resultaten geboekt in een onderzoek naar de effecten van pijnbestrijding bij mensen met dementie in verpleeghuizen [1]. Volgens onderzoekers Husebo et al. werkt systematische medicinale pijnbestrijding om onrust (agitation) bij dementerenden significant te verminderen in vergelijking met dementerenden die standaardzorg ontvingen. Nursing en Trouw kopten reeds in de trend van: ‘Paracetamol helpt tegen onrust’.

De filosofie: onrust is een uiting van pijn bij mensen die zich niet goed verbaal kunnen uiten en kampen met cognitieve stoornissen. Effectieve behandeling van niet-gediagnosticeerde pijn kan de oorzaak van deze onrust wegnemen. Het bewijs: de uitkomsten van een cluster randomised controlled trial.

Welnu, de conclusie in de koppen van Trouw en Nursing zijn wat voortijdig, de uitkomsten hoopgevend en teleurstellend tegelijk en de methode van onderzoek interessant.

Lees verder

Getagged , , , , , ,

Nieuwe website: Zorg voor innoveren

Goed idee voor de zorg? Mooi, nu nog in de praktijk brengen! Lastig? Jazeker, maar CVZ, NZa, MinVWS en ZonMw steken een helpende hand toe met hun nieuwe website Zorg voor innoveren:

U kunt bij Zorg voor innoveren terecht voor actuele informatie over zorginnovaties, wet- en regelgeving, publieke (financiële) mogelijkheden en goede voorbeelden.

De makers vertellen verder:

We hebben hiermee één gezamenlijke website gerealiseerd waar zorginnovators terecht kunnen voor informatie, met vragen en voor netwerkmogelijkheden. We hopen op deze manier zorginnovators zo goed mogelijk de weg te wijzen bij het zelfstandig doorlopen van het innovatieproces.

Omdat het moet. Omdat u het kan. Stapje voor stapje.

Veel succes!

Getagged ,

Compassie volgens van der Cingel: zeven dimensies

Zoals in het vorige artikel werd gesteld, herkende van der Cingel na analyse van haar interviews zeven terugkerende thema’s: dimensies van compassie. (van der Cingel, 2010) Volgens haar zouden deze houvast bieden om compassie ‘toe te passen’. Dat suggereert dat compassie methodisch is toe te passen. Het zien van het overzicht van deze dimensies brengt me weer helemaal terug in de lessen Relationele Vaardigheden:

Lees verder

Getagged , , , ,

freaky MRI: Kind in MRI geboren

Afbeeldingen maken van de binnenkant van een functionerend lichaam met behulp van een groot en flink lawaaiig apparaat: MRI scans zijn aan de orde van de dag. Ondanks dat de techniek/natuurkunde erachter eigenlijk waanzinnig briljant is, kijkt niemand er meer van op. Zo af en toe echter weet nogal bijzondere plaatjes te schieten. Bijv het moment vlak voor de geboorte:

Afb van Charité - Universitätsmedizin Berlin. Klik voor groter.

De verwekking konden we reeds aan de binnenzijde beschouwen. Dankzij een ruime MRI scanner (met een stukje Hollands glorie: Philips)  nu dus ook het moment van geboorte. (klik hier voor persbericht) I’m truly and utterly flabbergasted.

Getagged , , ,

Verpleegkundige wiskunde met de PCA pomp. Of: hoe Bram’s PCA-calculator het licht zag.

Tegenwoordig reken ik vrijwel dagelijks op mijn stageplek. Doorgaans gaat het om vrij simpele kwesties van optellen en aftrekken bij het bereiden van injecties en dergelijke. Niettemin komen er soms wat meer uitdagende opgaven voorbij.

Lees verder

Getagged , , , ,

Werkconferentie ‘Meerwaarde van de HBO-Verpleegkundige Gerontologie-Geriatrie’

prof. dr. Jan Hamers aan het woord

Noot: Dit is een bijdrage van collegastudenten Monique Hondebrink en Suzanne Franssen over de VGG werkconferentie van 6 oktober 2009, waarvoor hartelijke dank! Hier volgt het verslag:

“De meerwaarde van HBO-verpleegkundigen in beeld.” Dit was het onderwerp van de werkconferentie ouderenzorg, gehouden op maandag 6 oktober j.l. Deze werkconferentie vormde de afsluiting van een project dat in 2007 werd gestart ter promotie van de nieuwe uitstroomvariant. Daarin werden HBO-V-studenten aangemoedigd om te kiezen voor het vgg-profiel en zorgorganisaties werden overtuigd van de noodzaak niet alleen een geschikte leeromgeving voor stagiaires te creëren, maar ook functies voor vgg’ers te ontwerpen.

Aangezien wij beiden stage lopen in de ouderenzorg, leek het ons erg interessant dit bij te wonen. Dus reisden we af, helemaal naar ’s Hertogenbosch, allebei met een ander verwachtingspatroon. Saxion was één van de deelnemende opleidingen.

Suzanne: “Zoals vele studenten kwam ik in mijn eerste leerjaar ook binnen met een ‘zwaailichtje’ op mijn hoofd, ook ik wilde graag of op de SEH komen te werken of nog liever op de ambulance, na mijn eerste basisstage wist ik dat ouderen ‘mijn ding’ zijn, toen ik daarna merkte dat de verpleegkundigen en verzorgenden die mijn oma hebben verzorgd in de periode dat zij bedlegerig in een verpleeghuis lag ben ik mijn gaan richten op de ouderenzorg. Ik wist zeker dat ik dat ook wilde en ook zou kunnen. Nu, in mijn 5e jaar mocht ik eindelijk in een verpleegtehuis stage lopen en ik heb het er geweldig naar mijn zin. Omdat ik het naar mijn begeleiders toe moeilijk vind om aan te geven wat ik mag en hoe is dit het beste aan kan pakken als HBO-v’er wilde ik naar dit congres om hier voor mezelf maar uiteindelijk ook voor mijn stage duidelijkheid te creëren.
Verder wilde ik graag meer inzicht over het HBO-VGG profiel omdat ik het idee heb om eventueel, indien mogelijk, nog in deze richting te laten scholen.”

Monique: “Dit is mijn eerste differentiatiestage in de ouderenzorg en ik heb er zeker niet voor gekozen. De ouderenzorg had op mij, en met nog veel meer andere studenten, een stoffig imago. Niet alleen de doelgroep, maar ook het werkveld. Ook carrièrekansen zie ik hier niet liggen.
Met weinig frisse moed begon ik aan deze stage. Maar het is de kunst om je uitdagingen op te zoeken en je kansen te creëren. En zo zat ik op dag twee met de opleidingsfunctionaris om de tafel. Na ruim een maand is mijn beeld al behoorlijk bijgetrokken. Juist als HBOV-er liggen er zoveel kansen te wachten.
Met dit werkcongres wilde ik graag wat meer over de HBO-VGG te weten komen. Dus een HBO-verpleegkundige echt gespecialiseerd in de Gerontologie Geriatrie.”

Programma

Beiden hadden we nog niet eerder een werkconferentie binnen de zorg bijgewoond en georganiseerd als deze. Er waren verscheidene mensen uitgenodigd die een belangrijke functie bekleden binnen de zorg. Allereerst was er een welkom door Prof. Jan Harmers, hoogleraar verpleging en verzorging ouderen aan de Universiteit Maastricht. Hij gaf een presentatie met als titel ‘De meerwaarde van de HBO-verpleegkundige in beeld.’ Hierin kwamen de ontwikkelingen en mogelijke oplossingen in de ouderenzorg ter sprake. Met behulp van de nieuwe innovaties en technologie zou je al een deel van de problemen wegnemen. Ook zou je de zorg slimmer aan moeten pakken, onder andere door de inzet van een hbo-vgg. Ook gaf hij zijn visie over het opleiden van studenten. Er zijn te weinig docentexperts en goede stageplaatsen. Hier zien ze het nut nog niet in van een hoger opgeleide, of ze verwachten dat je alles al kunt, terwijl je er juist komt om er te leren. Hij sneed ook het onderwerp aan dat er veel te weinig hbo-v’er in de ouderenzorg werkzaam zijn. Er zijn nu 77 afgestudeerde hbo-vgg’ers, dat zouden er 2400 moeten zijn. Wat erg tegenwerkt is het imago bij studenten en binnen hbo-v teams. Er zouden meer gastlessen op school moeten worden gegeven om te bevestigen dat de ouderenzorg juist erg complex kan zijn en een breed terrein bestrijkt.

In navolging van prof. Jan Harmers spraken nog de heren Ton Bakker, psychogeriater en bestuurder Argos Zorggroep en voorzitter begeleidingscommissie van HBO-verpleegkundigen voor de ouderenzorg, en Martin Gloudemans, werkzaam bij bureau G&D Waalwijk. Zij spraken over het nut en de noodzaak van de hbo-v’er.

Na deze presentaties vond er een forumdiscussie plaats waarbij twee dames van het ministerie van VWS vertegenwoordigd, Clazina Pool-Tromp (bij ons bekend van het studieboek ‘Met het oog op de toekomst’) Wim van der Vrie, hoofdverpleegkundige Afdeling Geriatrie UMCN St. Radboud, verplegingswetenschapper en voorzitter Afdeling Geriatrie Verpleegkunde V&VN, Roger Ruiters, lid van het bestuur van Actiz en Frans Boshart, product manager Vivium Zorggroep en Wineke Weeder, bestuurder Verenso (beroepsvereniging specialisten ouderengeneeskunde). Zij reageerden op een aantal stellingen.

Na deze forumdiscussie waren we zelf aan de beurt. Er was een inspiratieplein, waarbij negen thematafels waren waar je aan deel kon nemen. Voor de eerste ronden kozen wij ‘Kwartier maken: Hbo-stages creëren en pas afgestudeerden een plek in de zorgorganisatie geven’. Onder leiding van Hanneke te Winkel en Erik Dierink bespraken we wat wij als studenten missen op de huidige stageplekken, hier werden enkele vooroordelen tegen studenten en organisaties uitgesproken. Ook werd hier besloten dat studenten beter moeten leren ‘netwerken en lobbyen.’ Deze discussie werd met een zeer verschillend publiek bijgewoont, zo waren er studenten, mensen van verschillende organisaties die stonden te springen om HBO-V studenten en verschillende werkgevers en -nemers. Ook spraken we onze ervaringen uit hoe wij over de ouderenzorg dachten.

Na een uur namen wij deel aan de Workshop ‘Het VGG-profiel’. Onder leiding van Jeroen Boonstra, Wendelien Moorlag (beiden van Saxion) en Saskia Lavooij (Hogeschool Rotterdam) discussieerden over het volgende discussiepunt: ‘Wat heeft een HBO-VGG nodig binnen de bachelor HBO-V om als afgestudeerd VGG’er uit de verf te komen.’
Enkele vragen hierbij waren of de deelnemers vonden dat naast de MGZ, AGZ en GGZ en een aparte keuze gemaakt moest worden voor de differentiatie VGG of dat in al deze verschillende differentiatie routes een deel als VGG ingevuld zou moeten worden. De deelnemers waren er unaniem over uit dat dit laatste veel beter zou zijn voor de opleiding. Ouderen beslaan immers het grootste deel van de zorg.

Postscriptum door uw aller weblogger:

Voor meer informatie, foto’s en andere media kan je de website behorende bij de conferentie bekijken op: http://www.hboverpleegkundige.jbace-online.nl/
Het gehele HBO competentieprofiel Verpleegkundige Gerontologie Geriatrie (VGG profiel) is te vinden op: http://vggprofiel.wordpress.com

Getagged , , , , , , , , ,

Wordt oma over 40 jaar gewassen door een robot?

Gister heb ik deelgenomen aan het ‘International Symposium School of Health’, dat gehouden werd aan Saxion Hogescholen Enschede en bezocht door deelnemers uit o.a. Engeland, Vietnam, Oekraïne en natuurlijk Nederland (alles bij elkaar waren er zo’n 10 verschillende nationaliteiten). Ikzelf mocht nog even acte de presence geven achter het sprekersgestoelte voor een interview over mijn ervaringen als student in de ouderenzorg, erg leuk en altijd goed om even het wat roestige Engels spreken op te poetsen.

Een interessante lezing die werd gegeven door dhr. Coppoolse (fysiotherapeut en bewegingswetenschapper) ging over veranderingen in de zorg en de ontwikkeling van het onderwijs in de gezondheidszorg. Een onderdeel van de lezing bestond uit een beschouwing op het gebruik van robots in de zorg. Nederland wil op dat gebied in 2050 toch het nodige hebben geïnnoveerd. Landen als de VS hebben overigens meer ambitieuze plannen en hebben plannen die rond 2020 stevige voeten in de aarde moeten hebben. Anyway: robots zullen er meer en meer komen. Nu maken ze onze auto’s, maar de kans dat oma over enkele decennia (voor een deel) geholpen wordt door een robot is groot.

Dat roept natuurlijk verschillende vragen op! Is het acceptabel dat we robots gebruiken voor het verzorgen van mensen? Zou een robot die door dementerenden niet van een echt mens te onderscheiden is dé uitkomst zijn voor de tekorten in de zorg? 24 uur paraat, geen CAO (toch?), geen loon, geen pauze, geen kinderen, geen ziekte (tenzij ze natuurlijk Windows gaan gebruiken als besturingssysteem), kortom: de ideale werknemer als het gaat om de cijfertjes.

Via de nieuwsbrief van het ZorgInnovatiePlatform (ZIP) las ik dat Jan Vorstenbosch (auteur van het vermakelijke boekje ‘Twaalf huishoudelijke apparaten’) een essay heeft gepubliceerd getiteld ‘Hoe maakt u het? Technologie in een veranderende gezondheidszorg. Over dossiers, robots en tests in de zorg’:

Hoe maakt u het“De insecten buigen zich bedachtzaam, doelbewust, bijna ontfermend over het casco van een auto op een langzaam voorbijrollende band. Tot in de puntjes voorgeprogrammeerd, brengen ze de juiste lassen en onderdelen aan. Er is geen mens in beeld en toch wordt er van alles gedaan, en foutloos, tijdens deze uiterst minutieuze operaties.
Zien we hier ook de toekomst van de gezondheidszorg? In 1747 publiceerde de Franse filosoof La Mettrie zijn boek L’homme machine (De mens een machine). De machine als metafoor voor de mens – misschien niet de complete mens, maar dan toch zijn lichaam -, is de afgelopen eeuwen uiterst invloedrijk geweest en heeft een rol gespeeld in de ontwikkeling van de hoogtechnologische geneeskunde die we thans kennen.”

Het essay werd gepresenteerd tijdens het ‘debat over technologie in een veranderende gezondheidszorg’ (4 juni 2009) waar hier een verslag (PDF) van is te lezen. Klik hier om de nieuwe publicatie van Vorstenbosch te downloaden.

Gelezen? In de comments kunnen gal en lof gespuwd en geuit worden.

Vorstenbosch, J. (2009). Hoe maakt u het? Technologie in een veranderende gezondheidszorg. Over dossiers, robots en tests in de zorg. Den Haag: ZonMW [PDF]

Getagged , , ,

Zorgverleners en patiënten: Verenigt U!

Via www.betinnepluut.nl las ik over het zelfzorgdossier diabetes dat momenteel door het MinVWS en NICTIZ wordt ontwikkeld. Een van de mooie aspecten van deze ontwikkeling is de mogelijkheid voor patiënten en zorgverleners om deel te nemen aan een onderzoek aan de hand waarvan wordt bepaald welke onderdelen dienen te worden opgenomen in zo’n zelfzorgdossier. De klant als koning. Internet stelt de ontwikkelaars in staat om een enorm belangrijke bron van informatie (nl. de eindgebruikers) op vrij laagdrempelige wijze aan te boren. Patiënten kunnen hier terecht, zorgverleners hier.

Persoonlijk heb ik me nogal eens verbaasd over de manier waarop voorzieningen in de zorg en de eindgebruiker matig op elkaar aansluiten. Gebouwen die suboptimaal zijn uitgerust, onoverzichtelijke dossiers, hulpmiddelen waar maanden op gewacht moet worden, domotica met erg kleine lettertjes en knopjes. En dan ben ik nog maar ‘een snotneus’ als het gaat om werkervaring… De stem van de zorgverlener moet klinken in den lande! Power to the people.

Kameraden: laat je stem horen en maak dat verschil voor het zelfzorgdossier diabetes!

(disclaimer: Ars GeriatriCare wenst zich geenszins hard te maken voor de communistische zaak, enige overeenkomst tussen deze post en het rode gedachtengoed berust op louter toeval, danwel een slecht gevoel voor humor van de schrijver)

Getagged , , , , , ,

Lustrumcongres dr. van Hoytemastichting: de ochtend


Gisteren heb ik deelgenomen aan het lustrumcongres van de dr. G.J. van Hoytema stichting. Het veertigjarig bestaan moest natuurlijk gevierd worden en omdat te realiseren hebben ze een, naar mijn idee, leuke en zeer leerzame dag opgezet met als thema:

Veroudering, vernieuwing en technologie Lees verder

Een ethische blik op ‘Verzorgend Wassen’.

Bij het maken van VGG Krant 3 kwam ik het Tijdschrift voor Verpleegkundigen een artikel tegen getiteld ‘Verzorgend Wassen’. Ik had wel gehoord van een kleine hype over deze mogelijke innovatie. Het is geschreven door dr. Michel Jansen, die o.a. docent ethiek en filosofie aan masteropleidingen Verpleegkunde is.

Zorg voor Beter stelt het artikel beschikbaar via hun website.

Om te beginnen is dit een interessant artikel vanwege het feit dat het ons laat nadenken (dat hoop ik tenminste) over de implicaties van het wassen van een client.
Jansen houdt hierbij in zijn artikel een sterk clientgerichte visie aan naar mijn idee.

Daarnaast is het een gefundeerde kijk op het begrip ‘innovatie’ en ‘kwaliteit van zorg’. Ik denk dat Jansen en Zorg voor Beter (dat een grote impuls aan het wassen zonder water wil geven middels hun project ‘verzorgend wassen’) op bepaalde punten lijnrecht tegenover elkaar staan.

Intentie
In de intentie van een handeling zien we de wil die er achter zit en het beoogde doel. Het is de deontologische Kant van de kwestie. Op dit gebied kunnen we van de kant van Zorg voor Beter het volgende lezen:

De langdurende zorg in Nederland staat de komende decennia voor de uitdaging voldoende goede zorg te blijven leveren. Het aantal zorgvragers neemt immers toe en het aantal zorgverleners stijgt niet. Door nu slimmer en efficiënter te werken kunnen zorgorganisaties ook in de toekomst blijven voldoen aan de stijgende zorgvraag.

De techniek van verzorgend wassen is het middel om het doel van voldoen aan de stijgende zorgvraag te behalen. Het kost minder tijd en dat levert dan weer de mogelijkheid om die tijd aan andere zaken te besteden, zoals een gesprek met de client. Ook geven ze aan dat het een verlichting van belasting betekent en decubitus en smetten vermindert. (zonder hierbij overigens bronnen te melden). Ze stellen dat het vaak gezien wordt als een revolutionaire innovatie. Jansen wil deze huid echter niet verkopen voordat de beer geschoten is:

Technisch gezien is WZW (wassen zonder water, red.) zeker innovatief te noemen. Het voorkomt overbelasting van de zorgverlener. Ook de te verwachten gezondheidswinst voor patiënt en verzorger (huidconditie en bescherming tegen gevaarlijke stoffen) lijkt me reëel. Maar levert het ook innovatieve zórg op? Daarvoor zou dit project moeten leiden tot een andere bejegening, tot een andere zorghouding, tot een andere en betere positie van de patiënt in het zorgproces.

En hierin schuilt een heel andere intentie naar mijn idee, waarbij de positie van de client een heet hangijzer is. We vinden echter geen duidelijke aanwijzingen dat Wassen zonder Water op de door Jansen genoemde punten ook daadwerkelijk ‘revolutionair’ is. Gepaste terughoudendheid lijkt geboden.

Handeling
Het verzorgend wassen biedt als handeling een aantal voordelen, waarbij de reductie in tijd als meest in het oog springend wordt genoemd, door meerdere bronnen. Een onderzoek naar wassen zonder water door Zweerts in 2004 (waarvan ikzelf geen exemplaar heb, of kan vinden) geeft aan dat er zo’n 40% minder tijd nodig is voor een wasbeurt m.b.v. de techniek. (van de Poel, 2005) Ook blijkt de handeling zelf minder belasting op te leveren voor de zorgverleners. (Knibbe et al, 2005)

Maar waar is de client? De handeling van het wassen is volgens Jansen in ieder geval niet iets waar we lichtvoetig over moeten denken:

“Ten eerste treed je als vreemde binnen in de intimiteit van iemands lichaam. Als je je dat niet bewust bent of daarin grof te werk gaat, kan wassen zelfs lijken op een vorm van verkrachting. Ten tweede moet je het durven om de hygiënische verzorging af te stemmen op de behoeften en gewoonten van een patiënt en niet op zogenoemde algemeen geldende normen voor hygiëne.”

In deze gedachte is het wassen een uiterst gevoelige situatie, die de gemiddelde helpende, verzorgende of verpleegkundige vele malen zal meemaken. Als in de praktijk blijkt dat de handeling van verzorgend wassen voornamelijk invloed heeft op de tijd die het wassen kost vraag ik me inderdaad af of verzorgend wassen zomaar kan worden gezien als een revolutionaire innovatie. Ook de informatie die Zorg voor Beter op haar website biedt lijkt niet aan te geven dat er een grote ommezwaai in plaatsvindt op de door Jansen genoemde punten.

Gevolgen
De gevolgen van (het invoeren van) zerzorgend wassen zijn divers. Ik noemde al de gemelde invloed op bijvoorbeeld decubitus. Het rapport van Locomotion over Wassen zonder Water Meldt overigens niet dat dit zonder meer gesteld kan worden. Wel geven ze aan dat er in de literatuur wordt vermeld dat de kans op kruisbesmetting en weerstand en spanning tijdens het wassen verlagen.
Een ander gevolg is de reductie in tijd, kosten en materieel. Op de website van Nursing lezen we het commentaar van een enthousiaste manager van Ziekenhuis Amstelland dat sinds 1 februari al zijn patienten wast volgens de revolutionaire innovatie:

Als we de kosten echt op een rijtje zetten, dan zien we een besparing van € 3,71. per patiënt.

Helaas zijn de resultaten van de bij innovatie in het oog springende, clientgerichte aspecten minder precies te vinden. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er bij de gevolgen van het verzorgend wassen vooral naar de managementkant van de zaak wordt gekeken. De aspecten die de client direct raken, zoals verlaging van de kans op kruisbesmetting t.o.v. het ‘waskomwassen’, is naar mijn idee niet of minder op de thuiszorg van toepassing en het is maar de vraag of de gerealiseerde tijdswinst ook daadwerkelijk ten goede komt van de client. Tijd alleen geeft geen garantie voor kwaliteitszorg, aldus Jansen.
De potentie die aanwezig is in het bevorderen van de hygiene als gevolg van het afschaffen van het waskomwassen lijkt me niet misselijk. (maar dit tegenargument voor waskomwassen is niet direct een argument voor verzorgend wassen mijns inziens)

Aangezien de gevolgen van het invoeren van verzorgend wassen als behoorlijk omvangrijk worden bestempeld, lijkt het me wenselijk dat de invloed op de client en diens autonomie goed bestudeerd wordt.

Situatie
Het is druk in de zorg! Dat is duidelijk. En de aanlokkelijkheid van de tijdswinst bij verzorgend wassen is dan ook groot.
De vraag is naar mijn idee echter of het hierbij dan niet gaat draaien om symptoombestrijding; zijn er geen andere, minder ingrijpende manieren om hygiene te bevorderen?
Met betrekking tot de ontwikkeling van het beroep van verpleegkundige denk ik dat de situatie van ‘de wasbeurt’ een gebied is waarop de verpleegkunde zich (sterk) kan profileren. Het ‘menszijn’ ligt bij een wasbeurt vaak letterlijk en figuurlijk bloot en bevordering van dit menszijn door verpleegkundig handelen is zeer fundamenteel in de verpleegkundige ethiek. (van der Arend, Gastmans, 2002) De ogenschijnlijk zo ‘gewone’ handeling van het wassen van een client is een bijzonder boeiend en belangrijk aspect in het verhogen van de menswaardigheid door verpleegkundig handelen en het raakt in veel opzicht de kern van het beroep, wanneer we iemand wassen.
Deze aspecten worden echter niet, of te weinig aangesneden in de geboden informatie van Zorg voor Beter.

Concluderend denk ik dat het verzorgend wassen potentie heeft, al zullen we de ethische kant van de zaak absoluut niet uit het oog mogen verliezen omwille van de heilige graal van tijdswinst.
Het aspect van de vermindering van belasting van zorgverleners is iets dat wel weer zeer spreekt voor een duidelijke kijk op het verzorgend wassen en de mogelijkheden ervan zoveel mogelijk te benutten. Maar laten we vooralsnog niet als een bok op de haverkist springen.

Bronnen:

Arend A van der, Gastmans C. (2002) Ethisch zorg verlenen; handboek voor de verpleegkundige beroepen. Baarn: HB Uitgevers

Jansen M (2008): Verzorgend wassen. TvZ Tijdschrift voor Verpleegkundigen nr. 4 2008 pag. 24-25

Knibbe H, Geuze L, Knibbe N. (2005): Ergonomische Aspecten van Wassen-zonder-Water voor Zorgverleners. Bennekom: LOCOmotion

Poel P van de (2005): Waskom verleden tijd? Tijdschrift voor Hygiëne en Infectiepreventie jaargang 24, nummer 4, augustus 2005

Zweerts B (2004): Weg met de waskom. Nursing nr. 2, 2004

ZonMw presents!


ZonMw, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie presenteerde op 2 juni jl. haar jaarverslag 2007 getiteld ‘Unlimited Minds; Sience Faction‘ met daarin een opsomming en beschrijving van de verschillende projecten die ZonMw heeft gestimuleerd en gefinancieerd, zoals ‘Succesvol Ouder Worden‘ (SOW), waarin de autonomie en zelfredzaamheid van ouderen centraal stond.

Via de website doet ZonMw dit op een prachtig vormgegeven manier met, zoals ze zelf zeggen, een knipoog naar de filmwereld.

In de veel soberder vormgegeven bijlage ‘Programmarapportages‘ is een uitgebreide weergave van de verschillende projecten en bijbehorende subsidies te vinden.

Advertenties