Categorie archief: Ouderenzorg

brochure ‘HBO verpleegkundige kennis ouderenzorg VVT’

VGG brochure

Hoe staat het met de broodnodige kennis over gerontologie en geriatrie bij u op de werkvloer? Geen idee? Geen nood! Hiervoor is in het kader van het VGG-project een fraaie brochure ontworpen. Aan de hand van de bekende levensdomeinen die in een zorgleefplan thuishoren kan de stand van zaken gecheckt worden.

Vindt u het bijvoorbeeld van belang dat  er kennis aanwezig is met betrekking tot Sociaal gerontologische theorievorming over gezond ouder worden? Hoe staat het dan met de kennis over de disengagement theorie van Cummingen en Henri? En op het gebied van lichamelijk welbevinden is men toch wel op de hoogte van de geriatrische reuzenZo niet, dan moet u zich wellicht achter de oren krabben of uw instelling klaar is voor de toekomst. De kans is dan groot dat het hoog tijd wordt om HBO-VGG’ers in uw teams op te nemen.

De brochure maakt – onder andere – mooi duidelijk dat de ouderenzorg een complex vakgebied is. In die zin is het mijns inziens ook boeiend materiaal voor opleidingen. Enigszins verwarrend vind ik de vermelding van ‘domein kwaliteit van leven’ bij ieder hoofdstuk, waarin vervolgens een van de vier levensdomeinen wordt behandeld. Niettemin: petje af!

klik hier om de brochure te downloaden

Advertenties
Getagged

‘Kwetsbare ouderen kunnen beter in verpleeghuis dan ziekenhuis revalideren’

Van de Volkskrantwebsite:

Ruim 25 procent van de patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, is 70 jaar of ouder. Het ziekenhuis vervult dus een belangrijke rol bij het verlenen van zorg aan ouderen. ‘Maar het blijkt dat de oudere patiënt gedeeltelijk achteruit kan gaan bij een ziekenhuisopname’, stelt Andrea van den Dool, verpleegkundig specialist.

[..]

Een groot deel van deze problematiek heeft echter niets te maken met de reden van opname. Kennelijk leidt de opname zelf tot achteruitgang, bijvoorbeeld door gebrek aan fysieke activiteiten en door depressieve gevoelens. Het ziekenhuis probeert de ziekte zo goed mogelijk te behandelen, maar er is te weinig aandacht voor het behoud van de zelfstandigheid en de kwaliteit van leven van de patiënt. Eenmaal thuis is de patiënt grotendeels op zichzelf en op familie/vrienden, die een deel van de zorg op zich nemen als mantelzorgers, aangewezen; die daardoor zwaar belast kunnen raken.

Revalidatie voor kwetsbare ouderen op lichamelijk en geestelijk gebied wordt daardoor binnen de verpleeghuizen, als verlengde van het ziekenhuis, steeds belangrijker.

Weinig aan toe te voegen, dus zeker even lezen. Behalve natuurlijk: got evidence? Maar die vraag heb ik reeds neergelegd bij mw. van den Dool.

Getagged , ,

Ouderen in veilige handen

Begin juni 2011 is er, als onderdeel actieplan ‘Ouderen in veilige handen‘ [PDF], een meldpunt Ouderenmishandeling opgezicht. Er zijn ondertussen reeds tientallen meldingen gedaan; TC Tubantia geeft aan dat het om 21 ‘gegronde’ (aldus IGZ) meldingen gaat, alle vanwege mishandeling door zorgverleners. Laat dat even inwerken…

De oorzaken zijn nogal divers, maar het komt volgens Movisie  telkens op hetzelfde neer:

Ouderenmishandeling is het handelen of nalaten van handelen waardoor de oudere persoon lijdt. Dit lijden kan lichamelijk of psychisch zijn maar ook materieel. Ouderenmishandeling komt in iedere bevolkingsgroep voor.

Volgens mij een vrij brede definitie, maar enkele praktijkvoorbeelden die worden gegeven laten  weinig aan de verbeelding over: schoppen, slaan, schelden, stelen en zelfs seksueel misbruik. Maar ook: het verkeerd gebruik van tilliften, waardoor ouderen onder de blauwe plekken komen te zitten.

Wat ik me bij de definitie afvraag: is (bijvoorbeeld) het te weinig inzetten van pijnbestrijding (of onvoldoende voorlichting daarover) in geval van, zeg, dementie, een heupoperatie of in de terminale fase  dan ook mishandeling? Zo ja (en daar valt veel voor te zeggen), dan gaat de inspectie het druk krijgen. En hoe zit het met de diep depressieve oudere die gaarne wil sterven, maar daar niet de kans toe krijgt?

Ikzelf ken vooral voorbeelden van mishandeling door bejegening en toegegeven, ik stond er met m’n bek vol tanden na te kijken en te luisteren. Maar ook op het gebied van inadequate hulp bij/verzorging van voeding heb ik het regelmatig zien gebeuren. Tijd wordt daarbij vaak als reden genoemd en, alhoewel ik het probleem absoluut niet wil ontkennen, word ik soms wel een beetje gallisch van dat argument. Wanneer telkens dezelfde personen als laatste aan hun (lauwe) hap geholpen worden, gaat er ook op andere vlakken iets fout.

Wat dan wel aan me knaagt: heb ikzelf ouderen mishandeld? Zo ja, op welke wijze? Goed, ik ben me van geen kwaad bewust, heb nog nooit gestolen, heb niemand geschopt en ik hoop dat u mij op m’n woord geloof dat mij er alles aan gelegen is om de beste zorg te leveren die ik me kan bedenken. Maar ik ben slechts een mens (en beginnend zorgverlener). Waar bevinden zich blinde vlekken? Ben ik een zorgverlener die géén melding maakt van mishandeling (of die dat niet opvalt zoals een mogelijk trombosebeen opgemerkt dient te worden) en juist daardoor mishandelt?

Lieve lezers, laat gerust in de comments uw ervaringen achter, maar onthoudt dat het écht melden van specifieke gevallen via een van de meldpunten ouderenmishandeling dient te gebeuren, of in geval van mishandeling door zorgverleners via telefoonnummer 088-1205050

Voor verdere vragen: zie ook hier

Getagged , , , ,

Compassie volgens van der Cingel: zeven dimensies

Zoals in het vorige artikel werd gesteld, herkende van der Cingel na analyse van haar interviews zeven terugkerende thema’s: dimensies van compassie. (van der Cingel, 2010) Volgens haar zouden deze houvast bieden om compassie ‘toe te passen’. Dat suggereert dat compassie methodisch is toe te passen. Het zien van het overzicht van deze dimensies brengt me weer helemaal terug in de lessen Relationele Vaardigheden:

Lees verder

Getagged , , , ,

HBO-VGG.net online!

Het was om allerlei redenen aan me voorbijgegaan, maar onlangs is de website hbo-vgg.net online gegaan. Hier is informatie over opleidingsinstellingen en zorgorganisaties te vinden die deelnamen aan het VGG project en daar actief mee bezig zijn. Tevens is er een (hopelijk groeiend) overzicht van stageplaatsen en relevante vacatures te vinden. Om het af te maken de mogelijkheid om je CV op te geven, dat dan ‘onder de aandacht gebracht wordt van interessante werkgevers’.

Weer een stap voorwaarts voor de VGG en de ouderenzorg in Nederland! Ze gaan het niettemin druk krijgen:

Goed nieuws voor iedereen die overtuigd is van nut en noodzaak van HBO-verpleegkundigen in de ouderenzorg! Op 1 maart 2010 is het vervolgproject gestart waarin we binnen twee jaar 240 afgestudeerde VGG’ers aan de slag willen hebben in passende (=HBO niveau) functies in een verpleeghuis, verzorgingshuis of in de thuiszorg.

Dat zijn 3 x zoveel verpleegkundigen als tijdens de eerste versie van het project. (en we hebben er nog véél meer nodig) Veel succes gewenst aan alle deelnemers in het nieuwe project!

Voor informatie over het kerndocument binnen het VGG project, het VGG competentieprofiel, zie http://vggprofiel.wordpress.com. Het complete competentieprofiel is daar online te lezen. Tevens is er een PDF versie en een schematisch overzicht van alle competenties te vinden. Het HBO-competentieprofiel is ook via hbo-vgg.net te downloaden.

Getagged , , ,

“Als je één keer verkeerd andijvie bestelt ligt verdomme voor het hele jaar je budget op z’n achterste”

Bert Keizer. Klik om de uitzending te bekijken.
afb: Trouw.nl

Bert Keizer windt er weer eens weinig doekjes omheen in een interview uit de serie ‘Spraakmakende Zaken’. Onderwerp is (natuurlijk) de ouderenzorg. Uitgezonden in 2005 dus niet nieuw, maar wel uit m’n hart gegrepen. Net als in z’n schrijfsels – waarvan u op z’n minst de ‘Het refrein is Hein‘ en ‘Onverklaarbaar bewoond‘ moet hebben gelezen – zijn weldenkendheid en openhartigheid kenmerkend voor z’n boodschap.

Ook van harte aan te bevelen zijn Keizer’s columns in Trouw en Medisch Contact. Tenslotte: door Aliette Jonkers werd ik getipt over twee lezingen door Bert Keizer, waarvan er één gratis bij te wonen is! Zie hier en hier voor meer info.

Getagged , , , , ,

Mag ik even huilen? Of: cabaret meets verpleegkunde (feat. Wiezewozo)

Mag ik even huilen?

Bezinning. In de woelige wereld van de verpleegkunde een welkome gast, al zou ‘ie wat vaker langs mogen komen. Gelukkig hebben twee verpleegkundestudenten van Saxion Enschede de handen uit de mouwen gestoken en een bijzondere activiteit op poten gezet. Samen met theateratelier Wiezewozo organiseerden en verzorgden ze:

Mag ik even huilen?

Een programma over afscheid nemen waarbij gehuild, gelachen en gegruwd mag worden. Een directe confrontatie met eindigheid van het leven en de betekenis daarvan voor jou in de zorg!

Niets teveel gezegd. Gisteren vond de voorstelling plaats en dit is een impressie van een geslaagde avond:

Lees verder

Getagged , , , , , ,

Mevrouw heeft een plekje op haar stuit… Update 2009

[noot: dit is een ‘heruitgave’ van een in juni 2008 verschenen blogbericht. Het origineel is hier te vinden. De nieuwe versie is op een aantal punten aangepast. Zo hebben sinds het originele blogbericht alweer twee nieuwe LPZ metingen plaatsgevonden en verscheen er in december 2008 een systematische review over de behandeling van decubitus in JAMA.]

Decubitus: wie heeft er niet van gehoord of ermee te maken gehad tijdens de opleiding, stage of het werk? Duizenden hebben het gezien, gevoeld en/of geroken. In de 17e eeuw duikt de term decubitus op, afgeleid van het Latijnse woord decumbere dat ‘zich neerleggen’ betekent. Om precies te zijn wordt er in 1777 door Wohlleben gesproken van gangraena per decubitum, ‘afsterven door te gaan liggen’. De link met bedlegerigheid lijkt dus al heel lang duidelijk te zijn, al weten we nu natuurlijk dat decubitus meerdere oorzaken kan hebben. (bijv. decubitus van de urethra t.g.v. een verblijfskatheter, of ‘doorzit’-plekken t.g.v. rolstoelgebruik). Voor meer actuele opvattingen en kennis: lees verder onder de streep.

Lees verder

Getagged , , , , ,

Dementiecongres; presentatie van inzichten en oplossingen bruikbaar voor professionals

Dit is een bijdrage van Maaike Scholten, student HBO-V met een groot hart voor de ouderenzorg. Ze woonde in juni het congres Dementie bij en e-mailde het verslag dat ze er over schreef. Hartelijk dank Maaike!

Bron: http://www.flickr.com/photos/star-dust/775368469/sizes/m/

Dementiecongres; presentatie van inzichten en oplossingen bruikbaar voor professionals

Dinsdag 2 Juni vond het dementiecongres plaats in de Reehorst te Ede. Een congres bedoeld voor alle verpleegkundigen en overige geïnteresseerden werkzaam in de zorgsector. Samen met Jeroen Boonstra en Wendolien Moorlag heb ik (Maaike Scholten) deelgenomen aan het congres. Via Saxion kregen studenten hbo-v de mogelijkheid met korting deel te nemen aan het congres. Voor mij als vierdejaars student, geïnteresseerd in de ouderenzorg, een uniek aanbod, waar ik dan ook graag gebruik van wilde maken.

Na een lange treinreis waren we bij aankomst wel toe aan een kop koffie. Na deze kop koffie al genietend in de zon te hebben opgedronken was het 09.30 tijd voor de dagopening.
Het congres werd geopend door dagvoorzitter Marcellino Bogers (auteur van het boek Humor als verpleegkundige interventie). Allereerst dag menig bezoeker op het verkeerde congres te zijn beland. Dit omdat dagvoorzitter ons welkom heette op ‘het Wondcongres’. Na wat geroezemoes wilde een aantal bezoekers de zaal al gaan verlaten, maar al snel bleek het om een grap te gaan van dagvoorzitter Marcellino Bogers. Na een korte, maar duidelijke opening was het tijd voor de ‘echte’ informatie, het plenaire ochtendgedeelte.

Het eerste thema van het congres was vrijheidsbeperking, psychofarmaca en probleemgedrag bij ouderen met dementie. Deze presentatie werd verzorgd door Sytze Zuidema, verpleeghuisarts en onderzoeker. In deze presentatie werden voornamelijk cijfers en resultaten naar voren gebracht uit onderzoeken naar thema’s als vrijheidsbeperking en psychofarmaca gebruik. De naar voren gekomen resultaten vond ik toch wel schrikbarend. Één op de drie beroepsbeoefenaren in verpleeg- en verzorgingshuizen worden wekelijks geconfronteerd met agressiviteit/ probleemgedrag van patiënten. Probleemgedrag zorgt in de praktijk vaak voor vervroegde opname en vervolgens voor stress/ ziekteverzuim bij verzorgend/ verplegend personeel. In de praktijk wordt weinig gekeken naar de oorzaak van probleemgedrag. Dit is dan ook direct de belangrijkste aanleiding waarom psychofarmaca in verpleeg- en verzorgingshuizen veelvuldig gebruikt worden. Zo blijkt uit onderzoek dat tweederde van de dementerende patiënten medicatie gebruikt voor gedragsproblemen, hoewel er vaak op ander manieren ook een goed resultaat bereikt kan worden. Uit experiment waarin 100 mensen behandeld werden met psychotica en 100 mensen werden behandeld met een placebo er in de eerste groep maar 20 mensen meer waren die verbetering vertoonden. Bij de groep met placebo bleek dan ook dat het geven van aandacht vaak al helpt.

Ook zitten er binnen verpleegafdelingen forse verschillen in het gebruik van psychofarmaca onder patiënten (variërend van 7% tot 69% van de patiënten op een afdeling). De grootste oorzaak van deze verschillen heeft te maken met de visie van een afdeling. Er zijn verschillende mogelijkheden die probleemgedrag eventueel kunnen oplossen. Voorbeelden hiervan zijn snoezelen, muziektherapie en realiteits oriëntatietraining. Meer informatie over het behandelen van probleemgedrag is te vinden op www.zorgvoorbeter.nl en www.innovatiekring.nl

Het tweede thema van de ochtend was ‘De heldere eenvoud van dementie’. Deze presentatie werd gegeven Huub Buijssen, auteur van 38 boeken over dementie en directeur van trainingsbureau Buijssen Training en Educatie. Huub Buijssen vertelde over de drie theorieën (in 1987 geïntroduceerd). Met deze theorieën doelt hij op de gestoorde inprenting en het oprollende geheugen, de afweermechanismen en het ‘kinds’ worden van het brein. Van elk van deze drie theorieën werden voorbeelden genoemd. Buijsen gaf een prachtig voorbeeld van hoe een dementerende kan reageren door de gestoorde inprenting. Wat we tot slot meekregen als basisregel van dhr. Buijssen; ‘Achter elke boosheid van een dementerende (of misschien zelfs elke cliënt) zit een verlangen’. Ik denk dat het belangrijk is om deze basisregel als verpleegkundige altijd in je achterhoofd te houden, zodat je hier in de praktijk mee aan de slag gaat. Meer informatie over Huub Buijssen en zijn trainingen is te vinden op www.traumaopvang.com.

hersenen

De derde presentatie werd gegeven door Anneke van der Plaats en de titel was: ‘De werking van de hersenen bij dementerenden’ . Dr. Anneke van der Plaats is sociaal geriater, onderzoeker, docent en medeauteur van het boek ‘De wondere wereld van dementie’. De presentatie van Anneke van der Plaats is mij het meest bijgebleven van deze leerzame dag. Ik vind dat zij een geweldige uitleg gaf over het ziektebeeld dementie. Zij beschreef de hersenen van een mens in ware vier lagen. Deze vier lagen werden opgedeeld in twee delen, namelijk laag één en twee als de waarneming en emoties en laag drie en vier als het denkbrein. Vanuit het denkbrein worden de waarnemingen en emoties aangestuurd. Bij dementie is het denkbrein aangetast en zonder het denkbrein krijgt een mens als het ware een ‘pats-boem’ reactie. Het meest bijzondere aan de uitleg van Anneke van der Plaats vond ik de eenvoud, het was voor iedereen goed te begrijpen en daarom ook erg interessant.

Na de koffiepauze was het tijd voor een presentatie over pijn bij dementie. Deze presentatie werd gegeven door Erik Scherder, hoogleraar Klinische Neuropsychologie aan de Vrij Universiteit te Amsterdam. Het pijnsysteem in de hersenen is op te delen in twee delen, namelijk het mediale pijnsysteem (dit heeft invloed op de manier waarop iemand lijdt onder de pijn) en het laterale pijnsysteem (hoe de pijn aanvoelt en de kwaliteit). Uit de presentatie kwam naar voren dat het belangrijk is dat mensen met dementie blijven bewegen, zodat het gebied in de hersenen actief blijft (door het krijgen van continue prikkels) zodat het pijnsysteem minder snel afbreekt. Wat voor mij ook nieuw was is dat er verschil zit in de waarneming van pijn bij de verschillende vormen van dementie.

Om 12.20 uur was het tijd voor de laatste presentatie van het ochtendprogramma: ‘De dementie als ideale prooi’. Deze presentatie werd gegeven door Philip Kooke, journalist en commentator bij NOS Studiosport. Daarnaast ook auteur van het boek ‘Ik laat je nooit in de steek. Hoe mijn vader Alzheimer kreeg en veranderde van patiënt in prooi’. Kooke vertelde zijn ervaringen met betrekking tot zijn vader die Alzheimer kreeg. Zijn vader werd vrij jong getroffen door de ziekte van Alzheimer, maar had gelukkig veel vrienden en familie om zich heen. Toch ging het mis, het karakter en zijn gedrag veranderden ingrijpend. Hij was veel angstig, maar kreeg ‘gelukkig’ steun van zijn ex-vriendin. Hij had steeds meer hulp nodig en werd uiteindelijk volledig afhankelijk van zijn vriendin. Zijn ‘vriendin’ krijgt hem uiteindelijk volledig geisolleerd van familie en beste vrienden, waardoor hij in een prooi veranderd. Door een in geheim voltrokken huwelijk is zijn vader naast zijn familie en vrienden ook beroofd van zijn kapitaal. Ik vond dit verhaal erg schokkend, onvoorstelbaar dat dit kan gebeuren. Uit dit voorbeeld blijkt dat hulpverleners een belangrijke functie hebben in het eventueel opsporen van ‘demente prooien’. Meer informatie over misbruik van dementerenden is te vinden op www.alzheimermisbruik.nl

Na deze laatste presentatie was het even tijd voor ontspanning, een cabaretvoorstelling van Marc Scheepmaker van de Comedy train.Ondanks dat het weinig te maken had met het thema van de dag ‘Dementie’, was het een goede en lachwekkende voorstelling, waar de meeste bezoekers erg om gelachen hebben.

Het middagprogramma bestond uit twee workshopsrondes waarbij je de keuze had uit zes workshops. De onderwerpen van de workshops waren:

  • De wondere wereld van dementie
  • Cognitieve stoornissen en het rijbewijs
  • Dementie-vriendelijk design
  • Dementie en pijn
  • De heldere eenvoud van dementie
  • Het voorkomen van probleemgedrag

Na enige twijfel heb ik gekozen voor de workshops ‘De wondere wereld van dementie’ en ‘Dementie en pijn’.

De eerste workshop ‘De wondere wereld van dementie’ werd gegeven door Bob Verbraeck (uitgever van het boek ‘De wondere wereld van dementie’ en trainer ouderenpsychiatrie). In deze workshop werd naast de werking van de hersenen vooral ingegaan op de oorzaak van gedrag van de dementerende. De omgeving veroorzaakt voor een groot deel het gedrag van de dementerende. Daarnaast zorgt stress ook voor verergering van het demente gedrag. Voor de ‘normale’ mens is het moeilijk te begrijpen wat er in het hoofd van een dementerende omgaat, Verbraeck gaf hier een mooi voorbeeld van; Iedereen heeft wel eens een moment dat je even niet meer weet wat je nou wou gaan doen, een dementerende heeft dit continue wat zorgt voor veel frustratie. Tijdens deze workshop werden veel tips gegeven over de manier van communiceren met de dementerende, wat erg bruikbaar is voor de praktijk. Er zijn drie soorten communicatie, verbale communicatie, non-verbale communicatie en paraverbale communicatie (de manier waarop iets wordt gezegd, toon, klank, enz). De verbale communicatie gaat bij mensen met dementie als eerst verloren, daarom is het erg belangrijk je vooral te richten op de non-verbale en paraverbale communicatie. Bij een dementerende is het belangrijk gebruik te maken van bijvoorbeeld plaatjes om je verbale communicatie te ondersteunen. Op het eind van de workshop werd nog een video laten zien waarop een hulpverlener een dementerende patiënt hielp bij het naar bed gaan, in deze video kwam duidelijk naar voren hoe je een dementerende zorgvrager niet moet communiceren. Het leek soms wat overdreven, maar in de praktijk kom je zulke situaties ook absoluut tegen.

De tweede en laatste workshop die ik heb gevolgd ging over Dementie en pijn. Deze workshop werd net als de presentatie van de ochtend gegeven door Erik Scherder. De workshop begon met een korte herhaling en een verdere toelichting van wat er de ochtend was verteld. Ik vond deze laatste workshop wat tegenvallen, het bracht voor mij niet veel meer nieuwe informatie dan wat ik deze ochtend had gehoord. Wat voor mij wel nieuw was dat een dementerende over het algemeen een hogere pijngrens heeft, waardoor pijn vaak in een later stadium pas wordt herkend. en dementerenden in een vergevorderd stadium met ernstige pijn hebben vaak een verhoogde bloeddruk en transpireren erg, waardoor pijn voor hulpverleners te herkennen is. Tot slot kregen we nog een aantal informatiebronnen voor richtlijnen mee waarmee pijn bij dementerenden makkelijk is op te sporen. Deze richtlijnen zijn te vinden op www.dementieinbeweging.nl en op http://prc.coh.org/pain-noa.htm zijn pijnschalen goed te gebruiken bij dementerende cliënten te vinden.

Terugkijkend op deze dag kan ik concluderen dat het nuttig is om als beroepsbeoefenaar een congres bij te wonen. Door het bijwonen van een congres kun je bestaande kennis opfrissen en weer nieuwe inzichten toevoegen aan je bestaande kennis. Ook is het bijwonen van een congres een mooie gelegenheid om kennis te maken met andere beroepsbeoefenaren en je zo te profileren. Ik ben van mening dat het voor beroepsbeoefenaren in opleiding goed is om een congres te bezoeken, niet alleen om meer kennis op te doen, maar ook om te netwerken. Op een congres lopen veel verschillende disciplines rond waaraan je veel kan hebben. Tijdens de presentaties en workshops ontvang je nieuwe informatiebronnen waar je ook bruikbare informatie vanaf kan halen.

Ik zelf kan de opgedane informatie goed gebruiken tijdens mijn stage. Ik ben namelijk bezig met het ontwikkelen van een zorgprogramma dementie en kan de opgedane informatie goed gebruiken voor het ontwikkelen van het zorgprogramma. Tot slot wil ik medestudenten op de hoogste stellen van de informatiebronnen opgedaan bij het congres, zodat ook zij hier gebruik van kunnen maken.

Tot slot wil ik iedereen nog wijzen op de naderende werkconferentie op 6 oktober a.s., met als thema de meerwaarde van de HBO-Verpleegkundigen in beeld: ervaringen met de eerste verpleegkundigen gerontologie geriatrie..

Getagged ,

GAAZ 2: Geriatrische Reuzen

Stagelopen op een GAAZ. Enigszins beduusd zit ik in de bus naar het station. Zojuist heb ik de eerste 32 uur stage afgerond en er gaan er nog een heleboel volgen. Dat is maar goed ook overigens, want man man man… Er is veel te leren en beleven. Ook even mijn dank aan de verpleegkundigen. Complexe zorgvragers? Ha, pap lusten ze er van. En ondertussen nog zo’n maffe stagiair op sleeptouw nemen en voorzien van de nodige informatie.

Zo kreeg ik een document over de ‘Geriatric Giants’ oftewel Geriatrische Reuzen:

  • Immobiliteit
  • Cognitieve problemen
  • Incontinentie
  • Vallen
  • Intoxicatie door medicatie

Ik onthoud het aan het ezelsbruggetje ICIVI. Google zelf verder naar de reuzen, want de indeling lijkt niet overal eensluidend; in Rapportage ouderen 2001 door het Sociaal PlanBureau [klik hier voor PDF] spreekt men bijvoorbeeld over (pag 122, par. 6.2.4):

  • geestelijk functioneren: geheugenstoornissen en emotionele problemen;
  • mobiliteit: kan niet zelfstandig buiten lopen; kan niet zelfstandig trappen lopen;
  • pijn in gewrichten en/of spieren; gebruik van een hulpmiddel bij het lopen;
  • stabiliteit en vallen: duizeligheid bij het opstaan; een of meer keer gevallen;
  • visus en gehoor: slechtziend, slechthorend;
  • incontinentie: incontinentie voor urine, incontinentie voor feces.

(gebaseerd op: Gussekloo, J., de Craen, A.J.M.  & Westendorp, R.G.J. (2000). Reden tot optimisme. Medisch Contact nr. 13 [URL] )

Variaties op het centrale thema van de geriatrische patiënt. Op naar volgende week!

Getagged , , , , , , , ,

Zelfverwaarlozing en mishandeling zorgen voor (sterk) verhoogde mortaliteit onder ouderen.

geweldresearch
Via MedlinePlus las ik het bericht dat onderzoek naar zelfverwaarlozing en mishandelingeen een sterk verhoogde kans op overlijden aan het licht heeft gebracht. Helaas moet ik me hierbij wenden tot een abstract en enkele persberichten, aangezien ik geen toegang heb tot full-text publicaties van JAMA. (mocht iemand zo vriendelijk willen zijn…)

Lees verder

Getagged , , , ,

Oké, dat was dat. Op naar de volgende.

Gisteren (late dienst, nu nog later) heb ik m’n laatste dienst gedraaid bij de instelling waar ik zo’n anderhalf jaar stage heb gelopen en de afgelopen tijd full-time gewerkt als verzorgende IG. Vreemd idee nu ik erover nadenk; het is ineens af. Veel mensen leren kennen, veel geleerd, gelachen, gewassen, gerapporteerd, met de trein gereisd, verbonden, gespoten, aangesloten, gelopen, in de lift gestaan, geleegd en geveegd. Extramurale zorg rules.

Maar ik ben ook enigszins opgelucht. Ik geef grif toe dat ik het werk soms flink moeilijk vond. Extramurale zorg is een plek voor mensen met ervaring. Terugvallen op collega’s is véél minder het geval en de materialen die voorhanden zijn, zijn soms wat ‘schaars’. Hygiëne kent soms een andere dimensie en de huisartsenpraktijk wordt in het weekend voor 80% belast met niet-dringende zaken. Een samengestelde casus:

Hallo mevrouw. Ik kom ok effen kiek’n hoe at met oe geet, de zuster had mien op e-beld. Kan’k ok effen goan zitt’n? Tiedj’n e-léen haw a’s kennis e-maakt, we-j ut nog?  Hoe geet ’t noe? Betj’n sloerig in ’n rakkert? Joa, t weer was al neet better, doar hei-j geliek an.

Oké, eens even kijken: een apotheek aan medicatie en multimorbide dus. Flink bejaard. Is er nog een plek die niet geopereerd is? Lijkt steeds in slaap te vallen, wel adequaat aanwezig wanneer wakker, maakt grapjes, praat voor normale doen verstaanbaar, wel met iets dikke tong. Niet benauwd, ademt normaal. Jaren geleden CVA gehad. Schijnt wel eens vaker zoiets te hebben. Kleine pupillen. Normale reactie. DMII, geen wondzorg. Voelt niet warm aan, heeft normale kleur in het gezicht, bekend met tremoren, maar niet duidelijk aanwezig, zweet niet, geen pijn, geen dorst, geen honger, beetje speekselvloed, ‘naar gevoel’, hartslag iets rap, maar strak als klokje, geen blijk van spierzwakte. What to do? Ohw ja, vanwege die bel van zoëven loop ik nog maar 15 minuten achter. Poets ik wel weg. Heb ik alles gecheckt?

Geen huisartsenpost bellen. Zit nu goed. Wacht nog maar even met drinken, aangezien u misschien in slaap valt tijdens het drinken. Over tien minuten weer checken. Daarna langere intervallen.  Twee uur later prima in orde, einde van de avond probleemloos doorgemaakt. Overdracht door andere team. Eindstreep, uitklokken. Tjoow en bedankt!

Ik heb een verdomd mooie tijd gehad, dank aan een ieder die daar aan mee heeft gewerkt! 1 september begint de volgende uitdaging, er is nog zoveel te leren. Which I like. Maar dat wordt denk ik op veel vlakken van voren af aan beginnen. Ziekenhuis, here I come? Ik ben benieuwd!

Getagged , ,

Well, this one makes you think…

Doorgaans is het beeld dat ik wil neerzetten van de geriatrische zorg vrij positief, maar ontkennen dat er ook veel niet goed is is natuurlijk onzin. De volgende brief aan een verpleegkundig tijdschrift in Australië verwoordt dat nogal indrukwekkend.

Uit: Australian Nursing Journal Juli 2009 vol 17(1):3

Aged care nursing lament
After 20 years and with much regret, I am leaving the aged care workforce. I find I work at least four hours of unpaid overtime each fortnight. I can no longer be the RN responsible for 80 residents after-hours, without a second RN or EN to assist me because “there is not enough funding” to raise staffing levels. I find it too stressful. I can no longer work with a system which fails to provide adequate staffing to meet resident’s needs. I can no longer tolerate a system that implements continuous documentation changes as the government repeatedly changes systems, requirements and raises expectations of care without funding those changes. I can no longer work with managers who cannot provide much needed equipment, such as a full range of dressings and sometimes basic supplies, because “there is no money to fund them”. Aged care nursing is not charity work. Why do I earn significantly less than my peers in the public acute care sector? I am required to be highly competent and confident. I do not always have peers to consult with in an emergency. I do not have doctors on hand when a resident becomes ill. I have no immediate backup systems or instant access to teams I can call on when falls occur or pain management is not working. I sometimes have to wait two to three days for a doctor to write up drug orders after a resident is returned from hospital because there is no locum on call.
I can’t do this anymore and for the first time in 40 years of nursing, I could not recommend aged care as a career option to any young RN.
It’s just too hard.

Marija Fickling
South Australia

Vooral de zin: […]for the first time in 40 years of nursing, I could not recommend aged care as a career option to any young RN.It’s just too hard.

Oef.

I hope she’s dead wrong. (Or I’ll be in for a treat!)

Getagged

keuze tussen kind en cabrio

afb: http://meren.org/gallery/alone/photos/01-Something-Mathematical.jpg

Hieronder heb ik een klein gedachte-experiment opgeschreven, met in de hoofdrol Nadine en haar BMW.

Nadine staat vlak voor haar pensioen. Ze heeft het grootste deel van haar spaargeld gestoken in een uiterst zeldzame en waardevolle oldtimer, een BMW cabrio, die ze niet heeft kunnen verzekeren. De BMW is haar lust en haar leven. Behalve het plezier dat ze beleeft aan het besturen en piekfijn onderhouden van haar auto, weet Nadine dat de stijgende marktwaarde ervan betekent dat ze hem altijd kan verkopen en na haar pensioen comfortabel zal kunnen leven. Als Nadine op een dag een tochtje gaat maken, parkeert ze de BMW bij het einde van een rangeerspoor en gaat en eind langs het spoor lopen. Daarbij ziet ze dat een onbestuurde trein zonder passagiers aan boord over het spoor komt aanrazen. Als ze verder het spoor afkijkt, ziet ze het kleine figuurtje van een kind dat zeer waarschijnlijk gedood zal worden door de onbestuurde trein. Ze kan de trein niet tegenhouden en het kind is te ver weg om te waarschuwen voor het gevaar, maar ze kan een wissel omzetten die de trein naar het rangeerspoor stuurt waar de BMW geparkeerd staat. Dan zal er niemand worden gedood – maar de train zal haar BMW verwoesten. Denkend aan het plezier dat ze van de auto heeft en de financiële zekerheid die hij vertegenwoordigt, besluit Nadine om de wissel niet om te zetten. Het kind wordt gedood. Jarenlang geniet Nadine van het bezit van haar BMW en van haar financiële zekerheid.

Het verhaal van Nadine  heb ik overgetypt uit Peter Singer’s ‘Een ethisch leven’ (Singer, 2001).   Singer heeft het gedachte-experiment overigens weer van de filosoof Peter Unger.  Over Peter Singer heb ik eerder geblogd en zijn ideeën blijven me boeien. ‘Een ethisch leven’ biedt daarvan een fraai overzicht en is voor vijf euro (bij De Slegte) trouwens een prima koopje.

Gebruikmakend van het verhaal van Nadine probeert Singer ons een spiegel voor te houden. Ongetwijfeld heb je gedacht dat Nadine een slechte daad heeft begaan door haar BMW niet op te offeren. Hoe bestaat het dat iemand een BMW belangrijker vindt dan het leven van een kind? Ongehoord!

Welnu, zo redeneert Singer, als je in de spiegel kijkt, zie je Nadine. Of Bob, zoals de hoofdpersoon heet in de versie van Singer. Dagelijks nemen we beslissingen waarbij we het leven van vele kinderen minder waarderen dan bijzonder triviale zaken zoals parfum, de uitslagen van het voetbal of een bepaald type TV of schoen. Voor werkelijke hulp aan kinderen ben je beter af bij UNICEF, maar er is niets dat ons belet om het gedachte-experiment hier voort te zetten:

Zoals gezegd ben ik er vrij zeker van je zult hebben gedacht dat Nadine een moreel verwerpelijke keuze heeft gemaakt. (en ik denk dat je daarin gelijk hebt) Wellicht denk je ook dat je een dergelijke keuze nooit zou maken. Niettemin valt er het een en ander voor te zeggen dat wij, als leden van de westerse maatschappij dagelijks vergelijkbare keuzes maken. Het kind op het spoor staat symbool voor kinderen in gebieden zoals Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan een (onaanvaardbaar?) groot aantal nooit volwassen zal worden vanwege makkelijk behandelbare aandoeningen zoals diarree. Als natie zorgen wij voor ontwikkelingshulp met besteding van ongeveer 1% van ons BNP en daarmee staan we in de wereldtop. Kunnen wij op basis van die wetenschap ons geweten tevreden stellen terwijl we zittend op een nieuwe bank, gehuld in de laatste mode een flatscreen van 40 inch bedienen m.b.v. een afstandsbediening? Alhoewel het gedachte-experiment van origine is bedoeld voor een overdenking van onze morele verplichtingen t.o.v. ontwikkelingslanden, denk ik dat er wat valt te zeggen voor het toepassen van de metafoor op onze huidige ouderenzorg: ook die lijkt af te stormen op grote problemen en wordt vanuit verschillende hoeken weergegeven als een plek waarin onderbezetting, te mager onderwezen personeel en financiële onzekerheden de zorg grote parten kunnen spelen. ‘In de wachtkamer van de de dood’ geeft hiervan (The, 2005) een indringend beeld vanuit antropologisch perspectief.

Stelt u zich nu eens voor dat het kind in het gedachte-experiment juist een oudere is (voor de duidelijkheid stellen we ons een zeer hulpbehoevende dementerende voor). Bob vervangen we door de maatschappij als geheel. De afstand die Bob in het originele idee belet om naar het kind toe te sprinten en het te redden symboliseert de afstand tussen de maatschappij en de dementerende oudere, de trein symboliseert de invloed van de verschraling van zorg; we weten zelf wanneer deze het hardst toe zal slaan als het gaat om de invloed van de vergrijzing. Over ongeveer 25-30 jaar telt Nederland zoveel ouderen dat de zorg op de huidige wijze vrijwel onmogelijk voortgezet kan worden.

De maatschappij echter ziet, net als in het geval van de doorsnee hongerlijdende mens, de dementerende niet. Nou ja, zo af en toe wel; een nieuwsitem over het stikken van een bewoner in een Zweedse band wil de gemoederen nog wel doen oplaaien. Dan vragen we ons af hoe dat kan in zo’n beschaafd land als Nederland. Maar het werkelijke leed (Het ‘toegevoegde leed’ zoals Annelies van Heijst (2008) dat beschrijft) dat veroorzaakt wordt vanwege onze gezondheidszorg voor ouderen blijft grotendeels verborgen. Het is niet mijn intentie om een zwartgallige post te schrijven over hoe slecht het allemaal wel niet gaat in de Nederlandse Zorg. Welnee, ik heb betere dingen te doen. Zoals een post schrijven over de gehele Nederlandse Maatschappij. (Nederland is klein, denk groot!) Deze post dus. We klagen wat af; die premies zijn allemaal zo hoog en de ziektekosten, bla bla bla… Maar met zoveel grijs haar op komst in Nederland is dat allemaal nog niets. Oude mensen zijn duur. In de buurt van de 80 spreek je gemiddeld over zo’n 50.000 euro maatschappelijke kosten voor gezondheidszorg per persoon per jaar. We gaan met z’n allen dus het nodige moeten ophoesten. Tenzij we als maatschappij beschaafd genoeg zijn om op den duur ook voor de ouderenzorg met de collectebus rond te moeten gaan. Daar kunnen we dan een duit in deponeren en ons tevreden voelen. Net zoals bij de kindjes ten zuiden van de Sahara. Zapt wel zo lekker op een 40 inch plasmascherm.

Singer, P. (2001). Een ethisch leven. Utrecht: Het Spectrum
ISBN: 90-274-0024-5

The, A.M. (2005). In de wachtkamer van de dood. Over leven en sterven in het verpleeghuis. Amsterdam: Rainbow Pockets
ISBN: 90-808113-7-8

van Heijst, A. (2008). Menslievende zorg. Een ethische kijk op professionaliteit. Kampen: Klement.
ISBN: 90-77070-39-7

90-808113-7-8
Getagged ,

Hoeveel zorg heeft iemand nodig?

afb: door Aussiegal (via Flickr)

Als verpleegkundige gerontologie-geriatrie in opleiding dien ik mij te bekwamen in het analyseren en interpreteren van de ‘zorgzwaarte’ van een cliënt. In de praktijk komt dat vaak neer op ‘hoeveel tijd hebben we nodig voor de verzorging van een cliënt’? In het HBO competentieprofiel Verpleegkundige Gerontologie Geriatrie lezen we:

Kerncompetentie 8. Om ervoor te zorgen dat de zorgvrager de zorg krijgt die hij nodig heeft, als zijn situatie zich wijzigt of zich anders ontwikkelt dan ten tijde van het indicatiebesluit werd verwacht, brengt de VGG een herindicatieadvies uit. (Mast & van Vliet 2008)

Maar hoe doe je dat? Waar dien je op te letten? Thorsell et al. (2006) helpen ons uit de brand. Althans, voor een deel. In ‘Can care of elderly be measured? a method for estimating the individual care of recipients in community health care‘ onderzochten zij een classificatiesysteem om de hoeveelheid zorg die nodig is te bepalen. In de loop der jaren zijn hier verschillende systemen voor ontwikkeld en een vrij recente telg in die familie is gebaseerd op het Time in Care (TiC) classificatiesysteem.

Lees verder

Getagged , , ,

Jan Baars: “Wat is dat eigenlijk, een leeftijdsgetal te zijn?”

afb door: Procsilas: http://www.flickr.com/photos/procsilas/11314489/

Jan Baars, hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit van Tilburg bindt in de Trouw van vandaag (‘De leeftijdscultur is doorgeschoten’) de strijd aan met de getalsmatige bepaling van leeftijd zoals deze in de maatschappij heerst. Dat lijkt wellicht wat vreemd, omdat we gewend zijn om leeftijd in jaren uit te drukken, een getal. Maar, zo stelt Baars, daar zijn we flink in doorgeschoten. Een veertigjarige is een ‘oudere werknemer’ en wie dertig is, hoeft op studiefinanciering niet meer te rekenen. De oude jongere, zoals de Baars opgetekende maatschappelijke stereotypering luidt, waar ook elders op Ars GeriatriCare over te lezen valt.

Baars vindt dat maar gek: onderzoek wijst volgens hem uit dat de heterogeniteit van leeftijdsgroepen zo groot is, dat dergelijke classificaties aan de hand van het aantal jaren dat we op dit aardklootje rond lopen ronduit arbitrair zijn. Maar wel verankerd in ons maatschappelijk denken en gevolg van een het denken in financieringsmodellen. Leeftijden zijn met name interessant voor bijvoorbeeld personen die zich moeten bezighouden met pensioengaten:

“er is een noodlottige verbinding ontstaan tussen de leeftijdsgebonden indeling van de levensloop en een eenzijdige nadruk op wat ‘jong’ en ‘nieuw’ is, een nadruk die zich met name uit in de zorg om de kosten van degenen die niet meer jong en nieuw zijn”

Enigszins beïnvloed door het gedachtengoed van o.a. Baars vraag ik me al een tijdje af hoe zinvol de vrij standaard vraag naar iemands leeftijd is. Is het niet veel nuttiger om bijvoorbeeld te vragen naar iemands geboortejaar? Een verschil lijkt wellicht niet aanwezig, maar het antwoord lijkt me relevanter dan een leeftijd, aangezien een jaartal beter te koppelen is aan bijv. sociale omstandigheden en de connotaties van ‘nieuw’ en ‘oud’ met een bepaalde leeftijd minder voor de hand liggen. Helemaal gezien de rekenwonders die in de zorg rondlopen. Zo zal iemand die is geboren in 1932 WOII anders beleeft hebben dan iemand die in 1940 is geboren, om maar wat te noemen. En dan nog zijn er factoren die immense verschillen kunnen opleveren. Ik heb maar al te vaak mensen verbaasd heb zien reageren op een antwoord op de vraag ‘wat is uw leeftijd?‘, hetgeen precies Baars’ punt aantoont! Hoe oud ‘is’ iemand? Is de term ‘oud’ niet toe aan een ontwarring uit verwarrende ideeën over wat nu ‘oud zijn’ is? Met Baars neem ik me dan ook voor om me druk te maken over het goed ouder worden en leeftijd te laten voor wat deze is. Maar dan ben ik wel toe aan een kleine revisie van wat ik onder de ‘ouderenzorg’ versta. Is dat zorg voor mensen die niet goed ouder worden en met beperkingen kampen, niet inbegrepen de leeftijdscategorie waar ze toe behoren? Ik denk dat dit mogelijk een betere nadruk geeft op het gerontologische aspect van mijn opleiding. Een interessante gedachte die me het komende weekend waarschijnlijk nog wel even bezig zal houden.

Voor nu nog een link naar een interessante uitzending van ‘Dat kan beter’ van de VPRO, waarin Jan Baars en twee andere bollebozen (een evolutionair bioloog en een  stamcel bioloog) spreken over het leven dat langer kan (en wordt):

Getagged , , ,

delier en dementie: houd ze uit elkaar. Maar hoe?

Het delier en dementie: je komt ze nogal eens tegen. Althans, je komt in de zorg nogal eens mensen tegen die het hebben. Op het eerste gezicht vertonen ze overeenkomsten, maar verschillend zijn ze zeker. In een artikel in Men in Nursing (Hills, 2008) dat ik al een tijdje klaar had liggen om over te bloggen wordt het een en ander duidelijk.

Dementia or delirium? Understand the difference

Het artikel begint al goed: wees gewaarschuwd! Het achterwege blijven van een juiste diagnose kan leiden tot verhoogde mortaliteit en  morbiditeit. Gelukkig volgen in de pagina’s daarop de nodige handvatten om een en ander uit elkaar te houden. Allereest is het belangrijk, aldus mevr. Hills, om beide aandoeningen goed te kennen. Dementie kent een geleidelijk ziekteproces, dat zich in de loop van maanden en jaren ontvouwt en met name invloed heeft op het geheugen, inzicht, abstract denkvermogen, oriëntatie en taal. De drie belangrijkste vormen zijn de ziekte van Alzheimer, Lewy Body dementie en vasculaire dementie, waarvan de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende is. Wat betreft de symptomen komen ze redelijk overeen. Interessant detail: de prevalentie van de ziekte van Alzheimer vertoont een verdubbeling voor iedere periode van vijf jaar in de leeftijd van 65 tot 85 jaar. In laatst genoemde leeftijdscategorie is de prevalentie ong. 30-40% Risicofactoren voor het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer zijn: doorgemaakt hersentrauma, roken, lage graad van opleiding en de leeftijd van de ouders op het moment van geboorte. (mijn ouders waren zo’n beetje 40 jaar toen ik geboren werd).

De eerste tekenen van dementie vertonen zich doorgaans op het vlak van geheugen. (briefjes! voor wie ‘Ik heb Alzheimer’ heeft gelezen). En, zoals onlangs te lezen viel in een AGC Hutspotpost, het loopvermogen blijkt ook een vroege indicator te zijn. Mensen met dementie krijgen moeite met het uitvoeren van taken op het werk, of hebben moeite met het uitoefenen van hobbies. Verdere progressie van de ziekte resulteert in het zichzelf herhalen in woorden en een verergerende afasie. Ook de oriëntatie in ruimte krijgt te lijden: autorijden wordt moeilijk en men is vaak dingen kwijt. In de latere stadia kunnen gedrags- en psychiatrische problematiek ook het toneel betreden.

diagnose van Alzheimer

Tot op heden is een definitieve vaststelling van de ziekte van Alzheimer pas mogelijk na de dood. (alhoewel ze vorderingen maken om dit eerder voor elkaar te krijgen). Ondertussen moeten we ons tevreden stellen met een multidisciplinaire benadering, waarin door een team van professionals op basis van testen en onderzoek een diagnose wordt gesteld. Instrumenten die daarbij gebruikt worden zijn bijvoorbeeld een MMSE, of het tekenen van een klok: laat de persoon die verdacht wordt van dementie een klok tekenen waarop een specifieke tijd wordt weergegeven en daarna een voorgetekende klok na tekenen. Hoe ‘beter’ de klok is, hoe kleiner het cognitieve verval. Belangrijk is dat er onderzoeken worden gedaan om andere oorzaken van symptomen uit te sluiten, zoals bijv. medicijngebruik. Ook is het stellen van de diagnose dementie gedurende of vlak na het doormaken van een delier problematisch; er dient een minimale periode van zes deliervrije weken te zijn voor men dementie zou kunnen diagnosticeren.

Behandeling

Ook op het gebied van behandeling van Alzheimer tast men op veel vlakken nog in het duister. Alzheimer is niet te genezen en farmacologische behandeling staat in de kinderschoenen. Er zijn enkele middelen waarvan men verwacht dat ze het proces vertragen, maar effecten op de lange termijn zijn niet bewezen. Behandeling met bijv. anti-psychotica komt ook voor, maar kent bij mensen met Alzheimer verhoogde kansen op extrapiramidale symptomen. DrShock heeft nog enkele andere bijwerkingen van anti-psychotica beblogd.

Wat is een delier?

In tegenstelling tot dementie, dat gekenmerkt wordt door een geleidelijk verergeren van symptomen, wordt het delier omschreven als:

[…] an acute state of mental confusion resulting in impairment in cognition and behavior as manifested by fluctuating levels of alertness and attention along with sleep-wake cycle disturbances and emotional lability […]

Oftewel: het plotseling opzetten van verwarring resulterend in cognitieve beperkingen en gedragsproblematiek zoals wisselende alertheid en aandacht en verstoringen van het slaap-waakritme. Hill duidt aan dat gemiddeld 10-30% van de gevallen kan worden behandeld, als men snel genoeg tot een diagnose kan komen. Ze geeft tevens aan dat het delier nogal eens voorkomt: 6 – 30% van de in een ziekenhuis opgenomen personen maakt een delier door. Voor ouderen is het helemaal kwaad kersen eten, 10 – 40% zou een delier doormaken tijdens opname in het ziekenhuis en nog eens 25 – 60% na de opname. Mortaliteitscijfers zijn weinig positief: tot 65% wanneer het delier niet juist wordt onderkend… Complicaties ten gevolge van een delier (zoals het uittrekken van infuuslijnen of catheters) kunnen zorgen voor een verlengde opname en verhoogde mortaliteit.

Het delier wordt gekenmerkt door cognitieve en gedragsproblemen, waardoor men bijvoorbeeld moeite heeft met het in zich opnemen en begrijpen van de omgeving. Vaak is er ook sprake van concentratiestoornissen, problemen met het kortetermijnsgeheugen, desoriëntatie en taalproblemen. Hallucinaties, paranoia en illusionaire gedachten komen ook nogal eens om de hoek kijken.

Hills geeft aan dat het delier in twee subtypen is in te delen, gebaseerd op psychomotorische activiteit en mate van opwinding. Het eerste type is het hyperactieve delier, dat vaak in verband wordt gebracht met hallucinaties, wanen, desoriëntatie en agitatie. Het tweede type is het hypoactieve delier, waarbij de delirante persoon verminderd alert is of lethargisch. Om het makkelijk te maken kunnen de twee typen natuurlijk ook gemengd voorkomen in één persoon.

Risicofactoren voor het delier

De DSM-IV verdeelt de risicofactoren voor het optreden van een delier in vier groepen:

  • Aanwezigheid van medische aandoening
  • Middelenmisbruik of ontwenning
  • Multiple oorzaken
  • Onbekende oorzaken

Mensen met bijv. COPD, hoge bloeddruk en CVA hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een delier, maar ook een aanwezige infectie, pijn, botbreuken en zuurstoftekort (hypoxie) verhoogt dit risico. Psychotropische medicamenten kunnen de kans op een delier met een factor 3 – 11 verhogen! In het artikel wordt een lijst gegeven met ‘risicomiddelen’: propanolol, metoprolol, verapamil, levodopa, amitriptyline, fluoxetine, haloperidol, diazepam en lorazepam om enkele bekende pillen en poeders te noemen.

[update 30-5-2014] In de in 2013 verschenen richtlijn delier Volwassenen van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie wordt na literatuuronderzoek de volgende conclusie getrokken over predisponerende factoren:

Risicofactoren voor het optreden van een delier tijdens ziekenhuisopname zijn:
– leeftijd boven de 65 jaar;
– cognitieve stoornis of dementie;
– ernst van de ziekte;
– (heup)fractuur bij opname;
– visusstoornis;
– infectie;
– fixatie.

Met toenemende leeftijd duurt een delier langer en is het beloop ernstiger.

Andere factoren die samenhangen met een ernstiger beloop van het delier zijn:
– ICU opname;
– kamerwisselingen tijdens ziekenhuisverblijf;
– afwezigheid van klok, kalender, leesbril of familie.

Er zijn geen aanwijzingen dat risicofactoren voor een delier bij een patiënt in de langdurige zorg duidelijk anders zijn dan in het algemeen ziekenhuis.

De gegevens over de effecten van geneesmiddelen op het voorkomen van delier zijn van beperkte kwaliteit en omvang. Er zijn wel enige aanwijzingen dat het
gebruik van lorazepam, opioiden en meperidine leidt tot een verhoogde kans op een delier.

Voor deze factoren is een lage bewijskracht. De volgende aanbeveling wordt gedaan:

Documenteer bij iedere opname de volgende factoren in het patiëntendossier: leeftijd, acute opname-indicatie, medicatiegebruik, infectie, fixatie, cognitieve stoornissen of dementie, ernst van de ziekte, visusstoornis.

Diagnose van het delier

Het vaststellen van de aanwezigheid van een delier is moeilijk. Hills geeft aan dat grondig lichamelijk onderzoek belangrijk is. Maar ook de aanwezigheid van pijn, of afwezigheid van pijnbehandeling is een belangrijke factor, evenals medicamenteuze behandelingen die de persoon in kwestie ondergaat. Maar ook bepaalde omgevingen kunnen funest zijn: zo kan de Intensive Care wat teveel van het goede zijn. Met name ouderen kunnen overprikkeld raken door alle alarmen, lampjes en bedrijvigheid en problemen ontwikkelen in het slaap-waakritme met een delier als gevolg (‘IC psychose’). Ook kan het uit het dagelijks ritme gerukt worden door een ziekenhuis opname funest zijn voor ouderen: het Sundown syndroom wordt genoemd (nog nooit van gehoord), waarbij agitatie en verwarring met name gedurende de nachtelijke uren optreden.

Voor de vaststelling van een delier is men ook aangewezen op fysiologisch onderzoek (Vit B12 niv., foliumzuur, bloedgassen etc.) en bijvoorbeeld MRI of CT scans als voorgaande onderzoeken niets opleveren. Hills meldt een batterij aan meetinstrumenten voor de vaststelling van het delier, zoals de Clinical Assessment of Confusion, de Confusion Rating Scale en de Confusion Assessment Method. Laatstgenoemde bestaat uit 11 aspecten waaronder plotseling opkomen, aandacht, coherent denkvermogen, desoriëntatie en een veranderd slaap-waakritme. Overigens valt op te merken dat de Richtlijn Delier uit 2005 van het NVVP weinig positief is over deze instrumenten, zie pag. 25-30 van de Richtlijn:

“De werkgroep acht het gebruik van instrumenten voor screening, diagnostiek en ernstmeting in de dagelijkse praktijk niet noodzakelijk.” (p. 30)

[update 30-5-2014]: In de in 2013 verschenen richtlijn delier Volwassenen van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie wordt na literatuur onderzoek de volgende aanbeveling gedaan:

beoordelen van de potentiële aanwezigheid van een delier is onderdeel van de geboden basiszorg, vergelijkbaar met het meten van bloeddruk, temperatuur en pols. Bij aanwijzingen
voor symptomen van een delier dient een lid van het behandelteam, vaak de verpleegkundige, een delier screeningsinstrument, bijvoorbeeld de DOSS, af te nemen om aard en ernst van de symptomen te kwalificeren en kwantificeren.

De DOSS (Delirium Observatie Screening Schaal) is o.a. via de VMS website te downloaden.

Behandeling van het delier

Ook bij de behandeling van het delier zijn verschillende opties aanwezig, met hun voors en tegens. Hoewel het vinden van de onderliggende reden voor het delier erg belangrijk is, kan het nodig zijn om eerst symptomen te bestrijden, om bijv. valgevaar te verminderen. Zorgen voor een prikkelarme omgeving waarin een duidelijke dagstructuur kan worden aangeboden kan bevorderend werken, evenals zorgdragen voor goedgedragen brillen en hoortoestellen. Invloed van familie wordt met enige argwaan bekeken. Volgens Hills kan het zowel positieve als negatieve gevolgen hebben voor de delirante persoon en is het een taak van verpleegkundigen om dit te bepalen. De familie kan ook zorgen voor enkele herkenbare materialen, zoals foto’s, zodat men zich wat minder ontheemd voelt.

Wat betreft de medicamenteuze behandeling geeft Hills aan dat een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek [PubMed Link] uit 1996 heeft aangetoond dat haloperidol significante verbetering oplevert:

“Symptoms of delirium in medically hospitalized AIDS patients may be treated efficaciously with few side effects by using low-dose neuroleptics (haloperidol or chlorpromazine). Lorazepam alone appears to be ineffective and associated with treatment-limiting adverse effects.”

Overigens dient vermeld te worden dat de interventiegroepen in dit onderzoek niet ontzettend groot zijn en het onderzoek niet genoemd wordt in de hierboven vermelde Richtlijn Delirium van de NVVP.

Wanneer gebruik wordt gemaakt van anti-psychotica dient men echter zeer alert te zijn op de toestand van een patiënt, aangezien dergelijke middelen het QT interval kunnen verlengen, wat nare gevolgen kan hebben voor de rikketik: houd de ECG’s in de gaten! Maar ook de verpleegkundige moet in de gaten worden gehouden: het verplegen van delirante patiënten kan veeleisend en zwaar zijn. Zorg goed voor jezelf en neem tijdig afstand als de situatie te zwaar wordt. Moeilijk of zelfs agressief gedrag van een patiënt moet in de juiste context worden geplaatst, aangezien het niet om bewust of moedwillig gedrag gaat. Mijn eigen ervaring is dat dit gedrag voor mensen zelf ook erg confronterend is: ‘Ik was mezelf niet’. Schaamte en twijfel liggen op de loer.

Afsluitend een klein overzicht van de verschillen en overeenkomsten:

verschillen en overeenkomsten delier en dementie

tabel: verschillen en overeenkomsten delier en dementie. Naar: Hills, 2008 p. 16

Ervaringen met een delier of dementie kunnen natuurlijk in een reactie worden achtergelaten!

Hills, T. (2008). dementia of delirium? Understand the difference. Men in Nursing. june 2008 14-21 [PDF]

Getagged , , , , , ,

Verhuizen naar een instelling, hoe pakken we dat aan?


afb: toxickore

Voor een (relatief kleine!) groep ouderen geldt dat ze op een gegeven moment moeten verhuizen naar een instelling voor verpleeg- of thuiszorg. Zelf loop ik stage in de thuiszorg binnen een woonzorgcomplex, waarin zich een dikke honderd huurappartementen bevinden (voor de thuiszorg) en een viertal verpleegafdelingen. Op hetzelfde terrein staan nog enkele flats en wooneenheden waarin ook thuiszorg wordt geleverd. Eén ding hebben ze echter gemeen: mensen zijn er min of meer noodgedwongen gaan wonen, vanwege een (verwacht) zelfzorgtekort.

Dergelijke verhuizingen zijn naar mijn bescheiden mening zeer stressvol; het is een direct gevolg van de eigen achteruitgang en vaak dient men het een en ander aan persoonlijke bezittingen achter te laten, notabene van de plek waar sommigen hun hele leven hebben gewoond. Een grote stap in de oudere levensfase. Er kan echter het nodige gedaan worden om de overgang minder stressvol te laten verlopen. Op het Elder Care ABC Blog geeft Janine Wallace een aantal tips voor het bepalen van de uiteindelijke woonomgeving:

  1. Overweeg het inhuren van een professional op het gebied van het verhuizen van ouderen. Deze heeft een meer afstandelijke kijk op de verhuizing en kan overzicht bewaren in het proces van verhuizing.
  2. Neem foto’s van het ‘oude’ huis – zowel binnen als buiten – en maak er een foto album van, voor het ophalen van herinneringen.
  3. Stel een tijdlijn op vanaf het moment dat er wordt verhuisd en werk terug: wat gaan we wanneer doen?
  4. Neem de maten van de nieuwe woning (of probeer deze te verkrijgen) en neem dit mee in de bepaling van hetgeen er mee kan. De verhuizende is natuurlijk degene die bepaalt welk meubilair er mee kan, maar probeer hier realistisch in te zijn. Het kan nodig zijn om kleiner meubilair aan te schaffen.
  5. Als het mogelijk is: verhuis eerst en haal dan de oude woning leeg. Dit om het proces van onthechting van de vorige woning en/of bezittingen te ondersteunen.
  6. Neem het sorteren van de bezittingen niet over! Betrek de verhuizende hierbij (voor zover mogelijk)
  7. Neem de tijd voor het ophalen van verhalen en herinneringen. Vier gedeelde herinneringen.
  8. Plan de ‘sorteersessies’ wanneer de verhuizende het meest energie heeft. Direct na een vermoeiende douchebeurt of een pijnlijke behandeling kan dus een verkeerd moment zijn.
  9. Verdeel bezettingen in vier groepen: houden, aan bekenden geven, donaties en wegdoen bij het afval. Label de bezittingen als zodanig (met bijv. stickers)
  10. Doe het vanuit een behulpzaam hart; veel bezittingen zijn ingebed in het levensverhaal van de verhuizende en vertegenwoordigen meer dan materiële waarde.

Het reduceren van (altijd aanwezige?) stress van de verhuizing kan mijns inziens een grote weerwaarde hebben, zeker wanneer de verhuizing ongewenst is. Ik heb ervaring aan beide zijden: mensen die na de verhuizing in één keer helemaal op hun plek waren (het is precies zo ingericht als m’n oude huis!), of mensen die met de grootste moeite kunnen aarden, vanwege een drang naar het oude stekkie. Verhuizen is en blijft stressvol (ook voor jonge mensen!) en dient gezien te worden als een onderdeel van het levensverhaal.

Het op een juiste manier bepalen van wat er wel en niet mee gaat kan grote meerwaarde hebben. Zo kan een overvol huis knap lastig zijn voor zorgverleners (of valgevaar opleveren voor de bewoner), maar kan een leeg huis zonder herinneringen een koude plek zijn voor de bewoner(s). Ik zou aan de lijst willen toevoegen dat men qua inrichting meeneemt in hoeverre men immobiel is of gaat worden (alhoewel dat soms koffiedik kijken is natuurlijk). Als er gebruik wordt gemaakt van tilliften is (hoogpolige) vloerbedekking een no-no en dient er voldoende ruimte te zijn om te manouvreren. Als men begaan is met het lot van knieën en schouders van zorgverleners, tenminste.

Meer tips en ervaringen? Laat het weten in een reactie!

Getagged ,

Zorg op maat bestaat niet! (en een schurftig hondje dat tussen de benen van oude dames doorwrikt)

Zo, die zit.

afbeelding: Darren Hester

Sommige mensen winden er geen doekjes om en dat is maar goed ook. De afgelopen jaren heb ik heel wat leuke anecdotes gehoord, maar deze beklijft nogal. Zorg op maat bestaat niet. Aangezien dit zo tegendraads is dat het zowat absurd klinkt in de oren van iemand die al vier jaar dat begrip ingeramd krijgt, verdient het enige beschouwing. Zorg komt – aldus de redenatie achter de uitspraak – voort uit liefde (en die is mededeelzaam). Meine Liebe…

Zorg op maat bestaat niet.

Ik word geacht ingewikkelde modellen en theorieën te kunnen toepassen op een zorgsituatie om die te analyseren en de best mogelijke zorg aan te bieden. Tenminste, over een jaar of 15, want dan ben ik volgens Benner een expert. En binnen al dat theoretische geweld is ‘zorg op maat’ wel een  kern(bom)begrip. De eerste kerncompetentie uit het HBO competentieprofiel verpleegkundige gerontologie-geriatrie luidt:

“Om de last van ziekte, handicap of sterven te verlichten, verleent de VGG op een professioneel verantwoorde wijze verpleegkundige zorg op menselijke maat aan de cliënt en zijn naaste familie” [URL]

Menselijke maat zelfs! Om bovenstaande volzin enigszins zinvol te laten zijn, moeten we toch wat zinnigs kunnen zeggen over ‘zorg’, de ‘mens’ en de ‘maat’? Roept u maar. Tronto? Arendt, Freud, Henderson, Roy, Plato en/of Skinner en Milgram? En dan even tussen neus en lippen door  een lesje gedicteerd krijgen: zorg op maat bestaat niet. Deze optie lijkt wat betreft in een bibliotheek gespendeerde uren wat aantrekkelijker: zorg op maat bestaat gewoonweg niet. ‘Hulp op maat’, aldus een ander deel van de redenatie erachter, is wél mogelijk. Zorg is dus wat anders dan hulp. Interessant.

‘Hulp’ kent volgens mij een meer ‘actief’ element; dingen doen. Interventie. Aanpakken en iedereen om half 10 gepoetst aan het ontbijt, voor zover dat ‘op maat’ is natuurlijk. Maar het is geen zorg. Het voelt een beetje als vloeken in de kerk om deze gedachtengang te bewandelen. Enige uitleg: zorg komt volgens de voortgang van de redenatie nl. voort uit (mededeelzame) liefde, maar ook daar doemt natuurlijk de definitie-demon op: ‘wat is liefde’? Tijdens mijn stageperiode in een psychiatrisch ziekenhuis vroeg ik eens of een cliënt niet gewoon behoefte had aan een knuffel, wat liefde. Mijn stagebegeleidster, overigens een zeer prima begeleidster, kon er niet echt mee uit de voeten. Afstand-nabijheid, professionaliteit, dat soort dingen. Heel correct, maar volgens velen niet voldoende.  Kritische geluiden hekelen de ‘zorg’, en gezien de vergrijzing in toenemende mate de zorg voor ouderen. Interventionisme, bureaucratie, wetswijzigingen en tsunami’s; er is nogal wat te behappen om goede zorg te leveren. Kan dat niet anders?
Hans Becker

Hans Becker zegt ja.

Volgens Hans Becker kan het anders. Hij gooit het over een andere boeg. Geluk als core business. De JA-cultuur. Kwaliteit? Ik citeer:

“Vindt u een 13 jaar oud hondje met drie schurftplekken dat zich tussen de eh… bedden zoals u het noemt, benen van demente dames doorwrikt kwaliteit”.

Dit zijn de woorden van de op plezierpaleizen gepromoveerde Becker zelf, tijdens een telefonisch interview. Becker heeft duidelijk schijt aan conventies. Out of the box, mensen zorgen voor zichzelf en een van de meer markante persoonlijkheden die aan de bomen van het leven zijn ontsproten. Hans is recalcitrant, humanist, paternalistisch, vrijdenkend en naar maatstaven exhibitionistisch homoseksueel. Gelooft u me niet? Bekijk het zelf: http://player.omroep.nl/?aflID=8923982 Bewondering en zware irritatie verzekerd. Maar Hans Becker blijft ‘ja’ zeggen. Ironisch genoeg heeft zijn bewindsvoering iets weg van het ultieme interventionisme, de totalitaire staat van Becker die dient om geluk te creëren. Hij spaart z’n werknemers niet bepaald. (een leuk toeval wil dat ik tijdens mijn eerste stage door een enthousiaste casemanager in het verpleeghuis op zijn boek ‘Levenkunst op leeftijd’ gewezen, maar ik had het al zwaar genoeg met afasieën, waskommen, catheterzakken, praatjes maken en geuren leren verdragen. De casemanager noemde het z’n bijbel. Anyway: leuk toeval. Weer een boek op de verlanglijst)

Noem me gek, maar geeft Hans Becker de stelling ‘zorg op maat bestaat niet’ een praktische invulling? Hij vervloekt het systeem, en gaat voor ‘geluk’; niet goedschiks, dan kwaadschiks bij wijze van spreken. Kan de liefde voor het leven die de humanistische beweging kenmerkt (we leven eigenlijk maar heel kort, aldus Becker) wellicht een nieuwe definitie van ‘zorg’ gaan geven? Kunnen Becker en zijn, ik zou haast willen zeggen onderdanen, deze liefde mededelen? (en ontvangen?)  Door zijn passie voor regie door de cliënt zelf, krijgt die de ‘zorg’ zelf in handen; Becker faciliteert. Use it, or loose it. Ziekenhuisje spelen doen ze maar ergens anders en de uniformen zijn ook de deur uit. Becker biedt hulp, laat ouderen zich branden aan hete thee en bouwt musea en bars waar ouderen zich, als ze dat zouden willen, lam kunnen zuipen. Zelf  ‘sex met een gorilla’ moet kunnen zoals een ingezonden brief nogal getergd benadrukt. Ik heb in een deuk gelegen. Wat een verschijning. Hoge heren hebben het er maar moeilijk mee, met die Becker, die toch stilletjes, maar heel bewonderend voor gek wordt verklaard.

Getagged , ,

Heb ik genoeg? Met de KRO naar een PG afdeling

afbeelding: Oberazzi

Gisteravond kwam er op TV een interessante aflevering van ‘Heb ik genoeg?‘ voorbij. In dit programma krijgt de presentratice en lijdend voorwerp Karin de Groot iedere week een opdracht die het een en ander van haar vraagt. In de aflevering van gisteren wordt ze ‘verpleegster’, op een afdeling voor dementerende zorgvrager: heeft zij genoeg? Hier is de aflevering online te bekijken.

De aflevering begint na een korte intro met het begin van de dag: ochtend ADL! En hier zag ons aller Karin toch wat tegenop. Bij demente mensen dacht ze eigenlijk altijd aan ‘wassen’ en ‘overal poep’. Eerlijk en recht voor z’n raap. Natuurlijk heeft het werk ook wel een onaangename kant: Halverwege de aflevering wordt de drang naar frisse lucht zo groot dat ze zich even afzondert om bij een open raam te gaan uitwaaien. Ze is zichtbaar onder de indruk. En met de gebitten had ze niet eens rekening gehouden: ogen dicht en gaan voor het vaderland. Waarom de handschoenen overal afwezig zijn in de filmpjes vind ik wat vreemd. Contact met excreta lijkt me een indicatie voor het dragen van handschoenen. En met handschoenen aan wordt het allemaal een stuk draaglijker, al geef ik toe al enige tijd geen volle waskar meer te hebben geleegd…

De verzorgenden van de verpleegafdeling komen warm over; ‘hoe zou je zelf verzorgd willen worden’ is een vraag die ze binnen het team regelmatig herhalen, aldus een van de verzorgenden. Dat dat geen makkelijke vraag is op zo’n afdeling wordt duidelijk in een shot waarin Karin de Groot ontdaan is over de toestand van een van de bewoners nadat ze heeft geholpen met het douchen van de bewoner: ‘deze vrouw kan helemaal niks meer’.

Hoe kunnen we bepalen hoe we verzorgd willen worden als we in zo’n toestand zijn beland? Waar ga je in mee, waar leg je de grens? geeft een verzorgende aan. Spot on. De asymmetrie in de verhouding tussen bewoner en verzorgende is enorm. Het is dezelfde verzorgende die even verderop aangeeft dat ze vindt dat ze ‘mag’ zorgen. Mogen zorgen kan verschillende ladingen hebben, maar ik moest sterk denken aan de afhankelijkheid van de bewoners: hoeveel van dat ‘mogen zorgen’ is maatschappelijk bepaald: aan wie laten we de zorg voor (zeer) kwetsbare ouderen over? Wie mogen dat van ons? Ik denk dat het een grote verdienste is van de aflevering dat deze vraag zich opdringt, over een beroepsgroep met een relatief laag aanzien. Anne Mei The trekt zelfs parallellen tussen de werkzaamheden van gastarbeiders ‘toen en nu’. De werkjes die we zelf niet willen doen lieten we over aan medewerkers van allochtone komaf, om The ietwat kort samen te vatten. De ‘kleine wereldjes’ waarin deze zorg plaatsvindt op vele plekken in Nederland onttrekken het makkelijk aan het oog.

Tegelijkertijd is het ook een beroep waarin ook de zorgverlener kwetsbaar is. In al haar cognitieve overmacht heeft Karin het moeilijk tijdens het bieden van hulp bij het eten. ‘Dat vond ik heel naar. Ik dacht: ‘doe ik het niet goed?’ en even later:  ‘Ik geloof echt niet dat ik dit werk zou kunnen doen’. Ook het helpen met eten heb ik zelf al enige tijd niet veel gedaan, maar ik vond het altijd een moeilijke, maar leuke klus, zeker bij mensen in de latere fase van het dementieel proces. Ik heb altijd de indruk gehad dat hierbij meer nog dan bij de ADL tijdsgebrek funest is. Rammelende etenskarren, eten uit een keuken ver weg (geen tijd om het water in de mond te krijgen omdat het zo lekker ruikt op de afdeling), geen tijd voor een kauw- en slikproces dat soms veel trager gaat verlopen (slecht zittende kunstgebitten!). Zo bijna nietszeggend als het proces van eten, verteren en uitscheiden zich voltrekt bij goede gezondheid, zo veelbepalend kan het zijn bij een syndroom als dementie. Vijfenveertig minuten ben je meer dan eens kwijt… Van ‘mond tot kont’ is er oneerbiedig gezegd hulp nodig, de mens nadert op dat vlak de natuur waar we met riolen, zeep en tandpasta zover vandaan hebben weten te hollen.

Maar op sociaal vlak is het met een gewassen gezicht en een net pak nog steeds geen rozengeur en maneschijn. Joop is een man die behoorlijk in z’n eigen wereldje is teruggekeerd, om met de woorden van z’n vrouw te spreken. Al 3 jaar bezoekt ze haar man op de afdeling en sinds het laatste jaar is verbale communicatie flink veel moeilijker geworden. Een gesprek is niet te voeren, van het gebrabbel valt weinig te maken. Het accent van de vrouw doet me vermoeden dat ze van redelijke komaf is, of in ieder geval niet in minste milieu’s heeft verkeerd; hoe groot zal het contrast zijn geweest toen ze die ‘vreselijke beslissing’ moest nemen? De aflevering wordt besloten met een feestje waarin volop gedanst wordt.

Een mooie docu: zeker de moeite van het kijken waard. Weer een puntje d’r bij voor de KRO.

Getagged , , , ,