Categorie archief: Opleiding VGG

brochure ‘HBO verpleegkundige kennis ouderenzorg VVT’

VGG brochure

Hoe staat het met de broodnodige kennis over gerontologie en geriatrie bij u op de werkvloer? Geen idee? Geen nood! Hiervoor is in het kader van het VGG-project een fraaie brochure ontworpen. Aan de hand van de bekende levensdomeinen die in een zorgleefplan thuishoren kan de stand van zaken gecheckt worden.

Vindt u het bijvoorbeeld van belang dat  er kennis aanwezig is met betrekking tot Sociaal gerontologische theorievorming over gezond ouder worden? Hoe staat het dan met de kennis over de disengagement theorie van Cummingen en Henri? En op het gebied van lichamelijk welbevinden is men toch wel op de hoogte van de geriatrische reuzenZo niet, dan moet u zich wellicht achter de oren krabben of uw instelling klaar is voor de toekomst. De kans is dan groot dat het hoog tijd wordt om HBO-VGG’ers in uw teams op te nemen.

De brochure maakt – onder andere – mooi duidelijk dat de ouderenzorg een complex vakgebied is. In die zin is het mijns inziens ook boeiend materiaal voor opleidingen. Enigszins verwarrend vind ik de vermelding van ‘domein kwaliteit van leven’ bij ieder hoofdstuk, waarin vervolgens een van de vier levensdomeinen wordt behandeld. Niettemin: petje af!

klik hier om de brochure te downloaden

Getagged

Presentaties Oud & Nieuw in de Ouderenzorg

Afgelopen donderdag was het zover: het seminar ‘Oud & Nieuw in de Ouderenzorg‘ vond plaats te Ede, als onderdeel van het Nursingevent. Samen met Erik van Rossum en Jan Bouwmeester mocht ik ongeveer 25 deelnemers twee uur lang vermaken met allerlei interessants over de ouderenzorg. Persoonlijk vind ik het seminar geslaagd en ben ik benieuwd naar de beoordelingen door de deelnemers.

Bij deze nogmaals mijn hartelijke dank aan bovengenoemde heren! En, zoals beloofd aan de deelnemers, hieronder de presentaties:

Erik van Rossum:

De ouderenzorg door een wetenschappelijke bril

Verminderen van vrijheidsbeperkende maatregelenin het verpleeghuis (“EXBELT”)

Jan Bouwmeester:

Op zoek naar Zin: Hoe kijken we aan tegen ouderen?

Bram Hengeveld:

Nieuwelingen in de Ouderenzorg

Getagged , , , , , , , , ,

HBO-VGG.net online!

Het was om allerlei redenen aan me voorbijgegaan, maar onlangs is de website hbo-vgg.net online gegaan. Hier is informatie over opleidingsinstellingen en zorgorganisaties te vinden die deelnamen aan het VGG project en daar actief mee bezig zijn. Tevens is er een (hopelijk groeiend) overzicht van stageplaatsen en relevante vacatures te vinden. Om het af te maken de mogelijkheid om je CV op te geven, dat dan ‘onder de aandacht gebracht wordt van interessante werkgevers’.

Weer een stap voorwaarts voor de VGG en de ouderenzorg in Nederland! Ze gaan het niettemin druk krijgen:

Goed nieuws voor iedereen die overtuigd is van nut en noodzaak van HBO-verpleegkundigen in de ouderenzorg! Op 1 maart 2010 is het vervolgproject gestart waarin we binnen twee jaar 240 afgestudeerde VGG’ers aan de slag willen hebben in passende (=HBO niveau) functies in een verpleeghuis, verzorgingshuis of in de thuiszorg.

Dat zijn 3 x zoveel verpleegkundigen als tijdens de eerste versie van het project. (en we hebben er nog véél meer nodig) Veel succes gewenst aan alle deelnemers in het nieuwe project!

Voor informatie over het kerndocument binnen het VGG project, het VGG competentieprofiel, zie http://vggprofiel.wordpress.com. Het complete competentieprofiel is daar online te lezen. Tevens is er een PDF versie en een schematisch overzicht van alle competenties te vinden. Het HBO-competentieprofiel is ook via hbo-vgg.net te downloaden.

Getagged , , ,

Vrouwen en hun stereotypisch slechte rekenvaardigheid?

Vrouwen kunnen niet rekenen.

Althans, daar lijken ze zelf nogal eens van overtuigd te kunnen worden. Volgens mij valt het allemaal wel mee, waarbij ik anekdotisch kan vermelden dat mijn vriendin me vrij makkelijk verslaat tijdens een potje hoofdrekenen. Maar de invloed van stereotypen zijn grosso modo wél meetbaar aanwezig in testen, waarbij men spreekt van ‘stereotype dreiging’. Neem bijvoorbeeld onderstaande grafiek. Daarin worden de uitslagen van mannen en vrouwen weergegeven die, verdeeld over drie verschillende groepen dezelfde wiskundetoets maakten. In de ‘Problem Solving’ groep kreeg men te horen dat het ging om een toets waarbij algemene cognitieve vaardigheden werden getest. De ‘Math Test’ groep kreeg te horen dat het ging om een wiskundetest om de verschillen tussen mannen en vrouwen te meten: Lees verder

Getagged , , , , ,

JAAAAAAAAAAAH! Ik ben geslaagd! Ik sta in de Nursing! Ik doe mee aan Reshape: Pecha Kucha Event!

Dat het de afgelopen tijd wat rustig was op Ars GeriatriCare had een aantal goede redenen. Een van die redenen, de voorbereidingen op een mogelijk afstuderen, is vandaag komen te vervallen. Voorlopig even geen verslagen, reflecties en beoordelingen meer: Bram is geslaagd en mag 7 juli een handtekening gaan zetten onder dat felbegeerde papiertje!

JAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAH!
Lees verder

Getagged , ,

12 mei. Dag van de verpleegkunde, tijd voor symposium ‘Kwaliteit. Ook na de tijd’

Lang, lang, geleden, in een land hier ver, ver vandaan werd eens een meisje geboren. Haar ouders noemden haar ‘Florence’. Florence werd gedurende haar leven met de zelfkant van de wereld in contact gebracht. Of, althans, ze heeft zichzelf daarmee in contact gebracht. Als ‘kill ‘em all and let some god sort them out‘ een gangbaar oorlogsprincipe is, dan was Florence God. Goed, alwetend was ze allerminst  maar behept met een scherpzinnige pen zette wel even de verpleegkundige op de kaart.

Lees verder

Getagged , , ,

In which Bram goes international…

Enkele weken geleden werd me gevraagd of ik als student een stuk wilde schrijven over het VGG competentieprofiel. In het Engels. Voor een internationale nieuwsbrief van het kennisnetwerk Ouderenzorg.

Hoe cool!

De eerste versie behoefde nog enige aanpassing, maar de tweede versie is opgenomen in de nieuwsbrief die ik onlangs per e-mail ontving:

Newsletter Elderly Care & Education.pdf Newsletter Elderly Care & Education

Op pag 2 & 3 mijn stukkie in de rubriek ‘student talk’.

Getagged ,

Mag ik even huilen? Of: cabaret meets verpleegkunde (feat. Wiezewozo)

Mag ik even huilen?

Bezinning. In de woelige wereld van de verpleegkunde een welkome gast, al zou ‘ie wat vaker langs mogen komen. Gelukkig hebben twee verpleegkundestudenten van Saxion Enschede de handen uit de mouwen gestoken en een bijzondere activiteit op poten gezet. Samen met theateratelier Wiezewozo organiseerden en verzorgden ze:

Mag ik even huilen?

Een programma over afscheid nemen waarbij gehuild, gelachen en gegruwd mag worden. Een directe confrontatie met eindigheid van het leven en de betekenis daarvan voor jou in de zorg!

Niets teveel gezegd. Gisteren vond de voorstelling plaats en dit is een impressie van een geslaagde avond:

Lees verder

Getagged , , , , , ,

Hora est. Godspeed, Hanneke!

Met sommige mensen kom je op een onverwachte manier in contact, waarna er zonderlinge zaken gebeuren. Zo ook mijn contact met Hanneke. In 2007 sprak ik een zeer vriendelijke en kundige collega student (ondertussen afgestudeerd en werkzaam) die me informeerde over een ‘ouderenzorg’ project. Dat leek me wel wat. Ik had er net een klein jaar (inval)werk in de ouderenzorg opzitten en was eigenlijk wel begeistert geraakt. Ik kreeg een e-mail adres.

Lees verder

Getagged , , ,

Werkconferentie ‘Meerwaarde van de HBO-Verpleegkundige Gerontologie-Geriatrie’

prof. dr. Jan Hamers aan het woord

Noot: Dit is een bijdrage van collegastudenten Monique Hondebrink en Suzanne Franssen over de VGG werkconferentie van 6 oktober 2009, waarvoor hartelijke dank! Hier volgt het verslag:

“De meerwaarde van HBO-verpleegkundigen in beeld.” Dit was het onderwerp van de werkconferentie ouderenzorg, gehouden op maandag 6 oktober j.l. Deze werkconferentie vormde de afsluiting van een project dat in 2007 werd gestart ter promotie van de nieuwe uitstroomvariant. Daarin werden HBO-V-studenten aangemoedigd om te kiezen voor het vgg-profiel en zorgorganisaties werden overtuigd van de noodzaak niet alleen een geschikte leeromgeving voor stagiaires te creëren, maar ook functies voor vgg’ers te ontwerpen.

Aangezien wij beiden stage lopen in de ouderenzorg, leek het ons erg interessant dit bij te wonen. Dus reisden we af, helemaal naar ’s Hertogenbosch, allebei met een ander verwachtingspatroon. Saxion was één van de deelnemende opleidingen.

Suzanne: “Zoals vele studenten kwam ik in mijn eerste leerjaar ook binnen met een ‘zwaailichtje’ op mijn hoofd, ook ik wilde graag of op de SEH komen te werken of nog liever op de ambulance, na mijn eerste basisstage wist ik dat ouderen ‘mijn ding’ zijn, toen ik daarna merkte dat de verpleegkundigen en verzorgenden die mijn oma hebben verzorgd in de periode dat zij bedlegerig in een verpleeghuis lag ben ik mijn gaan richten op de ouderenzorg. Ik wist zeker dat ik dat ook wilde en ook zou kunnen. Nu, in mijn 5e jaar mocht ik eindelijk in een verpleegtehuis stage lopen en ik heb het er geweldig naar mijn zin. Omdat ik het naar mijn begeleiders toe moeilijk vind om aan te geven wat ik mag en hoe is dit het beste aan kan pakken als HBO-v’er wilde ik naar dit congres om hier voor mezelf maar uiteindelijk ook voor mijn stage duidelijkheid te creëren.
Verder wilde ik graag meer inzicht over het HBO-VGG profiel omdat ik het idee heb om eventueel, indien mogelijk, nog in deze richting te laten scholen.”

Monique: “Dit is mijn eerste differentiatiestage in de ouderenzorg en ik heb er zeker niet voor gekozen. De ouderenzorg had op mij, en met nog veel meer andere studenten, een stoffig imago. Niet alleen de doelgroep, maar ook het werkveld. Ook carrièrekansen zie ik hier niet liggen.
Met weinig frisse moed begon ik aan deze stage. Maar het is de kunst om je uitdagingen op te zoeken en je kansen te creëren. En zo zat ik op dag twee met de opleidingsfunctionaris om de tafel. Na ruim een maand is mijn beeld al behoorlijk bijgetrokken. Juist als HBOV-er liggen er zoveel kansen te wachten.
Met dit werkcongres wilde ik graag wat meer over de HBO-VGG te weten komen. Dus een HBO-verpleegkundige echt gespecialiseerd in de Gerontologie Geriatrie.”

Programma

Beiden hadden we nog niet eerder een werkconferentie binnen de zorg bijgewoond en georganiseerd als deze. Er waren verscheidene mensen uitgenodigd die een belangrijke functie bekleden binnen de zorg. Allereerst was er een welkom door Prof. Jan Harmers, hoogleraar verpleging en verzorging ouderen aan de Universiteit Maastricht. Hij gaf een presentatie met als titel ‘De meerwaarde van de HBO-verpleegkundige in beeld.’ Hierin kwamen de ontwikkelingen en mogelijke oplossingen in de ouderenzorg ter sprake. Met behulp van de nieuwe innovaties en technologie zou je al een deel van de problemen wegnemen. Ook zou je de zorg slimmer aan moeten pakken, onder andere door de inzet van een hbo-vgg. Ook gaf hij zijn visie over het opleiden van studenten. Er zijn te weinig docentexperts en goede stageplaatsen. Hier zien ze het nut nog niet in van een hoger opgeleide, of ze verwachten dat je alles al kunt, terwijl je er juist komt om er te leren. Hij sneed ook het onderwerp aan dat er veel te weinig hbo-v’er in de ouderenzorg werkzaam zijn. Er zijn nu 77 afgestudeerde hbo-vgg’ers, dat zouden er 2400 moeten zijn. Wat erg tegenwerkt is het imago bij studenten en binnen hbo-v teams. Er zouden meer gastlessen op school moeten worden gegeven om te bevestigen dat de ouderenzorg juist erg complex kan zijn en een breed terrein bestrijkt.

In navolging van prof. Jan Harmers spraken nog de heren Ton Bakker, psychogeriater en bestuurder Argos Zorggroep en voorzitter begeleidingscommissie van HBO-verpleegkundigen voor de ouderenzorg, en Martin Gloudemans, werkzaam bij bureau G&D Waalwijk. Zij spraken over het nut en de noodzaak van de hbo-v’er.

Na deze presentaties vond er een forumdiscussie plaats waarbij twee dames van het ministerie van VWS vertegenwoordigd, Clazina Pool-Tromp (bij ons bekend van het studieboek ‘Met het oog op de toekomst’) Wim van der Vrie, hoofdverpleegkundige Afdeling Geriatrie UMCN St. Radboud, verplegingswetenschapper en voorzitter Afdeling Geriatrie Verpleegkunde V&VN, Roger Ruiters, lid van het bestuur van Actiz en Frans Boshart, product manager Vivium Zorggroep en Wineke Weeder, bestuurder Verenso (beroepsvereniging specialisten ouderengeneeskunde). Zij reageerden op een aantal stellingen.

Na deze forumdiscussie waren we zelf aan de beurt. Er was een inspiratieplein, waarbij negen thematafels waren waar je aan deel kon nemen. Voor de eerste ronden kozen wij ‘Kwartier maken: Hbo-stages creëren en pas afgestudeerden een plek in de zorgorganisatie geven’. Onder leiding van Hanneke te Winkel en Erik Dierink bespraken we wat wij als studenten missen op de huidige stageplekken, hier werden enkele vooroordelen tegen studenten en organisaties uitgesproken. Ook werd hier besloten dat studenten beter moeten leren ‘netwerken en lobbyen.’ Deze discussie werd met een zeer verschillend publiek bijgewoont, zo waren er studenten, mensen van verschillende organisaties die stonden te springen om HBO-V studenten en verschillende werkgevers en -nemers. Ook spraken we onze ervaringen uit hoe wij over de ouderenzorg dachten.

Na een uur namen wij deel aan de Workshop ‘Het VGG-profiel’. Onder leiding van Jeroen Boonstra, Wendelien Moorlag (beiden van Saxion) en Saskia Lavooij (Hogeschool Rotterdam) discussieerden over het volgende discussiepunt: ‘Wat heeft een HBO-VGG nodig binnen de bachelor HBO-V om als afgestudeerd VGG’er uit de verf te komen.’
Enkele vragen hierbij waren of de deelnemers vonden dat naast de MGZ, AGZ en GGZ en een aparte keuze gemaakt moest worden voor de differentiatie VGG of dat in al deze verschillende differentiatie routes een deel als VGG ingevuld zou moeten worden. De deelnemers waren er unaniem over uit dat dit laatste veel beter zou zijn voor de opleiding. Ouderen beslaan immers het grootste deel van de zorg.

Postscriptum door uw aller weblogger:

Voor meer informatie, foto’s en andere media kan je de website behorende bij de conferentie bekijken op: http://www.hboverpleegkundige.jbace-online.nl/
Het gehele HBO competentieprofiel Verpleegkundige Gerontologie Geriatrie (VGG profiel) is te vinden op: http://vggprofiel.wordpress.com

Getagged , , , , , , , , ,

Zo waarlijk helpe mij God almachtig en mijn twee opgestoken vingers

Een eed afleggen, daarover blazen we hoog van de toren. Verhoor van getuigen gebeurt onder ‘ede’ en op het breken van die eed staat straf. Geen misselijke overigens. Artsen leggen ook een eed af. Die van Hippocrates om precies te zijn, al is deze ook niet meer de oude. In menig dokterskamer zal deze eed de muur sieren, op mijn stageafdeling hangt zelfs een tweetalig exemplaar. Niet dat ik van het Griekse deel ook maar iets kan lezen, maar toch.

Verpleegkundigen kennen ook een eed. We kunnen immers niet achter blijven. De oudste die ik ken kwam reeds eerder voorbij op Ars GeriatriCare. En daarin wordt nogal wat van de verpleegkundige gevraagd. Bekend als ‘the Nightingale Pledge’ en in 1893 opgesteld door Lystra Gretter luidt deze als volgt:

“I solemnly pledge myself before God, and in the presence of this assembly) to pass my life in purity and to practice my profession faithfully. I will abstain from whatever is deleterious and mischievous, and will not take or knowingly administer any harmful drug. I will do all’ in my power to maintain and elevate the standard of. my profession and will hold in confidence all personal matters committed to my keeping and all family affairs coming to my knowledge in the practice of my calling. With loyalty will I endeavor to aid the physician in his work and devote myself to the welfare of those committed to my care.”

Jaarlijks weer beloven vele pas afgestudeerden zich aan deze eed te houden. Nou ja, niet aan deze eed, alleen de op één na laatste zin lijkt de tand des tijds te hebben doorstaan. Ouderdom komt nu eenmaal met gebreken. Persoonlijk vind ik dergelijke verabsoluteerde praat (‘all in my powers’) bij voorbaat wat jammer. Niemand zal alles wat in zijn vermogen ligt aanwenden voor het vak. Tenminste daar geloof ik geen sikkepit van. En wat moet ik denken van ‘passing my life in purity?‘ Cultuurhistorisch is het wellicht te verklaren vanuit het feit dat in die tijd het verplegen van zieken, lijders en leprozen nogal eens op de schouders van een beschonken prostitué viel, om het even heel scherp te stellen. Dan kan ik me voorstellen dat je zoekt naar wegen om één en ander af te dwingen. Tegenwoordig echter lijkt het me nogal overbodig. Dronken op je werk verschijnen is niet vanwege een eed problematisch voor alle partijen. We missen de betreffende passage dan ook als een getrokken tand met kiespijn.

Maar ook de nog steeds gefrequenteerde belofte van zwijgzaamheid vind ik maar een slappe hap eerlijk gezegd. Toen ik een jaar of 17 was verdiende ik een paar zakcenten bij een flessenblazerij. Daar hoort natuurlijk een contract bij en als ik het me goed herinner stond er de niet lullige boete van 25.000 gulden op het schenden van bedrijfsgeheim. Om de een of andere reden heb ik de indruk dat dergelijke middelen heel wat effectiever zijn dan een eed. Om een niet financiële blik op de zaak te werpen: het zou niet in me opkomen om de zielenroerselen van patiënten aan de grote klok te hangen. Dat heeft volgens mij trouwens weinig met een vak als verpleegkunde te maken, maar meer met ‘normaal doen’. Daar ga je met een eed mijns inziens weinig aan veranderen.

Aan de andere kant: mijn vriendin is verpleegkundige en ik voel me veilig genoeg om met haar wel over voorvallen op stage/werk te spreken. Ik weet dat ze het niet door zal vertellen. Niet omdat ze een eed heeft afgelegd, maar gewoon, omdat ze slim genoeg is om te beseffen wat haar ter ore komt.  Een ander onderdeel van het afleggen van de eed, dat ik nogal irritant simplistisch vind, is de wet erachter, nl. de wet op de vorm van de eed van 1911:

Artikel 1

Hij, die ter uitvoering van een wettelijk voorschrift mondeling een eed, belofte of bevestiging moet afleggen, zal:

a. indien hij een eed aflegt, onder het opsteken van de twee voorste vingers van zijn rechterhand, uitspreken de woorden: “Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig”,

b. indien hij een belofte aflegt, uitspreken de woorden: “Dat beloof ik”, indien hij een bevestiging aflegt, uitspreken de woorden: “Dat verklaar ik”,

Welnu, wat heeft het opsteken van de twee voorste vingers van mijn rechterhand te maken met het stilzwijgen van de aan mij toevertrouwde informatie? Discrimneren we daarbij overigens links-handigen? Ik snap dat er sprake is van een algemene behoefte aan enige ceremonie en dat in het geval van de verpleegkunde de eed misschien één van de weinig bekende connecties met de historie van het vak is. Dat laatste is jammer, maar ik heb stevig de indruk dat ‘de eed’ niet het moment is waarop we die muur moeten slechten, of een goed middel daartoe. Ook gaat het opsteken van twee vingers – me dunkt – niet bijdragen aan het vak zelf. Maar goed, als aan het einde van de onzin van het niet zwijgend stilzwijgen en de wijzende wijs- en middelvingers toch blijkt dat de mens tekortschiet, is er altijd nog God. Zo waarlijk hij me helpe. Ik kan niet ontkennen daar altijd een beetje van op te kijken. Een vak waarin mensen soms ‘door God verlaten’ lijken te zijn: zo waarlijke helpe God eigenlijk liever even met andere dingen. Houden wij ondertussen onze klep gewoon even dicht, heeft ‘ie tijd voor mensen met meer dringende behoeften. Als het aan mij ligt in ieder geval, maar als atheïst klinkt het toch bij voorbaat allemaal wat paradoxaal. Overigens stelt de wet wel dat, als het op grond van godsdienstige overtuiging allemaal wat anders moet, dat ook kan. Kan het ook anders op niet-godsdienstige overtuiging?

Om een lang verhaal kort te maken: ik geloof dus geen sikkepit van die eed. De tijd van de magische bezweeringen is, zo lijkt me, ruimschoots voorbij. Je wordt verpleegkundige? Dan dien je je bewust te zijn van de ethische implicaties van het vak. Die afdoen met een verplicht zwijgen lijkt me zand in de machine strooien eerlijk gezegd. Een eed (van een vak dat zo belangrijk is) alleen over het grote zwijgen laten gaan vind ik ook nogal denigrerend. Betutteling bijvoorbeeld, dat zou een heel wat beter mikpunt van ede kunnen zijn! Of netjes je handen wassen…

Aangezien er van de originele eed toch al nauwelijks iets over is stel ik voor de stekker ook uit het resterende deel te trekken. Ik vraag me af of ik de eed af moét leggen om me in te kunnen schrijven in het BIG register als eenmaal het diploma binnen is. Iemand die me dat kan vertellen?

Getagged , , ,

GAAZ 2: Geriatrische Reuzen

Stagelopen op een GAAZ. Enigszins beduusd zit ik in de bus naar het station. Zojuist heb ik de eerste 32 uur stage afgerond en er gaan er nog een heleboel volgen. Dat is maar goed ook overigens, want man man man… Er is veel te leren en beleven. Ook even mijn dank aan de verpleegkundigen. Complexe zorgvragers? Ha, pap lusten ze er van. En ondertussen nog zo’n maffe stagiair op sleeptouw nemen en voorzien van de nodige informatie.

Zo kreeg ik een document over de ‘Geriatric Giants’ oftewel Geriatrische Reuzen:

  • Immobiliteit
  • Cognitieve problemen
  • Incontinentie
  • Vallen
  • Intoxicatie door medicatie

Ik onthoud het aan het ezelsbruggetje ICIVI. Google zelf verder naar de reuzen, want de indeling lijkt niet overal eensluidend; in Rapportage ouderen 2001 door het Sociaal PlanBureau [klik hier voor PDF] spreekt men bijvoorbeeld over (pag 122, par. 6.2.4):

  • geestelijk functioneren: geheugenstoornissen en emotionele problemen;
  • mobiliteit: kan niet zelfstandig buiten lopen; kan niet zelfstandig trappen lopen;
  • pijn in gewrichten en/of spieren; gebruik van een hulpmiddel bij het lopen;
  • stabiliteit en vallen: duizeligheid bij het opstaan; een of meer keer gevallen;
  • visus en gehoor: slechtziend, slechthorend;
  • incontinentie: incontinentie voor urine, incontinentie voor feces.

(gebaseerd op: Gussekloo, J., de Craen, A.J.M.  & Westendorp, R.G.J. (2000). Reden tot optimisme. Medisch Contact nr. 13 [URL] )

Variaties op het centrale thema van de geriatrische patiënt. Op naar volgende week!

Getagged , , , , , , , ,

GAAZ 1

De eerste twee dagen stagelopen op de GAAZ (Geriatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis) zitten erop. Miljaar! Wat een stroom informatie komt er over je heen. Doe maar even een labje, CRP, L, Hb, ureum, Na/K, MMSE, SNAQ, Braden, alpha relief, urine productie accepteren, +AB, NRic-, ff de controles doen, waar staan de medicijnen, hoe zijn de dossiers ingedeeld, hoe werkt het computersysteem, wie is m’n begeleider, waar haal ik een uniform, hoe ga ik mijn beroepsproducten toespitsen op de praktijk, DOS, psychose, depressie, sepsis, longca, consolidaties, tau-eiwit tijdens de koffie, parkinson, ff controles doen, Dynamed, visite (al dan niet groot), hetero-anamnese, AT, arteriële gassen, oxycontin, bladderscannen, etc, etc, etc.  Gekkenhuis!

“’t Was grol en groei
                           en slomig bloei
in lure, slore stirren.
Het was sat stomig in mijn krol,
daar stunk een kwalm van schit en brol
en sloomden glome knirren.”
(Maarten Toonder)

De manier van werken is zo anders dan ik gewend was. Alles is veel gestructureerder, maar toch ook veel losser. Voor het eerst zie ik Gordon’s FGP’s in de praktijk naar voren komen. Voor het eerst maak je direct mee dat er tot ‘abstinerend beleid’ word overgegaan. De gang van zaken op de afdeling lijkt als vanzelf te ontstaan, al is dat natuurlijk een zinsbegoocheling van jewelste.

Dit worden twintig zeer leerzame weken, dat staat vast. Maar ook weken waarin ik goed aan de bak zal moeten. Ik heb er zin in!

Getagged ,

Wil je zorg op maat? Kies dan voor ‘complementair’! Yeah right…

Binnen de verpleegkunde is ‘complementair’ werken een hot issue. Wat hier precies onder wordt verstaan is me nog niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat mijn hogeschool er een minor in aanbiedt. In de beschrijving daarvan lezen we:

Wil je zorg op maat?
Kies dan voor de minor “complementair werken”: de minor “complementair werken” richt zich op het verbeteren van het persoonlijk welbevinden van patiënten en cliënten! Om de kwaliteit van leven te verhogen worden een aantal complementaire (of: aanvullende) zorgvormen ingezet. Met complementaire zorgvormen wordt onder meer gedoeld op massage, het gebruik van etherische oliën of kruiden, ontspanningsoefeningen, therapeutic touch, maar ook de toepassing van geschikte architectuur, vormen en kleuren.
Want….hulpverlening kan zoveel meer zijn dan een praatje en een pilletje!

(cursivering door mijzelf). Etherische oliën, kruiden, ontspanningsoefeningen en therapeutic touch dus. Kwakzalverij? Wat betreft therapeutic touch kunnen we dat denk ik met een gerust hart zeggen. Ik weet niet waar men etherische oliën voor wil gebruiken, maar ook dit valt snel binnen het kader van ‘evidence based’ werken. Je past het toe met een beoogd effect en dat effect is uiteindelijk te meten. Gewoon even de cijfertjes verzamelen. In de miljarden die het NCCAM de afgelopen jaren heeft mogen spenderen moet er toch wel iets te vinden zijn dat de genoemde interventies van wetenschappelijke onderbouwing kan voorzien? ZonMw heeft onlangs ook nog 2,5 ton over de balk gesmeten; het grote beeld dat daaruit naar voren komt is dat CAM beoefenaren met name inzicht in wetenschap nodig lijken te hebben. En ook het laatste zinnetje uit het citaat stuit me nogal tegen de borst: ‘want hulpverlening kan zoveel meer zijn dan een praatje en een pilletje’. Alsof je een minor complementaire zorg voor nodig hebtvoor het leveren van zorg op maat! Dat is standaard het werk van verpleegkundigen en op deze manier lijkt er sprake te zijn van landjepik. Mijns inziens is complementair werken absoluut niet nodig om zorg meer te laten zijn dan een praatje en een pilletje. (voor zover dat nodig is) Het schept op deze manier een karikatuur van zorg. En; in een tijd waarin één van de meest gehoorde klachten is dat er geen tijd is voor een praatje: is er wel tijd voor ‘therapeutic touch’? Vanuit die visie zou complementair werken een verdere beknotting opleveren van die tijd voor een praatje. Nu staat het een ieder vrij om aan te tonen dat het gebruik van etherische olie hoger op de agenda staat van zorgvragers, maar zolang dat bewijs er niet is…

Wat betreft het gebruiken van geschikte architectuur; in ‘Levenskunst op Leeftijd’ door Hans Becker lezen we hierover als ‘empathic design’, hetgeen ik zie als het prettig aanpassen van de omgeving. Heeft dit met complementaire zorg te maken? Wellicht. Het is evidence based dat de omgeving van invloed is op het welbevinden danwel de productiviteit; nog onlangs werd de goudpalm uitgeroepen tot beste kantoorplant, inclusief wetenschappelijke onderbouwing. Ook zijn er aanwijzingen dat het uiterlijk van de omgeving van invloed is op zaken als heling na een heupoperatie; hang een leuk schilderij in de kamer en het gemiddeld gezien zijn patiënten sneller de deur uit. En ik zie ook zeker connectie met het verpleegkundig vlak m.b.t. de omgeving. (de vpk dient bijv. te zorgen voor een ‘therapeutisch leefklimaat’) Maar hierbij zie ik grotere noden; zolang ik in de zorg werk- danwel leerzaam ben zie ik gebouwen waar een duidelijk verpleegkundige invloed mist. We hebben het dan over de indeling van gebouwen, gebruikte materiaal (kranen!), kwaliteit van watervoorziening, afstanden die moeten worden afgelegd, etc. Wederom zie ik er een aspect van landjepik in; is het complementair om te zorgen voor een leuk kleurtje aan de wand? Ik zou zeggen dat het primair is.

Een ander probleem dat ik heb met ‘complementair’ is het feit dat, zodra het nut van een interventie wetenschappelijk is bewezen, het uit het domein van complementaire zorg valt. Het is dan ‘Evidence Based’ en behoort, net zoals het juist handelen bij decubitus, tot het standaard domein van de verpleegkundige. Als er een effect is (en dat wordt beweerd) is het te meten. Punt. Misschien niet in een RCT, maar het is te meten. Of is er een complementaire vorm van wondbehandeling? Gezien de beweringen die Therapeutic Touch beoefenaren doen over hun ‘magie’ moet dit een mooie uitdaging zijn: herstel dat energieveld en laat die wond sneller helen! Helaas niets van dat al. (anders zou het immers behoren tot de standaard zorg)

En waar is de minor ‘Evidence Based werken’? Nergens! En dat in een tijd waarin daar zoveel gewicht aan wordt gehangen en de gemiddelde verpleegkundestudent hierbij toch wel enige ondersteuning kan gebruiken: wat is Pubmed om te beginnen? Wat is de Cochrane database of systematic reviews? Wat is een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek? Waarom is het zo belangrijk gebruik te maken van controlegroepen? En hoe maak je gebruik van publicaties in de dagelijkse praktijk? Dergelijke informatie wordt wel aangeboden, maar bij lange niet in de mate waarin we er een complete minor mee kunnen vullen, laat staan de werkelijke implicaties ervan door te laten dringen. Ik herinner me een module ‘Vinden van Digitale Informatie’ tijdens de propedeuse en een module ‘Onderzoek’ tijdens de differentiatie, waarin zaken als databanken en de PICO strategie worden behandeld. Maar dit is niet afdoende om voldoende inzicht te krijgen in wat ‘evidence based’ practice is en hoe het tot stand komt. Tijdens het maken van een verslag over mondzorg werd ik bijvoorbeeld nogal moeilijk aangekeken toen ik een onderzoek naar het effect van goede mondzorg op de hoestreflex bij verpleeghuispatienten wilde toevoegen aan het verslag; moet dat nu? We zijn al bijna klaar…

Na twee jaar van zelfstudie begint het lichtjes te dagen, maar soms heb ik het gevoel dat ik gewoon gek genoeg ben om het interessant te vinden. Een waar gemis Saxion! Wat mij betreft zaagt men aan de verkeerde kant van de tak. Het idee dat zorg meer is dan een praatje en een pilletje zie ik als een karikatuur, maar dan wel een die absoluut niet in een minor complementaire zorg hoort. Het psychologische aspect van het vak is bij voorbaat veel meer dan ‘complementair’ (wellicht ook toe aan meer aandacht binnen de opleiding?) en perifere activiteiten als therapeutic touch zijn hocuspocus; tijdverspilling.

Doe mij maar een praatje. Vinden de mensen gezellig. En voor dat pilletje hebben we de dokter.

Getagged , , ,

Oké, dat was dat. Op naar de volgende.

Gisteren (late dienst, nu nog later) heb ik m’n laatste dienst gedraaid bij de instelling waar ik zo’n anderhalf jaar stage heb gelopen en de afgelopen tijd full-time gewerkt als verzorgende IG. Vreemd idee nu ik erover nadenk; het is ineens af. Veel mensen leren kennen, veel geleerd, gelachen, gewassen, gerapporteerd, met de trein gereisd, verbonden, gespoten, aangesloten, gelopen, in de lift gestaan, geleegd en geveegd. Extramurale zorg rules.

Maar ik ben ook enigszins opgelucht. Ik geef grif toe dat ik het werk soms flink moeilijk vond. Extramurale zorg is een plek voor mensen met ervaring. Terugvallen op collega’s is véél minder het geval en de materialen die voorhanden zijn, zijn soms wat ‘schaars’. Hygiëne kent soms een andere dimensie en de huisartsenpraktijk wordt in het weekend voor 80% belast met niet-dringende zaken. Een samengestelde casus:

Hallo mevrouw. Ik kom ok effen kiek’n hoe at met oe geet, de zuster had mien op e-beld. Kan’k ok effen goan zitt’n? Tiedj’n e-léen haw a’s kennis e-maakt, we-j ut nog?  Hoe geet ’t noe? Betj’n sloerig in ’n rakkert? Joa, t weer was al neet better, doar hei-j geliek an.

Oké, eens even kijken: een apotheek aan medicatie en multimorbide dus. Flink bejaard. Is er nog een plek die niet geopereerd is? Lijkt steeds in slaap te vallen, wel adequaat aanwezig wanneer wakker, maakt grapjes, praat voor normale doen verstaanbaar, wel met iets dikke tong. Niet benauwd, ademt normaal. Jaren geleden CVA gehad. Schijnt wel eens vaker zoiets te hebben. Kleine pupillen. Normale reactie. DMII, geen wondzorg. Voelt niet warm aan, heeft normale kleur in het gezicht, bekend met tremoren, maar niet duidelijk aanwezig, zweet niet, geen pijn, geen dorst, geen honger, beetje speekselvloed, ‘naar gevoel’, hartslag iets rap, maar strak als klokje, geen blijk van spierzwakte. What to do? Ohw ja, vanwege die bel van zoëven loop ik nog maar 15 minuten achter. Poets ik wel weg. Heb ik alles gecheckt?

Geen huisartsenpost bellen. Zit nu goed. Wacht nog maar even met drinken, aangezien u misschien in slaap valt tijdens het drinken. Over tien minuten weer checken. Daarna langere intervallen.  Twee uur later prima in orde, einde van de avond probleemloos doorgemaakt. Overdracht door andere team. Eindstreep, uitklokken. Tjoow en bedankt!

Ik heb een verdomd mooie tijd gehad, dank aan een ieder die daar aan mee heeft gewerkt! 1 september begint de volgende uitdaging, er is nog zoveel te leren. Which I like. Maar dat wordt denk ik op veel vlakken van voren af aan beginnen. Ziekenhuis, here I come? Ik ben benieuwd!

Getagged , ,

Hoe kan je dit werk doen zonder het ‘mee naar huis te nemen’?

Onlangs hadden mijn vriendin en ik een interessante discussie over het ‘mee naar huis nemen’ van gebeurtenissen tijdens het werk als zorgverlener. Zelfs de geringste ervaring in de zorg levert een pletora aan indringende gebeurtenissen op. Van de met-spoed-opgenomen-demente-mevrouw die zich angstig afvraagt waarom ‘ze er niet uit mag’ (de kinderen moeten immers naar school!), tot het op gruwelijke wijze overlijden van patiënten en een ‘tentamen suïcide’ (poging tot zelfdoding) die je om 7 uur ’s ochtends volledig ‘am ende’ aanstaart. De verhalen van mantelzorgers, die jarenlang gevecht leveren met de WMO voor iets simpels als een aangepaste rolstoel voor ernstig gehandicapte mensen.

Lees verder

Getagged , , , ,

Bram @ School of Health International Symposium

18 juni ben ik aanwezig geweest bij het School of Health International Symposium dat gehouden werd binnen Saxion Hogescholen. Leuk onderdeel was een interview dat twee docenten met mij hebben gehouden over het VGG project. Vandaag kwam ik wat foto’s tegen via saxion.edu (klik hier voor de bijbehorende powerpoint inc. interviewvragen):

Focus Daniel San.

International crowd. Relax. Nothing unusual about taking the time of people who travel thousands of km’s to be here, is there?

Presenting da Danglish. Bla bla bla. Ofcourse making sure to get across the message that:
a. they have a problem (they’re getting old, just like about 30% of the population in the next decades)
b. there is a solution: (aspiring) bachelors of nursing in geriatrics!
Fearmongering ftw.

Getagged , , ,

Hoppa, dat is weer binnen!

De toetsstations zijn nog in volle gang, maar de VGG ploeg heeft het er weer opzitten!

Melissa heeft als openingsact van het toetsstationspektakel haar diploma weten te bemachtigen! Van harte Melissa! Een mooie tijd gewenst in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis!

Vandaag heb ikzelf de rollen Coach, Ontwerper en Beroepsbeoefenaar gehaald, met twee maal een ruim voldoende en een goed (voor ontwerper) als beoordeling! (goed voor 21 studiepunten) Dat betekent dat ik zo’n 80% van m’n diploma binnen heb. De resterende 20% komen vanaf 1 september aan bod, tijdens een stage op de geriatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (GAAZ).

Ondertussen zijn er 10 VGG studenten afgestudeerd aan Saxion Hogescholen Enschede.

Nice.

Getagged

Vrijheid…

Bij het lezen van ‘Levenskunst op Leeftijd’ (Becker, 2006) kwam ik het volgende citaat van Einstein tegen, dat ik volmondig kan beamen (cursivering door mijzelf):

“It’s nothing short of a miracle that the modern methods from instructions have not yet entirely strangled the holy curiosity of inquiry; for this delicate little plant aside from stimulation, stands mainly in need of freedom; without this it goed to wreck and ruin withou fail. It is a very grave mistake to think that the enjoyment of seeing and searching can promoted by the sense of duty”

Ik ben van mening dat de huidige omslag naar het competentiegericht leren bovenstaande als slogan zou moeten hanteren. Natuurlijk, bij het halen van een diploma hoort vanzelfsprekend een bepaalde vorm van ‘duty’ (plicht), maar hoeveel daarvan bestaat uit de noodzakelijke kwaden van registratie, opslag, opstellen van beoordelingsformulieren en beroepsproducten, van de grond af opbouwen van Persoonlijke Ontwikkelings Plannen, enz.? Hoeveel daarvan kan vergemakkelijkt worden m.b.v. ICT? Naar mijn mening een heleboel. Een voorbeeld daarvan dat ingevoerd is, is het digitaal (her)inschrijven voor een opleiding (studielink.nl).  Juist dergelijke repeterende taken zouden ondergebracht moeten worden in digitale omgevingen, helemaal gezien het feit dat de competentieprofielen die zo populair zijn als leidraad zijn gaan dienen voor de opleiding. De criteria die daarin per rol en kerncompetentie (voor een uitleg daarover, klik hierrrr) zijn opgezet geven een kader waaraan getoetst wordt. Maar een totaal overzicht scheppen is, gezien het behoorlijke aantal criteria niet gemakkelijk. Hoe moeilijk is het om, voor het scheppen van dat overzicht digitale hulpmiddelen te gebruiken? Volgens mij valt dat best mee.

Tevens zou het data kunnen opleveren die het vaak genoemde probleem van subjectiviteit van uiteindelijke beoordeling van toetsstations (klik hier om erachter te komen wat een toetsstation is). Studenten vrezen voor het ontstaan van subjectiviteit doordat er een redelijk groot aantal assessoren zijn die toetsstations afnemen. Allemaal hebben ze hun eigen stokpaardjes en eigenaardigheden. Hoe weten we of een beoordeling gedaan door een x aantal verschillende assessoren overeenkomstige uitslagen oplevert? M.a.w.: hoeveel studenten zijn er ten onrechte geslaagd of gezakt, als we het gemiddelde van beoordeelde criteria, beoordelaars en assessoren bekijken?

Verzameling van de juiste data zou antwoord kunnen geven op die vraag , zo lijkt me. Persoonlijk lijkt het me ook wel een belangrijke vraag eigenlijk, aangezien het ook de vrijheid van de student in zekere zin beïnvloedt; een benadeling door een assessor die buiten de boot valt qua beoordelingen t.o.v. andere docenten is in ieder geval een beknotting van die vrijheid.

Becker, H. (2006). Levenskunst op leeftijd. Geluk bevorderende zorg in een vergrijzende wereld. Delft: Eburon

Getagged , , ,

De queeste der competenties; een visie(tje) op verpleegkundestudent zijn. Deel 2: Koning POP en het rijk van de Persoonlijke Leerweg

Ondertussen zit ik het vierde leerjaar van mijn opleiding tot verpleegkundige, waarin de laatste jaren flink wat verschuivingen hebben plaatsgevonden. Eén van de meest in het oog springende daarbij is het ‘competentiegericht’ leren. Wat dat inhoudt, bekeken vanuit het oogpunt van de student, zal ik proberen uiteen te zetten in deze en een aantal komende posts. Het is niet bedoeld als uitputtende uiteenzetting van het competentiegericht onderwijs. En wellicht zal een agoog zich zelfs tenenkrommend door het bericht heen moeten werken. Maar dit is wat ik zie als student. In het vorige deel kon je lezen over de basale opbouw van de ‘meetlat’ van de opleiding: het verpleegkundige competentieprofiel, de HBO-competenties en de verschillende niveau’s van ontwikkeling. In dit deel lees je hoe studenten verpleegkunde zich naar deze meetlat voegen, met speciale aandacht voor de ‘differentiatie’.

Deel 2: Koning POP en het rijk van de Persoonlijke Leerweg

Koning POP betreedt het toneel
All rise! Koning POP betreedt het toneel. Koning POP is gemaakt van ideeën, papier, veel ergernis en de wil om een opleiding te voltooien. Voluit heet Koning POP eigenlijk Persoonlijk OntwikkelingsPlan, maar wanneer een naam zo vaak genoemd wordt, is deze gedoemd te  eindigen als afkorting. Niettemin is Koning POP machtig. Dit is het verhaal van Koning POP.

Iedere student aan de opleiding tot verpleegkundige niv. 5 heeft aan het einde van z’n opleiding een aantal POP’s geschreven. In het POP wordt, vrij kort door de bocht, het huidige niveau van de student geanalyseerd, worden ‘leerdiagnosen’ gesteld, interventies gekozen en gepland. (tien punten als je het begin van de verpleegkundige cyclus hierin hebt ontdekt). Hoe staat het met mijn ontwikkeling van de verschillende kern- en HBO-competenties? Ga ik stage lopen? Zo ja: waar? Welke rollen willen ontwikkelen in de komende periode? Hoe ga ik hier op reflecteren? Dit alles wordt door de student zelf trouwens opgesteld. De student staat nl. centraal in het competentiegericht onderwijs zoals ik dat meemaak: de Persoonlijke Leerweg. Binnen deze persoonlijke leerweg dient een student, natuurlijk bijgestaan door lakei-docenten, diens eigen route naar het doel van het diploma uit te stippelen. Dit valt wellicht op te vatten als een paradigma verschuiving binnen het onderwijs: de student zélf bepaalt hoe diens opleiding er inhoudelijk uitziet, binnen een door school en wetgeving gesteld kader. (zo zijn we verplicht min. 2300 uur stage te lopen gedurende onze opleiding, zie wet BIG) Zoals in de vorige aflevering van de queeste der competenties al gesteld: na het behalen van het diploma is het natuurlijk niet afgelopen met het ontwikkelen van de verschillende competenties. Voor dit moment zal ik me echter beperken tot de opleiding zelf.

Het POP heeft dus een centrale rol binnen de opleiding van de student. Het bevat ‘the big plan’. Voor een periode van één of meerdere kwartielen (1/4e van een schooljaar, ong. 10 weken) wordt een POP opgesteld, dat door de POP-commissie dient te worden goedgekeurd. De POP-commissie bestaat uit een aantal docenten die zich buigen over de inhoud van de verschillende POP’s: is het plan voldoende om de beoogde doelen te behalen? Na goedkeuring van het POP kan de student aan de slag: op stage, tijdens een minor, binnenschools, etc. Voor de uitleg over dit proces, dat nauw gekoppeld is aan de inhoud van het POP zal ik de verschillende belangrijke onderdelen uiteenzetten. In het kort komt het neer op de volgende opeenvolging:

POP -> Beroepsproduct -> Bewijs van kunnen -> Portfolio -> Toetsstation

Beroepsproducten
Binnen de queeste der competenties is het beroepsproduct een centrale speler. Een beroepsproduct is een breed begrip, maar globaal kan men stellen dat een beroepsproduct een opdracht is die de student aan zichzelf heeft voorgeschreven (in het POP). Beroepsproducten worden opgesteld aan de hand van de leerdoelen van de student, de verschillende rollen en kerncompetenties het beoogde niveau (beginner/gevorderd/competent) en de wijze waarop de student hieraan wil gaan werken. Om bijvoorbeeld een ontwikkeling in de rol van Beroepsbeoefenaar op gang te brengen kan een student het volgende schema opstellen aan de hand van het HBO competentieprofiel Verpleegkundige Gerontologie-Geriatrie:

Rol: Beroepsbeoefenaar

Kerncompetentie: Om het beroep van de VGG te ontwikkelen tot een professie die aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw, vervult de VGG een actieve rol in de vernieuwing van het beroep en het bevorderen van het beroepsbewustzijn.

Inhoudelijke criteria

  • Zich identificeren met de waarden van het beroep;
  • De beroepswaarden in de dagelijkse praktijk uitdragen;
  • Het begrijpen van de situatie waarin de VGG verkeert als zich professionaliserend beroep
  • zorgen voor een professionele stem in de organisatie;

De student heeft op deze manier de focus van het beroepsproduct bepaald, al is het nog wat vaag. Want hoe gaat de student laten zien dat deze zich ‘identificeert met de waarden van het beroep?’ Hiertoe zijn de leerwerkactiviteiten in het leven geroepen: wat wil de student concreet gezien gaan doen? Gaan we een klinische les geven? Zo ja, waarover? Waarom daarover? Het zijn feitelijk de leerwerkactiviteiten die de ontwikkeling van de student vorm geven in de praktijk: planning, uitvoering en evaluatie. (wederom tien punten voor degene die de verpleegkundige cyclus herkent). Stel dat de student een klinische les wil geven over ethische problemen bij de verzorging van dementerenden met ‘probleemgedrag’. De leerwerkactiviteiten kunnen er dan als volgt uitzien:

Planning:
Vergaren van kennis: literatuur,
Opstellen van inhoud van klinische les
Datum vaststellen

Uitvoering:
Geven van klinische les
Attendereop ethische problemen tijdens praktijksituaties

Evaluatie:
Gesprek met werkbegeleider
360 graden feedback
Reflectieverslag

Een beroepsproduct dient met de poten in de modder van de praktijk te staan, maar ook een basis te vinden in ‘de theorie’. Zo zou een rationale voor het ‘attenderen op ethische problemen tijdens praktijksituaties’ een basis kunnen vinden in het zijn van een ‘moral agent’, zoals omschreven door van der Arend en Gastmans in ‘Ethisch Zorgverlenen’. Dit is één van de potentieel duizenden verschillende beroepsproducten die een student kan opstellen.

Om een voorbeeldje uit eigen praktijk te geven: de afgelopen maanden zijn een collega-student en ik druk bezig geweest met de influenzavaccinatiecampagne binnen onze stageinstelling. Hierbij kwam een enorme berg wetenschappelijke artikelen om de hoek kijken, evenals ethische overwegingen, organisatorische rompslomp en het vinden van de juiste personen binnen de instelling om daar je mening aan te verkondigen.

Door je te richten op een dergelijk onderwerp kom je gaandeweg in aanraking met de praktijk en de organisatie achter die praktijk. Eén van de leukste beroepsproducten uit m’n POP. Een ander beroepsproduct, om de rijkwijdte van beroepsproducten aan te geven: het organiseren van een prijsvraag voor tweedejaars studenten n.a.v. een boekrecensie die ze hebben geschreven over het boek ‘Ik heb Alzheimer’, of het begeleiden van een vroegerejaars student door diens leerproces. The choice is yours!

Belangrijk is ook dat de student aangeeft wie het beroepsproduct uiteindelijk gaat beoordelen. Hierbij kan de student kiezen uit: begeleidende docenten, inhoudsdeskundigen, collega’s op de werkvloer, werkbegeleiders, opleidingsfunctionarissen, medestudenten, cliënten, etc. Feitelijk dus iedereen die de student tegenkomt gedurende de opleiding. Wel dient er sprake te zijn van een spreiding over de verschillende beoordelaars en dienen beroepsproduct en beoordelaar op elkaar aan te sluiten: een literatuurverslag inhoudelijk laten beoordelen door medestudent heeft niet echt veel zeggingskracht natuurlijk.

Bewijzen van kunnen
Uiteindelijk dient er natuurlijk een beetje ‘evidence’ op tafel te komen. Hiertoe dienen de verschillende soorten bewijzen van kunnen, waaruit de student kan kiezen. Een bewijs van kunnen is een score-formulier, waarop de student aangeeft welke inhoudelijke criteria en hbo-competenties getoetst dienen te worden door de beoordelaar en op welk niveau. Veel gebruikte bewijzen van kunnen zijn:

  • Hands-on: het praktisch uitvoeren van bijvoorbeeld een handeling, zoals het inbrengen van een katheter bij een man
  • Reflectie: reflectie op een gebeurtenis aan de hand van een reflectiemodel
  • Verslag
  • Onderzoeksplan
  • Hands-off: een beschrijving van een (mogelijke) praktijksituatie waarin de student beschrijft ‘hoe gehandeld te hebben’.

En zo zijn er nog een aantal vastgestelde bewijzen van kunnen, met elk hun specifieke (reeds door school vastgestelde) criteria die naast de door de student vastgestelde inhoudelijke criteria en hbo-competenties gelden voor het bewijs van kunnen. De beoordelaar kan vervolgens de verschillende criteria beoordelen als onvoldoende, voldoende, ruim voldoende of goed. Klik hier voor een voorbeeld van een dergelijk beoordelingsformulier.

Portfolio
De verzamelplaats van de verdoringen, bevindingen en analyses van de leerperiode: het Portfolio. Vaak een dikke ordner vol papierwerk, maar ook de digitale variant doet z’n intrede. Ieder beroepsproduct, reflectie, of ander relevant document gaat er in. Je bent als student natuurlijk zelf verantwoordelijk voor het bijhouden ervan. En je kan ook maar beter zorgen dat je portfolio op orde is; het is een belangrijke troef voor het toetsstation, waarover in de volgende paragraaf meer. Voordat je daar echter aan mag deelnemen dien je eerst een portfolioanalyse te schrijven, waarin je – heel verassend – een analyse van je portfolio beschrijft. Per rol beschrijf je tevens een situatie (die niet in je portfolio voorkomt) volgens de START methode (Situatie Taak Aandeel Resultaat Transfer). Wat heb ik meegemaakt? Wat moest ik doen? Etc. Naar ik heb vernomen is het een methode die ook tijdens sollicitatiegesprekken wordt gebruikt. Portfolio en Portfolioanalyse af en ingeleverd? Mooi: het laatste deel komt er aan.

Het Toetsstation
Binnen het rijk der beroepsproducten is er natuurlijk een rechtbank nodig: het toetsstation. Het toetsstation is feitelijk gezien niet meer dan een gesprek van zo’n 25 minuten met twee ‘assessoren’, dat de student voert voor het behalen van de vijf rollen op het gevorderde of competente niveau. Toch is de praktijk dat het toetsstation meer dan eens als een slachtbank gezien wordt. Of beter misschien: slagveld. De student strijdt gedurende het gesprek voor de erkenning van zijn of haar ontwikkeling. En daarbij gaat het er soms hard aan toe. Klotsende oksel verzekerd en meer dan eens agitatie, teleurstelling en woede.

Toetsstations vinden gedurende het schooljaar een aantal maal plaats. Hoofdzakelijk gedurende de laatste weken van ieder kwartiel, waarbij de student aan het begin van het kwartiel dienen op te geven of ze ‘op willen gaan’ voor een toetsstation, voor welke rollen en op welk niveau. Het toetsstation kent een aantal leidraden: de portfolio, de portfolioanalyse en natuurlijk ‘het verhaal’ van de student. De twee assessoren hebben enigszins verschillende rollen. Eén van de twee is de hoofdassessor en krijgt het gehele portfolio (arme ruggen) en de portfolioanalyse te lezen, de ander alleen de portfolioanalyse. Dan wordt je gedurende 25 minuten opgesloten met twee mensen die je het hemd van het lijf vragen. Na deze 25 minuten mag je even ophoepelen en gaan ze in beraad. Dat is het ergste moment. Of misschien toch het volgende: de uitslag. Als je op een gegeven moment vijf maal  (voor iedere rol één keer) minimaal een ‘voldoende’ hebt gescoord voor het competente niveau: Gefeliciteerd! Tijd om de eed af te leggen.

In het volgende deel: valkuilen en voordelen

Getagged , , ,