eHealth of eHype?

Elke zorgverlener zal heden ten dage op enig moment in de week achter een scherm zitten. Nu vraag ik me nogwel eens af hoeveel tijd er verloren gaat met, zeg, de typsnelheden die minder digitaal onderlegde collega’s aan de dag leggen. Maar er zijn meer prangende vragen, want wat hebben we er aan al die ehealth systemen? Worden onze patiënten sneller beter? Is hun kwaliteit van leven groter? is de zorg veiliger? Typische evidence based practice vragen. Via de website van het Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice kwam ik een bespreking [1] van een systematische review [2] tegen die nu juist dit probleem aansnijdt. Hoeveel evidence hebben we voor het gebruik van al die technologie?

In de systematische review werden na een berg zift en weegwerk 53 systematische reviews opgenomen op drie gebieden:

  1. opslag, beheer en verzenden van data
  2. ondersteuning van klinische besluitvoering
  3. ‘telezorg’

Bottom line: er is op deze gebieden maar beperkte evidence voor positieve effecten voor handen, ondanks redelijk tot goede systematische reviews. Er is enig bewijs dat richtlijnen beter werden opgevolgd en dat het voorschrijven van medicatie tot minder bijwerkingen leidt als daarbij gebruik wordt gemaakt van ICT, maar verder… Natuurlijk heeft ook deze systematische review z’n beperkingen, maar de auteurs lijken adamant:

Our greatest cause for concern was the weakness of the evidence base itself. A strong evidence base is characterised by quantity, quality, and consistency. Unfortunately, we found that the eHealth evidence base falls short in all of these respects.

En dat betekent eigenlijk dat er miljarden gepompt worden in technologie waarvan we niet kunnen zeggen dat deze nu zo heilzaam is. In de woorden van Hester Vermeulen en Dirk Ubbink, de auteurs van de bespreking:

Hoewel eHealth vooral door beleidsmakers breed wordt toegejuicht, blijkt de empirische basis hiervoor nog erg smal. Het mankeert vooral aan inzicht in de kosteneffectiviteit en het effect op uitkomsten op patientniveau.Omdat het tij voor eHealth-toepassingen niet lijkt te keren, is het aan te raden om huidige en toekomstige eHealth-projecten en –implementaties op rigoureuze wijze te evalueren.

Oef…

literatuur

  1. Vermeulen, H & Ubbink D (2011) The impact of eHealth on the quality and safety of health care: a systematic overview.Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice 9(3), 10
  2. Black, A. D., Car, J., Pagliari, C., Anandan, C., Cresswell, K., Bokun, T., McKinstry, B., Procter, R., Majeed, A., & Sheikh, A. (2011). The impact of eHealth on the quality and safety of health care: A systematic overview. PLoS Med , 8 (1), e1000387+. [fulltext]
Getagged ,

4 thoughts on “eHealth of eHype?

  1. Als ik het goed begrijp is het PLoS-artikel een direct gevolg van het rapport voor de The NHS Connecting for Health Evaluation Programme (NHS CFHEP) die (dezelfde) auteurs hebben geschreven.
    http://www.haps2.bham.ac.uk/publichealth/cfhep/ (links daar zijn dood)

    Hier rapport

    http://www1.imperial.ac.uk/resources/32956FFC-BD76-47B7-94D2-FFAC56979B74/ [PDF]

    Wat ik daar toen van begrepen heb, staan of valllen de systemen o.i.v. automatisering, toegang en standaardisatie etc. (veel werk in Engeland wordt/werd nog op papier gedaan).

    Misschien staat dat ook allemaal wel in het PLoS-artikel. Ik zal het nog eens lezen.

  2. In beide publicaties verhaalt men idd over dezelfde systematische review

  3. Annemiek zegt:

    Ik heb zo het idee om hierin research te doen het heel moeilijk is om niet appels met peren te gaan vergelijken. Bijvoorbeeld het ene telehealth is het andere niet. Iemand met een verse pacemaker kan die thuis gechecked krijgen, automatische herinneringen om medicatie in te nemen of nieuwe op te halen, bloeddruk en pols automatisch doorgeven; allemaal telehealth, goede research lijkt me hierin best moeilijk. In Nederland zal op afstand een patient bezoeken wat minder uitmaken dan als je in de boonies van Montana zit waar iemand uren moet rijden om bij een dokter te komen.
    Uitwisseling van gegevens zie ik waar ik werk nu in rontgenfoto’s; foto wordt gemaakt, rontgenloog zit ergens thuis of op zijn kantoor en ‘leest’ de foto. Veel artsen zijn aangesloten bij het laboratoriumsysteen van het ziekenhuis en kunnen uitslagen ophalen.
    Hoe ga je dat allemaal vergelijken wat wel en niet werkt? Maar er gaat heel wat geld in zitten, het is wel nodig om goed te weten wat wel en niet werkt.

  4. Het gaat om een synthese van het nu beschikbare bewijs op verschillende vlakken. En dat is grotendeels afwezig (in de vorm van systematische reviews). Dat is als zodanig zorgelijk, gezien de hoeveelheid aan resources die er in gepompt wordt. De auteurs zelf geven ruiterlijk toe dat hun zoekstrategie nieuw is en dat er plussen en minnen gezet kunnen worden. Maar om rationele onderbouwing te geven van beslissingen is dat wel een vereiste.

    Natuurlijk heb je een punt dat de omstandigheden van een specifieke patiëntenpopulatie waarop je evidence based practice wil toepassen bepalend zijn bij het beantwoorden van de vraag in hoeverre de uitslag van een onderzoek relevant is voor je patiënten. Dat is bij iedere vorm van onderzoek het geval (externe validiteit)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: