Vrouwen en hun stereotypisch slechte rekenvaardigheid?

Vrouwen kunnen niet rekenen.

Althans, daar lijken ze zelf nogal eens van overtuigd te kunnen worden. Volgens mij valt het allemaal wel mee, waarbij ik anekdotisch kan vermelden dat mijn vriendin me vrij makkelijk verslaat tijdens een potje hoofdrekenen. Maar de invloed van stereotypen zijn grosso modo wél meetbaar aanwezig in testen, waarbij men spreekt van ‘stereotype dreiging’. Neem bijvoorbeeld onderstaande grafiek. Daarin worden de uitslagen van mannen en vrouwen weergegeven die, verdeeld over drie verschillende groepen dezelfde wiskundetoets maakten. In de ‘Problem Solving’ groep kreeg men te horen dat het ging om een toets waarbij algemene cognitieve vaardigheden werden getest. De ‘Math Test’ groep kreeg te horen dat het ging om een wiskundetest om de verschillen tussen mannen en vrouwen te meten:

De hoogte van de balk geeft de testscore aan. Lichtblauw = mannen, donkerblauw = vrouwen. Afbeelding: Cognitive Daily.

In de Math Test groep lijken vrouwen dezelfde toets dramatisch veel slechter te doen! Het wordt echter interessant in meest rechter kolom. Hierin worden de uitslagen weergegeven van de groep die te horen kreeg dat gevoelens van stress voor de toets bij vrouwen veroorzaakt zouden kunnen worden door stereotypering van geslacht.  (i.c de overtuiging dat vrouwen minder goed zijn in wiskunde) Toelichting lijkt me verder overbodig. De grafiek is overigens netjes gejat van het helaas opgeheven weblog Cognitive Daily waar ze weer leentjebuur hebben gespeeld bij een studie door Ambady et al. (2001).

In een nieuw artikel op Not Exactly Rocket Science n.a.v. een studie door Miyake et al. (2010) is een soortgelijke situatie beschreven. Ditmaal gaat het om vrouwen op een opleiding natuurkunde en bestond de interventie uit 15 minuten schrijven over enkele zaken die men van grote waarde schatte in het leven. Een controlegroep liet men waarden kiezen die ze zelf het minst belangrijk vonden. Hiervan beschreven ze het belang voor anderen. Beide groepen schreven tweemaal een stukje, aan het begin van een 15 weekse introductie in de natuurkunde. In totaal deden 283 mannen en 116 vrouwen mee aan het onderzoek. De deelnemers werden door loting ingedeeld in de interventie- of controlegroep en het geheel werd geleid door medewerkers die geen net als de studenten geen weet hadden van het onderzoek; ze waren allemaal wijsgemaakt dat de opdrachten bedoeld waren om hun schrijfvaardigheid te verbeteren. Komt ‘ie:

schrijftest grafiek

Wit = vrouwen, grijs = mannen. Afbeelding: Not Exactly Rocket Science

De linker grafiek geeft de mediane uitslagen van vier examens weer, de rechter grafiek van een toets om algemene kennis van natuurkundige principes te testen. (FMCE) De verschillen tussen mannen en vrouwen waren flink (en zo te zien significant) kleiner in de interventiegroep. En dat met een dergelijk simpele ingreep. Verbluffend! Ik vraag me wel af wat we aanmoeten met het (significante) verschil tussen mannen in de controle en interventie groep in de linker grafiek. (zie hier en hier voor meer kritische kanttekeningen bij de statistiek en conclusies die Myiake et al op de cijfers baseren)

Zou het weerslag hebben binnen de verpleegkunde? Op Ars GeriatriCare is het onderwerp ‘verpleegkundig rekenen’ reeds een aantal keren aangesneden. Laat me u verzekeren dat de stress bij rekentoetsen gedurende de opleiding doorgaans kan worden aangesneden. Je moet dan sommetjes oplossen als:

Een patiënt moet 3,9 liter infuus per 24 uur hebben. Je hebt geen infuuspomp tot je beschikking.
Bereken de druppelsnelheid per minuut

of:

Je moet een 500 ml glucoseoplossing van 2,5% maken.
Hoeveel mg glucose heb je nodig?

Voor zo’n toets moet je een tien halen. Met als gevolg dat we als beroepsgroep zakken als een baksteen in vrije val, ook als we na de diplomering vrij worden gelaten in de wijde zorgwereld. In de Nursing van deze maand worden percentages genoemd van pak ‘em beet 5%. Dat is frappant, aangezien iedere verpleegkundige ooit een tien moet hebben gehaald voor zijn of haar rekensommetjes. Maar in het licht van het bovenstaande beschreven roept één  vraag om beantwoording: in hoeverre is het constante gehamer op de slechte rekenvaardigheden van verpleegkundigen contraproductief? (waarmee ik niet wil zeggen dat we er niet over moeten spreken!) Is er sprake van dubbele pret vanwege de oververtegenwoordiging van vrouwen? In ieder geval is het voor mij duidelijk dat het inprenten van stereotypen weinig bevorderlijk is. Ter verdere onderbouwing enkele punten die ik aan dit document heb ontleend. Want het gaat niet alleen om stereotypering van vrouwen. Er werd in onderzoek slechter gescoord wanneer:

  • Afrikaans-Amerikaanse en Latino’s opzettelijk werden vergeleken met blanken
  • Studenten met lage sociaal economische status (SES) deelnamen aan testen gekenmerkt als indicatoren van intellectuele capaciteiten
  • Blanke mannen in wiskundetoetsen werden herinnerd aan de superioriteit van Aziatische mensen in wiskunde
  • Aziatische vrouwen werden gestereotypeerd als vrouwen.

Salliant: de Aziatisch vrouwen presteerden beter wanneer hun afkomst positief werd gestereotypeerd! Lees o.a. hier en hier voor meer over stereotype dreiging.

Zouden exercities zoals de beschrevene door Miyake en Ambady ook effectief zijn bij plegen (in spé)? Het zal wellicht lastig worden om genoeg mannen bij elkaar te vinden om tot enig onderscheidend vermogen (‘power’) te komen in een onderzoek, maar binnen de groep vrouwen lijken de verschillen flink. Of zouden binnen de verpleegkunde juist significante verschillen ten nadele van mannen meetbaar zijn?

Nu maar hopen dat de enorme lezersaantallen van dit weblog goede blindering tijdens zo’n onderzoek niet in de weg staan…

Ambady, N., Shih, M., Kim, A., & Pittinsky, T. L. (2001). Stereotype susceptibility in children: Effects of identity activation on quantitative performance. Psychological Science, 12(5), 385-390. [Pubmed]

Miyake, A., Kost-Smith, L. E., Finkelstein, N. D., Pollock, S. J., Cohen, G. L., & Ito, T. A. (2010). Reducing the Gender Achievement Gap in College Science: A Classroom Study of Values Affirmation. Science , 330 (6008), 1234-1237. [DOI]

Advertisements
Getagged , , , , ,

5 thoughts on “Vrouwen en hun stereotypisch slechte rekenvaardigheid?

  1. wilmamazone schreef:

    Kwam er toevallig net wat over tegen ;-):
    http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/44223411/

    Slimme schrijftruc
    Opsteloefening maakt vrouwelijke studenten beter in natuurkunde

    Een simpele schrijfoefening kan studenten helpen beter te presteren in exacte vakken, zoals natuurkunde. Maar het werkt alleen bij studenten die ten onrechte bevooroordeeld zijn over hun eigen kunnen.

    Vrouwen kiezen minder vaak voor een studie in een exacte of technische richting dan mannen. Dat is niet alleen in ons land zo; andere Westerse landen kennen het fenomeen ook. Maar komt dit nou doordat vrouwen ook echt slechter zijn dan mannen in exacte vakken zoals wiskunde en natuurkunde; of ligt het ergens anders aan?

    Over die vraag zijn al………

    Ik ben van 1949 en na de lagere school (alleen meisjes) kwam ik terecht op weer een meisjesschool. Wiskunde, algebra, scheikunde, meetkunde werd niet gegeven, want dat was niet nodig voor meisjes. In plaats daarvan wel naailes in een lokaal vol naaimachines, want verder leren kon toch echt niet als je later met name de broek van manlief niet korter kon maken.
    De geschiedenis herhaalde zich ong. bij mijn dochter die- na enkele lage punten- van de wiskundeleraar het advies kreeg om dat vak maar te laten vallen, want meisjes en wiskunde! Stond ik uiteraard op m’n achterste poten en legde het probleem voor aan een wiskundeleraar die ik kende vanuit een vereniging. Mijn dochter is daar zeggen en schrijven 2 x naar toe geweest voor bijles, want het was al snel duidelijk dat ze het wel kon/prima begreep. De fouten kwamen louter door onzekerheid.
    Om een lang verhaal kort te maken: dat was op de Mavo en uiteindelijk is ze op de Havo geslaagd met een 8 voor wiskunde.
    Tegenwoordig is ze werkzaam in een technisch beroep en daar wordt nog steeds vreemder tegenaan gekeken dan je zou mogen verwachten.

    Hier wil ik het voor nu bij laten, maar manomanmoman!!!! Reken maar dat ik een boek kunnen schrijven over al dit soort vooroordelen.

  2. wilmamazone schreef:

    Bij de weg:
    Deze link werkt niet *nieuw artikel op Not Exactly Rocket Science*

    • Bram Hengeveld schreef:

      Link fixed. Thnx.

      Het lijkt me interessant om te weten hoe de achtergrond van de verpleegkunde, de huidige samenstelling van de vakgroep en de visie en druk vanuit de maatschappij samenwerken. En natuurlijk: hoe lossen we het op? Alle verpleegkundigen aan de schrijfopdracht? Op belangrijke waarden reflecteren is iets dat op zich relatief vaak voorkomt in opdrachten.

      Boke schrijft overigens:

      Bij de mannelijke studenten maakte het geen verschil in welke groep ze zaten.

      In de ‘exam score’ groep was er wél een significant verschil tussen de mannen in de controlegroep en de mannen in de interventiegroep. In de FMCE groep was dat niet het geval.

  3. Bram Hengeveld schreef:

    Een reactie op NERS, dat ik vond toen ik een beetje op zoek ging naar wat verdieping in de statistiek:

    How did they calculate the error bars? What do they represent? 95%?
    The error bars seem to be about (+/-) 1-2% in size. Since the sample sizes were presumably around 58 and 141 (although intriguingly they seem to be different for the control and value-affirming groups), the spread is reduced by a factor of about 7 or 12 by the averaging process. That suggests there is quite a broad spread in the raw data.
    Presumably this isn’t the uncertainty in the exam score as a measurement of performance (or they’d be useless as exams). So my guess would be that there is a spread of abilities, from high to low, and the concern being considered here is that more than the expected number of low ability students coincidentally get picked for the control group.
    There are lots of ways that odd distributions of ability could mess things up. For example, if most students score about 70 with only a few very weak students who would score very low, the odds of most of those ending up in the control group by chance are significant. You could estimate the spread of abilities by looking at the exam results.
    Assuming the statistics are calculated correctly, there does appear to be an effect here. But the rest of the discussion – that the difference is due to stereotyping, that the difference is due to women thinking they can’t do physics, that the effect works by boosting self-confidence – all seem to be unsupported speculation. Is there any evidence for these statements?

    Dat lijken me op zich terechte vragen.

  4. […] Het origineel is van Lancelot Victor Edward Pinard ofwel Sir Lancelot en komt (hoe toepasselijk) uit de film “I Walked With A Zombie” (1943). Opmerkelijk? In het eerste filmpje is nog te zien dat vrouwelijke verpleegkundigen toen nog wel konden rekenen. […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: