Het sterven in – en van – een oud lichaam.

Dirt, decay, decline and death: daar wil ik vandaag eens wat over schrijven. Niet in de laatste plaats omdat op Ars GeriatriCare de laatste tijd wat te weinig is geschreven over die ‘geriatricare’. Maar in het licht van een grote aandacht voor het ‘active aging’ discours, waarin 100 jarigen nog druk aan het kogelstoten zijn, of 80+ jarigen beginnen met een studie filosofie, lijkt het me ook wel eens goed om de andere kant te bekijken: dirt, decay, decline and death dus. Vuil, verval, afwijzing en de dood. Gezellig klinkt het niet, belangrijk is het wel.

Anna Whitaker

Anna Whitaker (2009) schreef er een bijzonder interessant artikel over in Journal of Aging Studies. Want, om met Anne Mei The te spreken: wat betekent het nu om in een verpleeghuis te wachten op de dood? En dan met name: welke plaats neemt het lichaam in dat proces in? Whitaker stelt dat vanuit een diep geworteld dualisme (waarin lichaam en geest gescheiden zaken zijn) de aandacht voor juist dat (vervallende) lichaam achterwege is gebleven. Iedereen die een mens met bijv. een CVA of hersentumoren heeft verpleegd, weet echter dat die lichamelijke ‘ontsporing’ een vergaand effect op de psyche zal hebben. Hoewel het volgens Whitaker belangrijk is geweest dat het proces van ‘positieve’ veroudering veel aandacht heeft gekregen, zou het een tekortkoming zijn om die andere kant – die we wellicht liever niet zien – onderbelicht te laten.

Om ook hier zicht op te krijgen dook Whitaker in Stockholm het verpleeghuis in: zeven maanden van participerend onderzoek en vele informele gesprekken vormden de basis voor haar artikel ‘The body as existential midpoint—the aging and dying body of nursing home residents‘: het lichaam als existentieel middelpunt: het verouderende en stervende lichaam van verpleeghuisbewoners. In het artikel beschrijft ze vijf thema’s die in haar onderzoek naar voren zijn gekomen en die ik zal trachten te ontleden in de rest van deze blogpost:

  1. the incapable body
  2. bodily needs – bodily dependance
  3. bodily change and alienation
  4. the inevitable death of the body
  5. body stories and ‘body wanderings’

Het lichaam dat niet meer kan

De ouderdom komt met gebreken: een bekend gezegde, dat geladen is met de overtuiging dat ziekte hoort bij de ouderdom: je kunt er vergif op innemen dat bijvoorbeeld je geheugen achteruitgaat. Whitaker ontdekte echter dat het voor de bewoners die ze sprak niet iets was waar ze ‘rekening’ mee hielden gedurende hun leven. Het lichaam stelde hen voor ernstige – en plotselinge – verstoringen van hun levensvisie en plannen. Whitaker citeert verpleeghuisbewonders Agnes en Sigrid:

Sigrid yawns, “I feel old and tired, and I had a bad night last night, I’m so exhausted.” Agnes gently rubs her legs. “My legs and feet hurt so today.” She strokes her lips. “There is something here, something rough …” I say that her lips are dry. Her eyes are sleepy and filled with tears. “I need to get to an examination room.” she says suddenly. “Examination?” “Yes, so I can get well again. That’s what I want.”

Andere belangrijk aspecten van ‘het lichaam dat niet meer kan’ waren de veelvuldige aanwezigheid van pijn en moeheid. Maar ook incontinentie kan een belangrijke rol spelen met als gevolg schaamte, vernedering en frustratie vanwege het lichaam dat niet meer kan

Lichamelijke behoefte en afhankelijkheid

Bewoners van een verpleegafdeling hebben 24 uur per dag zorg en toezicht nodig. Zonder die zorg zou het – letterlijk en figuurlijk – een puinhoop worden, maar mét die zorg is het ook lang niet altijd een pretje: men is afhankelijk van anderen en beperkt in het doen en laten. Die twee aspecten kunnen ook samen gaan, waardoor de ander de beperking oplevert:

If I say something … or if I say no, they [the staff] do what they like with me anyway… (Oscar, 87).

Het eerste waar ik dan aan denk zijn zaken als ‘toiletrondes’ en iedereen voor 10 uur schoon en gestreken aan tafel. Whitaker heeft het bij de bespreking van de behoeftigheid ook over de relatie met ‘kwetsbaarheid’ en ‘de werkelijke behoefte aan zorg’; behoeftigheid werd als minder belangrijk (‘subordinate’) ervaren. Zij stelt verder dat de verhouding tussen autonomie en afhankelijkheid niet zouden moeten worden gezien als tegenpolen, maar als complementair en co-existerend: afhankelijkheid is – altijd – een onvermijdbaar aspect van het leven en kan als zodanig niet worden toegeschreven aan bijvoorbeeld de achteruigang van het leven. (al zal dit afhankelijkheid onherroepelijk vergroten)

Misschien interessant is het vermelden van wat Annelies van Heijst (2008) over behoeftigheid en kwetsbaarheid zegt. In haar boek ‘Menslievende Zorg’ besteedt ze vrij uitgebreid aandacht aan het verschil tussen deze twee zaken. Ze stelt dat behoeftigheid en afhankelijkheid verschillen in de wijze waarop ze gevaar kunnen opleveren voor de mens: de behoeftige mens loopt gevaar wanneer er ‘gelaten‘ (niet gedaan) wordt, de kwetsbare mens loopt gevaar wanneer er (verkeerd) ‘gedaan‘ wordt. Ik vond het in ieder geval verhelderend, aangezien de twee woorden nogal eens als synoniem worden gebruikt, maar volgens de stelling van van Heijst duidelijk verschillen. But I disgress…

Lichamelijke veranderingen en ‘verafstandelijking’.

Een van de bewoners van het verpleeghuis stelde haar lichaam voor als ‘wrinkly, skinny, ugly and even stinky’. Rimpelig, mager, lelijk en zelfs stinkend. Precies die zaken die we in de hedendaagse maatschappij wensen te mijden als de pest, alhoewel ‘mager’ in dat opzicht een wat vreemde plek in lijkt te nemen. In het licht van het verpleeghuis valt dat echter te verklaren; ondervoeding is daar een veel voorkomend probleem.

De achteruitgang van het lichaam is een onontkoombaar proces, dat op een verpleegafdeling in alle hevigheid duidelijk wordt. Volgens Whitaker boden de bewoners die ze sprak weerstand aan dit verval: ze wilden er zo lang mogelijk mooi en goed verzorgd uitzien en lekker ruiken: naast een zekere mate van overgave was er dus ook sprake van weerbaarheid. Niettemin is het proces van afscheid moeten nemen van wat ooit het ‘eigen’ lichaam was veelal  aanwezig, zoals duidelijk wordt uit het volgende citaat van Marianne:

“There are no limits to human suffering” [she sighs] … (pause)…“This…look here!” [She lifts her arm and slaps the sagging skin of her upper arm] “This was once me; these are the remains of my past self.”

In dit citaat komt naar voren wat ik beoogde met de opzet van de titel van deze blogpost. Naast het gebruikelijke lichaam als instrument van ‘het zelf’ het lichaam is (‘sterven van’), is het lichaam ook het zelf (‘sterven in’). Het dualisme waarin lichaam en geest als gescheiden worden beschouwd, versplinterd in het licht van het oude en stervende lichaam. De hierboven aangestipte invloed van bijvoorbeeld een CVA op de psyche is heel belangrijk; iemands indentiteit veranderd ingrijpend ten gevolge van een (zuiver) lichamelijk proces.

Het proces van verafstandelijking van het lichaam (zoals ik ‘alienation’ vertaal) is daar echter ook een gevolg van. Het zelf en het lichaam komen niet meer overeen in behoefte en capaciteit. Wat ooit hét middel was om aan wensen te voldoen (het lichaam), draait nu de rollen om en geeft richting aan wensen, maar levert tegelijkertijd een beperking op aan de mogelijkheid om aan deze wensen te voldoen.

De onvermijdelijke dood van het lichaam

Praten over sterven gebeurde volgens Whitaker veel en was veelal verbonden aan de beleving van het lichaam. In de gesprekken werd de toekomst vaak bezien vanuit het uitzicht op de dood. Volgens sommigen was het een langzaam stervensproces, waarin stukje bij beetje steeds meer ingeleverd wordt.

You wither away day by day, and it feels as if death would come as a relief”

Interessant is wat Whitaker stelt over de aard van de vraag over het ‘waarom’ die de verpleeghuisbewoners stelden. Niet het ‘waarom ik’, of ‘waarom nu’, maar het ‘waarom op deze manier?’, was een veelgehoorde vraag, wat volgens Whitaker een duidelijke link oplevert met het lichaam dat het begeeft.

De verhalen van én door het lichaam

Het laatste onderdeel dat Whitaker behandelt betiteld zij als ‘body stories and ‘body wanderings’, wat zich wat lastig laat vertalen. Belangrijk is in ieder geval de constatering (ook door andere auteurs) dat de bewoners klaarblijkelijk wilden praten over hun lichaam. Whitaker citeert daarbij Frank, die stelt dat het vertellen van de verhalen twee kenmerken heeft: het is persoonlijk en sociaal.

Stories have to repair the damage that illness has done to the ill person’s sense of where she is in life, and where she may be going. Stories are a way of redrawing maps and finding new destinations. /…/ Stories of the illness have to be told to medical workers, health bureaucrats, employers and work associates, family and friends. Whether ill people want to tell stories or not, illness calls for stories

Het vertellen van verhalen vormt een manier om te compenseren voor de schade die wordt geleden t.g.v. lichamelijke achteruitgang. Maar het lichaam kan zélf ook een middel van communicatie worden, zoals Whitaker probeert duidelijk te maken met de beschrijving van een gesprek met Elin, een 94 jarige vrouw met een dementie:

She bares her arm, takes my hand and puts it on top of a bruise, looks at me and then lowers her eyes. I gently pass my hand over the bruise and say quietly: “Oh, what happened here?” She keeps silent, takes my hand again and puts it to her cheek. Her face is wrinkled and her mouth without teeth. Crust in her face and matter in her eye. Thin and transparent. I fondle her cheek. She says something inaudible, for a long time keeps on murmuring something impossible to make out. Then after a while she says with an unexpectedly strong voice: “And what now?”

Elin raakt met Whitaker in gesprek over haar lichaam, maar ook door haar lichaam (a bodily wandering). Whitaker stelt in dit licht dat naast dat het oude lichaam vraagt om verzorging als object (bed-and-body-work), het ook een plek (of ‘arena’ zoals ze schrijft) is van communicatie, bevestiging en aanraking. Deze twee verschillende aspecten van het lichaam dienen duidelijk onderscheiden te worden, iets waaraan volgens Whitaker maar zeer zelden aandacht wordt besteedt in de ouderenzorg. Ik vraag me af of dat wellicht óók gevolg is van een dualistische kijk op lichaam en geest.

U – familie, vrienden en zorgverleners, bent in ieder geval gewaarschuwd! Waardeer het lichaam van de oudere in diens volle glorie én verval. Zie het niet als iets dat louter vraagt om een wasbeurt, maar ook als epicentrum van het bestaan. Een bestaan waarin dirt, decay, decline and death belangrijke onderdelen zijn.

Bronnen:

Van Heijst, A. (2008). Menslievende Zorg. Kampen: Klement

Whitaker, A. (2009). The body as existential midpoint—the aging and dying body of nursing home residents. Journal of Aging Studies. [DOI] [CUL]

Getagged , , , , , , , , ,

3 thoughts on “Het sterven in – en van – een oud lichaam.

  1. Guus zegt:

    Bedankt voor dit bericht!

  2. […] me gesproken, niet met me’) en privacy: het bed wordt publiek arbeidsterrein. Wie mijn blogpost over een onderzoek door Anna Whitaker heeft gelezen (of natuurlijk het onderzoek zelf), zal dat bekend in de oren […]

  3. […] Dirt, decay, decline and death: daar wil ik vandaag eens wat over schrijven. Niet in de laatste plaats omdat op Ars GeriatriCare de laatste tijd wat te weinig is geschreven over die ‘geriatricare’. Maar in het licht van een grote aandacht voor het ‘active aging’ discours, waarin 100 jarigen nog druk aan het kogelstoten zijn, of 80+ jarigen beginnen met een studie filosofie, lijkt het me ook wel eens goed om de andere kant te bekijken: dirt, decay, decline and death dus. Vuil, verval, afwijzing en de dood. Gezellig klinkt het niet, belangrijk is het wel. Anna Whitaker (2009) schreef er een bijzonder interessant artikel over in Journal of Aging Studies. Want, om met Anne Mei The te spreken: wat betekent het nu om in een verpleeghuis te wachten op de dood? Lees verder […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: