Mevrouw heeft een plekje op haar stuit… Update 2009

[noot: dit is een ‘heruitgave’ van een in juni 2008 verschenen blogbericht. Het origineel is hier te vinden. De nieuwe versie is op een aantal punten aangepast. Zo hebben sinds het originele blogbericht alweer twee nieuwe LPZ metingen plaatsgevonden en verscheen er in december 2008 een systematische review over de behandeling van decubitus in JAMA.]

Decubitus: wie heeft er niet van gehoord of ermee te maken gehad tijdens de opleiding, stage of het werk? Duizenden hebben het gezien, gevoeld en/of geroken. In de 17e eeuw duikt de term decubitus op, afgeleid van het Latijnse woord decumbere dat ‘zich neerleggen’ betekent. Om precies te zijn wordt er in 1777 door Wohlleben gesproken van gangraena per decubitum, ‘afsterven door te gaan liggen’. De link met bedlegerigheid lijkt dus al heel lang duidelijk te zijn, al weten we nu natuurlijk dat decubitus meerdere oorzaken kan hebben. (bijv. decubitus van de urethra t.g.v. een verblijfskatheter, of ‘doorzit’-plekken t.g.v. rolstoelgebruik). Voor meer actuele opvattingen en kennis: lees verder onder de streep.

Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ)
Zoals gesteld heeft de LPZ sinds de vorige ‘mevrouw heeft een plekje op haar stuit’ alweer twee keer plaatsgevonden. Mocht je niet weten wat de LPZ is, kijk dan even hier. Bijna 30.000 zorgvragers, verdeeld over 247 instellingen door heel het land deden mee aan de LPZ meting van 2009. Binnen die instellingen was tezamen sprake van een respons van 98%. Meer dan de helft van de deelnemers bevond zich in een verpleeg- of verzorgingshuis. (Halfens et al., 2009). In 2008 namen er 308 instellingen en iets meer dan 36.000 zorgvragers deel, in 2007 resp. 366 en bijna 43.000. (Halfens et al., 2007; Halfens et al., 2008) Over die afname wordt verder niet gerept, de exclusiecriteria zijn gelijk gebleven.

Decubitus 2009
Ook in 2009 kunnen we trots zijn op een dalende prevalentie van decubitus, zowel onder de algehele onderzoekspopulatie [fig], als onder de groep met een verhoogd risico (>21 punten op de Bradenschaal) [fig]. Waardoor dat precies komt kan men (nog steeds) niet precies zeggen, maar soit, we zijn op de goede weg. En dan het slechte nieuws: wij worden wel even heel kei-hard GEPWNED door onze Duitse collega’s! In Nederlandse verpleeghuizen heb je een acht keer(!) zo grote kans op decubitus als in Duitse verpleeghuizen.

In het algemeen hebben mannen iets meer kans op het ontwikkelen van decubitus dan vrouwen [fig]. In 2007 was dat verschil tussen mannen en vrouwen in de thuiszorg nogal groot [fig]. In de rapportage van 2009 wordt dit niet weergegeven. Wel is het grote percentage ernstige wonden in de thuiszorg afgenomen t.o.v. de voorgaande jaren, maar de thuiszorg blijft koploper op het gebied van wonden die langer dan 1 jaar duren [fig].

Decubitus kan volgen de LPZ niet worden bestempeld als een ouderenprobleem; alleen in het ziekenhuis is er een duidelijk verhoogde prevalentie onder ouderen. [fig] Wel is duidelijk dat co-morbiditeit een probleem is: in drie van de vier sectoren stijgt de prevalentie van decubitus met het toenemen van het aantal ziektebeelden bij een patiënt. De vierde, de thuiszorg, vertoont pas een stijging bij >5 ziektebeelden [fig]. Zorgafhankelijkheid is ook een belangrijke factor voor het ontstaan van decubitus. [fig] Ik vraag me wel af of vertekening door de verdeling van leeftijdscategorieën over de verschillende sectoren mogelijk is. Het zou interessant zijn om de prevalentie tegen de mate van co-morbiditeit afgezet te zien per sector.

Stuit en hielen liggen een straatlengte voor op andere plekken van het lichaam qua ontwikkelen van decubitus: van de 3.469 meegetelde wonden waren 38,1% te vinden op de stuit en 32% op de hiel. In het ziekenhuis was er opvallend vaker sprake van decubitusplekken op/bij de oren; 9,9% van het totaal aantal decubitusgevallen in het ziekenhuis; bij andere sectoren komt dit niet boven 3,1% uit. [fig]

Meten is weten?
In een onderzoek door Schoonhoven et al. (2002) kwam men tot de conclusie dat het gebruik van de drie standaard meetinstrumenten (Braden, Norton, Waterlow) geen voordeel opleverde bij het voorkomen van tweedegraads decubitus t.o.v. een controle groep. Nieuw onderzoek moet betere methoden opleveren. En dat is dus hard nodig. Een gedegen behandeling van 1e graads decubitus lijkt me pijnlozer, goedkoper en makkelijker voor alle partijen.

Mevrouw heeft een duur plekje op haar stuit
De kosten voor decubitus zijn niet mals, al lopen de schattingen nogal uiteen. Poos et al. (2008) beraamden deze namens het RIVM op zo’n 50 miljoen euro in 2005. Severens et al. (2002) leveren heel andere bedragen aan:

The cost-of-illness of pressure ulcers ranged from a low estimate of $362 million to a high estimate of $2.8 billion. The most conservative estimate is approximately 1% of the total Dutch health care budget.

Met name in het ziekenhuis wordt nogal wat gespendeerd aan decubitus, gevolgd door de ouderenzorg. Vanaf een leeftijd van 70 jaar nemen de uitgaven bij vrouwen flink toe tot een piek bij 80-84 jaar. [fig]

Decubitus voorkomen en behandelen
Bevindingen van Defloor et al. (2005) wijzen erop dat het toepassen van een drukverlagende (viscoelastische) matras inc. wisselligging om de vier uur een significante reductie van het aantal decubitusgevallen tot gevolg had, in vergelijking met standaard instituutmatrassen en meer frequente wisselligging (2 en 3 uur). Dat betekent dus minder tijd en meer profijt. Gelukkig maar, want wat betreft wondbedekkingen is het bewijs op z’n best wat magertjes. Reddy et al. (2008) publiceerden een systematische review in JAMA:

Relatively few RCTs evaluating pressure ulcer treatments follow standard criteria for reporting nonpharmacological interventions. High-quality studies are needed to establish the efficacy and safety of many commonly used treatments. There is little evidence from RCTs to justify the use of 1 support surface or dressing over alternatives. Similarly, there is little evidence to justify the routine use of nutritional supplements, biological agents, and adjunctive therapies compared with standard care. Clinicians should make decisions regarding pressure ulcer therapy based on fundamental wound care principles, cost, ease of use, and patient preference.

Een scala aan behandelmogelijkheden, met alginaten, zilververbanden, dressings en wat al niet meer zij. Maar eigenlijk weten we niet zo goed wat nu écht werkt. Het onderzoek dat er naar is verricht, is te slecht van kwaliteit om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen. Van de 103 RCT’s die men had gevonden voldeed er welgeteld één aan alle criteria van de CLEAR NPT. Reddy et al. concluderen dat men zich met name zou moeten toeleggen op het wegnemen van onderliggende problematiek.

Digitale camera’s
In Amerika (waar anders) zijn al gevallen geweest waarbij instellingen aangeklaagd zijn voor nalatigheid m.b.t. decubitus. (Levine et al., 2008) Zij gebruiken daarbij dan nogal eens een camera, om de wonden te fotograferen. Andersom kan het natuurlijk ook. Ik ben al een tijd benieuwd naar de mogelijkheden van het gebruik van digitale camera’s, als het gaat om communicatie naar behandelaren. Digitale camera’s worden steeds handzamer en beter en het versturen van een email is vlot gedaan. Ik kan me ook voorstellen dat het in de toekomst mogelijk is om wonden dan met behulp van een computer te analyseren. Tot die tijd is het onderzoek gedaan naar de effectiviteit van ‘photoassessments’ ook veel belovend. (bijv: Houghton et al., 2003)
Rajendran et al. (2006) geven aan dat het gebruik van digitale beeldtechniek het herkennen van eerste graads decubitus zelfs kan verbeteren:

“Preliminary results clearly indicate that the enhanced images exhibit higher contrast and make the pressure ulcer site more conspicuous to the examiner. The experiments show promising results even for subjects with black and dark brown skin colors.”

Bedenk daarbij ook dat de in de onderzoeken gebruikte camera’s stammen uit het spreekwoordelijke jaar nul. De huidige techniek zou een mijns inziens een enorme verbetering kunnen opleveren. Uit verschillende hoeken heb ik wel vernomen dat digitale camera’s gemeengoed aan het worden zijn, al zouden het meer hoeken mogen wezen. Dit zijn geen zaken waar de familie als eerste mee op de proppen moet komen!

Meer informatie:
Het LEVV biedt hulp in de vorm van hun ‘Decubitushandwijzer voor verzorgenden’ en andere fraaie publicaties, zoals een hele serie illustraties over verschillende houdingen, een clientenfolder en een overzicht van de verschillende gradaties van decubitus. Kijk voor (nog) meer informatie op hun website. Ook de website van de LPZ biedt natuurlijk de nodige informatie, ook over andere zorgproblemen dan decubitus.

Bronnen:
Defloor, T., De Bacquer, D., Grypdonck, M.H. (2004). The effect of various combinations of turning and pressure reducing devices on the incidence of pressure ulcers. International journal of nursing studies 42(1): 37-46 [DOI] [CUL]

Halfens, R.J.G., Meijers, J.J.M., Neyens, J.C.L., Offermans, M.P.W. (2007). Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen. Maastricht: Datawyse/Universitaire Pers [PDF] [CUL]

Halfens, R.J.G., Meijers, J.J.M., Neyens, J.C.L., Offermans, M.P.W., Schols, J.M.G.A. (2008). Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2008. Maastricht: Datawyse/Universitaire Pers [PDF] [CUL]

Halfens, R.J.G., Meijers, J.J.M., Neyens, J.C.L. & Schols, J.M.G.A. (2009). Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2009. Maastricht: Datawyse/Universitaire Pers [PDF] [CUL]

Houghton, P.E., Kincaid, C.B., Campbell, K.E., Woodbury, M.G. & Keast, D.H. (2003). Photographic assessment of the appearance of chronic pressure and leg ulcers. Advances in skin & wound care. 16(2):91-6 [URL]

Levine. J.M., Savino, F., Peterson M & Wolf CR. (2008). Risk management for pressure ulcers: when the family shows up with a camera. Journal of the American Medical Directors Association. (9) 360-363 [DOI]

Poos, M. J. J. C., Smit, J. M., Groen, J., Kommer, G. J. &Slobbe, L. C. J. (2008). Kosten van ziekten in Nederland 2005: zorg voor euro’s-8. Bilthoven: RIVM. [PDF] [URL] [CUL]

Rajendran PJ, Leachtenauer J, Kell S, Turner B, Newcomer C, Lyder C & Alwan M. (2006): Improving the detection of stage I pressure ulcers by enhancing digital color images. Conference proceedings : Annual International Conference of the IEEE Engineering in Medicine and Biology Society. Conference 2006;1:5206-5209 [DOI]

Reddy, M., Gill, S. S., Kalkar, S. R., Wu, W., Anderson, P. J. & Rochon, P. A. (2008). Treatment of pressure ulcers: a systematic review. JAMA : the journal of the American Medical Association. 300(22):2647-2662. [PDF] [DOI] [CUL]

Schoonhoven L, Haalboom J, Bousema M, Algra A, Grobbee D & Grypdonck M, et al. (2002). Prospective cohort study of routine use of risk assessment scales for prediction of pressure ulcers. BMJ, 2002; 325(7368): 797-800.” [DOI] [CUL]

Severens, J. L., Habraken, J. M., Duivenvoorden, S. & Frederiks, C. M. (2002). The cost of illness of pressure ulcers in the netherlands. Advances in skin & wound care, 15(2):72-77. [Pubmed] [CUL]

Advertenties
Getagged , , , , ,

One thought on “Mevrouw heeft een plekje op haar stuit… Update 2009

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: