keuze tussen kind en cabrio

afb: http://meren.org/gallery/alone/photos/01-Something-Mathematical.jpg

Hieronder heb ik een klein gedachte-experiment opgeschreven, met in de hoofdrol Nadine en haar BMW.

Nadine staat vlak voor haar pensioen. Ze heeft het grootste deel van haar spaargeld gestoken in een uiterst zeldzame en waardevolle oldtimer, een BMW cabrio, die ze niet heeft kunnen verzekeren. De BMW is haar lust en haar leven. Behalve het plezier dat ze beleeft aan het besturen en piekfijn onderhouden van haar auto, weet Nadine dat de stijgende marktwaarde ervan betekent dat ze hem altijd kan verkopen en na haar pensioen comfortabel zal kunnen leven. Als Nadine op een dag een tochtje gaat maken, parkeert ze de BMW bij het einde van een rangeerspoor en gaat en eind langs het spoor lopen. Daarbij ziet ze dat een onbestuurde trein zonder passagiers aan boord over het spoor komt aanrazen. Als ze verder het spoor afkijkt, ziet ze het kleine figuurtje van een kind dat zeer waarschijnlijk gedood zal worden door de onbestuurde trein. Ze kan de trein niet tegenhouden en het kind is te ver weg om te waarschuwen voor het gevaar, maar ze kan een wissel omzetten die de trein naar het rangeerspoor stuurt waar de BMW geparkeerd staat. Dan zal er niemand worden gedood – maar de train zal haar BMW verwoesten. Denkend aan het plezier dat ze van de auto heeft en de financiële zekerheid die hij vertegenwoordigt, besluit Nadine om de wissel niet om te zetten. Het kind wordt gedood. Jarenlang geniet Nadine van het bezit van haar BMW en van haar financiële zekerheid.

Het verhaal van Nadine  heb ik overgetypt uit Peter Singer’s ‘Een ethisch leven’ (Singer, 2001).   Singer heeft het gedachte-experiment overigens weer van de filosoof Peter Unger.  Over Peter Singer heb ik eerder geblogd en zijn ideeën blijven me boeien. ‘Een ethisch leven’ biedt daarvan een fraai overzicht en is voor vijf euro (bij De Slegte) trouwens een prima koopje.

Gebruikmakend van het verhaal van Nadine probeert Singer ons een spiegel voor te houden. Ongetwijfeld heb je gedacht dat Nadine een slechte daad heeft begaan door haar BMW niet op te offeren. Hoe bestaat het dat iemand een BMW belangrijker vindt dan het leven van een kind? Ongehoord!

Welnu, zo redeneert Singer, als je in de spiegel kijkt, zie je Nadine. Of Bob, zoals de hoofdpersoon heet in de versie van Singer. Dagelijks nemen we beslissingen waarbij we het leven van vele kinderen minder waarderen dan bijzonder triviale zaken zoals parfum, de uitslagen van het voetbal of een bepaald type TV of schoen. Voor werkelijke hulp aan kinderen ben je beter af bij UNICEF, maar er is niets dat ons belet om het gedachte-experiment hier voort te zetten:

Zoals gezegd ben ik er vrij zeker van je zult hebben gedacht dat Nadine een moreel verwerpelijke keuze heeft gemaakt. (en ik denk dat je daarin gelijk hebt) Wellicht denk je ook dat je een dergelijke keuze nooit zou maken. Niettemin valt er het een en ander voor te zeggen dat wij, als leden van de westerse maatschappij dagelijks vergelijkbare keuzes maken. Het kind op het spoor staat symbool voor kinderen in gebieden zoals Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan een (onaanvaardbaar?) groot aantal nooit volwassen zal worden vanwege makkelijk behandelbare aandoeningen zoals diarree. Als natie zorgen wij voor ontwikkelingshulp met besteding van ongeveer 1% van ons BNP en daarmee staan we in de wereldtop. Kunnen wij op basis van die wetenschap ons geweten tevreden stellen terwijl we zittend op een nieuwe bank, gehuld in de laatste mode een flatscreen van 40 inch bedienen m.b.v. een afstandsbediening? Alhoewel het gedachte-experiment van origine is bedoeld voor een overdenking van onze morele verplichtingen t.o.v. ontwikkelingslanden, denk ik dat er wat valt te zeggen voor het toepassen van de metafoor op onze huidige ouderenzorg: ook die lijkt af te stormen op grote problemen en wordt vanuit verschillende hoeken weergegeven als een plek waarin onderbezetting, te mager onderwezen personeel en financiële onzekerheden de zorg grote parten kunnen spelen. ‘In de wachtkamer van de de dood’ geeft hiervan (The, 2005) een indringend beeld vanuit antropologisch perspectief.

Stelt u zich nu eens voor dat het kind in het gedachte-experiment juist een oudere is (voor de duidelijkheid stellen we ons een zeer hulpbehoevende dementerende voor). Bob vervangen we door de maatschappij als geheel. De afstand die Bob in het originele idee belet om naar het kind toe te sprinten en het te redden symboliseert de afstand tussen de maatschappij en de dementerende oudere, de trein symboliseert de invloed van de verschraling van zorg; we weten zelf wanneer deze het hardst toe zal slaan als het gaat om de invloed van de vergrijzing. Over ongeveer 25-30 jaar telt Nederland zoveel ouderen dat de zorg op de huidige wijze vrijwel onmogelijk voortgezet kan worden.

De maatschappij echter ziet, net als in het geval van de doorsnee hongerlijdende mens, de dementerende niet. Nou ja, zo af en toe wel; een nieuwsitem over het stikken van een bewoner in een Zweedse band wil de gemoederen nog wel doen oplaaien. Dan vragen we ons af hoe dat kan in zo’n beschaafd land als Nederland. Maar het werkelijke leed (Het ‘toegevoegde leed’ zoals Annelies van Heijst (2008) dat beschrijft) dat veroorzaakt wordt vanwege onze gezondheidszorg voor ouderen blijft grotendeels verborgen. Het is niet mijn intentie om een zwartgallige post te schrijven over hoe slecht het allemaal wel niet gaat in de Nederlandse Zorg. Welnee, ik heb betere dingen te doen. Zoals een post schrijven over de gehele Nederlandse Maatschappij. (Nederland is klein, denk groot!) Deze post dus. We klagen wat af; die premies zijn allemaal zo hoog en de ziektekosten, bla bla bla… Maar met zoveel grijs haar op komst in Nederland is dat allemaal nog niets. Oude mensen zijn duur. In de buurt van de 80 spreek je gemiddeld over zo’n 50.000 euro maatschappelijke kosten voor gezondheidszorg per persoon per jaar. We gaan met z’n allen dus het nodige moeten ophoesten. Tenzij we als maatschappij beschaafd genoeg zijn om op den duur ook voor de ouderenzorg met de collectebus rond te moeten gaan. Daar kunnen we dan een duit in deponeren en ons tevreden voelen. Net zoals bij de kindjes ten zuiden van de Sahara. Zapt wel zo lekker op een 40 inch plasmascherm.

Singer, P. (2001). Een ethisch leven. Utrecht: Het Spectrum
ISBN: 90-274-0024-5

The, A.M. (2005). In de wachtkamer van de dood. Over leven en sterven in het verpleeghuis. Amsterdam: Rainbow Pockets
ISBN: 90-808113-7-8

van Heijst, A. (2008). Menslievende zorg. Een ethische kijk op professionaliteit. Kampen: Klement.
ISBN: 90-77070-39-7

90-808113-7-8
Getagged ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: