Hoeveel zorg heeft iemand nodig?

afb: door Aussiegal (via Flickr)

Als verpleegkundige gerontologie-geriatrie in opleiding dien ik mij te bekwamen in het analyseren en interpreteren van de ‘zorgzwaarte’ van een cliënt. In de praktijk komt dat vaak neer op ‘hoeveel tijd hebben we nodig voor de verzorging van een cliënt’? In het HBO competentieprofiel Verpleegkundige Gerontologie Geriatrie lezen we:

Kerncompetentie 8. Om ervoor te zorgen dat de zorgvrager de zorg krijgt die hij nodig heeft, als zijn situatie zich wijzigt of zich anders ontwikkelt dan ten tijde van het indicatiebesluit werd verwacht, brengt de VGG een herindicatieadvies uit. (Mast & van Vliet 2008)

Maar hoe doe je dat? Waar dien je op te letten? Thorsell et al. (2006) helpen ons uit de brand. Althans, voor een deel. In ‘Can care of elderly be measured? a method for estimating the individual care of recipients in community health care‘ onderzochten zij een classificatiesysteem om de hoeveelheid zorg die nodig is te bepalen. In de loop der jaren zijn hier verschillende systemen voor ontwikkeld en een vrij recente telg in die familie is gebaseerd op het Time in Care (TiC) classificatiesysteem.

Het meetinstrument

Om aan de hand van het TiC systeem te bepalen hoeveel zorg en tijd voor die zorg nodig is, bestaan er twee instrumenten: de TiC-On en de TiC-Ot, waarbij de eerste de behoefte (need) en de tweede de benodigde tijd (time) om te voorzien in de zorgbehoefte aangeeft. Het originele classificatiesysteem gaat voor het meten van de behoefte aan zorg uit van vier dimensies te weten ‘Common Care’ (algemene zorg), ‘Medical Care’ (medische zorg), ‘Cognitive Dysfunction’ (cognitieve disfunctie) en ‘Rehabilitation’ (revalidatie).  Per dimensie zijn er een aantal items (in totaal 25) gedefinieerd, die aan de hand van een vierpuntsschaal gescoord kunnen worden. Hierbij staat 1 voor minimale behoefte aan zorg en 4 voor (praktisch) gehele afhankelijkheid van zorg. Voor het meten van de benodigde tijd zijn er drie dimensies: directe tijdsinput, indirecte tijdsinput en input aan tijd op de afdeling.

Opzet van het onderzoek

Om uit te zoeken of het TiC classificatiesysteem voldeed aan de behoeften van de praktijk werd tussen januari 2001 en december 2003 in  13 zorginstellingen  in Zweden een prospectief longitudinaal onderzoek gehouden. In totaal ging het om 560 zorgvragers, waarvan er 55 niet mee konden doen aan het onderzoek. De onderzoekers wilden weten of het TiC systeem een valide en betrouwbaar systeem is en hoe het optimaal in de praktijk ingezet kan worden. Hiertoe werd de TiC-On afgenomen door een EVV en een verpleegkundige (die hierin geschoold werden door een van de onderzoekers) en werd gedurende twee dagen iedere ochtend de TiC-Ot uitgevoerd op de verschillende afdelingen door een van de onderzoekers. Om te bepalen of bij het gebruik van het systeem veranderingen in de zorgbehoefte waargenomen werden. Ook werd de zgn. ‘inter-rater reliability’ gemeten bij 78 zorgvrager, zodat kon worden vastgesteld of scores niet teveel afhankelijk waren van interpretatie door de zorgverlener.

Resultaten

Uit de resultaten blijkt dat het TiC systeem versimpeld kon worden. De oorspronkelijke vier dimensies konden teruggebracht worden naar drie (Common Care, Medical Care en ‘Cognitive Dysfunction) en het aantal items van 25 naar 19. Ook bleek dat de inter-rater reliability goed tot excellent was en dat metingen gevoelig waren voor veranderingen in de gezondheidstoestand (en daarmee behoefte aan zorg) van de cliënten. De onderzoekers concluderen dat het TiC systeem een valide en betrouwbaar instrument voor het bepalen van zorgbehoefte en tijd is. Een interessant gegeven dat tijdens het onderzoek ook naar boven kwam: alhoewel uit de metingen bleek dat de behoefte aan zorg en de aan zorg benodigde tijd niet gelijk verdeeld waren over de verschillende afdelingen, was het aantal zorgverleners dat wel. M.a.w.: bezetting en behoefte waren niet optimaal op elkaar afgesteld. In deze tijden waarin het financiële aspect van zorg in toenemende mate belangrijk (en beknellend?) is, roepen dergelijke gegevens ethische vragen op. Eerlijk zullen we immers alles delen.

Mast, J., & van Vliet, M. (2007). HBO competentieprofiel Verpleegkundige Gerontologie-Geriatrie (VGG) Herziene versie November 2007. Utrecht: Vilans, ActiZ & HBO-raad. Gedownload van: http://vggprofiel.blogspot.com

Thorsell, K. B. E., Nordstrom, B. M., Nyberg, P. & Sivberg, B. V. (2006). Can care of elderly be measured? a method for estimating the individual care of recipients in community health care. BMC Geriatrics, 6:14+. [DOI] [PDF]

Getagged , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: