Feminisme en de verpleegkunde. Water en vuur, of stoom?

Ter voorbereiding op een komende groepsbijeenkomst met medestudenten heb ik me een beetje verdiept in de geschiedenis van het feminisme en de rol ervan in de verpleegkunde. Op het moment ben ik een beetje druk en is de tijd om te bloggen iets beperkt, dus dacht ik: waarom niet publiceren wat toch al geschreven is? Geïnteresseerden kunnen ‘Verpleegkunde en feminisme. Water en vuur, of stoom?’ hieronder lezen, of hier een PDF downloaden. Een aantal bronnen zijn via mijn CiteULike library te raadplegen.

Fileert u maar.

Verpleegkunde en feminisme. Water en vuur, of stoom?

 

“I myself have never been able to find out precisely what feminism is: I only know that people call me a feminist whenever I express sentiments that differentiate me from a doormat, or a prostitute.”

Rebecca West, 1913

 Inleiding

 “Van alle bewegingen, die hervormingen van politieken, socialen of religieusen aard beoogen is de vrouwenbeweging waarschijnlijk de belangrijkste, zeer zeker de meest uitgebreide. Zij omvat niet alleen een enkele klasse, stam, natie of godsdienst, maar strekt zich uit over de geheele beschaafde wereld en beoogt de behartiging der belangen van de helft der menschheid.”
(Jacobs, 1899)

De verpleegkunde kenmerkt zich door een hoog percentage vrouwelijke beroepsbeoefenaren, ondanks dat de laatste decennia mannen ook deel uit zijn gaan maken van de beroepsgroep. De verpleegkunde is, gezien de hoofdzakelijk vrouwelijke beroepsbevolking, te zien als een (belangrijke) factor in het feminisme. Het was en is een beroep waarin vrouwen in toenemende mate verantwoordelijkheden hebben gekregen en/of op zich genomen. Aan de hand van dit referaat wil ik een discussie over de geschiedenis van de verpleegkunde en het feminisme op gang brengen. Waar staan we nu? Waar komen we vandaan? En: waar willen we naar toe? Is de verpleegkunde actueel als feministisch platform, of is het feminisme in de zorg een wassen neus? Het doel van dit schriftelijke deel van het referaat is het bieden van een kleine inleiding op de geschiedenis van het feminisme en de verpleegkunde en bijbehorende stof tot nadenken. Daartoe wordt eerst een beknopte weergave van de geschiedenis van het feminisme en de verpleegkunde gegeven, op basis waarvan ik een stelling in zal nemen aangaande het onderwerp. Vervolgens is er een lijst met discussiepunten te vinden, die verdere stof tot nadenken geeft. Als voorbereiding op de bijeenkomst waarin het referaat zal plaatsvinden dien je deze informatie door te lezen en de vragen bij de discussiepunten voor jezelf te beantwoorden. Deze zullen tijdens de groepsdiscussie weer naar voren komen.

Afbeelding op voorzijde
http://en.wikipedia.org/wiki/File:Antisuffragists.jpg

Citaat op voorzijde
http://en.wikiquote.org/wiki/Feminism

Op de golven van het feminisme

De ontwikkeling van het feminisme wordt over het algemeen verdeeld in drie golven, die sinds het einde van de 19e eeuw achtereenvolgens zijn te herkennen aan enkele specifieke eigenschappen. Het is ook sinds die tijd dat de verpleegkunde zich als beroep gaat ontwikkelen, op basis van pionierswerk door vrouwen als Mary Seacole en Florence Nightingale. Ondanks dat het beroep zich de afgelopen 150 jaar heeft gekenmerkt door een overgrote meerderheid aan vrouwelijke beroepsbeoefenaar wordt er vaak gesteld dat de verpleegkunde veelal moeilijk samen is gegaan met de feministische bewegingen, maar wel baat heeft gehad bij de strijd voor vrouwenrechten. Door gebruik te maken van verschillende bronnen zal in de volgende paragrafen een beeld geschetst worden van die ontwikkeling, waarbij eerst een korte introductie van de golf en vervolgens de samengang van de verpleegkunde en de betreffende golf. Een begrip dat in de tekst voor zal komen en vooraf enige verduidelijking behoeft is het Engelse woord ‘gender’. Dit kan eigen niet heel erg goed in het Nederlands worden vertaald en krijgt dan vaak de biologische betekenis van ‘sekse’ of ‘geslacht’. In de Engelse betekenis is het begrip ‘gender’ veel breder en houdt het ook niet materiële eigenschappen in, zoals de maatschappelijk visie op wat ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ is.

De eerste golf

Mary Wollstonecraft, een van de eerste erkende moderne vrouwelijke filosofen is ook een belangrijke intellectuele figuur in de voorlopers van beweging: ze schrijft (1792): A vindication of the rights of Women. In die tijd is het hoogst ongebruikelijk dat vrouwen erkend worden als intellectueel, een strijd die tot op de dag van vandaag voortduurt en gestreden wordt door de wat het ‘feminisme’ zal gaan heten. Het feminisme kent een lange geschiedenis die, enigszins afhankelijk van de definitie, aan het eind van de 19e eeuw een vlucht begint te nemen: de eerste golf. Vrouwen kenden, naast een heel scala aan andere beperkingen, geen stemrecht en met name dit punt was de strijd van de toenmalige feministen zoals Wilhelmina Drucker en Emilie Claeys. Ook de bekende utilitaristische filosoof John Stuart Mill (subjection of women) draagt de vrouwenbeweging een warm hart toe.. Aletta Jacobs, de eerste Nederlandse vrouwelijke arts legde rondde in 1878 haar artsenexamen af. Hiervoor diende ze wel toestemming te vragen, ten eerste via de minister, om toegelaten te kunnen worden aan de HBS, vervolgens diende ze het verzoek in bij de minister om aan de universiteit te mogen studeren. Thorbecke gaf haar uiteindelijk toestemming om het artsenexamen af te leggen.

“In 1894 schreef miss Lyda Rose in “The American Girl at College” “dat de college-bred woman (de vrouw die hooger onderwijs heeft genoten) in den tegenwoordigen tijd de meest besproken vrouw is; zij lokte een strijd uit tusschen de eminentste mannen over haar al of niet geschiktheid voor studie, haar geestelijk en lichamelijk welzijn, haar bestemming voor het moederschap. Deze strijd wordt nu reeds ruim een kwart eeuw door de mannen gevoerd en zij zijn het er nog niet over eens,” zoo zegt zij verder, “doch de vrouwen gaan onderwijl voort en vermenigvuldigen in alle landen het getal vrouwelijke doctoren in de letteren, medicijnen, rechten en natuurwetenschappen.Daadzakelijk toonen zij aan dat al de bezwaren van intellectueelen, moreelen, physischen en matrimonieelen aard, ongerijmdheden zijn.”
(Jacobs, 1899)


Het vrouwenkiesrecht werd in Nederland bevochten door de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht door Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs. In 1922 krijgen vrouwen in Nederland een algemeen kiesrecht, 5 jaar nadat mannen het algemeen kiesrecht kregen. In België kreeg het algemeen kiesrecht van vrouwen pas ingang na WOII, in 1948.

In de verpleegkunde wordt de eerste golf van het feminisme voorafgegaan door de tijd van Mary Seacole en Florence Nightingale. Nightingale is als intellectueel een vreemde eend in de bijt; ze is van goede komaf, maar beschouwt het als haar roeping om in de verpleging te gaan werken, een beroep dat in die tijd absoluut geen goed aanzien had. Dit alles natuurlijk tot grote spijt van haar familie. In ‘Notes on Nursing’ laat zij zich echter vrij skeptisch tegenover het feminisme uit,

“I would earnestly ask my sisters to keep clear of both the jargons now current every where (for they are equally jargons); of the jargon, namely, about the “rights” of women, which urges women to do all that men do, including the medical and other professions, merely because men do it, and without regard to whether this is the best that women, can do; and of the jargon which urges women to do nothing that men do, merely because they are women, and should be “recalled to a sense of their duty as women,” and because “this is women’s work,” and “that is men’s,” and “these are things which women should not do,” which is all assertion, and nothing more. Surely woman should bring the best she has, whatever that is, to the work of God’s world, without attending to either of these cries. For what are they, both of them, the one just as much as the other, but listening to the “what people will say,” to opinion, to the “voices from without?” And as a wise man has said, no one has ever done anything great or useful by listening to the voices from without. (Nightingale, 1859)

Maar ze is wel duidelijk over haar ideeën omtrent het beroep van verpleegkundige; het dient goed betaald te worden en verpleegkundigen zouden allemaal een goede opleiding moeten krijgen. Ook verzet ze zich tegen de dan heersende Victoriaanse opvatting over de rol van de vrouw in de maatschappij. Voor een beroep dat tot dan toe volledig door vrouwen wordt uitgevoerd belangrijke zaken, voor zover er van een werkelijk beroep te spreken valt. Met de opkomst van de eerste golf van het feminisme wordt ook de positie van de verpleegkundige sterker. In Nederland wordt in 1921 Wet tot wettelijke bescherming van het diploma voor ziekenverpleging van kracht. In de literatuur wordt de verpleegkundige gedurende de eerste golf gekenmerkt door een focus op de voortreffelijkheden van de vrouw als leverancier van zorg. Het ideaal is dat van de heroïsche zelfopoffering, dat gelijk staat aan het vrouwelijke ideaal uit die tijd. (Melchior, 2004)

De tweede golf

De tweede golf ontstaat na de twee wereldoorlogen, waarin de positie van de vrouw als arbeider duidelijk belangrijk was gebleken; de mannen streden aan het front en verschoten de munitie die de vrouwen op het thuisfront fabriceerden. Maar, alhoewel ze onmisbaar waren als arbeider in de oorlog, de werkende vrouw hoorde normaliter niet thuis in een huwelijk, aldus de gangbare tijdsgeest. Zodra men getrouwd was, mocht een vrouw niet meer werken. Ze werd geacht thuis voor de kinderen en het huishouden te zorgen. De tweede golf kenmerkt zich door het opeisen van lichamelijke rechten; vrouwen wilden ook een carrière en wilden, om vele wensen samen te vatten, baas in eigen buik zijn. Het recht op abortus werd vastgelegd in de wet, evenals het verbod op verkrachting binnen het huwelijk. Het is ook de tijd waarin de verpleegkunde opkomt als professionaliserend beroep. Dolle Mina is een bekend begrip uit die tijd. De beweging bracht in 1970 de Tien Geboden uit:

  1. Gelijke opvoeding van jongens en meisjes
  2. Gelijke leer- en studiemogelijkheden voor jongens en meisjes
  3. Gratis crèches en overblijfgelegenheden
  4. Gelijke lonen voor gelijkwaardige arbeid
  5. Recht op arbeid voor iedereen
  6. Geen discriminatie van ongehuwde moeders
  7. Legalisering van abortus
  8. Herziening van de huwelijkswetgevingen
  9. Gemeenschappelijke woonvoorzieningen tegen kostprijs
  10. Opheffing van de dubbele seksuele moraal

De verpleegkunde gedurende de tweede golf kenmerkt zich op maatschappelijk door een aantal zaken. Chinn (2000) stelt dat de invloed van het feminisme op de verpleegkunde gedurende de tweede golf zich uit in een aantal zaken, waarbij de waardering van de vrouw als beroepsbeoefenaar centraal staat. Veel publicaties richten zich op de maatschappelijk rol van de vrouwelijke verpleegkundige, de mogelijkheden om feministische standpunten te laten fungeren als basis voor de ontwikkeling van het beroep en de wijzen waarop feministische standpunten de maatschappelijke waardering van het beroep op een hoger niveau kunnen brengen. Gedurende de tweede golf is de opkomst van de mannen in de verpleegkunde een feit. Verschillende bronnen beschrijven een gender-gedreven visie op de rollen en rolverdeling van mannen en vrouwen in de verpleegkunde. De maatschappelijke visie op het beroep is voor de mannelijke beroepsbevolking echter waarschijnlijk de reden dat de man in de verpleegkunde nog steeds een ondervertegenwoordigd begrip is, ondanks een toename van het aantal mannelijke hbo-v studenten gedurende de jaren ’80. Maar het is ook juist die afstand die door onderzoekers wordt gekenmerkt als problematisch:

“[…]The perception of nurses by society has long been influenced by men. Colliere writes “women need to become aware that their own recorded history was written by men. Men decided upon what might be transmitted…” […]. It was in this way that men were able to define our roles, first as women then as nurses, according to influence of their patriarchal views on society’s structure. Women received the knowledge which men thought they should have; “priests, clerks, and then doctors strove for centuries to bar women’s access to writing” […].” (Hunt, 1998)

Alhoewel het een overwegend vrouwelijk beroep is, lijkt de verpleegkunde er aan het eind van de 20e eeuw niet in geslaagd om een volledige emancipatie van de vrouw te bewerkstelligen en wordt het beschuldigd van een veronachtzaming van de noodzaak van de emancipatie van de vrouw. Het zou echter te ver gaan om te stellen dat het nutteloos is geweest, zeker gedurende de eerste golf van het feminisme. In samengang met de brandende BH’s uit die tijd, symboliseert de afschaffing van de stereotype kleding van de verpleegkunde de emancipatie van de vrouw; de rok en de kap verdwijnen en maken plaats voor een ‘unisex’ uniform. Binnen de verpleegkunde ontstaat er echter kritiek op de ‘slachtofferrol’ die ze in het feminisme van de tweede golf zien. Deze kritiek uit zich in een verwijding van de kloof tussen de idealen van de ‘praktische handen aan het bed’ en de ‘idealistisch ingestelde verpleegkundige leiders’, die hun hoop hadden gevestigd op de ‘professionalisering’ van het beroep. (Melchior, 2004) Laatstgenoemden probeerden deze professionalisering vorm te geven door bijvoorbeeld de oprichting van de NANDA. Valentine (1996) beschrijft een andere vorm van tegenstelling binnen het beroep, die sinds de 19e eeuw invloed heeft gehad op de maatschappelijke visie op de verpleegkunde: een tweedeling in religieuze en seculiere verpleegkundigen. Nightingale slaagt er in om de twee groepen samen te brengen, door de air van de religieuze orde over te brengen op de verpleegkunde. De religieuze invloed op de verpleegkunde kenmerkt zich door een verheerlijking van deugden als kuisheid, gehoorzaamheid en bescheidenheid. Een belangrijk aspect van Nightingale’s religieus getinte visie op het beroep komt naar voren in haar beschrijving van haar roeping. Zij ziet het als haar Godgegeven taak om verpleegkundige te zijn, met bijbehorende toewijding. Dit komt ook naar voren in de ‘Nightingale Pledge’, die in 1893 door Lystra Gretter wordt opgesteld.

“I solemnly pledge myself before God and in the presence of this assembly, to pass my life in purity and to practice my profession faithfully. I will abstain from whatever is deleterious and mischievous, and will not take or knowingly administer any harmful drug. I will do all in my power to maintain and elevate the standard of my profession, and will hold in confidence all personal matters committed to my keeping and all family affairs coming to my knowledge in the practice of my calling. With loyalty will I endeavor to aid the physician, in his work, and devote myself to the welfare of those committed to my care.”

De religieuze invloed op de maatschappelijke visie op de vrouw en dientengevolge het beroep zijn tot op de dag van vandaag (sluimerend) aanwezig. In een onderzoek naar de maatschappelijke visie op de zorg, komt naar buiten dat 80% van de ondervraagden vindt dat zorgverleners een roeping dienen te ervaren. (Verstraeten, 2008)

De derde golf

In het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw is de ontdekking van de diversiteit van de vrouwelijke beleving een belangrijk aspect van de feministische beweging. Het beschouwen van het vrouwelijke deel van de bevolking als een homogene groep wordt bekritiseerd. Er ontstaat kritiek op de idealen en resultaten van de eerste en de tweede golf; geboekte successen, zoals de opkomst van de vrouw als werkkracht blijken weggeëbd, of kleiner dan verkondigd. Men ontdekt de noodzaak van de erkenning van ‘difference’ als onderdeel van de basis van gelijkheid. (Melchior, 2004) Het wordt de verpleegkundige beroepsgroep verweten dat de erkenning van de vrouwelijke eigenheid is uitgebleven en dat de adaptatie van mannelijke visies op het beroep marginaal effectief zijn geweest voor de ontwikkeling en erkenning van het beroep. De opkomst van het postmodernisme in de filosofie brengt een verschuiving van aandacht met zich mee. Deconstructie van de term ‘gender’, brengt aan het licht dat de basis van het verschil tussen man en vrouw verscholen ligt in de taal, die zich met name door een ‘mannelijke’ ontwikkeling heeft gekenmerkt. Ook de maatschappelijke waardering heeft daaronder te lijden gehad; doordat de verpleegkunde zich liet kenmerken door veelal vrouwelijke eigenschappen die in de masculiene maatschappij minder gewaardeerd worden, heeft de verpleegkundige zich in het nauw gedreven. Het belang van het aspect ‘care’, als tegengesteld aan ‘cure’ (een mannelijke aangelegenheid) en een binnen de beroepsgroep onderwaardering van de intellectuele status van het beroep en de beoefenaars maken het zeer moeilijk om de verpleegkunde serieus genomen te laten worden. (Melchior, 2004)

De derde golf is, niet geheel verbazingwekkend, een veel meer versplinterde groep feministen, die rond de jaren ’90 van de vorige eeuw komt opzetten. Seksueel vrijgevochten, voorzien van een recht op abortus, het uitbrengen van een politieke stem en sterk verbeterde kansen op de arbeidsmarkt is de derde golf te zien als het losmaken van de tweede golf. Het feminisme lijkt op te zijn gegaan in de algemene mensenrechtenstrijd en sommigen verklaren het zelfs ter ziele. De kritiek vanuit de tweede golf op die van de derde golf is dat de ‘third wavers’ de zo hard bevochten rechten laten ontsnappen. De verpleegkunde lijkt, als beroepsgroep ten tijde van de derde golf, inderdaad zichzelf ook van kritiek gebaseerd op genderverschillen te voorzien:

“Een andere minder onschuldige kant van ‘genderbetekenissen’ is dat vrouwen en mannen – daar zijn ze weer – vaak verschillend beoordeeld worden op ‘vrouwelijke’ en ‘mannelijke’ activiteiten of eigenschappen. Meisjes die zich niet zomaar alles laten aanleunen, worden al snel kattig gevonden, terwijl jongens die datzelfde doen eerder geprezen worden omdat ze voor zichzelf opkomen. Aafke Komter laat in haar boek ‘De macht van de dubbele moraal’ (1991) zien dat mannen op de verpleegkundige werkvloer meer krediet krijgen dan vrouwen […]Een man (verpleegkundige) die op de kraamafdeling met een baby staat te hannesen wordt eerder gezien als onhandig, maar schattig, terwijl een vrouw (verpleegkundige) die datzelfde doet eerder een negatief oordeel oproept: geen goede verpleegkundige.” (van der Aa, Buursen, M., Gremmen, I. & Holkers-Veltkamp, 1999)

Binnen de in de beroepsethiek heersende opvattingen is er in toenemende mate plek voor de ‘vrouwelijke’ eigenschappen van het vak, die waardering uitspreken voor het ‘zorgzame’ van het beroep. Ook de ethiek van de gezondheidszorg wordt op dezelfde grond bekritiseerd: er zou een door het objectivisme en materialisme gevoede drang naar valide en betrouwbaar onderzoek een onderwaardering zijn ontstaan voor het feminiene aspect van de zorg. Er wordt gepleit voor een meer feministisch methodologische benadering van de reailiteit van de gezondheidszorg, waarin plaats wordt geboden aan de uniekheid van de persoonlijke (vrouwelijke) beleving:

“Reductionism and objectivism employed by traditional empirical methods, to produce validity and reliability of research, creates issues for the feminist researcher who has few guidelines for use in providing reliability and validity. Human experiences are specific and unique and hence difficult to validate. “The basic premises of feminist perspectives emphasise this uniqueness and the contextualised nature of women’s experiences and interpretations, rather than their standardisation and repeatability” […]. Feminist inquiry does not differentiate women’s experiences from the circumstances in which they occur, and standards of rigor should be focussed on the whole inquiry, not on validity and reliability alone […]. ” (Hunt, 1998)

korte conclusie en stellingname

Gedurende de afgelopen 150 jaar hebben de verpleegkunde en het feminisme in een wisselwerking gestaan, waarbij over en weer kritiek is geuit en voordeel is behaald. Oude waarden en normen en visies op het beroep lijken nog steeds actueel, alhoewel het beroep als zodanig heeft getracht een professionaliserend pad te betreden. Op enkele vlakken is zij daarin geslaagd, zoals het verwerven van een wettelijk erkende titel, registratie in een beroepsregister, onderhavigheid aan tuchtrecht, en het opzetten van classificatie-systemen, maar op andere vlakken is deze professionalisering verminderd aanwezig, gekenmerkt door de nog steeds algemeen (sluimerend) aanwezige mindere waardering voor ‘vrouwelijke’ beroepen. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen, culturele verschijvingen in de zorg en toekomstige vraag naar verpleegkundigen is het van belang dat vrouwen zich bewust zijn van hun positie binnen de verpleegkunde en als verpleegkundigen binnen de maatschappij, zodat zij in staat zijn de aandacht op te eisen voor de specifieke eisen aan het beroep en de noodzaak van betere maatschappelijke en gender-onafhankelijke waardering van het beroep, ook binnen de beroepsgroep. Alleen dan is de verpleegkunde in staat om met het beschikbare water en vuur de stoom te creëren die bruikbare kracht kan opleveren en ingezet kan worden voor het welzijn van de maatschappij en de verpleegkunde.

Literatuur & weblinks

Geciteerde literatuur:

Chinn, P.L.C. (2000). An Emancipatory Study of Nursing Practice. Opgehaald op 20-02-2009 van: http://www.nursemanifest.com/studypro2000.pdf  

Hunt, J. (1998). Feminism and Nursing. St Vincent’s Healthcare Campus Sisters of Charity Health Service Darlinghurst 1998 Nursing Monograph. p. 17-21. Opgehaald op 20-02-2009 van: http://www.ciap.health.nsw.gov.au/hospolic/stvincents/stvin98/a5.html

Jacobs, A. (1899). Vrouwenbelangen. Drie vraagstukken van actueelen aard. Amsterdam: L.J. van Veen. Opgehaald op 20-02-2009 van: http://www.gutenberg.org/files/25425/25425-h/25425-h.htm  

Melchior, F. (2004). Feminist approaches to nursing history. Western journal of nursing research, 26(3):340-355.

Nightingale, F. (1859) Notes on Nursing. What it is, and what it is not.

Opzij. (z.d.) Het verschil tussen feminisme en emancipatie. Op gehaald op 20-02-2009 van http://www.opzij.nl/opzij/show/id=18903  

Sullivan, E. J. (2002). Nursing and feminism: an uneasy alliance. Journal of professional nursing : official
journal of the American Association of Colleges of Nursing,
18(4):183-184. Opgehaald op 20-02-2009 van: http://www.eleanorsullivan.com/pdf/Nursing_and_Feminism.pdf  

Valentine, P. E. (1996). Nursing: a ghettoized profession relegated to women’s sphere. International journal of nursing studies, 33(1):98-106.

van der Aa, M., Buursen, M., Gremmen, I., Holkers-Veltkamp, D. (1999). Verpleegkunde door een genderbril. Arnhem: Landelijk Steunpunt Emancipatie HBO

Verstraeten, M. (red.) (2008). Zorg als roeping. Bijzijn Website. Opgehaald op 24-02-2009 van: http://www.bijzijn.nl/content/html/237.asp?nb_id=9382

Geraadpleegde weblinks

Feminism. Wikipedia, the free encyclopedia
http://en.wikipedia.org/wiki/Feminism  

Feminisme en Feministische stromingen. FactsheetRoSa bibliotheek: http://www.rosadoc.be/site/nieuw/pdf/factsheets/nr14.pdf  

Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging: Biografieën http://www.iiav.nl/nl/databases/biografie/index.html  

Nightingale Pledge: http://www.nursingworld.org/FunctionalMenuCategories/AboutANA/WhereWeComeFrom_1/FlorenceNightingalePledge.aspx  

Punten voor discussie

  1. Lees het volgende citaat:

    “Een vader en zijn zoon zijn in de auto onderweg naar een voetbalwedstrijd. Ze raken betrokken bij een verkeersongeval. De vader komt hierbij om het leven. De zoon wordt met ernstige verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. Daar blijkt dat een operatie noodzakelijk is. Alles wordt hiervoor in gereedheid gebracht. De chirurg komt de operatiekamer binnen, werpt een blik op het jonge slachtoffer en zegt dan: ‘Deze operatie kan ik echt niet doen, die jongen is mijn eigen zoon!'”
    (van der Aa, Buursen, M., Gremmen, I. & Holkers-Veltkamp, 1999)

Wat is er aan de hand?

  1. Waar doet de term feminisme je aan denken?
  2. Lees de volgende twee stukken over emancipatie en feminisme:

    Emancipatie
    Emancipatie is een zakelijke strijd met als doel gelijke posities voor verschillende groepen in de samenleving. Als dat is bereikt, is de emancipatie voltooid. Van Dale zegt hierover: ‘Bevrijding van wettelijke, sociale, politieke, morele of intellectuele beperkingen, toekenning van gelijke rechten, streven naar gelijkgerechtigdheid.’
    Emancipatie kan betrekking hebben op man-vrouwverhoudingen, maar het kan ook gaan om het toekennen van gelijke rechten aan bijvoorbeeld homoseksuelen, maori’s, joden, moslims of ouderen. Het woord ‘emancipatie’ wordt vaak gebruikt om te pleiten voor gelijke rechten, die dan bijvoorbeeld in de wet zijn vastgelegd. Gelijke rechten hebben betekent echter niet dat er feitelijk ook gelijkheid is bereikt.

    Feminisme
    Het woord ‘feminisme’ is eind negentiende eeuw geïntroduceerd en heeft in verschillende historische perioden andere betekenissen gehad. Het geven van een eensluidende definitie van feminisme is bijna onmogelijk gezien de vele stromingen binnen deze beweging. Elke stroming heeft zo haar eigen accenten en actiepunten. In het algemeen staat de term feminisme voor zowel een politieke en sociale beweging als voor een wereldbeschouwing waarin de ongelijke (machts)verhoudingen tussen vrouwen en mannen bekritiseerd wordt, de ervaringen en de cultuur van vrouwen worden geherwaardeerd, en waarin gestreefd wordt naar het doorbreken van traditionele rollenpatronen. Feminisme is minder zakelijk dan emancipatie. Het gaat veeleer om een levenshouding, een actieve poging een stempel te drukken op de strijd voor gelijke rechten en op de eigen positie en die van andere vrouwen.(bron: Opzij Website http://www.opzij.nl/opzij/show/id=18903 )

  3. Vind je jezelf feministisch? Vind je jezelf geëmancipeerd? Bij welke golf herken je het meest van je eigen ideeën?
  4. Er wordt vaak gesteld dat het feminisme en de verpleegkunde moeilijk hand in hand gaan feministische verwijten aan het verpleegkundig adres, stellen bijvoorbeeld dat vrouwelijke verpleegkundigen vaak de vrouwelijke stereotypen in stand houden. Ben je het hier mee eens? Waarom wel of niet? (Sullivan, 2002)
  5. Is de mannelijke verpleegkundige in een voordeel? Is dit positieve discriminatie? En is het gewenst of ongewenst?
  6. In de psychiatrische zorg is het niet ongebruikelijk dat er naar een bepaald percentage mannen in de bezetting gestreefd wordt, bijvoorbeeld wanneer patiënten (mogelijk) agressief gedrag vertonen. Vind je dit goed? Is hier sprake van discriminatie?
  7. Gelijkheid van mannen en vrouwen ‘aan de top’: moet er naar gestreefd worden dat mannen en vrouwen in gelijke mate aan de top voorkomen? Lees ook: Agnes Jongerius ‘Laten we de nieuwe generatie helpen’ : (Pruim, 2008) http://www.opzij.nl/opzij/show/id=33895/dossierid=15/dbid=100987/typeofpage=22531
  8. Hoeveel van de afdelingshoofden of managers van je stage-instelling zijn man?
  9. Is je visie op het feminisme, het beroep van verpleegkundige of de rol van de man in de zorg veranderd n.a.v. het referaat?
Getagged , ,

One thought on “Feminisme en de verpleegkunde. Water en vuur, of stoom?

  1. […] kennen ook een eed. We kunnen immers niet achter blijven. De oudste die ik ken kwam reeds eerder voorbij op Ars GeriatriCare. En daarin wordt nogal wat van de verpleegkundige gevraagd. Bekend als ‘the Nightingale […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: