Archief | Onderzoek RSS for this section

Fusies: niet slecht voor de kwaliteit van zorg

Ik ben al tijden benieuwd naar de uitkomst van een dergelijk onderzoek, maar had nog niet de moeite genomen om er naar op zoek te gaan: wat doen fusies nu met de kwaliteit van zorg? Het blijkt dat de leden van Tweede Kamer met eenzelfde soort vraag zaten, aangezien ze de RVZ om advies gevraagd hebben omtrent de fusies in de zorgsector.

Op het moment bevind ik me voor de tweede keer in een fuserende organisatie en het is een heidens karwei, dat fuseren. Maar volgens de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg kunnen we weer rustig ademhalen:

“De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) heeft geen aanwijzingen gevonden dat fusies in de zorg schadelijk zijn voor de bereikbaarheid en kwaliteit van de zorg. Dit in tegenstelling tot de signalen van de Tweede Kamer.”

en even verderop:

“De kwaliteit van de zorg is soms juist gediend met schaalvergroting.”

De heisa die in de Tweede Kamer is ontstaan rondom de fusies blijkt dus ongegrond, evenals het idee om een fusieverbod mogelijk te maken. De kartelwaakhond Nma en de Nza zijn in staat om toe te zien op de fusies, waarbij de positie van de Nza versterkt dient te worden.

Schaalvergroting blijkt ook de middelen te scheppen die kleinschaliger werken mogelijk maken, aldus de RVZ. Dat klinkt bijna paradoxaal, maar ik kan me er wel wat bij indenken. Ik vraag me wel eens af wat dergelijke constructies doen met de afstand tussen ‘het management’ en de zorgverleners ‘op de werkvloer’.

Lees het advies ‘Schaal en Zorg’, of een van de andere publicaties van het RVZ over dit onderwerp

UPDATE!
Lex, oprichter van het blog http://thuiszorg-blog.blogspot.com plaatst een goed uitgewerkte kanttekening bij het rapport van de RVZ. Hij legt de vinger op een aantal zere plekken in het rapport, waaronder de ontoereikendheid van de inhoud van het rapport met betrekking tot de situatie op de thuiszorgmarkt.

Mantelzorgbelasting: Meten is Weten?

Sinds Hattinga-Verschure het begrip mantelzorg enkele decennia geleden lanceerde, is er het nodige gebeurd. Het CIZ houdt tegenwoordig zoveel mogelijk rekening met de (ongebruikelijke) zorg die door mantelzorgers kan worden geleverd bij het stellen van een indicatie. Dit heeft voordelen, zoals kostenbesparing en het verlenen van zorg door goede bekenden. Maar ook nadelen; een groot deel van de mantelzorgers blijkt overbelast, of is daar hard naar toe op weg.

Maar hoe weet je nu of een mantelzorger overbelast is of dreigt te raken? Zoals ik in de bouwwereld veel heb gehoord: ‘meten is weten’. Helaas is er geen rolbandmaat die we langs de mantelzorger kunnen houden, met daarop de aanduiding: prima, behoorlijk belast en overbelast.

Gelukkig hebben we knappe koppen op de Universiteit van Twente rondlopen die ons voorzien van een overzicht van de verschillende meetmethoden:

Overbelasting van mantelzorger; op zoek naar het beste meetinstrument.

In haar scriptie beschrijft Kragt welke onderdelen gemeten kunnen en dienen te worden binnen het domein van de mantelzorg en welke meetinstrumenten op het moment voor handen zijn, zoals de op internet veel geziene CSI (Caregiver Strain Index). In haar scripte blijkt dit echter een model te zijn met een aantal tekortkomingen. Het is echter wel een zeer snelle en makkelijk toepasbare manier. In de bijlagen van haar scriptie zijn de besproken scorelijsten van de verschillende meetinstrumenten opgenomen; erg handig. Helaas moeten de auteurs wel concluderen dat ‘het beste meetinstrument’ nog niet het optimale meetinstrument is. Aanwijzingen voor vervolgonderzoek worden dan ook gegeven.

Respijtzorg
De Erasmus Universiteit deed in 2005 onderzoek naar het gebruik van respijtzorg (Exel, Koopmanschap & Brouwer, 2005). Respijtzorg is zorg die mantelzorgers kunnen ontvangen om de belasting t.g.v. het verlenen van mantelzorg te verlagen. De auteurs concludeerden dat de mensen die de respijtzorg het hardst nodig hebben deze over het algemeen ook krijgen, maar dat er ruimte is voor verbetering, bijvoorbeeld in het herkennen van mensen die behoefte hebben aan zorg, of onderzoek naar de kosteneffectiviteit van respijtzorg.

Blogging on Peer Reviewed ResearchExel, N.J.A., van, Koopmanschap, M.A., Brouwer, W.B.F. (2005). Respijtzorg; een verkenning van behoefte en gebruik onder 273 mantelzorgers. Institute for Medical Technology Assessment. [PDF]
Kragt, I. (2007). Overbelasting van mantelzorger. Op zoek naar het beste meetinstrument. Proefschrift Algemene Gezondheidswetenschappen, Universiteit Twente. [PDF]

Steun de steunkous!


Steunkousen kom je nogal eens tegen in de (thuis)zorg. Vele duizenden mensen in Nederland dragen ze, waarvan het merendeel vrouwen. Soms zijn het redelijk los zittende steunkousen (waarvan ik me dan soms afvraag welk nut ze nog dienen) en soms zijn het beenhoge kousen, die je het zweet op de rug kunnen bezorgen. Maar dat hoeft niet! Ikzelf ben nogal een fan van aan- en uittrekhulpmiddelen, die mijns inziens een promotie verdienen. Dus ik besloot eens wat rond te neuzen op internet. En dat was vrij simpel! De stichting Fonds voor Arbeidsmarktbeleid en Opleidingen Thuiszorg (FAOT) stelt een behoorlijk overzicht aan producten beschikbaar op de site http://www.faot.nl/.

Er is een protocol (2005) beschikbaar, evenals een aantal instructiekaarten en een onderzoeksverslag over de lichamelijke belasting bij het aan- en uittrekken van steunkousen.

Om het (team)management te overtuigen van je goede bedoelingen is er zelfs een implementatieplan beschikbaar!

Het is toch altijd weer frappant om te zien hoeveel theorie er achter schijnbaar zeer normale hulpmiddelen als steunkousen schuilgaat. Steunkousen kunnen zeer praktische hulpmiddelen zijn, mits ze goed gebruikt worden. Als (student) helpende, verzorgende of verpleegkundige kan je het je daarbij (waarschijnlijk) een stuk makkelijker maken. Dus: aan die handschoenen (werkt echt goed!), haal die ‘blauwe nylon zakken’ uit het stof en help de zorgvrager naar meer zelfstandigheid met een ‘aantrekrek’!

p.s. ga eens na hoeveel van de in de FAOT richtlijnen genoemde regels jezelf naleeft. En op je afdeling/binnen de instelling? Liggen er kansen voor kwaliteitsverbetering?

Fixeer de fixatie…

In de Nederlandse gezondheidszorg is de laatste tijd het nodige gaande geweest rondom de de wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). Op 25 mei 2007 is het rapport van de derde evaluatie van de wet gepubliceerd en daaruit bleek dat de wet ondanks aanpassingen naar aanleiding van eerdere evaluaties niet de gewenste effecten had. Op 12 februari 2008 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wijziging in de wet. Het gaat hierbij o.a. om de mogelijkheid tot gedwongen opname. Maar daar wilde ik het niet over hebben.

Over sterftegevallen als gevolg van fixatie, dat ook onder de wet BOPZ valt, wel. Het AD brengt op 14 mei jl. een artikel uit over twee sterfgevallen die toe te schrijven zijn aan het (foutief?) gebruik van fixatiemiddelen. Na een operatie zijn de slachtoffers gefixeerd, met goedkeuring van de familie. Helaas werd hen dit beiden kort na elkaar noodlottig.

Het LEVV biedt in op hun website de SOTA studie aan. Hierin is in hoofdstuk 4 een literatuurstudie te vinden naar fixatuemiddelen, waaruit blijkt dat er volgens de SOTA onderzoekers geen evidence base bestaat voor fixatiemiddelen, als het gaat om vergroting van de veiligheid van de patiënten.

In het Tijdschrift voor verpleeghuisgeneeskunde kunnen we online over een beschrijvend onderzoek lezen in ‘Vrijheidsbeperkende interventies; een inventarisatie onder verzorgenden‘. Hierin wordt beschreven hoevaak verzorgenden in verpleeg- en verzorgingshuizen in aanraking komen met vrijheidsbeperkende middelen (waaronder fixatie valt), welke interventies zij als vrijheidsbeperkend zien, wat zij als redenen hiertoe zien en of ze bekend zijn met de BOPZ. Er zijn hierbij siginificante verschillen tussen de verpleeg- en verzorgingshuisverzorgenden gevonden, waaronder het toepassen van vrijheidsbeperking. Niet alle uitkomsten zijn geruststellend…

Dat middelen en maatregelen niet altijd nodig zijn valt te lezen in: Het Non-fixatiebeleid, Zorggroep Almere, Polderburen. Bij de zorggroep heeft een zes maanden durend onderzoek naar de gevolgen van een non-fixatie beleid op een PG afdeling plaatsgevonden;

  • Bewoners vielen vaker dan uit de literatuur verwacht kan worden ( 135x per half jaar tegenover gemiddeld 100 keer volgens de literatuur).
  • De frequente vallers liepen daarbij geen ernstig letsel op
  • De bewoners die de ander valincidenten veroorzaakten vielen slechts een enkele keer
  • Ernstig letsel kwam veel minder vaak voor dan op basis van de literatuur verwacht mag worden: namelijk 1 geval op 135 valincidenten i.p.v. 3-12 botbreuken (volgens de cijfers uit de literatuur bij 135 valincidenten).
  • De gebruikersgroepen zijn erg tevreden over het non-fixatie beleid.

bronnen:

http://www.minvws.nl/dossiers/bopz/default.asp

http://www.minvws.nl/images/ra-bopz_tcm19-147653.pdf

Geenen van R (2008): Vastgebonden patiënten dood. Algemeen Dagblad 14 mei 2007 (http://www.ad.nl/binnenland/2291710/Vastgebonden_patinten_dood.html)

Jongerden, I., Heijnen-Kaales, Y. (2003) State-of-the-Art Studie Verpleging en Verzorging. LEVV, Utrecht (http://www.levv.nl/index.php?id=488)

Het Non-fixatiebeleid, Zorggroep Almere, Polderburen. Zorgvoorbeter.nl 25 maart 2006 (http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/valpreventie/voorbeelden/het-non-fixatiebeleid-zorggroep-almere-polderburen/)

Veer de AJE, Francke AL, Kruif de A: (2007): ‘Vrijheidsbeperkende interventies; een inventarisatie onder verzorgenden. Tijdschrift voor verpleeghuisgeneeskunde vol 32. nr. 1 2007 (http://www.nivel.nl/pdf/pvv256.artikelverpleeghuisgeneeskunde.pdf)

Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2007

In 1998 begon de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen als een onderzoek naar de prevalentie van decubitus. In 2007 vond dus de 10e meting plaats. Bestond de onderzochte populatie in 1998 nog uit 86 instellingen, in 2007 ging het om 570 instellingen. Ook ten opzichte van 2006 is er een flinke groei te zien. In de uiteindelijke berekening van de cijfers gaat het echter om 366 instellingen. Dit is gevolg van een selectie op basis van bijvoorbeeld het niet halen van de gestelde deadline, of instellingen met minder dan 30 clienten. De onderzochte instellingen zijn ingedeeld in drie groepen: acute zorg (academisch en algemeen ziekenhuis), chronische zorg (verpleeg- en verzorgingshuis) en thuiszorg. Voor de acute en de chronische zorg werd de meting op 1 dag (3 april 2007) uitgevoerd, voor de thuiszorg ging het om 4 dagen van steekproeven. Ook de val- en fixatiecijfers zijn op andere wijze verkregen. De uiteindelijke meting kent door deze selectie weliswaar een kleinere populatie, maar een laagste respons van 97,2%, hetgeen we als redelijk hoog kunnen beschouwen, zeker als we Braam (2007) mogen geloven.
In het rapport is uitgebreid uitgelegd welk probleem wordt gemeten, met welke methoden en hoe de cijfers zijn verdeeld over de populatie. Elk van de 6 onderzoeksgebieden Decubitus, Incontinentie, Ondervoeding, Vallen en fixatie, smetten en decubitus en ondervoeding bij kinderen is in een apart hoofdstuk beschreven. In de hoofdstukken is ook aandacht voor het evidence based behandelen van de beschreven zorgproblemen.
Al met een behoorlijk inzichtelijke publicatie, die zich wat mij betreft ook kenmerkt door een goede leesbaarheid, zonder al te veel moeilijk taalgebruik.

Blogging on Peer Reviewed ResearchBraam, G.P.A. (2007). Mensen en hun problemen in onderzoek: De zwakkeren en ouderen blijven onderbelicht. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie.
Halfens, R.J.G., Meijers, J.J.M., Neyens, J.C.L. & Offermans, M.P.W. (2007). Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen. Maastricht: Datawyse/Universitaire Pers [PDF]

Anti-psychotica en longontsteking

Recentelijk onderzoek, uitgevoerd in het UMC Utrecht onder bijna 23.000 patiënten, heeft een verband aangetoond tussen het voorkomen van longontsteking en het gebruik van anti-psychotica door ouderen. Een verhoging van de kans op longontsteking met 60% is het slechte bericht dat de onderzoekers ons brengen. Het risico blijkt het grootst te zijn in de eerste week van het gebruik van de anti-psychotica, waarbij a-typische anti-psychotica (de groep waartoe o.a. clozapine, risperidon en olanzapine behoren) het grootste risico op longontsteking vertoonden.

Blogging on Peer Reviewed ResearchKnol, W., van Marum, R.J., Jansen, P.A.F., Souverein, P.C., Schobben, A.F.A.M. & Egberts, A.C.G. (2008). Antipsychotic drug use and risk of pneumonia in elderly people. Journal of the American Geriatrics Society, 56(4):661-666. [DOI]

Levensbeëindiging, nieuwe cijfers

Las u gisteren nog over dalende cijfers, nu blijkt uit onderzoek over 2007 dat het aantal meldingen van levensbeëindigende handelingen door artsen in dat jaar (flink) gestegen is ten opzichte van het jaar ervoor; 2120 in 2007, tegenover 1923 in 2006. Dat is een stijging van 10%. Het gaat hierbij om euthanasie, hulp bij zelfdoding of een combinatie daarvan.
De stijging is niet uniform verdeeld over de vijf regio’s waarin Nederland is verdeeld en vnl. huisartsen hebben meer melding gemaakt, zo lezen we in het Jaarverslag 2007 van de Regionale Toetsingcommissies Euthanasie, dat u hier in z’n geheel kunt lezen.

Een aanrader.

Palliatieve sedatie; een vluchtroute?

Euthanasie is nog steeds een hot item. Onderzoek heeft aangetoond dat het minder voor is gaan komen, terwijl het toepassen van palliatieve sedatie steeds meer voorkomt.

TVV online en nursing publiceerden er een tijdje geleden een artikel over, waarin zij zich mede baseerden op een onderzoek door Judith Rietjens et al. Dit onderzoek is hier te vinden:

Judith Rietjens, Johannes van Delden, Bregje Onwuteaka-Philipsen, Hilde Buiting, Paul van der Maas and Agnes van der Heide: Continuous deep sedation for patients nearing death in the Netherlands: descriptive study

Mocht het daadwerkelijk het geval zijn dat palliatieve sedatie een vervanging gaat vormen voor euthanasie, dan lijkt me dat een zeer kwalijke zaak. De politiek zou hier op moeten reageren, al ben ik bang dat er partijen tussen zitten die zich juist verheugden bij de veranderende cijfers over euthanasie en palliatieve sedatie.

Meer weten over euthanasie en palliatieve sedatie? Kijk hier dan ook eens:

Gillick MR. Terminal sedation: an acceptable exit strategy? Ann Intern Med 2004;141:236-7

Quill TE, Lee BC, Nunn S. Palliative treatments of last resort: choosing the least harmful alternative. University of Pennsylvania Center for Bioethics Assisted Suicide Consensus Panel. Ann Intern Med 2000;132:488-93.

Rousseau P. Existential suffering and palliative sedation: a brief commentary with a proposal for clinical guidelines. Am J Hosp Palliat Care 2001;18:151-3.

Van Delden JJ. Terminal sedation: source of a restless ethical debate. J Med Ethics 2007;33:187-8

Van der Heide A, Onwuteaka-Philipsen BD, Rurup ML, Buiting HM, van Delden JJ, Hanssen-de Wolf JE, et al. End-of-life practices in the Netherlands under the Euthanasia Act. N Engl J Med 2007;356:1957-65.

Het verpleegkundig proces

Via de site van Nivel is een artikel uit 2003 uit het Tijdschrift voor Verpleegkundigen (TvZ) te vinden over het verpleegkundig proces. De onderzoeksresultaten die in het artikel naar voren komen zijn ondertussen hopelijk achterhaald (1/3e van de verpleegkundigen meldde weinig fiducie te zien in het verpleegkundig proces…), maar de uitleg die geboden wordt over het verpleegkundig proces is natuurlijk nog zeer actueel!

klik op de afbeelding hieronder om naar het artikel te gaan:


En? Hoe procesmatig wordt er op je eigen afdeling gewerkt?

onderzoek & publicatie

Evidence based werken vereist, logischerwijs, evidence. Maar wat is hetgeen dit bewijs vormt? In deze post hoop ik een beetje duidelijkheid te kunnen verschaffen.

Er is een scala aan andere onderzoekssoorten, zoals bijvoorbeeld de ‘casestudie
Een ander voorbeeld is het paradepaardje van de klinische onderzoekswereld: het dubbelblind gerandomiseerde onderzoek. Doordat nog de behandelaar, nog de patient weten wie welke behandeling krijgt, wordt de kans op onbewuste beinvloeding geminimaliseerd. Het is grappig op te merken dat paarden op een bepaalde manier hebben bijgedragen aan de wetenschap, maar daarvoor zult u even het verhaal over ‘der Kluge Hans’ moeten opzoeken.

Wetenschappers dienen in ieder geval een goede beschrijving van hun methoden te geven, zodat de experimenten in principe herhaalbaar zijn en mogelijke fouten kunnen worden opgespoord.

Als het onderzoek geheel volgens de regels der schoon- en eerlijkheid is uitgevoerd, is het nog steeds relatief monddood, zolang het niet gepubliceerd wordt.

‘A discovery does not exist, until it is safely reviewed and in print.’

Maar publicatie van wetenschappelijk materiaal is een meer ingewikkeld proces dan het standaard ‘auteur’-‘redactie’ verhaal. Ieder zichzelf respecterend wetenschappelijk blad past zgn. ‘peer review’ (Ned. ‘collegiale toetsing‘) toe. De ingezonden onderzoeksverslagen worden naar een aantal experts op het gebied van de onderzochte materie gestuurd, die er hun kritiek op loslaten en een advies over het wel of niet publiceren uitbrengen. Klik (ter illustratie) hier voor de publicatierichtlijnen van het Vlaams-Nederlandse blad ‘Verpleegkunde’
De redactie van een blad hoeft zich evenwel niet altijd wat aan te trekken van dit advies, het zal alleen de ‘geloofwaardigheid’ niet ten goede komen. Er zijn wel een aantal vraagtekens bij deze vorm van toetsing en uitgave te zetten, met als resultante: publicatiebias; een verdraaing van de werkelijkheid, door bijvoorbeeld bevooroordeling t.o.v het onderzochte of de onderzoekers.

Het wetenschappelijke ideaal van herhaalbaarheid, verificatie en falsificatie is misschien een molog, maar u leest momenteel op een bijzonder sprekend voorbeeld van de kracht van het systeem.

Rituelen… Nursing en LEVV vertellen hoe je ze doorbreekt

Nursing stelt een artikel over nutteloze rituelen in de zorg gratis beschikbaar.

Hoeveel herken je er?

(klik op de afbeelding voor het artikel)

LEVV stelt het rapport- en congresboekje ‘Doorbreek de rituelen’ beschikbaar, voor de meer leesgierige lezer.

Het gelijk van Daniel Lohues: CVA patienten hebben ook baat bij muziek

Met het mooie accent dat Drenthe kent, bezingt Daniel Lohues de geneugten van muziek. Iedereen hef baat bij muziek, zo meent de bekrulde zanger-gitarist

Het mooie van wetenschap is dat het dergelijke zaken kan verifieren: Music can help people recover from stroke
(The Britisch Psychological Society)

Het artikel is gebaseerd op het volgende onderzoek: Music listening enhances cognitive recovery and mood after middle cerebral artery stroke. (Dat hier overigens in z’n geheel te vinden is)

De onderzoeksgroep bestond uit 60 CVA patienten die vlak na opname in het ziekenhuis gerandomiseerd in drie groepen werden verdeeld. In groep 1 luisterden de patienten hun favoriete muziek 1 a2 uur per dag gedurende 2 maanden de tweede groep kreeg hetzelfde regime, alleen luisterden zij naar een zgn. audiobook in plaats van muziek en de derde groep kreeg geen ‘muzikale’ behandeling (controle groep)

En de resultaten?
De muziekgroep vertoonde betere prestaties bij opvolgonderzoek: zowel op geheugenfunctie (verbaal), als op vermogen tot aandachts focussing. Ook depressie en verwardheid bleken minder voor te komen onder de muziekgroep.

En dat voor een behandeling die zo goedkoop, toegankelijk en veilig is.

Een ander artikel over hetzelfde onderzoek:
Stroke Recovery Improves with Music (Brainblogger)

TVV online heeft een Nederlandstalig artikel beschikbaar.

Blogging on Peer Reviewed ResearchSarkamo, T., Tervaniemi, M., Laitinen, S., Forsblom, A., Soinila, S., Mikkonen, M., Autti, T., Silvennoinen, H. M., Erkkila, J., Laine, M., Peretz, I., and Hietanen, M. (2008). Music listening enhances cognitive recovery and mood after middle cerebral artery stroke. Brain, 131(3):866-876. [DOI]

Rekenen, taal en toetsen.

Het lijkt niet zo heel best te gaan met de taal- en rekenvaardigheid van studenten aan het HBO. De Pabo kreeg de volle laag, maar het bleek ook bij andere opleidingen niet heel gek veel beter te zijn.

Linda Koster en Christien de Jong onderzochten de kwaliteit van het verpleegkundig rekenen in vier ziekenhuizen en vonden ook ruimte voor verbetering.
Er blijkt onder verpleegkundigen behoefte te zijn aan bijscholing. (n.b. de vijftigplussers rekenden beter)

Om een kleine bijdrage te leveren treft men hieronder een aantal links aan om de rekenvaardigheid te testen.

Instaptoets rekenen (Wolters)
(Wolters heeft ook nog taal- en spellingstoetsen beschikbaar!)

Nationale Rekentoets (Volkskrant)

The Competence Group heeft ook een online rekentoets.

V&VN is bezig met het vernieuwen van de rekentoets die ze op hun website aanbieden. Even in de gaten houden dus.

Veel succes!

Ziekteverzuim, Cijfers en Mannen in de Zorg.

Via de RSS feed van Nursing kwam ik een bericht over stijgende ziekteverzuimcijfers tegen. Vernet, dat van zo’n 80% van de werknemers in de zorg de verzuimcijfers bijhoudt, waarschuwt voor de stijging, die volgens hun berekeningen 97.500.000 euro zouden gaan kosten. Daar kan men een boel leuke andere dingen voor doen…

Op de site van Vernet zelf wordt het allemaal wat duidelijker. (na het lezen van hetgeen de genoemde cijfers precies inhouden!) In de cijfers die op de site staan blijkt een behoorlijk scala aan gegevens verwerkt te zijn. Onderscheid naar geslacht, leeftijd, wel of niet zwanger, het in therapeutisch verband werken etc.

Hierdoor is een behoorlijk genuanceerd beeld te krijgen van het hele plaatje, waarbij het eigenlijk bijna jammer is dat er hoofdzakelijk over de ‘grote gemiddelden’ wordt gesproken in de nieuwsberichten, waarbij een percentage van 5,9 wordt genoemd voor 2007, tegen een percentage van 5,6 voor 2006.

Al lezend door de gegevens van Vernet vraag ik me af welke waarde aan dat algemene cijfer moet worden gehangen. Natuurlijk is de stijging op een groep 650.000 duizend personen niet te verwaarlozen! Maar het is jammer om het daarbij te laten en niet even de meer specifieke tabellen van Vernet zelf erbij te pakken. Cijfers zeggen niets zonder hun context. Voor een percentage van 5,9 geldt dat ook. Lees dus zeker even de begrippenlijst door!

Branchecijfers Zorg

Een conclusie die naar mijn idee in ieder geval te trekken is uit de cijfers:

meer mannen in de zorg.

Ze worden niet zwanger en leggen minder verlies door ziekte in de schaal. Maar door hun geringe aantal lijkt dat op het geheel nauwelijks uit te maken:

Het wordt helemaal duidelijk als het verzuim inc. de zwangerschappen wordt bekeken:

I rest my case.

Mannen der zorg, voelt u gesterkt in uw belang!

De vraag is alleen:

Hoe doen we dat: Meer mannen in de zorg? Is er eigenlijk wel een sector waarin minder mannen werken? En dat terwijl de positieve effecten van een man in het team zo geroemd lijken te worden. Die stelling is bij deze (deels) evidence based.

De aantrekkelijkheid van het beroep in 2007

Een publicatie van Nivel, waarin wordt gekeken naar elementen die het beroep van verpleegkundige of verzorgende al dan niet interessant maken. In het onderzoek was aandacht voor zaken als ervaren werkdruk en groeimogelijkheden, maar ook voor opleidingsmogelijkheden, en de autonomie die men heeft in het vak.

Aantrekkelijkheid van het beroep – 2007

En over de uitkomsten van het onderzoek uit 2001 is hier een artikel uit TvZ te lezen.

Werkdrukverlaging, betere opleidingsmogelijkheden en meer waardering voor het beroep binnen de organisatie blijken in beide onderzoeken belangrijke gebieden als het gaat om punten de aantrekkelijkheid van het beroep zouden vergroten.

Ouderen en medicatie

‘Veel mis met medicijngebruik ouderen’, zo kopt Nursing op haar website.

Het gaat over de bevindingen van Wilma Denneboom die 13 maart jl. is gepromoveerd op haar proefschrift ‘Improving medication safety in the elderly’.

Zij kwam tot de conclusie dat er bij praktisch alle ouderen sprake was van punten m.b.t. medicatie die aandacht behoeven!

Benieuwd naar meer van haar onderzoeken? Klik hier voor ‘Analysis of polypharmacy in older patients in primary care using a multidisciplinary expert panel’ uit juli 2006. Hierin beschrijft ze haar onderzoek naar ‘medication review’. Hierbij is direct contact tussen Huisarts, Apotheek en cliënt over werking, samenwerking en bijwerking van gebruikte medicatie van groot belang en wordt gekeken naar het totale plaatje van medicijn gebruik.

Blogging on Peer Reviewed ResearchDenneboom, W., Dautzenberg, M. G., Grol, R., and De Smet, P. A. (2006). Analysis of polypharmacy in older patients in primary care using a multidisciplinary expert panel. The British journal of general practice : the journal of the Royal College of General Practitioners, 56(528):504-510 [PubMed]

Andere vrij verkrijgbare publicaties en onderzoeken naar medicatie gebruik en ouderen voor de geinteresseerden:

Klik hier voor de Brochure ‘medicijnen onder controle: Tips voor mensen die verschillende medicijnen tegelijk gebruiken‘ van het DGV, het Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik

Daniel S. Budnitz, MD, MPH; Nadine Shehab, PharmD; Scott R. Kegler, PhD; and Chesley L. Richards, MD, MPH: Medication Use Leading to Emergency Department Visits for Adverse Drug Events in Older Adults Annals of internal medicine, dec. 2007 vol. 147 nr 11, 755-765

Chunliu Zhan et al: Potentially Inappropriate Medication Use in the Community-Dwelling Elderly: Findings From the 1996 Medical Expenditure Panel Survey Journal of the American Medical Association, dec 2001 Vol 286, No. 22, 2823-2829

Kunstzinnigheid en dementie!

Het is al laat, maar bij het lezen van het artikel ‘Alzheimer’s patients retain their taste in art‘ kon ik het niet nalaten. Het artikel is gebaseerd op: I know what I like: Stability of aesthetic preference in Alzheimer’s disease. Brain and Cognition (Halpern et al. 2008) hetgeen te vertalen is als: ‘Ik weet wat ik mooi vind: stabiliteit van esthetische voorkeuren bij mensen met de ziekte van Alzheimer’

Het komt er in het kort op neer dat ze de volgende proef hebben gedaan:

Twee groepen; 17 gezonde ouderen en 16 met (mogelijk) de ziekte van Alzheimer moesten 3 ansichtkaarten met op elk van de ansichtkaarten een kunstwerk uit een bepaalde stijl op volgorde van voorkeur zetten. De verschillende stijlen:

realistisch (voorbeeld)

geabstraheerd (voorbeeld)

abstract (voorbeeld)

Twee weken later werd beide groepen gevraagd dezelfde handeling nogmaals te doen. Er bleek sprake te zijn van relatief weinig verschil in algehele voorkeur, waarbij de ‘Alzheimer groep’ een zelfde mate van stabiliteit van voorkeur bleek te hebben als de gezonde groep!

Maar het word nog interessanter: In een tweede experiment werd een exact gelijke opzet gehanteerd, ditmaal met twee groepen van twintig personen en de toevoeging van een geheugentest:

De voorkeur voor stijl bleek ook deze keer weer gelijk met de gezonde groep, maar de Alzheimer groep scoorde zeer slecht op de herkenningstest: het feitelijke beeld waren ze geheel vergeten.

Wat mooi is lijkt dat ook lang te blijven, wat het ook zij.

Blogging on Peer Reviewed ResearchHalpern, A., Ly, J., Elkinfrankston, S., and Oconnor, M. (2008). “I know what I like”: Stability of aesthetic preference in alzheimer’s patients. Brain and Cognition, 66(1):65-72. [DOI]

ONDERZOEK NAAR….

Smetplekken:

NIVEL inventariseert hoe vaak ‘smetplekken’ vóórkomen
klik hier voor het onderzoeksverslag ‘Prevalentiemeting van smetten in de Nederlandse intramurale zorginstellingen’ (PDF)

Tevredenheid over en in de zorg:

Cliënten tevreden over personeel in verpleging, verzorging en thuiszorg (NIVEL)
Klik hier voor het rapport ‘Quick scan’ kwaliteit van zorg vanuit cliëntenperspectief in de care-sector’. (PDF)

Verzorgenden tevredener over scholingsaanbod werkgever (NIVEL)
Klik hier voor het rapport ‘Verzorgenden over bijscholings- en doorstroommogelijkheden
Factsheet Panel Verpleegkundigen en Verzorgenden‘ (PDF)

VOOR U VERZAMELD

Via de website van Vilans zijn er een aantal prachtige documenten gratis te downloaden:

Over multimorbiditeit bij ouderen:

Ouderdom komt met gebreken
Geneeskunde en zorg bij ouderen met multimorbiditeit

ZELFREDZAAMHEID BEVORDEREN VOOR ALLOCHTONE VROUWEN
Handreiking aan gemeenten
(door het Verwey-Jonker Instituut)

Over de samenhang tussen de veranderende demografie en de economische gevolgen ervan kunnen we lezen in:
Veelkleurig grijs; Economische aspecten van volksgezondheid en zorg
(Rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de Economische aspecten van Volksgezondheid en Zorg aan de Universiteit van Tilburg op vrijdag 25 januari 2008 door Johan Polder)

Thuiszorg:
Actiz wil spoedoverleg over chaos thuiszorg

Domotica:
Rollator-navigator wijst ouderen de weg (website: zorg en welzijn)

Politiek:
Actieplan valpreventie
Kamerstuk, 18 februari 2008

Kranten en Tijdschriften:
Dementerende moet thuis wonen (ND)

Een op het eerste gezicht opmerkelijk artikel over ‘hangouderen’ vinden we in de Volkskrant:
Liever scootmobiel dan bank van beton

In het ND vinden we ook een artikel over euthanasie, waarin de auteur Petra Noordhuis verhaalt over het promotieonderzoek van juriste Esther Pans, die de euthanasiewet als ‘paternalistisch’ bestempelt.
‘Euthanasie kan alleen als arts het wil’

Naar mijn mening beschrijft de auteur van het artikel euthanasie onterecht als een ‘misdrijf’. Klik hier voor de ‘Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’ (Via de NVVE site), zodat u uw eigen oordeel kunt vormen.

Over de zorgwekkende vooruitzichten m.b.t. de benodigde schare werknemers in de zorg in de toekomst kunt u lezen in:
Trots moet terug in de zorg (ND)

‘STEEDS MEER ZORG VOOR OUDEREN NODIG’

Volgens het CBS is de geleverde hoeveelheid zorg in thuis- verzorgings- en verpleeghuiszorg tussen 2002 en 2007 gemiddeld met 3,6% per jaar toegenomen, zo lezen we in ‘De Pers‘van 14 januari. Dit is meer dan de stijging van het aantal patiënten per jaar, die 2,8% per jaar bedroeg. Opvallend is ook het verschil tussen de intra- en extramurale zorgsetting:
In de thuiszorg steeg niet alleen het aantal uren (met name in 2005 en 2006) zorg per patiënt, maar ook de zorgzwaarte nam toe. In de verpleeghuizen daalden het aantal bewoners met bijna 1% in vijf jaar. (de extramuralisering lijkt dus ook een cijfermatig feit!) Dit neemt niet weg dat de hoeveelheid geleverde zorg in de verpleeghuizen toch steeg, dankzij een toename van aanvullende zorg boven op de basiszorg. Te denken valt daarbij aan de zorg voor patiënten met Korsakov.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 320 andere volgers