HBO vs. MBO?

Geplaatst op16 december 2011

8


Er is maar weer eens een lijk uit de kast getrokken: welke meerwaarde heeft een HBO-V’er? In de Tweede Kamer weten ze het zo net nog niet en de V&VN is een beroepsprofiel in elkaar aan het drukken. De discussie die m.b.t. dit onderwerp ontstaat bekijk ik doorgaans met argusogen. Niet in de laatste plaats omdat de gebezigde argumenten nogal eens curieus zijn. Ter illustratie:

ik ken mbo-v’ers die op heel hoog niveau presteren en hbo-v’ers die ik niet aan m’n bed wil hebben, dus…

Natuurlijk is dat een nogal wankel argument. Er zullen immers vast hbo-v’ers zijn die op zéér hoog niveau werken, zich bezighouden met kwaliteitsverbeteringen en keihard EBP-minded zijn. En ook mbo-v’ers die er de kantjes vanaf lopen.  Als we dan de logica van het bovenstaande argument volgen, dan zien we dat we de mbo-v wel op kunnen doeken. En dat lijkt me een slecht plan.

Een ander vooreeld is te vinden bij Noortje Spengers die op haar nursing weblog zegt dat men op haar afdeling verbaasd reageert als ze zegt dat ze een mbo diploma heeft. (wat natuurlijk heel tof is!) Even verderop stelt ze echter dat 95% van haar collega’s een hbo-v diploma heeft. De optie dat dit haar niveau opkrikt (wat een wisselwerking oplevert) mogen we niet zomaar uitvlakken! Daarentegen kan het demotiverend werken om als hbo’er regelmatig te horen dat ‘die twee linker handen hebben en alleen met hun hoofd in de boeken zitten’. (ervaringsverhaal)

Niettemin word ik ook kriebelig van (pas afgestudeerde) hbo-v’ers die beginnen met een baan en zich dan ergeren aan het feit dat ze zo weinig verdienen. Aan de top van deze argumentenreeks staat: mijn vriend(in) heeft een economische hbo-opleiding gedaan en verdient vééél meer. Tja, dan ga je lekker een economische opleiding volgen…

Kort gezegd ben ik wat dit vraagstuk betreft meritocratisch ingesteld: beoordeling op merits, oftewel verdiensten. Als hbo’er zijn er bepaalde onderdelen van het vak die duidelijk in de aandacht staan. Werken volgens en invoering van richtlijnen vind ik persoonlijk een goed voorbeeld. We hebben prachtige richtlijnen, bijvoorbeeld voor ambulante compressie therapie. Maar over bijvoorbeeld het al dan niet aanbrengen van polstering doen zich in de praktijk schijnbaar heel verschillende meningen de ronde. Nu mag iedereen z’n eigen mening hebben, maar feiten zijn niet zo vrijblijvend. En dus is er één goede manier. Het adagium ‘iedereen heeft zo z’n eigen wijze’ mag voor mijn part de prullenmand in. En daar mag je van hbo-v’ers wat verwachten. Of beter: daar moet je wat van verwachten. Dus: wat gaan we doen met die enkel-arm index? Dat laat direct de mogelijkheid open dat mbo’ers óók op dat vlak gaan werken. Het gaat om competenties en die zijn niet per definitie gebonden aan een papiertje!

Ik denk dat hbo-v’ers duidelijk meerwaarde kunnen bieden. Maar dat is wél voor een flink deel van die hbo’er afhankelijk. Al de tijd die ondertussen verdaan is met geklaag over mbo’ers en hbo’ers en het verschil daartussen is eigenlijk een schande voor onze patiënten. Dus ik ga het hier denk ik maar eens bij laten.

Getagged:, ,
Geplaatst in:Verpleegkunde