Compassie volgens van der Cingel: zeven dimensies

Zoals in het vorige artikel werd gesteld, herkende van der Cingel na analyse van haar interviews zeven terugkerende thema’s: dimensies van compassie. (van der Cingel, 2010) Volgens haar zouden deze houvast bieden om compassie ‘toe te passen’. Dat suggereert dat compassie methodisch is toe te passen. Het zien van het overzicht van deze dimensies brengt me weer helemaal terug in de lessen Relationele Vaardigheden:

  1. Ontmoeten van mens tot mens
  2. Ruimte krijgen (geven) voor het verhaal
  3. Confrontatie
  4. Betrokkenheid
  5. Helpen (‘doen’)
  6. Aanwezigheid (‘er zijn’)
  7. Begrip

Dimensies en benoemingsfrequenties door patiënten en verpleegkundigen. Klik voor groot.

In de afbeelding hiernaast zijn benoemingsfrequenties te zien. Ik ben helaas niet erg bekend met de wijze waarop dergelijke gegevens gedestilleerd worden, maar het lijkt me een flinke klus. Grappig vind ik het verschil op het gebied van de dimensie ‘helpen': dit wordt behoorlijk wat vaker genoemd door patiënten dan verpleegkundigen, in tegenstelling tot luisteren, dat meer genoemd wordt door verpleegkundigen. Past dit in het idee van de verpleegkunde als in de kern een zéér praktisch beroep vol ‘doeners’? Of is het een uiting van de wijze waarop compassie nog niet de plek in zorg heeft die in het vorige deel werd genoemd?

Van der Cingel, van Heijst en Arendt

Ik vind het interessant om te zien hoe hier verschillende verpleegtheoretische en filosofische kaders in te vinden zijn. De ontmoeting van mens tot mens, hier stap 1, wordt in Hannah Arendt’s ‘menselijke conditie’ gezien als het summum van vrije menselijkheid: het leidt tot ‘handelen‘. Van Heijst steunt hier in haar boek ‘Menslievende Zorg‘ voor een flink deel op. (van Heijst, 2008) Overigens gaat van der Cingel niet zover en beschrijft de ontmoeting als het ‘contact dat om onmiddelijke aandacht vraagt van de verpleegkundige’, waarop de patiënt ruimte krijgt om diens verhaal te doen. (aandachtig luisteren, de juiste vragen stellen) De confrontatie dient voor erkenning van het leed, maar ook voor een check-up: zitten we hier op dezelfde golflengte? Heel praktisch, heel verpleegkundig. Check.

Bij de betrokkenheid kom van Heijst weer in beeld. Van der Cingel schrijft:

Betrokkenheid is voelen dat de ander jouw emotie ziet en herkent en zich, net als jijzelf, zorgen maakt om jou. [...] Door te laten zien dat het leed van de verpleegkundigen hen ook raakt, laten verpleegkundigen zien dat er geen sprake is van eenrichtingsverkeer.

Ook van Heijst spreekt over geraakt worden en geraakt mogen worden. Dit is denk ik binnen de verpleegkunde een moeilijk punt. In de de vorige ‘Compassie volgens van der Cingel‘ benoemde ik het al even en vroeg me af of compassie een balansstok voor het koorddansen over de grens tussen betrokkenheid en professionaliteit kon zijn. Volgens mij is het eerder een verzwaring aan één kant, die van betrokkenheid: het is een eng gebied om als verpleegkundige te betreden: het leed van een ander. In de zorg voor chronisch zieke ouderen, waar van der Cingels onderzoek zich op richtte, is er genoeg van.

Van Heijst onderzoekt vanuit dat oogpunt een ander interessant contrast en beschrijft de oude ziekenverzorgende nonnen. Deze werkten volgens het principe van de ‘caritas': een goedertierendheid die geen onderscheid maakt in mensen. Van Heijst verhaalt over nonnen die daardoor flink in emotionele problemen kwamen; enige vorm van (ontdekking van) persoonlijkheid jegens hun patiënten werd als onethisch beschouwd: het is praktisch onmogelijk om niet geraakt te worden door leed. Van der Cingel geeft daarbij aan dat we de neurologische apparatuur goed op het spoor zijn in de vorm van bijv. spiegelneuronen.

Van der Cingel en Tronto

Het helpen, de vijfde dimensie bestaat uit het daadwerkelijk iets doen voor mensen In Tronto’s ideeën over zorg, waarin vier fasen worden onderkend komt het ‘care giving’ ook voor:

  1. Zorgen maken (caring about)
  2. Zorg op zich nemen (taking care of)
  3. Zorgen (care giving)
  4. Ontvangen van zorg (care receiving)

Het helpen van mensen vindt plaats in fase drie. Van der Cingel’s en van Heijst’s ‘geraakt worden’, en het ‘ontvangen van zorg’ vormen een interessant contrast. Het geraakt worden lijkt bij Tronto voor te komen in fase vier, terwijl het bij van Heijst en van der Cingel eerder een rol van betekenis lijkt te spelen. Niettemin onderkennen ze allemaal dit aspect van zorg.

Het ‘aanwezig zijn’ krijgt bij van der Cingel een speciale status: het is een voorrecht. Als verpleegkundige ben je professioneel gezien vaak aanwezig bij moeilijke momenten. Het slecht nieuws gesprek, de moeilijke intake. Aanwezig zijn is echter wel anders dan ‘erbij zijn’. Een voorbeeld uit eigen ervaring: bij het bekijken van MRI-scans van een vrij unieke hartafwijking door arts en patiënt kwam een groepje verpleegkundigen uiterst geïnteresseerd de artsen kamer binnen om mee te kijken. Ze waren er bij, maar van ‘aanwezig zijn’ was allerminst sprake. Van der Cingel:

Tijdens de aanwezigheid is het nodig op te merken wat de ander werkelijk nodig heeft

Het tonen van begrip (vooral door verpleegkundigen genoemd) slaat m.i. terug op het geraakt worden door leed. Verpleegkundigen willen graag duidelijk maken dat ze begrip hebben voor de situatie van de patiënt.

Toe passen?

Of, zoals van der Cingel aangeeft, haar zeven dimensies van compassie houvast bieden bij het toepassen ervan lijkt enigszins voor de hand liggend. Voor de hand liggende dingen hebben echter wel vaker misgegrepen. Wetenschappelijk onderzoek zou dit m.i. moeten bevestigen. Maar ik vind het bijzonder knap hoe ze de theoretische kaders die haar onderzoek heeft geschapen op een begrijpelijke wijze in de praktijk weet weer te geven. De verpleegkunde opleiding waar ze doceert kan zich in de handjes wrijven.

Ten leste

Van der Cingel onderkent ook nog vier thema’s in haar visie op compassie. Die komen de volgende keer aan bod in Compassie volgens van der Cingel: vier thema’s en een berg hersenen. Ondertussen kunt – en hoort! – u het artikel zelf ook te lezen. Geen excuus: het is gewoon in z’n geheel via the interwebz te lezen!

Literatuur

van der Cingel, M. (2010). Compassie in de verpleegkundige praktijk. een onderzoek naar de aard en betekenis van compassie voor chronisch zieke ouderen. Verpleegkunde, (4):18–25. [PDF] [URL]

van Heijst, A. (2008). Menslievende zorg. Een ethische kijk op professionaliteit. Kampen: Klement. ISBN: 90-77070-39-7

About these ads

Tags:, , , ,

4 responses to “Compassie volgens van der Cingel: zeven dimensies”

  1. Annemiek says :

    Het lijkt wel wat op Jane Watson’s theory of care. http://currentnursing.com/nursing_theory/Watson.html
    Ik kan me hier wel in vinden. In het begin van mijn carriere koos ik voor een andere theorie, maar voor mijn laatste nursing philosophy paper had ik Watson’s theorie gekozen. Wat heb je zonder compassie in de verpleging? Niks. Ik moet hierbij aan de film Wit denken http://en.wikipedia.org/wiki/Wit_%28film%29

  2. Bram says :

    Jaaa, Wit. Fantastische film…

    Nog enige kans dat ik die paper mag lezen? :)

  3. Annemiek says :

    Ik heb die alleen nog op papier na een computercrash. Het is van 4 jaar geleden en laat nog wat te wensen over.

Trackbacks / Pingbacks

  1. van der Cingel in reactie op yours truly « Ars GeriatriCare - 12 augustus 2011

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 320 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: