Over de oude strot, het doordrukken en biologisch voedsel.

Geplaatst op5 oktober 2010

35


[update 5-9 13:30] We hebben contact, zie de reacties.

[update 6-9] Er wordt gewerkt aan verstrekking van goede informatie over (het voorkomen/herkennen) van ondervoeding. Zie de paragraaf ‘Zinnige Informatie’ onderaan het artikel. Zaniken op baggeronderzoek is leuk, waar het om draait is vooruitgang.

Over de oude strot, het doordrukken en biologisch voedsel. Gezwellig.

Zo af en toe zakt een mens de moed in de schoenen, zeker als de zoveelste hoeveelheid ’Napalm Grade Burning Stupid‘, aan iemand gezicht voorbijtrekt. om met de woorden van Orac te spreken. Dit keer was het raak vanuit Wageningen en betrof het voeding bij ouderen. Prepare…

Via @Lodewijkjes – die je, mocht je op twitter actief zijn absoluut moet volgen – kwam ik nl. terecht op een onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van Wageningen:

De Genietende Groene Tafel – Een pilot-onderzoek naar wat goed eten en drinken binnen de zorgsector kan opleveren [linkje] [PDF]

En daar is weinig goeds in te vinden. Ik had me voorgenomen om de meer skeptische, antikwak artikelen bij Cryptocheilus onder te brengen, maar aangezien dit met de ouderenzorg te maken heeft is het hier op Ars GeriatriCare te vinden. Ik waarschuw u alvast voor een opmaak waar een eerstejaars HBO-V student zich voor zou schamen, of basisschool grammatica fouten (zie p. 5) Laten we beginnen bij bij wat de onderzoekers hebben gevonden:

Uit een pilotonderzoek op twee verpleeghuislocaties van zorginstelling BrabantZorg in Veghel en Oss blijkt dat bewoners meer eten en zich prettiger voelen als ze een aangepaste maaltijd aangeboden krijgen. Hierdoor komen bewoners in gewicht aan en is de verwachting dat ze in de toekomst minder dure dieetproducten nodig hebben. Ondervoeding is in de ouderenzorg een groot probleem dat leidt tot meer zorgkosten.

Het enige zinnige zinnetje daaruit is de laatste en dat weet iedereen met een half gram verstand van de ouderenzorg. Ter illustratie: in een cohort van 414 in het ziekenhuis opgenomen mensen van 75 jaar en ouder waren 73 (16,7%) mensen niet ondervoed! Ondervoeding was zéér significant gecorreleerd (p<.0001) met een slechte prognose: ondervoedde ouderen hadden een veel grotere kans op overlijden en hun opnamen duurde veel langer. (Kagansky et al. 2005) Actie is benodigd, zo moet men hebben bij het ministerie van LNV en VWS hebben gedacht:

Het pilotonderzoek is gefinancierd door het ministerie van LNV, en opgezet samen met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (WVS). Het wetenschappelijk gedeelte van het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen URFood & Biobased Research.

Dat is wel een grappige combinatie. Zowél de minister van LNV (Gerda Verburg) alsóók de Universiteit Wagening, waar URFoof & Biobased Research aan gelieerd is, zijn dit  jaar genomineerd voor de mr. Kackadorisprijs. Deze is overigens aan Triodos Bank, steunpunt van Misdadige Hulp uitgereikt.

Terzake. Gerda Verburg is heel benieuwd naar het terugdringen van het pillengebruik (p. 5):

De concrete aanleiding voor deze onderzoekspilot was de uitspraak van minister Verburg bij het uitreiken van de LNV Smaakprijs p het congres Gastvrijheidszorg met Sterren op 28 mei 2009: “  ‘Waar ik geïnteresseerd in ben is hoeveel pillen door een goede maaltijd kunnen worden vervangen’

Wat ik me op dat vlak kan bedenken: een aantal flinke bellen alcohol verschaffen i.p.v. anticoagulantia. Maar laten we dat maar NIET doen. (men vraagt zich overigens af of dit niet een vraag is voor ministers als Klink) Mocht de lezer meer ideeën hebben, gaat uw gang in de reacties.

De vermelding op de website van LNV is overigens niet helemaal kompleet. Aan het einde van de PDF lezen we namelijk (vervetting door mij):

Het onderzoek ‘De Genietende Groene Tafel” is gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daarnaast is de praktische vertaalslag van het project ondersteund door Campina, Unilever, Kruidenier, Zwanenberg en CNFKoetsier. Zij ondersteunen het uitgangspunt van het onderzoek dat investeren in lekker en goed eten en drinken, op andere gebieden binnen de zorginstelling, geld kan besparen. Laatstgenoemde partijen hebben echter geen invloed gehad op de opzet, uitvoer en resultaten van het onderzoek noch op de samenstelling van deze rapportage.

Ik kan me voorstellen dat ze bij het ministerie van LNV dergelijke COI’s (Conflicts Of Interest) hebben bewaard tot de laatste pagina’s van een PDFje. En : een uitgangspunt ondersteunen nog vóór er deugdelijk onderzoek naar is gedaan? (wat overigens niet helemaal waar is, maar daarover later meer) Curieus. De vaagheid van ‘laatstgenoemde partijen’ laten we even voor wat het is.

Om maar met de deur in huis te vallen: het ‘onderzoek’ (een begrip dat in dit kader zo ver moet worden opgerekt dat de nadruk op ‘on’ gelegd moet worden) is zóóó slecht dat ik niet weet of ik nu in blinde furie of hysterisch hoongelach moet uitbarsten. (gezien mijn huidige toestand heb ik voor de laatste optie gekozen overigens). Ik kan er niet meer in herkennen dan een walgelijke manier om over de ruggen van ouderen biologisch voedsel door strotten te drukken. Pardonnez les mots. De laatste keer dat ik zoiets ontstellends slecht tegen ben gekomen is al weer een tijdje geleden en betrof een ‘pilotonderzoek’ naar het verstrekken van water op afdelingen van een liefdadigheidsinstelling. (nostalgie: dit werd nog gepubliceerd op ‘VGG Actueel’, de voorloper van Ars GeriatriCare en een van de minst gelezen blogs ter wereld) Terugkijkend vormde het artikel evenwel een belangrijk punt in de ontwikkeling van mijn interesse in kwakzalverij.

Je hoopt zoiets nooit meer tegen te komen. Helaas. De menselijke domheid kent geen grenzen en dus moeten we aan de bak. Om een beetje inzicht te krijgen in het wel een geween van het onderzoek enkele quotes. te beginnen op p. 10:

Het wetenschappelijke doel van het onderzoek was:

1. Het onderzoeken van het effect van het concept “De Genietende Groene Tafel” op de voedselinname en de tevredenheid van ouderen in verpleeghuizen.

2. Het verkennen van het effect van het concept “De Genietende Groene Tafel” op de kwaliteit van leven (lichamelijk en geestelijk welzijn) van ouderen in verpleeghuizen.

Om daar achter te komen deed men het volgende (p. 11)

In totaal hebben 68 cliënten met een lichamelijke beperking (klassiek somatisch) meegedaan aan het onderzoek. De controlegroep waren 40 cliënten die wonen in het verpleeghuis Vita Nova in Oss (BrabantZorg). De experimentele groep waren 28 cliënten die wonen in het verpleegcentrum De Watersteeg (BrabantZorg). Het onderzoek heeft in totaal 12 weken geduurd (3 x een menucyclus van 4 weken). Beide groepen (controle groep en experimentele groep) kregen eerst hun normale hoofdmaaltijden in hun gebruikelijke eetomgeving (eerste menucyclus, 4 weken; controle fase). De controlegroep in Oss heeft voor de vervolgperiode (8 weken) deze normale cyclus in de hoofdmaaltijden voortgezet. Bij de experimentele groep in Veghel is het concept “De Genietende Groene Tafel” toegepast in de vervolgweken.

Wat met name gemeten werd was de voedselinname tijdens de hoofdmaaltijd. Andere metingen die plaatsvonden waren het lichaamsgewicht, de voedingsstatus van de ouderen, de kwaliteit van leven, de mentale toestand van de ouderen en de beleving van hun maaltijd. De voedselinname tijdens de maaltijden is bepaald aan de hand van in totaal 26 camera’s, die in de zorginstellingen geplaatst zijn, zodat de waarnemingen de omgevingsambiance niet verstoorde. Deze aanpak in het onderzoek is positief beoordeeld door de Medisch Ethische Toetsingscommissie van Wageningen Universiteit

Randomisatie? Geen idee. (wél verhouding 1:2 in controle vs. interventiegroep) Blindering? Niet genoemd. Effect op andere maaltijden? Niet in geïnteresseerd. Gebruikte methoden om kwaliteit van leven te meten? Onbekend. Manier van wegen van cliënten? Laat maar. Ik denk dat de algemene teneur wel duidelijk is. Toch komt men tot mooie conclusies, zoals te lezen op pag. 5 en 6 :

  • Een betere voedselinname door de bewoner heeft een direct verband met het aantal dieetproducten dat gebruikt wordt.
  • Het invoeren van een duurzaam totaalconcept vraagt een goede, stapsgewijze voorbereiding om voldoende draagvlak te creëren bij bewoners, personeel en mantelzorg.
  • De praktische vertaalslag van een concept naar de praktijk moet passen binnen de visie en werkwijze van de zorginstelling en ansluiten bij haar bewoners.
  • Het gebruik van biologische producten is op zich duurder, maar de vermindering in het gebruik van dieetproducten (tussen controle‐groep en test‐locatie) bleek ruim voldoende om de extra kosten veroorzaakt door het gebruik van biologische producten te financieren.

Dat biologisch niet wil zeggen ‘gezond’, kon u eerder lezen op Ars GeriatriCare. Verder is het vreemd, dat we op pagina 18 en 19 lezen:

Primair doel vanuit onderzoeksoogpunt was om de absolute voedselinname van de cliënt te verhogen. Secundaire doelen vanuit het onderzoek waren: meten van de (maaltijd)beleving door de cliënt, wat invoering van dit concept in relatie tot het gebruik van dieetproducten en de mate van zorgvraag betekende en wat invoerin van het concept in financieel opzicht betekende voor de zorginstelling. Bij aanvang van het onderzoek was overigens al duidelijk dat voor de secundaire doelstellingen nog geen concrete resultaten koden worden verwacht, mede door de korte duur van het onderzoek. Wel was het de bedoeling om hiermee ervaringen op te doen in een real‐life setting om in te kunnen zetten in een mogelijk vervolg‐onderzoek.

Ze hebben weten te meten wat ze niet konden meten! Is dit een metaforische nagel in de doodskist van het onzekerheidsprincipe van Heisenberg? Maakt u zich niet druk. Het is gewoon Unsinn. En wat doe je dan als onderzoeker? Laten we het ‘met tertiaire doelen op de proppen komen’ noemen.

Het totaal resulteert in de volgende trends. Er is een trend zichtbaar in de afname van lichaamsgewicht (‐0.4 kg) in de controle groep Oss, terwijl de experimentele groep in Veghel een gemiddelde toename van +0.6 kg laat zien. Dit komt overeen met de trend van een toename van de totale energie‐inname van 3% in Veghel. In Oss (de controle groep) neemt de energie‐inname in dezelfde periode met 2% af. Dit is opvallend, omdat deze veranderingen in een relatief korte tijdsperiode behaald zijn.

Er zijn overigens geen significante veranderingen vastgesteld in de kwaliteit van leven en in de mentale toestand van de oudere. Echter van de 68 cliënten die meededen met het onderzoek konden er 26 niet geïnterviewd worden, doordat de cliënten of te grote fysieke of geestelijke beperkingen hadden, niet meer konden praten of gewoon niet wilden vanwege de hoge impact die sommige vragen hadden op de proefpersonen. Hierdoor is het lastig om deze resultaten op juistheid te evalueren.

Een trend wil zeggen: NIET significant. Gezien de ENORME omvang van de groepen (kuch) lijkt me dat een nutteloos resultaat, dat aan enorm veel andere invloeden kan worden toegeschreven. Zoals bijv. ambiance tijdens het eten. (nog even geduld).

Voor degene met een bepaalde interesse in stupiditeit – mea culpa – zijn dit op zich interessante stukken. Toch durf ik met zekerheid te zeggen dat inspectie van het systeemplafond boven mij, om eens wat te noemen, me tot diepere inzichten over de ouderenzorg had gebracht. Het is pervertering van de wetenschap. Maar het is dan ook érg moeilijk, die wetenschap. Kijkt u even op pag. 26 van de PDF:

Het onderzoek doen in een real life situatie vraagt juist flexibiliteit in bovengenoemde waarden van de wetenschap, waardoor het een enorme uitdaging wordt om valide wetenschappelijk onderzoek uit te voeren met een praktische implicatie

De arme sloebers. Onderzoekertje spelen is – toegegeven – best lastig. Maar misschien hadden ze even moeten buurten in Wageningen. Daar is nl. meer serieus onderzoek naar het dekken van tafels voor de oudere medemens gedaan. (wetenschappers onderzoeken ook ALLES) In een onderzoek onder 178 bewoners van in 5 Nederlandse verpleeghuizen werd gekeken naar het effect van ‘family style maaltijden’:

Nijs, K. A., de Graaf, C., Siebelink, E., Blauw, Y. H., Vanneste, V., Kok, F. J., and van Staveren, W. A. (2006). Effect of family-style meals on energy intake and risk of malnutrition in dutch nursing home residents: a randomized controlled trial. The journals of gerontology. Series A, Biological sciences and medical sciences, 61(9):935-942. [Pubmed] [PDF]

Abtract:

The change in daily energy intake between the control and intervention group differed significantly (991 kJ; 95% confidence interval [CI], 504-1479). The difference in intake of macronutrients was 29.2 g (95% CI, 13.5-44.9) for carbohydrate, 9.1 g (95% CI, 2.9-15.2) for fat, and 8.6 g (95% CI, 3.4-13.6) for protein. The percentage of residents in the intervention group classified by the MNA as malnourished decreased from 17% to 4%, whereas this percentage increased from 11% to 23% in the control group.

Interventies om ambiance gedurende maaltijd te optimaliseren in Nederlandse verpleeghuizen. Bron: Nijs et al. 2006. Klik voor groter

Zie de tabel hiernaast voor een beschrijving van de interventies. Dat zijn flinke veranderingen. Als men bedenkt dat de ADH wat betreft energie tussen de 2000 en 2500 kcal is. Dat betekent dat in de interventie groep gemiddeld de helft van de ADH méér(!) werd geconsumeerd. Ten overvloede; dit geeft nog meer redenen om het hierafgebrandebekritiseerde onderzoek te verachten. De auteurs noemen het onderzoek door Nijs et al., die feitelijk buren zijn, in het geheel niet.

Een betere ambiance wérkt. Gezellig – ‘Family style’ –  eten doet eten. Via @djaanan, studente aan de Universiteit van Wageningen en to-be wetenschapscrack op het gebied van voeding kreeg ik te horen dat het één van de eerste stukken is die ze voor haar opleiding te lezen kreeg. Men verbaze zich ondertussen niet over het feit dat over dit onderzoek helemaal niets is te vinden in de publicatie over ‘de Groene Tafel’. Ze spoedde zich dan ook begrijpelijk ook met de volgende opmerking:

@bhengeveld Ja maar, dat staat wel los van de profs die voeding doceren, Food & Biobased Research is een aparte afdeling…#fikkieitis hihi

Ik kan me héél goed voorstellen dat je er niet mee geaccosieerd wil worden. Net zoals je niet geassocieerd wil worden met kwakzalversopleiding op je hogeschool.

Om een lang verhaal kort te maken. De wijze waarop op deze manier de oudere medemens dingen door de strot gedrukt wordt is ronduit weerzinwekkend en niets minder dan hoerering van het begrip ‘wetenschap’. Dat is schadelijk voor de wijze waarop mensen (zorgverleners) wetenschap bekijken en ervaren of er gebruik van maken. Het gedoe voegt daarnaast ook nog eens niet aan reeds aanwezig kennis toe. Waarom WUR?

Zinnige Informatie

Naast dat het belangrijk is om slecht wetenschappelijk onderzoek onder ouderen aan de schandpaal te nagelen wil de auteur van Ars GeriatriCare een bron zijn van informatie waar we wél wat meer kunnen.

Richtlijnen

Omgaan met afweergedrag bij eten en drinken van bewoners met dementie. (Groenewold et al. 2009). Uit ervaring kan ik de lezer mededelen dat het bieden van ondersteuning bij het eten van mensen met dementie bijzonder lastig kan zijn. Motorische, cognitieve en zorgverlener gerelateerde problemen zijn daar debet aan. De Kenniskring Transities in Zorg ontwikkelde daarom de richtlijn Omgaan met afweergedrag bij eten en drinken van bewoners met dementie. Zie ook:

Websites

http://www.stuurgroepondervoeding.nl/

Assessmentmethoden

De SNAQ. Lekker kort.

SNAQ (Short Nutritional Assessment Questionaire)

De SNAQ is een veelgebruikte, bijzonder snelle methode om (potentiële) ondervoeding vast te stellen en in veel ziekenhuizen gemeengoed. (o.a.: Wilson et al. 2005) Op de website Zorg voor Beter is er meer informatie te vinden.

Aanbevolen literatuur

Groenewold, J. H., den Bosch, H. J. H., and de Lange, J. (2009). Omgaan met afweergedrag bij eten en drinken van bewoners met dementie. Kenniskring Transities in Zorg, Rotterdam [PDF]

Kagansky, N., Berner, Y., Koren-Morag, N., Perelman, L., Knobler, H., & Levy, S. (2005). Poor nutritional habits are predictors of poor outcome in very old hospitalized patients. The American journal of clinical nutrition, 82(4):784-791. [Pubmed] [PDF]

Kruizenga, H. M., Seidell, J. C., de Vet, H. C., Wierdsma, N. J., & van Bokhorst-de van der Schueren, M. A. (2005). Development and validation of a hospital screening tool for malnutrition: the short nutritional assessment questionnaire (SNAQ). Clinical nutrition, 24 (1), 75-82.  [PDF]

Kruizenga, H. M., de Jonge, P., Seidell, J. C., Neelemaat, F., van Bodegraven, A. A., Wierdsma, N. J., & van Bokhorst-de van der Schueren, M. A. (2006). Are malnourished patients complex patients? Health status and care complexity of malnourished patients detected by the Short Nutritional Assessment Questionnaire (SNAQ). European journal of internal medicine, 17 (3), 189-194. [DOI] [Pubmed]

Kruizenga, H. M., Van Tulder, M. W., Seidell, J. C., Thijs, A., Ader, H. J., & Van Bokhorst-de van der Schueren, M. A. (2005). Effectiveness and cost-effectiveness of early screening and treatment of malnourished patients. The American journal of clinical nutrition , 82 (5), 1082-1089. [PDF] [Pubmed]

Nijs, K. A., de Graaf, C., Siebelink, E., Blauw, Y. H., Vanneste, V., Kok, F. J., & van Staveren, W. A. (2006). Effect of family-style meals on energy intake and risk of malnutrition in dutch nursing home residents: a randomized controlled trial. The journals of gerontology. Series A, Biological sciences and medical sciences, 61(9):935-942. [Pubmed] [PDF]

Pigato, J. B., Subramanian, V. A., & McCaba, J. C. (1998). Cardiac hemangioma. a case report and discussion. Texas Heart Institute journal / from the Texas Heart Institute of St. Luke’s Episcopal Hospital, Texas Children’s Hospital, 25(1):83-85. [Pubmed] [PDF]

Wilson, M.-M. M., Thomas, D. R., Rubenstein, L. Z., Chibnall, J. T., Anderson, S., Baxi, A., Diebold, M. R., and Morley, J. E. (2005). Appetite assessment: simple appetite questionnaire predicts weight loss in community-dwelling adults and nursing home residents. The American journal of clinical nutrition, 82(5):1074-1081. [Pubmed]