90 jaar na dato; wat zijn we opgeschoten sinds de Spaanse griep?

Geplaatst op13 augustus 2009

2


influenzavirusNa een kort bezoek aan een  boekhandel kwam ik thuis met een bescheiden stapeltje bladzijden in matchende (paperback) kaft; In veel huizen wordt gerouwd. De Spaanse griep in Nederland, geschreven door Reinold Vugs. Het boek geeft een indringend beeld van de weerloosheid van mensen tegen wat we nu kennen als de Influenza A H1N1 pandemie van 1918/1919. We maken nu dus kennis met een familielid. Vugs vond dat het beschikbare materiaal over de pandemie wel erg schaars was en neemt de handschoen op. Met verdienste. Voor wie onbekend is met de Spaanse griep een zeer beknopte samenvatting, met dank aan Vugs:

In veel huizen wordt gerouwd (omslag)

Ten tijde van de eerste, milde golf in de zomer van 1918 was men verdeeld enthousiast over de griepgolf. Dr. Norden schrijft dat ‘er in het geheel geen reden tot ongerustheid is’. De meer skeptische artsen, die de optredende symptomen ernstiger inschatten krijgen snel gelijk. Het virus gaat als een lopend vuurtje, november 1918 schrijft meer dan 10.000 doden. Over preventie en behandeling is men ook nogal verdeeld; tot mijn verassing zag ik collargol, wellicht beter bekend als colloïdaal zilver, opdoemen tussen de voorgestelde behandelingen. Even prikje IV en klaar. Wat zou Röver daarvan denken? Anyway…

De tweede golf van de Spaanse griep teistert de gehele wereld en de overgang van 1918 naar 1919 biedt weinig reden tot gelukkig nieuwjaarwensen: schattingen lopen uiteen van 20 tot 100 miljoen doden, een veelvoud daarvan is ziek geweest. Nederland tekent meer dan 21.000 doden op, waarvan een groot deel in twee maanden is gestorven (oktober en november 1918). In Alaska is in sommige kleine dorpjes 90% van de bevolking overleden. De inbreuk op de maatschappij is enorm, zeker in combinatie met de (gevolgen van de) Eerste Wereld Oorlog. Want, hoewel Nederland in grote mate neutraal is gebleven, eist WO I het nodige van de Nederlandse Staat en diens burgers; het dagrantsoen(!) brood werd voor de gelegenheid van de Spaanse griep verhoogd tot een verbluffende hoeveelheid van 280 gram. (p. 63) Misery loves company.

Kapitein-apotheek van Essen geeft advies over preventie (p. 56):

” ‘t Verdient aanbeveling om den mond zoveel mogelijk gesloten te houden en te ademen door den neus. Indien men met iemand spreekt, laat men dan op eenigen afstand van elkaar staan. Het beste is zo min mogelijk handen te geven. ‘Wascht verder dikwijls uwe handen, het liefste met zeep, doch bij dezen zeepnood met zand, vette klei of pijpaarde in den vorm van kunstzeep. [...] Wandel liever in de frissche buitenlucht, dan plaats te nemen in een volle tram. Indien niet noodzakelijk, vermijdt dan verzamelplaatsen van menschen. Verder is roken goed, omdat de mond dan dichtgehouden wordt. Een suikerbal, hopje of pepermunt kan daarom ook goede diensten bewijzen. Nu en dan gorgelen met mondwater of chloraskaliumoplossing is aan te bevelen.”

Dat geeft redelijk aan wat er verder aan maatregelen besproken wordt door Vugs. Handjes wassen, onnodige drukte vermijden en een beetje van ‘laten-we-dit-eens-proberen-want-ik-weet-het-ook-niet-meer’. De minister van Binnenlandsche Zaken stelt voor de hulp van god in te roepen (p. 59):

“De Regeering gevoelt, met het oog op de tijdsomstandigheden, behoefte om, in overleg met de Kerkgenootschappen, een algemeenen biddag of bidstond te doen houden. De nood der tijden, die zich ook in ons land zoozeer doet gevoelen, dringt in het bijzonder tot verootmoediging en tot het inroepen van Gods hulp”

Ik hoop niet dat dat al te veel bijeenkomsten heeft opgeleverd. Ironisch genoeg zijn we nu, 90 jaar later, niet heel gek veel verder op het vlak van ‘algemene preventieve maatregelen’. Nou ja, we weten héél wat meer over het virus en diens evolutie, verspreiding, bouw, etc. Afgezien van het feit dat we tegenwoordig ons heil doorgaans niet meer in pijpaarde, mondwater en bidstonden zullen zoeken, is het bericht op de RIVM site echter niet veel anders dan het krantenbericht van kapitein van Essen uit 1918.

Niettemin zijn er twee grote verschillen; wij hebben medicijnen (anti-virale middelen, antibiotica  & vaccins) en genoeg te eten, al voorkom je met dat laatste volgens mij geen influenza, noch zal je het er mee bestrijden mocht je het eenmaal hebben. We zijn, afgezien van de vooruitgang der medische wetenschap dus niet héél gek veel verder. Voorlopig lijkt de kust veilig, maar we hebben ook nog geen vaccin en er duiken met enige regelmaat Tamiflu-resistente stammen op. Over het toekomstig verloop van de pandemie valt met geen zinnig woord wat te zeggen. Waar blijven die onderzoeken Ab? Ik wil een spuitje.

Ondertussen kan ik Vugs’ boekje van harte aanbevelen!

Vugs, R. (2002). In veel huizen wordt gerouwd. De Spaanse griep in Nederland. Soesterberg: Aspekt [ISBN: 9059110811]

p.s.: Ik hoor trouwens regelmatig dat vooral jonge mensen vatbaar zouden zijn voor de Sombrero variant. Persoonlijk vraag ik me af waar men zich daarbij op baseert. De hypothese die ik ken is dat de gevolgen van een cytokinestorm (een reactie van het immuunsysteem) veel van de jongelingen fataal is geworden in 1918/1919. Althans dat is de verwachting die men heeft op basis van diermodellen met een Frankenstein 1918 virus. Een sterker imuunsysteem zorgt voor een grotere storm. Het lijkt me echter geen reden om de situatie van 55+ te bagatelliseren op dit moment. Mocht iemand het fijne er van weten: let me know!